Het is een steenkoude ochtend, die zaterdag 19 januari 1963. Meester Ram van de katholieke jongensschool Sint-Lidwina in Amsterdam heeft alle kinderen van de zesde klas gemaand tijdens de pauze binnen te blijven. De ijsbloemen staan op de ruiten van het klaslokaal en een dag eerder heeft Reinier Paping de meest barre Elfstedentocht uit de geschiedenis gewonnen. Dat is het gesprek van de dag. Alleen Louis van Gaal heeft belangrijker nieuws te melden. Hij vertelt zijn vriendjes dat het weer wat beter gaat met zijn vader. Dat die hopelijk snel het ziekenhuis mag verlaten.
...

Het is een steenkoude ochtend, die zaterdag 19 januari 1963. Meester Ram van de katholieke jongensschool Sint-Lidwina in Amsterdam heeft alle kinderen van de zesde klas gemaand tijdens de pauze binnen te blijven. De ijsbloemen staan op de ruiten van het klaslokaal en een dag eerder heeft Reinier Paping de meest barre Elfstedentocht uit de geschiedenis gewonnen. Dat is het gesprek van de dag. Alleen Louis van Gaal heeft belangrijker nieuws te melden. Hij vertelt zijn vriendjes dat het weer wat beter gaat met zijn vader. Dat die hopelijk snel het ziekenhuis mag verlaten. Een uur later staat het leven van de elfjarige Louis op z'n kop. Meester Ram roept Louis bij zich. Zijn oudste broer Ad vertelt hem dat hun vader die ochtend is overleden aan een hartaanval. Uitgerekend op zijn 53e verjaardag. Hij laat een vrouw en negen kinderen na, van wie Louis de jongste is. De volgende ochtend komt het gebroken gezin samen in de Martelaren van Gorcumkerk. Het katholieke geloof is een sterk houvast voor de familie Van Gaal. Ook Leo van Vuuren zit in de kerkbankjes. Hij condoleert zijn vriendje. 'Kom anders vanmiddag naar ons', oppert Leo. 'Dan kunnen we een potje tafeltennissen.' Maar Louis is kapot van verdriet. 'Hij zei: 'Straks komen ze de begrafenis bespreken en daar wil ik bij zijn.' De dood van zijn vader heeft hem enorm aangegrepen en dat heeft best een lange periode geduurd', vertelt Van Vuuren bijna zestig jaar later. Ben van Gaal geldt als een principiële, autoritaire en strenge man. Louis lijkt op hem, zeggen de mensen uit zijn omgeving. Ze zijn beiden niet wars van een corrigerende tik op de vingers als hun kinderen niet gehoorzamen. In vergelijking met veel andere kinderen in de Watergraafsmeer - zoals uit Betondorp, waar Johan Cruijff woont - heeft Louis van Gaal het materieel goed. Zijn vader heeft een goede job als hoofdvertegenwoordiger van de Steenkolen Handels Vereeniging (SHV), ook nu nog een bedrijf met een miljardenomzet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij samen met zijn vrouw Truus en de oudste kinderen van Utrecht naar Amsterdam verhuisd, waar ze een rijtjeswoning huren en de jongsten ter wereld komen. Al op de lagere school is Louis de natuurlijke leider van het groepje jongens met wie hij dagelijks optrekt. Bovendien bezit hij een stevige plastic bal. 'Een Dribbling 420 gram. Zo'n goede bal had niemand in de buurt, dus die gingen we vaak bij hem halen', herinnert zijn jeugdvriend Maarten Spanjer zich. Van Gaal is bedreven in het pleintjesvoetbal. Het liefst scoort hij punten door de bal koppend hoog te houden en dan tegen de lantaarnpaal te knikken. Zijn idool is Henk Groot, omdat die ook zo goed kan koppen en bij Ajax passes over wel veertig meter verstuurt. Zo'n speler wil Van Gaal ook worden. 'Iedereen was gek van Johan Cruijff en wanneer je wilde overkomen als een echte kenner was je voor Piet Keizer. Maar Louis dus niet', zegt Spanjer. 'Die had iets tegendraads en was voor Henk Groot, die toch al wat ouder was. Als die dan scoorde met het hoofd, schreeuwde Louis het uit: Henkie, Henkie!' Op zijn tiende wordt Van Gaal lid van RKSV De Meer, de club waar zijn vader bestuurslid is, twee van zijn oudere broers voetballen en zijn zussen aan turnen of handbal doen. Elke zaterdag en zondag hangt vrijwel het hele gezin rond op sportpark De Drieburg, ook om Louis aan te moedigen. Behalve hun moeder, die gaat nooit naar het voetbal kijken. Ja, ze was er één keer. Juist toen raakte Louis geblesseerd, dus liet ze het maar zo. Louis begint in het tweede elftal van de welpen, maar als hij in zijn eerste wedstrijd vier keer scoort, belandt hij direct in een hoger team. Als leerling van het Sint-Nicolaaslyceum wordt Louis geacht over te stappen naar Wilskracht/SNL, maar dat weigert hij. 'Ik bleef bij De Meer als een eer en uit trots voor mijn vader', vertelde Van Gaal later. Op straat noemen ze hem vaak Boltini, vanwege de 'circustrucs' die hij in huis heeft. Het deert hem niet, hij is vooral enorm fanatiek. 'Als we verloren, moest ik huilen en werd ik getroost door een van mijn zussen of mijn moeder.' Hij omschrijft zichzelf later als 'een heel brave jongen', maar is tevens iemand die zijn mond niet kan houden. Vaak levert hij commentaar op zijn medespelers of de scheidsrechter. En anders gaat hij wel in discussie met de trainer. In de zomer van 1969 gaan ze met vijf jongens op vakantie naar Luxemburg. Van Vuuren heeft voor 400 gulden, omgerekend zo'n 200 euro, een oude Opel-stationcar op de kop getikt. Daar past de bungalowtent ook in. 'We zaten twee weken lang op een camping net buiten de stad Luxemburg. Daar hebben we ons prima vermaakt. Maar als we 's avonds laat nog even de stad in gingen, bleef Louis bij de tent. Dat was in Amsterdam ook zo, hij hield wel van gezelligheid en lekker eten, maar stappen deed hij niet. Louis was een serieuze jongen.' Terug van vakantie krijgt Louis een plek in het eerste elftal van De Meer, dat net is gepromoveerd naar de Eerste Klasse van de afdeling Amsterdam. De nieuwe trainer Arie Blekkenhorst ziet een goede midvoor in de wat slungelachtige achttienjarige. Zo belandt Van Gaal in hetzelfde elftal als zijn drie jaar oudere broer Gérard, een degelijke middenvelder. Het wordt opnieuw een topseizoen voor De Meer, dat andermaal kampioen speelt. Blekkenhorst vindt dat Van Gaal de kwaliteiten heeft voor Ajax. Van Gaal zelf droomt ervan om daarheen te kunnen. Op 2 juni 1971 bekijkt hij op tv samen met Maarten Spanjer en nog wat vrienden de Europacupfinale tegen Panathinaikos. Ze zijn samengekomen in café Meerzicht, pal tegenover het Ajaxstadion. Spanjer: 'Tijdens die finale waren de lichtmasten in het stadion aan en toen zijn we met vier jongens over de hekken geklommen om uitzinnig van vreugde die eerste Europacup te vieren. 'Ik ga hier later heel grote successen beleven', riep Louis. Hij bedoelde natuurlijk als speler, maar dat is anders gelopen.' Zonder enige professionele begeleiding of intensieve training beschikt Van Gaal over voldoende basiskwaliteiten om als twintigjarige de overstap naar Ajax te maken. Naast een B-contract krijgt hij een nieuwe Fiat 127 en 250 gulden per punt. Op die manier kan hij gemakkelijk zijn opleiding aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding bekostigen. Van Gaal treft het niet dat Ajax in het seizoen 1971/72 over een ploeg beschikt die alle internationale en nationale prijzen zal winnen. Daardoor speelt hij zijn wedstrijden in het tweede. Slechts één keer mag Van Gaal opdraven in Ajax 1. Op 3 april 1973 neemt hij tijdens een oefenduel op Anderlecht de plek in van Johan Cruijff, die slechts mee naar Brussel reist om de aftrap te geven. Er komen 18.000 toeschouwers naar het Astridpark, voor zoveel mensen speelde Van Gaal nog nooit. Hij maakt de negentig minuten vol en zorgt met een assist op Johnny Rep ervoor dat Ajax in de slotfase met 2-2 gelijkspeelt. Zelf beschouwt hij het als 'een hele prestatie, dat ik een keer in de plaats van Cruijff mocht meedoen in een vriendschappelijke wedstrijd', zo vertelt Van Gaal later. Zijn prestatie valt op bij de scouts van Antwerp en dat streelt hem. Hij staat dan op een kruispunt in zijn leven. Van Gaal, controlefreak als hij is, heeft een duidelijk plan over zijn toekomst. Begin mei tekent hij bij Antwerp een profcontract. In juni sluit hij zijn ALO-opleiding succesvol af en op 4 juli trouwt hij met zijn jeugdliefde Fernanda Obbes. De twee hebben elkaar drie jaar eerder leren kennen op de katholieke sociëteit Bacchus van de Martelaren van Gorcumkerk. Samen betrekken ze een flatje in Deurne, vlak bij de Bosuil. Zijn Belgische avontuur verloopt vaak stroef. Van Gaal is de vijfde buitenlander en doordat er maar drie speelgerechtigd zijn, zit hij vaak op de bank. Zijn debuut komt op 7 januari 1974 in de topper tegen landskampioen Club Brugge. Van Gaal speelt volgens de pers een schitterende wedstrijd en heeft met twee assists een belangrijk aandeel in de 0-4-overwinning. Antwerp eindigt als runner-up achter Anderlecht en stuit in het UEFA Cuptoernooi op Ajax. Opnieuw is er voor Van Gaal geen plek in het team en dat voelt ditmaal als extra pijnlijk. Hij bijt van zich af: 'Ik ben niet naar België gekomen om op dat bankje te zitten. Ik ben de beste van de buitenlanders en hoor een vaste plaats in het elftal te hebben.' De spelmaker op het middenveld raakt in conflict met zijn trainer Guy Thys. Hij vertelt hem: 'Ik kan alles met de bal.' Thys antwoordt: 'Dat weet ik, Louis, je hebt hem alleen nooit.' Van Gaal wordt er moedeloos van. Hoogtepunten zijn schaars. Zoals de Europese wedstrijd tegen Aston Villa (4-1). Van Gaal is de absolute uitblinker en de Engelse pers vergelijkt hem zelfs met Franz Beckenbauer. Maar vier dagen later is het Beveren-Antwerp en zit Van Gaal weer langs de kant om te zien hoe zijn ploeg met 5-0 verliest. Tegen zijn trainer zegt hij: 'Ik begin te denken dat mijn vrouw meer verstand van voetbal heeft dan u.' Het leven als prof staat hem steeds meer tegen. 'Het is een leeg bestaan', vindt Van Gaal. 'Zwart geld is leuk, maar wat moet je ermee?' Aan zijn avontuur in Antwerpen houdt hij een 'afschuwelijk gevoel' over. 'Tien wedstrijden per jaar spelen en dan je zakken vullen is iets waar ik niet mee kan leven.' Antwerp wil hem medio 1977 uitlenen aan La Louvière. In eerste instantie heeft Van Gaal daar wel oren naar, maar het loopt anders. Hij kan een baan krijgen als gymnastiekleraar op de school Don Bosco-LTS, vlak bij zijn geboortehuis in Amsterdam-Oost. Dat kan hij perfect combineren met een contract als semiprof bij Telstar, dat hem wil huren. Drie uur voordat hij in La Louvière zal gaan tekenen, meldt Van Gaal zich af. Als docent verdient Van Gaal amper de helft van wat hij bij Antwerp kreeg. Hij krijgt er te maken met jongens van 'de gestampte pot', zoals Van Gaal het zelf noemt, probleemjongeren. De huidige tv-commentator Leo Driessen wordt zijn collega op Don Bosco. 'Louis was een bijzonder prettige collega en ongelofelijk populair bij de leerlingen', vertelt Driessen. 'Hij stond voor zijn jongens en kwam voor ze op. Ik zeg altijd: geen gemakkelijker mens dan Louis, je weet waar je aan toe bent en dat je altijd scherp moet zijn.' Van Gaal en zijn vrouw vinden een nieuwbouwhuis in Avenhorn. Hij gaat de cursus Oefenmeester B volgen. In september 1977 verschijnt er voor het eerst een interview met hem in Voetbal International. De nieuwe speler van Telstar maakt zich weinig illusies over het nieuwe seizoen. De club staat na zeven wedstrijden puntloos onderaan en bovendien: 'Wie kent mij nou? Niemand toch?' Na de onvermijdelijke degradatie van Telstar ontstaat er opmerkelijk veel belangstelling voor Van Gaal, die in korte tijd negen kilo is afgevallen. Uiteindelijk belandt hij bij Sparta. Van Gaal aardt aanvankelijk maar moeizaam op Spangen. De ploeg draait niet en volgens keeper Pim Doesburg gaat het spel grotendeels aan hem voorbij. 'Tot nu toe redt Van Gaal het niet', zegt hij in VI. 'Hij beweegt zich in het tempo van amateurniveau. We hebben nog niets aan hem gehad.' Dat laat Van Gaal zich natuurlijk niet zeggen: 'Ik vind het onfatsoenlijk wat hij doet. Zoiets zeg je toch niet over een medespeler? Ik heb het er eerlijk gezegd behoorlijk moeilijk mee gehad.' Na twee jaar wil Van Gaal eigenlijk weg bij Sparta. Het bestuur laat in zijn ogen geen gelegenheid onbenut om hem te bekritiseren. 'Ik heb er mijn buik vol van en ben gelukkig als dit hoofdstuk binnenkort is afgesloten', zegt hij in maart 1980. Hij maakt dagen van minstens twaalf uur. 's Ochtends tegen zevenen gaat hij van huis om te werken in Amsterdam, te trainen in Rotterdam en tussendoor ook nog de trainerscursus te volgen. Het zware leven eist zijn tol. Tot drie keer toe rijdt hij zijn auto total loss, onder meer doordat hij achter het stuur in slaap is gevallen. De onvoorwaardelijke steun die Van Gaal later als trainer van zijn spelers eist, kan hij zelf maar moeilijk opbrengen. De nieuwe trainer Barry Hughes is minstens de derde die zijn toorn wekt wegens een vermeend gebrek aan kennis. Als Van Gaal op de bank belandt, weigert hij mee te spelen met het tweede elftal. Daarmee ondermijnt hij het gezag van Hughes, zeker bij zijn jonge ploeggenoot René van der Gijp. Als Hughes hem opdraagt aan de warming-up te beginnen, gaat Van der Gijp op de kachel zitten. Provoceren hoort bij Van Gaal. Nadat hij in een vriendschappelijke wedstrijd geel heeft gekregen, zegt hij tegen de scheidsrechter: 'Als je me nu ook nog rood geeft, kom je in de krant.' En zo geschiedt. Hij profileert zich steeds nadrukkelijker en erkent dat hij zich soms oppept om pittige uitspraken te doen. 'Dan kun je hard vallen, maar dat risico neem ik bewust.' In een interview met Het Vrije Volk grist hij de blocnote uit de handen van de verslaggever. Want: 'Het wordt natuurlijk weer een puur negatief verhaal met in de kop zoiets als: Barry Hughes is een egotripper?' Van Gaal wil zelf kunnen bepalen welke kop er boven het stuk komt, waarna hij weer spraakmakende teksten aanlevert, zoals: 'Hughes kletst uit zijn nekharen.' Zo gaat het weken door, de koude oorlog tussen trainer en speler. Hughes: 'Van Gaal moet niet denken dat hij de baas is, dat ben ík nog altijd.' Van Gaal: 'Hij voelt zich kennelijk door mij bedreigd. Inderdaad, ik ben geen gemakkelijk heerschap. Ik ben tamelijk eigengereid en neem geen blad voor de mond. Zoiets mag natuurlijk nooit een reden zijn om een speler uit het elftal te verwijderen. Hoe een voetballer als mens in elkaar steekt, mag geen rol spelen.' Met Hughes sluit hij ten slotte een gewapende vrede. De trainer benoemt hem in het nieuwe seizoen, 1982/83, zelfs tot aanvoerder en Sparta draait als een trein. Als dertiger beleeft Van Gaal zijn beste voetbaljaren. Hij geeft in woord en gebaar leiding aan het jonge Sparta, dat onder de nieuwe trainer Bert Jacobs de derde ronde van de UEFA Cup haalt. Daarin is Spartak Moskou na een 1-1 op Spangen met 2-0 te sterk, mede dankzij een gemiste strafschop van Van Gaal. De waardering voor zijn spel is niettemin groot. In de verkiezing van Voetballer van het Jaar eindigt hij samen met Danny Blind als tweede, net na Johan Cruijff, die Feyenoord in 1984 naar de landstitel leidt. Van Gaal is nu transfervrij en krijgt aanbiedingen van Roda JC, Fortuna Sittard, Groningen, Haarlem en Volendam. Maar Sparta doet hem de toezegging dat hij over twee jaar deel gaat uitmaken van de trainersstaf. Daar ligt zijn toekomst, dus blijft hij in Rotterdam. Van Gaal kan terugkijken op een succesvolle periode bij Sparta, dat acht jaar lang bijna structureel meedraait in de subtop. Hij komt tot 249 competitiewedstrijden en behoort daarmee tot de eeuwige top tien van de club. Maar in zijn laatste seizoen volgen de teleurstellingen elkaar snel op. Wanneer Sparta uitgerekend in De Meer met 9-0 verliest van Ajax en zijn leerlingen op Don Bosco hem de volgende ochtend lachend goedemorgen wensen, besluit Van Gaal dat het tijd wordt om te stoppen. Een nieuw bestaan lonkt. 'Ik wil het trainersvak in', verklaart hij. Maar in mei 1986 wordt hij tot zijn enorme teleurstelling niet toegelaten tot de cursus Coach Betaald Voetbal. Een rol als assistent-trainer van Sparta kan hij ook vergeten, omdat de teruggekeerde Barry Hughes dat niet wil. De oplossing komt uit Alkmaar. Han Berger wil hem als speler en assistent-coach naar AZ halen, een keuze die rampzalig uitpakt. 'Ik speelde als een krant en het was min of meer mijn schuld dat Berger toen werd ontslagen', vindt Van Gaal. Op 30 november 1986 speelt hij zijn laatste wedstrijd, thuis tegen PEC Zwolle. Berger wordt opgevolgd door Hans Eijkenbroek, maar wanneer die op zijn eerste werkdag met gezondheidsproblemen te kampen krijgt, neemt Van Gaal het van hem over en begint hij ongediplomeerd aan zijn trainersloopbaan.Door Frans van den Nieuwenhof