De Premier League is vorig weekend van start gegaan, maar vanwege de vakantie van veel internationals na het WK zijn de ploegen nog lang niet op volle sterkte. Anders had dat voor het eerst gekund, want in Engeland sloot het transferraam niet op 31 augustus, zoals in de rest van Europa, maar aan de vooravond van de openingswedstrijd.
...

De Premier League is vorig weekend van start gegaan, maar vanwege de vakantie van veel internationals na het WK zijn de ploegen nog lang niet op volle sterkte. Anders had dat voor het eerst gekund, want in Engeland sloot het transferraam niet op 31 augustus, zoals in de rest van Europa, maar aan de vooravond van de openingswedstrijd. De kortere transferperiode had een aantal opmerkelijke effecten. Voor het eerst sinds 2010 werd er minder geld uitgegeven dan in de vorige campagne: 1,3 miljard euro tegenover 1,7 miljard een jaar geleden. Het aantal deals viel fors terug: van 384 naar 282. Heel opmerkelijk is dat er voor meer dan 220 miljoen werd uitgegeven voor doelmannen. De Braziliaan Alisson Becker (voor 71 miljoen naar Liverpool) en de Spanjaard Kepa Arrizabalaga (naar Chelsea voor 80 miljoen euro) werden de duurste keepers ter wereld. Voor de eerste keer in de geschiedenis werd in een transferperiode meer betaald voor een ballenvanger dan voor een doelpuntenmaker. Voor het eerst sinds de invoering van de zomermercato in 2002 was er in de Premier League een club die geen enkele speler binnenhaalde: Tottenham. Ook de andere vijf teams van de zogenaamde Big Six hielden zich redelijk gedeisd. Liverpool was de verrassende big spender en gaf 175 miljoen euro uit voor Alisson Becker, Naby Keita, Fabinho en Xherdan Shaqiri. Met als gevolg dat de ploeg van Jürgen Klopp meteen gebombardeerd werd tot de belangrijkste concurrent voor kampioen Manchester City. Vooral de buren uit Manchester hielden de vinger op de knip. Man U besteedde - tot ergernis van José Mourinho - netto slechts 47 miljoen euro en City zelfs amper 36 miljoen. Allebei minder dan clubs als Brighton, Southampton, Everton, Wolverhampton, Fulham of West Ham. Opvallend was ook dat Liverpool al in de lente klaar was met zijn huiswerk en dat er in de laatste week van de transferperiode nagenoeg niets meer gebeurde. Terwijl er de voorbije jaren tot een paar minuten voor de deadline zaken werden gedaan. Vroege transfers zouden een nieuwe trend kunnen worden. Een goede zaak, want het zou paniekaankopen voorkomen. Alleen Mauricio Pochettino van de Spurs maakte zijn beklag over de ingekorte transferperiode. Hij hamerde erop dat de Engelse clubs zichzelf benadeeld hadden tegenover de andere topcompetities door eerder een punt te zetten achter de transferbedrijvigheid. Een argument dat Marc Coucke, voorzitter van de Pro League, ook al aanhaalde om niet meteen het Engelse voorbeeld te volgen. Het risico bestaat immers dat ploegen uit andere landen nog spelers wegplukken, terwijl je zelf niet meer de kans hebt om een vervanger binnen te halen. Het is echter zeer de vraag of de nadelen opwegen tegen de voordelen. Vooral voor topclubs uit kleinere competities zoals de Jupiler League. Wie eind augustus nog spelers aanwerft, kan die ten vroegste na de interlandbreak van begin september met de volledige groep laten meetrainen. Terwijl een week later al de eerste Europese speeldag op het programma staat. Door de transferdeadline vooruit te schuiven sla je meerdere vliegen in één klap: de integriteit van de competitie vergroot, elke club kan met een complete kern aan het seizoen beginnen en zich beter voorbereiden op de groepsfase van de Europese bekers. Beter nog: het vergroot de kansen van onze clubs om de voorrondes te overleven aanzienlijk. De kans is reëel dat het transferraam vanaf volgend seizoen sowieso vroeger gesloten wordt. De FIFA heeft immers een task force opgericht om de problematiek te bekijken. Op de werktafel van voorzitter Gianni Infantino ligt een werkstuk dat aanbeveelt om nog slechts overgangen toe te staan tot aan de vooravond van de eerste speeldag. In dat geval zouden onze clubs hoe dan ook het gevaar lopen spelers te verliezen en geen vervanger meer te kunnen aantrekken. De grotere competities gaan immers minstens twee weken later van start dan de Jupiler League. De FIFA zou dat kunnen voorkomen door zowel in- als uitgaande transfers onmogelijk te maken na de aftrap van elke nationale competitie.