Lokeren beschikt al jaren over een van de oudste spelerskernen van onze Jupiler Pro League. De centrale as bestaat uit dertigers Davino Verhulst (30), Mijat Maric (33), Killian Overmeire (32) en Tom De Sutter (32). Toch beweegt er iets.
...

Lokeren beschikt al jaren over een van de oudste spelerskernen van onze Jupiler Pro League. De centrale as bestaat uit dertigers Davino Verhulst (30), Mijat Maric (33), Killian Overmeire (32) en Tom De Sutter (32). Toch beweegt er iets. Vorig seizoen kregen verdediger Arno Monsecour (21) en flankaanvaller Bob Straetman (19), allebei uit de Lokerse jeugdopleiding, hun kans en dit seizoen is het de beurt aan Juan Pablo Torres (18) en Amine Benchaib (19). Die laatste eveneens uit de eigen jeugd, die eerste snel onder contract gelegd toen hij afgelopen lente kwam testen. De komende weken zullen ze zich mogen tonen aan de buitenwereld, want na een teleurstellende heenronde is ook voor trainer Peter Maes duidelijk geworden waar het zijn ploeg aan ontbreekt: creativiteit en schwung. Net iets wat deze twee jonge middenvelders al veelvuldig etaleerden bij het belofteteam. Torres als rustige metronoom voor de verdediging, Benchaib als dribbelgrage spelmaker. 'Pirlo' en 'Dele Alli' worden ze door hun ploegmakkers liefkozend genoemd. Benchaib imponeerde eind september al in de beker tegen Beerschot Wilrijk (twee assists) en in de competitie tegen Standard (daarin auteur van een knappe volleygoal), Torres voetbalde met lef toen hij midden november in de basis startte tegen AA Gent. Een belangrijke stem in dat verjongingsproces bij Sporting Lokeren is Arnar Vidarsson, assistent-coach bij de A-ploeg en de voorbije drie jaren tevens verantwoordelijk voor de belofteploeg. De IJslander hoedt er zich voor al te veel druk te leggen bij de jonkies: 'Sowieso is het moeilijker geworden voor tieners om in het moderne voetbal door te breken - vroegrijpe talenten zoals Youri Tielemans zijn een uitzondering - omdat je tegenwoordig afgewerkte atleten nodig hebt om competitief te zijn. Bij Amine was dat bijvoorbeeld een probleem. Op zijn zeventiende was hij nog niet klaar voor profvoetbal, we hebben keihard met hem gewerkt aan het ontwikkelen van zijn lichaam. Er komt deze wintermercato wellicht iets bij, maar die spelers moeten een duidelijke meerwaarde hebben, het is niet de bedoeling onze jongeren te blokkeren.' 'Mag ik eerst iets rechtzetten', vraagt Amine wanneer we met hem aan een trendy houten tafeltje in de Jan Koller Feestzaal van Daknam plaatsnemen. 'Ik lees hier en daar dat ik een Marokkaan ben... Dat klopt niet, ik ben een Belg. Geboren en getogen in Gent', vertelt hij met een sappige Gentse tongval. Amine leerde voetballen op de pleintjes en in de straten aan de Brugse Poort, een levendige, multiculturele wijk in de Arteveldestad. 'Hele dagen, vaak tot 22 u 's avonds. De buurtbewoners riepen dan vanuit hun raam of het nog niet tijd was om naar bed te gaan', lacht hij. Zijn vader, zelf ooit voetballend in de Marokkaanse tweede klasse, zat er altijd kort op. Amine: 'En sinds mijn grootvader overleed zes jaar geleden, werd hij nog strenger. Het was een ingrijpend moment in mijn leven. Mijn grootvader geloofde zeer sterk in mij. Toen hij stierf heb ik twee maanden niet meer gevoetbald. Ik was kapot, maar nadien heb ik besloten dat ik er alles aan zou doen om te slagen. Elke keer als ik scoor, denk ik aan hem.' Het is in die periode dat Amine Benchaib de overstap maakte van Racing Gent-Zeehaven naar Sporting Lokeren. Op aanraden van zijn vader, want AA Gent klopte ook aan, maar de Benchaibs oordeelden dat de groeimogelijkheden op Daknam realistischer waren. Ze verhuisden ondertussen naar Zele, weg uit Gent. 'Die verhuis was nodig om echt helemaal te kunnen focussen op mijn ontwikkeling als voetballer', legt Amine uit. Techniek en branie had Amine bij de jeugdploegen van Lokeren altijd te over, maar het is pas vorig seizoen dat hij doorbrak. 'Dat klopt. Ik heb de voorbije twee seizoenen met de beloften meegespeeld, maar het eerste seizoen moest ik vaak baan ruimen voor spelers die van de A-ploeg afgezakt kwamen. Het tweede seizoen is alles veranderd: ik werd lichamelijk sterker en begon veel te scoren en assists te geven. Ik werd een belangrijke speler. Veel is te danken aan Arnar Vidarsson. Op training moest ik van hem dikwijls in twee tijden spelen, de rest niet, ik snapte dat niet goed. Maar hij deed dat om mij beter te maken, daar pluk ik nu de vruchten van, want bij de profs moét je inderdaad sneller voetballen. Rustig balletje aannemen, draaien en vier man dribbelen lukt niet meer. Verdedigers doorzien je bewegingen of pakken je gewoon harder aan. Tegen KV Mechelen was dat het geval: na de match kwam een verdediger mij vertellen dat de trainer hem had opgedragen er kort op te zitten en als ik wegdraaide snel een overtreding te maken. Het is een leerproces waar ik door moet. Het komt erop aan dan slimmer de ruimtes op te zoeken. Met mijn vader ontleed ik elke match, meestal heeft hij het dan over wat ik verkeerd deed. Hij kan hard zijn. Met de komst van Peter Maes was hij dan ook zeer blij. (grijnst) Het is aan mij om deze kans te grijpen.' De roots van de familie Torres liggen in Colombia, maar zelf groeide Juan Pablo op in de Amerikaanse staat Georgia. De enige keer dat hij het geboorteland van zijn ouders zag, was als peuter. Hoewel hij, zoals de meeste Amerikaanse studenten, van verschillende sporten proefde, was het toch zijn liefde voor voetbal die het haalde van zwemmen en basketbal. Nochtans waren er niet echt voorbeelden binnen zijn familie. Enkel zijn vader was een liefhebber, al speelde die nooit zelf op een hoger niveau. Bij een lokaal amateurploegje in Atlanta bleek al snel dat de kleine Juan Pablo over behoorlijk wat talent beschikte. Pas op zijn veertiende werd daar concreet mee aan de slag gegaan, toen hij de overstap maakte naar de Georgia United Academy. 'Een academie die door de US Soccer Federation wordt gerund', verduidelijkt Juan Pablo. 'Je speelt tegen teams over het hele land. Plots besefte ik dat er misschien een carrière in zat.' Verscheidene academies van MLS-clubs boden hem een studiebeurs aan, maar dat weigerde hij. 'Omdat je dan vastzit aan een club en minder makkelijk weg kan naar Europa.' Want dat was van meet af aan het plan. 'Ik heb nooit gefocust op een carrière in de VS. Ik keek enkel naar Europese voetbalmatchen: Engeland, Spanje, Champions League. Door het tijdsverschil zat ik dikwijls 's ochtends om 8 u mijn muesli te eten terwijl ik naar FC Barcelona keek, mijn favoriete team.' Als veertienjarige proefde Juan Pablo Torres een eerste keer van Europees voetbal, toen hij stage deed bij Schalke 04. Het voedde zijn ambitie. 'Zeer confronterend, die Duitse jongens waren veel gedrevener en al veel professioneler dan wij in de VS. Het maakte mij nog meer vastberaden om naar Europa te komen.' In april van dit jaar was het dan zover. Via de Zuid-Afrikaanse spelersmakelaar Rob Moore, die eerder al Ayanda Patosi aanbracht op Lokeren, mocht Torres enkele weken testen op Daknam. Na enkele dagen bij de U19 werd hij doorgeschoven naar de beloften, nog een week later trainde hij al mee met de A-kern. Zijn snelheid van uitvoering, uitstekende spelvisie en goeie voeten compenseerden de tactische achterstand die hij had ten opzichte van de meeste Europees opgeleide jongeren. Het was wachten tot zijn achttiende verjaardag op 26 juli om een profcontract te tekenen. Eind augustus tegen Eupen mocht hij één minuutje invallen. Zijn debuut. Nadien was het wachten tot november vooraleer hij weer opdook in de wedstrijdkern. Tegen AA Gent gunde Peter Maes hem zelfs meteen een eerste basisplaats. Lokeren verloor kansloos met 0-3, maar Torres deed het goed. 'Al moest ik me aanpassen aan het tempo en... het lawaai. Je moet echt nog veel meer bewust zijn van je omgeving omdat je door het kabaal in de tribunes weinig hoort van wat je ploegmaats of trainer roepen. Als je te lang wacht, ben je de bal kwijt. En dat mag, zeker in mijn positie, niet gebeuren. Ik moet een rustpunt zijn in de ploeg. Ik wil anderen beter laten spelen. Sergio Busquets is op dat vlak mijn grote voorbeeld.' De Amerikaanse jeugdinternational ziet de rest van het seizoen hoopvol tegemoet en beseft dat hij en Benchaib van het momentum kunnen profiteren nu. 'Elke jonge voetballer moet op een bepaald moment de stap zetten. Ons programma in deze periode is zwaar, maar tegen de toppers leer je het meest. Als het niet draait, wordt je karakter getest. Wie staat er dan op?' Exact de woorden die Peter Maes en zijn assistent Arnar Vidarsson als muziek in de oren klinken.