Toen de Engelsen begin jaren 90 praatten over coaching, zo werd gezegd, dan hadden ze het over de timing van hun wissels en de twee plaatselijke fenomenen die verheerlijkt werden: the super-sub en the franchise player. Het cliché wilde dat Engelse trainers niet meer waren dan marionetten. Gentlemen, zoals Bobby Robson, maar lamentabele tactici. In die tijd grinnikten de aanhangers van het voetbal van Arrigo Sacchi of Johan Cruijff minachtend toen ze een met Britse saus overgoten 4-4-2 zagen aantreden. Pure kick and rush, klonk het schamper, alsof je het voetbal kan uitvinden en er daarna nog enkel een karikatuur van bent.
...

Toen de Engelsen begin jaren 90 praatten over coaching, zo werd gezegd, dan hadden ze het over de timing van hun wissels en de twee plaatselijke fenomenen die verheerlijkt werden: the super-sub en the franchise player. Het cliché wilde dat Engelse trainers niet meer waren dan marionetten. Gentlemen, zoals Bobby Robson, maar lamentabele tactici. In die tijd grinnikten de aanhangers van het voetbal van Arrigo Sacchi of Johan Cruijff minachtend toen ze een met Britse saus overgoten 4-4-2 zagen aantreden. Pure kick and rush, klonk het schamper, alsof je het voetbal kan uitvinden en er daarna nog enkel een karikatuur van bent. Vergeten waren de negen finales in Europacup I in elf edities, tussen 1975 en 1985. Het Britse voetbal was passé en zat met een serieuze kater opgezadeld. Het stigma van een pijnlijke avond in het Heizelstadion had de nationale sport leeggezogen. Toen de nieuwe Premier League boven de doopvont gehouden werd aan het begin van het seizoen 1992/93, speelden de Engelse clubs, die naar aanleiding van het Heizeldrama voor vijf jaar uitgesloten werden van deelname aan Europese competities, internationaal nog amper mee. De nationale ploeg verging het al niet beter. Op het EK in Zweden, de zomer voordien, verlieten de Three Lions van bondscoach Graham Taylor roemloos het toneel na de eerste ronde. Ze eindigden als laatste in hun groep, konden geen enkele wedstrijd winnen en maakten in dat toernooi slechts één schamel doelpuntje. Het Engelse voetbal werd kunstmatig beademd en de hele wereld keek vol leedvermaak toe. Iedereen behalve zij die de rijpende vruchten al zagen hangen. Onder hen een vleet buitenlandse voetballers die de eerste seizoenen nog met mondjesmaat de Premier League bevolkten, maar die na het Bosmanarrest vanaf de winter van 1995 massaal toestroomden. 'Ik herinnerde me nog de Cup Finals die ik rechtstreeks op tv volgde', vertelt Philippe Albert. 'De fantastische goals, Norman Whiteside die scoorde voor Manchester United, een finale gewonnen door Coventry, een andere door Tottenham of nog een door het grote Liverpool', duikt hij probleemloos in zijn geheugen. 'Toen ik de mogelijkheid kreeg om zelf in Engeland te gaan voetballen, greep ik die met beide handen. Ik twijfelde geen seconde, zo'n aanbod kon ik niet laten schieten. De Premier League was in eigen land al populair en stilaan konden ze overal, binnen en buiten Europa, de wedstrijden bekijken.'Alberts oud-ploegmaat bij Anderlecht, Marc Degryse, bleef een jaartje langer in Brussel alvorens naar Sheffield Wednesday te trekken. 'Philippe en Luc ( Nilis, nvdr) mochten na het WK in Amerika hun geluk elders gaan beproeven, maar ik moest nog een seizoen blijven. Eén jaar lijkt niet veel, maar toen ik naar de Premier League kwam, was ik al 30. Ergens was dat al te laat om er nog een grote carrière te maken. Ik heb ervan genoten, maar ik zal altijd het gevoel overhouden dat het net iets te weinig was.' In Sheffield ontdekt Degryse een compleet andere beleving. Zoals die keer na een thuisnederlaag tegen QPR, toen trainer David Pleat hen enkele dagen naar Marbella stuurde om te herbronnen. 'We vertrokken op zondag en de coach nam niet eens de moeite om mee te gaan. Hij had een blindelings vertrouwen in zijn spelersgroep. Hij zei iets in de trant van: 'Rust goed uit, ik verwacht jullie fris en monter terug op training vrijdagochtend.' De dag nadien moesten we tegen Tottenham spelen. We verloren die wedstrijd, maar zo slecht voetbalden we nog niet voor mannen die onder leiding van Chris Waddle vijf dagen gebrast hadden.' ( lacht) Ook voor Cédric Roussel was de overstap naar de Premier League, in 1999 naar Coventry, een cultuurschok. De jonge Belgische belofte-international had bij KAA Gent net de voorbereiding achter de rug onder Trond Sollied. 'Je moet weten dat als we thuis speelden en de wedstrijd om 20 uur begon, Sollied ons al om 10 uur 's ochtends in het stadion verwachtte', aldus Roussel. 'Ik was toch al 21 jaar, maar pas toen ik in Engeland kwam voetballen, kreeg ik voor het eerst de indruk dat ze me als een volwassene behandelden. Als we rust kregen, dan trokken we er altijd op uit, maar we maakten het niet later dan elf, twaalf uur. We mochten ook gaan eten wanneer we dat maar wilden. En als we thuis speelden, dan moesten we gewoon anderhalf uur voor de aftrap aanwezig zijn. Het was heel professioneel, maar tegelijkertijd ook super relaxed.' Hoewel hij al eens graag een Engelse pint dronk, verloor hij toch gewicht. 'Acht à negen kilo op zes weken tijd. We trainden maar één keer per dag, maar die sessie duurde soms wel drie uur. Na de trainingen ging ik vaak onmiddellijk in bed liggen en sliep ik tot 's anderdaags 's morgens.' De mooiste herinneringen houdt Roussel over aan Monday Night Football. 'Spelen op maandagavond was compleet nieuw in die tijd. Het zei alles over het spektakel waarvoor de Premier League stond: zoveel mogelijk mensen konden op dat moment die ene wedstrijd bekijken. We waren niet gewoon voetballers, maar acteurs.' Doelman Nico Vaesen trad in de Belgische hoogste afdeling aan voor Cercle Brugge en Eendracht Aalst alvorens in 1998 te verhuizen naar Huddersfield Town, dat toen in de Division One speelde. Nadien trok hij naar Birmingham City, waarmee hij naar de Premier League promoveerde. Zijn eerste ervaring met het Engelse voetbal zal hij nooit vergeten. 'Ik werd uitgenodigd om een wedstrijd van Huddersfield te volgen. Het was een geweldige ervaring, met 15.000 enthousiaste supporters in de tribune. Zo goed als alle inwoners van de stad waren aanwezig en zij die er niet waren, zaten in de pubs rond het stadion. En weet je wat mijn ervaring als speler bij Huddersfield nog zo fantastisch maakte? We speelden op zaterdagmiddag, waardoor we 's avond zonder zorgen konden uitgaan en 's zondags een rustig dagje met de familie konden doorbrengen.' In de beginjaren van het nieuwe millennium groeide de Engelse competitie niet alleen uit tot de beste van Europa, maar ook tot de aantrekkelijkste qua levenskwaliteit. 'Nu nog altijd kent de Premier League zijn gelijke niet wat flexibiliteit betreft', meent Christian Benteke, de Belgische speler met het grootste aantal wedstrijden in de Engelse topklasse (275 op 22 januari jongstleden). 'Bij Standard werd ik verplicht om voor de wedstrijden een siësta te houden op de club. Hier moet je zorgen dat je naar het stadion komt en klaar bent voor de wedstrijd. Punt. Het grote voordeel daarvan is dat je mentaal fris aan de aftrap staat. Je krijgt geen tijd om nerveus te worden. Het is nooit goed als je te veel tijd hebt om na te denken.' In zijn eerste seizoen in Engeland, bij Aston Villa, was Benteke meteen goed voor 23 doelpunten. 'De enorme uitstraling en de kracht van de Premier League had ik me vooraf nooit kunnen inbeelden. Mijn leven veranderde van de ene dag op de andere. Alleen al de dag waarop ik mijn contract tekende, was bijzonder. De club liet me met een privévliegtuig ophalen in Bierset ( de luchthaven van Luik, nvdr). Het feit alleen al dat ik op een privéjet stapte, was voor mij onwezenlijk. Het motiveerde me extra om te slagen in het Engelse voetbal en er niet als een eendagsvlieg snel vergeten te worden.' Big Ben werkte keihard in de gym om aan kracht en beweeglijkheid te winnen. Hij kwam vijf kilo bij, puur spiermassa, en ontpopte zich tot een gevreesde aanvaller made in Belgium. 'Dat niemand me kende, speelde zeker in mijn kaart. Ik praatte erover met Marouane ( Fellaini, nvdr), die kort voordien hetzelfde had meegemaakt. Ook hij kwam naar Engeland als een 'grote, onbekende Belg'. In het begin zien ze je niet als een bedreiging en letten ze niet op jou. Daar kon ik in die periode van profiteren. Nu zijn de verwachtingen in jonge Belgen veel hoger gespannen. Anderzijds denk ik wel eens als ik bijvoorbeeld Leandro Trossard zie voetballen: een uitstekende voetballer, maar tien jaar geleden zou hij misschien geen kans gekregen hebben in de Premier League.' Voor verdedigers als John Terry en Vincent Kompany had Benteke een grenzeloze bewondering, maar, zo geeft hij toe, hij heeft nooit meer afgezien als tegen Ryan Shawcross van Stoke City. 'Ploegen als Stoke City, 'kleinere ploegen' - tussen aanhalingstekens - probeerden tien jaar geleden niet eens te voetballen. Op dat vlak is de Premier League heel fel geëvolueerd. Alle ploegen dragen tactiek nu hoog in het vaandel.' Die evolutie dankt de Engelse hoogste afdeling in de eerste plaats aan het grote aantal gerenommeerde buitenlandse trainers dat er het jongste decennium neerstreek. Een ongelooflijke statistiek blijft alvast overeind: sinds het ontstaan van de Premier League pakte nog geen enkele Engelse coach de titel. Het 'ouderwetse voetbal', zoals Benteke het beschrijft als hij het heeft over ploegen als Stoke City, bekrachtigt de 31 wedstrijden die Nico Vaesen voor Birmingham City in de Premier League onder de lat stond. De doelman die naar eigen zeggen 'niets had van een Thibaut Courtois of een Simon Mignolet', vond in Engeland een voetbalcompetitie die op maat gemaakt was voor zijn bijna dubbele meter. 'Dankzij mijn lengte werd ik gerespecteerd', geeft hij toe. 'Ik weet nog dat een bepaalde coach tijdens een training constant herhaalde: 'Als er tien hoge voorzetten in de grote rechthoek komen, dan wil ik dat jij er tien keer naartoe gaat. En als je er eentje mist, dan ga je er de volgende keer gewoon opnieuw voor.' Het is duidelijk dat ze toen nog niet spraken over een keeper die moest kunnen meevoetballen. ( glimlacht) Telkens als we de bal kregen, moesten we er een lel op geven.' Dat is niet bepaald het voetbal waar Marc Degryse warm van werd of wordt. Als elegante, technisch begaafde voetballer kwam hij terecht bij een van de eerste Engelse ploegen uit de rechterkolom die probeerde voetballend een oplossing te vinden. Want dat was het Sheffield Wednesday onder coach David Pleat tijdens het seizoen 1995/96. 'Pleat was geen typische Engelse trainer', getuigt Degryse. 'Hij wilde de zaken anders aanpakken, hij stond voor verandering en stelde zijn ploeg ook samen om verzorgd voetbal te brengen. Hij haalde een aantal goeie aanvallend ingestelde spelers, twee Kroatische voetballers, Chris Waddle en ikzelf. Onze verdedigers waren echter nog oldskool. Laat ons zeggen dat ze zich niet echt comfortabel voelden met de bal aan de voet. Het team bestond dus eigenlijk uit twee verschillende onderdelen. Achteraan wankelde het soms, vooraan moesten we proberen de tweede bal te bemachtigen. Als we het leer dan recupereerden, dan behoorden we tot de beter voetballende ploegen van de reeks.' In de jaren 90 was de Premier League nog in volle ontwikkeling en op zoek naar een echt nieuwe identiteit. Sommige waarnemers waren dan al vol lof over de competitie, maar unanimiteit bij de volgers was er absoluut nog niet. Door de komst van Ole Martin Årst, op een zijspoor beland bij KAA Gent, koos Cédric Roussel in 1999 voor Coventry City met als belangrijkste doel om zichzelf als voetballer terug te vinden. Zijn eerste seizoen oogstte hij veel lof, maar een plaatsje in de Rode Duivelskern voor het EK in 2000 zat er niet in. Het viel Roussel zwaar en ook 22 jaar later heeft hij die niet-selectie nog niet volledig verteerd. 'Geef toe, heeft een jonge Belgische aanvaller, 21 jaar oud, die in zijn eerste seizoen in de Premier League zes keer scoort, niet het recht om opgeroepen te worden voor de nationale ploeg? Zelfs Branko Strupar, tegen wie ik dat seizoen nog speelde, zei me dat hij de keuzes van Robert Waseige niet begreep. Het probleem was dat er in die tijd alleen maar oog was voor de Big Four. De andere teams bestonden niet, wij leefden in de complete anonimiteit.' Dat kon ook gezegd worden van Steve De Ridder toen die in de Premier League belandde tijdens het seizoen 2012/13. Met Southampton had hij vooral als invaller de promotie meegemaakt. In de hoogste afdeling kwam hij slechts aan vier wedstrijden. Uiteindelijk was de huidige kapitein van Sint-Truiden 'eerder toevallig' in Engeland terechtgekomen, want vanuit zijn vorige club, het Nederlandse De Graafschap, leek hij op weg naar Zulte Waregem. Ondanks zijn anonieme verblijf geeft De Ridder aan dat hij zijn droom kon waarmaken over het Kanaal. 'Toen ik bij Southampton toekwam, was de club nog maar net gepromoveerd naar de Championship ( de tweede afdeling, nvdr). Niets deed vermoeden dat ik twaalf maanden later tegen Arsenal zou spelen of tegen de paal zou trappen tegen Chelsea. Ik kan zeggen dat ik aan de zijde van Adam Lallana, José Fonte en Morgan Schneiderlin heb gevoetbald. Ik parkeerde mijn auto naast mannen die met een Bentley of een Ferrari naar de training kwamen.' Of hoe je hetzelfde shirt en dezelfde passie kan delen, maar daarom nog niet hetzelfde bedrag op je bankrekening ziet staan. Gelukkig neemt dat laatste niet alle glinstering weg uit de ogen van de betrokkenen, wellicht omdat het in de topklasse in Engeland niet in de eerste plaats te doen is om de blingbling. Bovenal is de Premier League een magnifiek theater dat kippenvel bezorgt aan alle acteurs, van Cristiano Ronaldo tot Steve De Ridder.