Ricardo Quaresma, João Moutinho, Cristiano Ronaldo, Nani,... In het begin van de 21e eeuw rolde het ene toptalent na het andere van de band in Lissabon. Na een titeldroogte van achttien jaar won Sporting Clube de Portugal in 2000 en 2002 twee landstitels, maar daarna moest de club de hoofdvogel weer laten aan Benfica of FC Porto.
...

Ricardo Quaresma, João Moutinho, Cristiano Ronaldo, Nani,... In het begin van de 21e eeuw rolde het ene toptalent na het andere van de band in Lissabon. Na een titeldroogte van achttien jaar won Sporting Clube de Portugal in 2000 en 2002 twee landstitels, maar daarna moest de club de hoofdvogel weer laten aan Benfica of FC Porto. In 2002 was de toen zeventienjarige Ricardo Quaresma dé sensatie in het Estádio José Alvalade. De jonge, frivole straatvoetballer dribbelde zich een weg door de Portugese defensies. De coach die hem - en een jaar later ook Cristiano Ronaldo - als tiener liet debuteren, was niemand minder dan László Bölöni, ex-trainer van onder meer Standard, Antwerp en KAA Gent. Het is een verwezenlijking waar hij vandaag de dag nog voor wordt erkend. Een jaar later werd de Roemeen door tegenvallende resultaten ontslagen bij de Portugese topclub. Ondanks het feit dat de jeugdopleiding - die intussen de 'Academia Cristiano Ronaldo' heet - volop talent bleef produceren, lukte het maar niet in de vaderlandse competitie. Enkele Portugese bekers en ligabekers won Sporting wel, maar de landstitel ontsnapte hen telkens. In 2018 kon een bende zelfverklaarde supporters het even niet meer aanzien. Die viel het trainingscomplex binnen en had het op de spelers en de trainersstaf gemunt. Dat leidde tot het vertrek van toenmalig clubvoorzitter Bruno de Carvalho en de contractontbinding van zeven spelers. Een jaar geleden verloren Os Leões kapitein Bruno Fernandes aan Manchester United, die nu furore maakt in de Premier League. Hij was - zelfs met maar een half seizoen in de benen - de topschutter en de beste assistgever van de ploeg. De verde e brancos draaiden al enkele seizoenen volledig rond hem en met die stijl brak het dit seizoen. De in maart vorig jaar aangestelde coach Rúben Amorim drilde een positief agressieve ploeg die dit seizoen amper tegendoelpunten slikt en zelf veel goals maakt. De vraag wordt wel eens gesteld: waarom betalen voetbalclubs geen transfersommen voor trainers zoals dat voor spelers gebeurt? Portugal, gekend als voetbalexportland, zou er wel bij varen. Een jaar geleden gaf Sporting zelf alvast het goede voorbeeld. Als interim-coach bij Braga maakte ex-Benficaspeler Rúben Amorim al meteen een goede indruk met tien overwinningen in dertien partijen. Zijn huidige club was zeer overtuigd van zijn kunnen en betaalde tien miljoen euro voor hem. Enkel Bas Dost had de club op dat moment ooit meer gekost. Dat maakte van de 36-jarige coach na Brendan Rodgers en landgenoot André Villas-Boas de op twee na duurste voetbaltrainer ooit.De voormalige middenvelder hanteert een 3-4-3-formatie waarin hij centraal overtal wil creëren door verticaal op te bouwen en het veld breed houdt via de vleugelverdedigers. Bij balverlies gebruikt zijn ploeg een agressieve counterpress, waarmee de bal dicht bij het doel van de tegenstander de bal veroverd moet worden. Zoals een leeuw duwen ze de tegenstrever in een hoek. Dus ja, de leeuw van Lissabon brult weer. De doelpunten komen voornamelijk van flankaanvallers Nuno Santos en Pedro Gonçalves, de topschutter van de competitie. De achttienjarige beloftenspits Tiago Tomás scoort nog net iets te weinig. Daarom investeerde SCP deze winter zestien miljoen euro - een clubrecord - in Paulinho van Braga. Maar onder Amorim draait alles rond het collectief. Tot op heden werken de leeuwen zelfs een ongeslagen seizoen af, weliswaar zonder een Europese campagne. De voorsprong op de eerste achtervolgers in de Primeira Liga is geruststellend. Een eerste titel in negentien jaar, het zou zomaar kunnen.