Eerst wat cijfers:
...

Eerst wat cijfers: Liverpool FC in wat stilaan een recordjaar aan het worden is: in de competitie 14 thuiswedstrijden, 14 keer winst. Doelpuntenverhouding: 38-11 Niet alleen dit seizoen lukt het. Liverpool FC in 2018-2019: 19 thuiswedstrijden, 17 keer winst en 2 keer gelijk. Doelpuntenverhouding: 55-10. Liverpool FC in het seizoen 2017-2018: 19 thuiswedstrijden, 12 keer winst en 7 keer gelijk. Doelpuntenverhouding: 45-10 Liverpool FC in het seizoen 2016-2017: 19 thuiswedstrijden, 12 keer winst, 5 keer gelijk en, jawel, 2 keer verlies. Laatste thuisnederlaag: zondag 23 april 2017, 1-2 tegen Crystal Palace. Beide uitdoelpunten gescoord door... Christian Benteke. Ex-Liverpoolspeler nota bene. Liverpool FC Europees dan, opnieuw thuis. In 2019-2020: drie wedstrijden in de groepsfase van de CL, twee keer winst, een keer gelijk (Napoli). In 2018-2019: zes wedstrijden, vijf keer winst, een keer gelijk (Bayern). Meest memorabele zege: de 4-0 tegen Barcelona in de halve finale, die een 3-0 verlies goedmaakte in de heenwedstrijd.In 2017-2018: zes wedstrijden, vier keer winst, twee keer gelijk. Memorabel in die CL-campagne die zou resulteren in verlies in de finale tegen Real Madrid: de 3-0 thuis tegen Manchester City en de 5-2 in de halve finale tegen AS Roma. In 2016-2017: geen Europees voetbal. In 2015-2016: zeven thuiswedstrijden in de Europa League: vijf keer winst, twee keer gelijk. Meest memorabele avond: de 4-3 tegen Borussia Dortmund, na een 0-2 bij de rust. De finale, tegen Sevilla, ging wel verloren. De laatste Europese thuisnederlaag dateert van 22 oktober 2014: 0-3 tegen Real Madrid. Drie goals voor de rust, één keer Cristiano Ronaldo, twee keer Karim Benzema. Brendan Rodgers zat toen nog op de bank. This was Anfield in het tijdperk Klopp. Een plaats waar amper wat te rapen valt voor de tegenstander. Begin er maar aan, Bournemouth, volgende zaterdag te gast. Maar ook: Atlético Madrid, dat op 11 maart naar Anfield Road moet, met als inzet een plaats in de kwartfinales van de Champions League. Haal maar wat, bij de titelverdediger. In het doel in 2014, die avond tegen Real, stond Simon Mignolet die nu van Jan Breydel en de Brugse defensie een burcht maakt. In december hadden we het met hem over het Anfieldgevoel, naar aanleiding van een nieuw duel met Real. 'De magie van Anfield is er zeker voor de bezoekers. Iedereen die daar naar toe gaat, is onder de indruk om er te mogen voetballen', aldus Mignolet. 'Zo'n stadion, zo'n geschiedenis... Voor een speler van Liverpool wordt dat na vijf, zes jaar een gewoonte. Belangrijk in het verhaal van vandaag is inderdaad het werk van Klopp, die de connectie tussen de fans en de spelers op het veld opnieuw heel close heeft gemaakt. You'll never walk alone werd altijd als slogan gebruikt, maar dat overbrengen van het stadion en de fans naar de spelersgroep is heel belangrijk. Die fans ook echt achter je krijgen. Liverpool staat daarmee niet alleen. Galatasaray had dat naar mijn gevoel ook. Net als Club Brugge. Als wij thuis spelen op Jan Breydel is dat vergelijkbaar. Je moet alle middelen gebruiken om je wedstrijden te winnen en dat kan Liverpool met Anfield, zoals Club Brugge dat kan met Jan Breydel. Met slogans als: You'll never walk alone, volgens het socialistische gedachtegoed: we zijn allemaal hetzelfde, we trekken aan hetzelfde koord. Bluv'n goan, noemen ze dat hier.' Het grote verschil tussen Liverpool en Club ligt natuurlijk in de kwaliteit van de ploeg. 'In de competitie zitten er 25.000 mensen uit de regio, de rest zijn losse tickets voor fans uit de hele wereld. Dat maakt dat de sfeer tijdens de week, voor bijvoorbeeld een wedstrijd in de Champions League, anders is. Er zitten dan meer lokale mensen; de sfeer is harder en gepassioneerder. In het weekend zitten er nog veel die voor de eerste keer op Anfield komen en eerder een museumgevoel meesleuren. Die 25.000 willen je wel opzwepen en sfeer maken, maar voor hen is dat niet altijd makkelijk wanneer de rest niet mee doet. Dat is in Brugge anders. Daarom heb ik hier al gezegd: 'De aantallen zijn minder, maar de sfeer in België is ook goed.' Als ik dat in de kleedkamer zeg, lachen sommige jongens en vinden ze dat contradictoir. Maar in Engeland heb je meer ploegen waar in het publiek veel toeristen zitten die niet echt weten dat ze naar voetbal komen kijken.' Mignolet wordt in die mening bijgetreden door Kevin Mirallas, die voor de concurrentie voetbalde, bij Everton. 'Europees is inderdaad een ander verhaal', zegt hij. 'De derby is hot, uiteraard, in beide stadions, maar in andere competitiewedstrijden vond ik de sfeer op Goodison intenser dan bij Liverpool. Eigenlijk zelfs in de derby, als ik er op terug kijk. Bij ons kwamen vooral mensen uit de stad en de regio. Een derby in Everton is dan ook meer een derby onder mensen van Liverpool. Bij hen zaten er Ieren, Aziaten, Fransen, Duitsers en Belgen. Thuis heb ik ook gescoord in de derby. Uit niet. Dat vergeten ze daar niet.' Steven Defour maakte op Liverpool beide avonden mee als tegenstander: Europees met Standard, nationaal met Burnley. Defour: 'Mijn eerste wedstrijd was die met Standard in de Champions League. Wanneer je dat bordje This is Anfield ziet voor je het veld betreedt... Dat doet wel iets. De kleedkamer van de bezoekers is niet veel speciaals, maar de sfeer... You'll never walk alone... Toch vrij impressionant. Later hebben we er met Burnley 1-1 gespeeld. Ik vond niet dat er een verschil was qua sfeer. Altijd vol, altijd een publiek dat keihard achter de ploeg staat. Veel lawaai. Je voelt wel dat die ploeg snakt naar de titel. Voorál naar de titel. In Engeland weegt die prijs voor mijn gevoel zwaarder dan een Champions League. Ik ben een paar keer naar een Europese match van Manchester City gaan kijken, en dan zit dat stadion half leeg en worden mensen uitgefloten. Sowieso is in Engeland alles wat nationaal is beter dan Europees. Raar eigenlijk. De Italiaanse of Spaanse competitie boeit hen niet. Wanneer wij met Burnley op vrijdag of zaterdag op hotel zaten, keken ze ofwel naar een wedstrijd uit de Premier League of uit het Championship. Liever Leeds-Derby County dan Lazio-Juve. Ongelooflijk.' Wanneer Anfield ontploft, kan het onmogelijke gebeuren. Chelsea maakte het mee, Real Madrid kreeg er in 2009 een pandoering met 4-0, Barcelona verloor er zijn illusies vorig seizoen. Twee keer ging het rijke Chelsea uit het vorige decennium - in 2005 en 2007 - onderuit op Anfield Road in de halve finales van de Champions League. Twee keer met 1-0. Over dat eerste duel zei oud-Liverpoolspeler Dietmar Hamann in 2005: 'De atmosfeer was van bij de start elektrisch en toen we vroeg scoorden, leek het alsof iedereen op hetzelfde moment explodeerde. De steun die de fans ons gaven was ongelooflijk.' Xabi Alonso viel hem na de match bij: 'De fans intimideerden Chelsea, vond ik. Zij speelden een grote rol in het bereiken van de finale.' 'Ik voelde de kracht van Anfield. Het was fantastisch.' Nederige woorden van José Mourinho na de nederlaag. John Terry vond in zijn biografie later amper nuances om die avond te beschrijven: 'Voordien had ik nog nooit zoiets meegemaakt, en nadien ook niet. Dit was de beste sfeer waarin ik ooit voetbalde. Toen we die heksenketel betraden, het gezang hoorden en de passie voelden, gingen de haren op mijn armen rechtstaan. Zo'n spektakel inspireert iedereen. Ik bleef maar rondkijken in een poging om het in mij op te nemen. Het ontmoedigde me niet, ik vond het gewoon fantastisch. Ik zou willen dat er meer van dat soort fans waren. Naast het volume, is er ook de spectaculaire look. Seconden voor de scheidsrechter de wedstrijd op gang floot, kwam er een luide oerkreet uit de monden van iedereen in het stadion, alsof ze de ploeg naar de zege wilden poweren. Onbeschrijflijk.' En zo was het bijna altijd, als je de overlevering mag geloven. In de jaren zestig, toen Inter er een halve finale in ECI kwam verliezen met 3-1. In 1973, toen Borussia Mönchengladbach de heenwedstrijd in de finale van de UEFA Cup met 3-0 verloor. In 1977, bij de 3-1 tegen Saint-Etienne, voor velen één van de beste thuismatchen ooit. En zeker vorig jaar in 2019, tijdens de remontada tegen Barça, toen nog een andere Belg, Divock Origi, het stadion liet ontploffen en het 4-0 werd. Veel van de mythe heeft te maken met de energie vanuit The Kop, de tribune achter één van de doelen. Anfield Road bestaat uit vier grote tribunes: The Main Stand, de Sir Kenny Dalglish Stand, de Anfield Road End en The Spion Kop, ofte The Kop. In 1928 werd die zo hertekend dat er 30.000 mensen in plaats konden nemen. Het is te zeggen: staan. Op dat moment was dat de grootste tribune op de Engelse voetbalvelden. Die ene tribune, zonder verdiepingen, was vaak zelfs groter qua capaciteit dan andere stadions in hun totaliteit. Van daaruit rolde het lawaai over het veld. Zoals in Dortmund de Gelbe Wand voor sfeer zorgt, doet in Liverpool The Kop dat. De naam heeft een historische connotatie. De steile helling van de Spion Kop deed de naamgevers denken aan de heuvel in de buurt van Ladysmith, Zuid-Afrika, waar in januari 1900 tijdens de tweede grote boerenoorlog hevig strijd werd geleverd. Honderden Britten raakten er gewond, 243 lieten er het leven. Toen een paar jaar later nieuwe voetbalstadions werden gebouwd, gebruikten journalisten in hun beschrijvingen van de steile tribunes verwijzingen naar die toen nog recente oorlog. In 1904 verwees eentje in Londen naar The Kop voor de nieuwe tribune van Arsenal in Woolwich, twee jaar later deed de journalist van de Liverpool Echo hetzelfde voor Anfield. Die tribune, die op het einde van de twenties zou worden uitgebreid, bevat vandaag nog een andere historische verwijzing: in 1928 werd op een scheepswerven in de buurt de ijzeren SS Great Eastern ontmanteld. De hoogste mast werd van de sloop gered, overgebracht naar het stadion, en weer opgericht achter The Kop. In de top kwam een vlag te hangen. Mast en vlag staan er nog steeds, achter een tribune die sinds 1994 en het Hillsboroughdrama officieel een zittribune is. Daardoor werd de capaciteit gereduceerd tot 12.390. De legendarische Bill Shankly kreeg er drie jaar later een standbeeld. Zijn gates, de toegangspoort met daarboven de slogan ' You'll never walk alone' staat er al langer. Die deuren daarvan zwaaiden voor het eerst open op 26 augustus 1982. Het lied, van Gerry and the Pacemakers, werd door de fans van Liverpool officieel geadopteerd als clubhymne in de periode van Shankly, manager van Liverpool van 1959 tot 1974. De kracht van The Kop is groot. Net als elke club kenden de Reds goeie en slechte dagen. Dagen waarin men het oneens was met het beleid, of steun vond bij mekaar na tragedies, zoals in Brussel tijdens het Heizeldrama of in Sheffield bij de Hillsboroughramp. Een eeuwig brandende vlam herdenkt de doden. Maar er waren ook dagen van andere solidariteit. Protest tegen de verhuis naar Stanley Park vlakbij, toen in de jaren 2000 plannen werden ontvouwd voor een gloednieuw stadion. Protest tegen de gang van zaken in de beginperiode van Klopp, die nu een sterke band heeft met de Kopites maar in die eerste maanden nog bittere woorden uitte aan hun adres toen ze bij een achterstand tegen Crystal Palace voortijdig en masse het stadion verlieten. En in februari 2016 liep in de 77e minuut driekwart van het stadion leeg. Niet uit onvrede voor wat de spelers op het veld toonden, wel voor de aangekondigde prijsverhoging van de tickets. De Fenway Sports Group kondigde aan dat sommige tickets 77 pond (toen zo'n 85 euro) per stuk zouden kosten. Vandaar de timing. Het was er ook niet altijd uitverkocht, zeker niet in die woelige jaren tachtig en negentig. In april 1990 kon Liverpool voor de 18e keer landskampioen worden en nog geen 38.000 toeschouwers zagen toen wat later een historisch moment zou blijken te zijn: de tot nu toe laatste titel van de Reds werd binnengehaald. Succes - nationaal én internationaal - was in die periode immers nog heel gewoon.