Als er één les te trekken valt uit de soap die de belangrijkste Europese voetbalclubs vorige week in de coulissen opvoerden, dan is het wel deze: zot zijn doet geen zeer. Het is blijkbaar perfect mogelijk om op maandag het initiatief te nemen voor een Super League en dat op dinsdag alweer te herroepen. En voor alle duidelijkheid: dat PSG als enige club die bij de laatste vier zit in de Champions League van dit seizoen, niet dezelfde cynische weg is ingeslagen, komt niet door een overschot aan morele waarden bij de Parijzenaars.
...

Als er één les te trekken valt uit de soap die de belangrijkste Europese voetbalclubs vorige week in de coulissen opvoerden, dan is het wel deze: zot zijn doet geen zeer. Het is blijkbaar perfect mogelijk om op maandag het initiatief te nemen voor een Super League en dat op dinsdag alweer te herroepen. En voor alle duidelijkheid: dat PSG als enige club die bij de laatste vier zit in de Champions League van dit seizoen, niet dezelfde cynische weg is ingeslagen, komt niet door een overschot aan morele waarden bij de Parijzenaars. Neen, ze zaten gewoon tussen twee vuren, door Nasser al-Khelaïfi, de voorzitter die twee petjes draagt. Hij is namelijk niet alleen voorzitter van PSG, maar ook van zijn eigen BeIN Media Group, die de tv-rechten op de Champions League in handen heeft. De Champions League die door de Super League dus zou gekelderd worden. Dat probleempje zorgde ervoor dat PSG geen positie moest innemen in heel het fiasco van die vroegtijdige aankondiging van een Europese Super League. Op de avond van dinsdag 20 april, toen het doodgeboren project weer werd afgeblazen, moet sjeik Mansour, de eigenaar van Manchester City, ongetwijfeld jaloers geweest zijn op de PSG-voorzitter omdat die van historisch gezichtsverlies gespaard bleef door een cumul van mandaten - iets waar niemand in het voetbalwereldje nog van opkijkt. Uiteindelijk is dat een van de weinige verschillen tussen sjeik Mansour uit de Emiraten, die in 2008 in het voetbal stapte om van een Engelse club met een beperkt palmares een Europese grootmacht te maken, en de Qatarees Nasser al-Khelaïfi, die in 2011 aan het hoofd kwam te staan van het Parijse project dat eveneens gepiloteerd wordt vanuit de Perzische Golf. Het zijn beiden ambitieuze miljardairs, die ervan dromen om de stad die hen geadopteerd heeft een eindzege in de Champions League te schenken. Op die manier zouden hun investeringen, sinds respectievelijk dertien en tien jaar, eindelijk iets concreets opleveren. Want de stap van een uitgebluste Emile Mpenza naar een Kevin De Bruyne op de top van zijn kunnen zet je nu eenmaal niet kosteloos. Net zoals je geen Sammy Traoré tegen een Javier Pastore kunt afwegen. De waanzinnige bedragen die de beide nieuwe reuzen spenderen, doen zelfs niemand nog duizelen, zozeer zijn we eraan gewend geraakt. Afgaande op de referentiewebsite Transfermarkt gaf Manchester City sinds 2008 al meer dan 2 miljard euro uit aan transfers (ongelijk verdeeld over 83 transacties). Dat is bijna het dubbele van de 1,37 miljard euro voor 46 inkomende transfers van PSG in de periode van Qatar Sports Investments. Dat is nog niet genoeg om de koningin onder de competities te winnen, maar wel om ernstig genomen te worden. Onder hun beiden hebben de Mancunians en de Parijzenaars tot voor dit seizoen slechts twee miezerige halvefinaleplaatsen verzameld (City in 2016 en PSG haalde de finale in 2020), maar toch doen ze alles zoals de groten. Zo zijn ze de laatste jaren de voornaamste voorvechters van een grootscheepse heronderhandeling van de tv-rechten in hun voordeel. Blijkbaar zijn hun bazen, die elders gehuisvest zijn, al vlug vergeten dat ze ooit, voor ze nieuwe rijken werden, gewoonlijk ergens in de brede middenmoot dobberden. De heisa van vorige week heeft hen er gelukkig aan herinnerd dat je in het voetbal maar beter je fanbase achter je kunt hebben. die van PSG en die van Manchester City ademen alweer wat vrijer nu de voetbalbonzen bakzeil haalden. Ze vergeten immers niet dat ze supporters zijn van een sport die doordraait, maar ze zijn tenminste gerustgesteld nu ze weten dat hun club ermee instemt om nog een tijdje achter de enige wortel aan te lopen die er in hun ogen toe doet: de beker met de grote oren en de ongeëvenaarde historiek die daarbij hoort.