Het schijnt dat de beste middenvelders een geheugen hebben als een computer. Een buitengewone kwaliteit om met één oogopslag een mentale foto van het veld te nemen en een onberekenbaar aantal combinaties uit het hoofd te leren. Als belichaming van zo'n organisatorisch brein heeft Xabi Alonso natuurlijk een groot aantal matchen op zijn harde schijf gebrand. Maar hoewel de Bask een hoofdrol speelde in het supersonische Real Madrid van José Mourinho en het eindeloos rondtikkende Bayern van Pep Guardiola, vindt hij dat geen enkele ploeg tot aan de enkels reikt van La Roja dat in 2012 Europees kampioen werd. 'Dat is de beste ploeg die ik in heel mijn leven heb zien spelen', vertelde hij aan El País. Samen met Xavi en Sergio Busquets vormde hij een driemansmiddenveld dat met enkele baltoetsen het ganse wereldvoetbal kon domineren.
...

Het schijnt dat de beste middenvelders een geheugen hebben als een computer. Een buitengewone kwaliteit om met één oogopslag een mentale foto van het veld te nemen en een onberekenbaar aantal combinaties uit het hoofd te leren. Als belichaming van zo'n organisatorisch brein heeft Xabi Alonso natuurlijk een groot aantal matchen op zijn harde schijf gebrand. Maar hoewel de Bask een hoofdrol speelde in het supersonische Real Madrid van José Mourinho en het eindeloos rondtikkende Bayern van Pep Guardiola, vindt hij dat geen enkele ploeg tot aan de enkels reikt van La Roja dat in 2012 Europees kampioen werd. 'Dat is de beste ploeg die ik in heel mijn leven heb zien spelen', vertelde hij aan El País. Samen met Xavi en Sergio Busquets vormde hij een driemansmiddenveld dat met enkele baltoetsen het ganse wereldvoetbal kon domineren. Negen jaar na dat EK in Polen en Oekraïne moet Sergio Busquets zich eenzaam voelen wanneer hij terugdenkt aan dat verleden. Samen met zijn Barçaploegmaat Jordi Alba is de centrocampista de enig overgebleven held van 2012. Sinds hij Europa veroverde, heeft Busi de generatie van Isco zien passeren, die de beloften qua opvolging niet kon waarmaken. Maar nu ziet hij in het Spaanse shirt een nieuwe golf, die het verleden zou kunnen doen herleven. In de lijst van 24 namen die Luis Enrique opriep voor het EK, zijn er maar acht die vijftien caps of meer hebben. En slechts twee hebben de kaap van vijftig caps gerond. Het is een van de verrassende statistieken van een nationale ploeg die op haar manier zorgt voor een regimewissel en haar stempel op de geschiedenis wil drukken. Zo is Sergio Ramos, die sinds begin 2021 geplaagd wordt door blessures, dé grote afwezige in een Selección die voor het eerst naar een groot toernooi trekt zonder een speler van Real Madrid. FC Barcelona en Real Madrid waren de voetbalmeesters van het begin van de jaren 2010 en hun dominantie straalde af op La Roja. Zo leverden beide clubs samen meer dan de helft van de 23 spelers op het gewonnen WK van 2010 en het EK van 2012 waar de Europese titel verlengd werd. In 2014 waren dat er nog tien, dat aantal zakte nog in 2016, maar steeg opnieuw tot tien op het WK in Rusland. Dat ging wel gepaard met een veroudering van enkele sleutelspelers. Tussen 2008 en 2018 steeg de gemiddelde leeftijd almaar, van 25,9 tot 28 jaar op het WK van 2018, waar Spanje frisheid leek te ontberen. Terwijl de polemieken tussen beide clubs niet verminderd zijn - getuige daarvan de Madrileense woede na de bekendmaking door Enrique van zijn selectie - volgde het Spaanse voetbal niet dezelfde curve. Toen de rivaliteit op haar ergst was, na de komst van Mourinho naar Madrid en zijn oorlogsverklaring aan het Barça van Guardiola, moest bondscoach Vicente del Bosque vooral rust brengen in een kleedkamer die gedomineerd werd door twee ploegen die elkaar het hele jaar door haatten. Maar dat duel, belichaamd door 'vijandelijke broederpaar' Sergio Ramos en Gérard Piqué centraal in de verdediging, behoort eigenlijk tot een vorige periode. Want de groten van Spanje zijn niet meer de groten van Europa en bovendien kun je de Spanjaarden die bij de laatste grote successen van Barça of Real betrokken waren, op één hand tellen. Van de Spaanse alomtegenwoordigheid in het elftal van Guardiola dat in 2011 op Wembley de Champions League won tegen Manchester United met zeven lokale spelers aan de aftrap, was enkele jaren later weinig over. Toen Barça in 2015 opnieuw de Europese kroon pakte, stonden er in de ploeg van Luis Enrique maar vier Spanjaarden meer. Een jaar later behaalde Real zijn eerste van drie opeenvolgende Europese titels onder Zinédine Zidane met alleen Sergio Ramos en Dani Carvajal als vertegenwoordigers van La Roja bij de Koninklijke. Vooral de offensieve sector, bezet door buitenlandse talenten, weerspiegelde een nationale ploeg die wanhopig op zoek was naar een opvolger voor David Villa. Spanje naturaliseerde tevergeefs Diego Costa vooraleer de aanval werd toevertrouwd aan Alvaro Morata, die nooit een wereldtopper werd. Uiteindelijk doofde La Roja uit samen met Andrés Iniesta, die nog aanwezig was op het WK 2018 vooraleer hij de gouden periode van het Spaanse voetbal afsloot. In de lijst van 24 spelers die Enrique opriep, zitten er slechts drie die het shirt gedragen hebben van één van de grote twee van het Iberisch voetbal. Dat is minder dan het aantal opgeroepenen van Manchester City... Er zit een nieuwsoortig evenwicht in de kern, met evenveel spelers (tien) uit de Premier League als uit La Liga. Het bewijs van de verschoven macht in Europa, die na een lange Spaanse hegemonie in Engelse handen is overgegaan. La Liga was minder competitief dan ooit dit seizoen, met de grote clubs in crisis en een titel die behaald werd met 'slechts' 86 punten (het minste voor een kampioen sinds 2007). De Spaanse topclubs zoeken een tweede adem na de dominantie van de jaren 2010 en dat heeft natuurlijk zijn weerslag op de nationale ploeg. De Primera División vertraagt mee met haar leidende clubs en kan geen voldoende spelers meer leveren om de ruggengraat van de Selección te vormen. De Madrilenen klagen er dan wel over dat geen enkele van hun spelers is opgeroepen door Luis Enrique, maar als we naar de Spanjaarden kijken op de website Transfermarkt, dan blijkt dat er tussen de duurste tien geen enkele zit die het shirt van La Casa Blanca draagt. Carvajal, die de dertig nadert en geblesseerd is, staat op plaats dertien in dat klassement. Er staan trouwens maar drie madridistas in de top vijftig (ook nog Asensio op plaats 23 en Isco op plaats 39). Barcelona van zijn kant doet amper beter, met twee vertegenwoordigers in de top tien (onder wie wonderboy Ansu Fati, die geblesseerd moet afhaken voor het EK) en vier in de top vijftig. Dat toont dat er bij de twee tenoren van La Liga steeds minder plaats is voor de beste Spaanse spelers. Ook Luis Enrique kan dat alleen maar vaststellen en dus is hij genoodzaakt om het talent elders te halen. Het is een intense zoektocht: de balans eind 2020 gaf aan dat er in 14 wedstrijden 51 verschillende spelers werden opgesteld in de hoop de goede formule te vinden. De ex-coach van Barcelona noemt het glas liever halfvol en verklaarde onlangs dat 'het in onzekere tijden een troef is om niet van één speler afhankelijk te zijn'. Maar de waarheid is dat het ontbreken van een stevige verticale as Spanje afremt - ondanks een spectaculaire 6-0-zege tegen Duitsland in de Nations League, die eigenlijk de problemen maskeerden die Spanje heeft als het tegen een laag blok speelt. Het gevolg van die uitgebreide zoektocht is dat de selectie die Lucho aan de UEFA overmaakte, echt op een mozaïek gelijkt. Ze telt slechts zes spelers die de verloren strafschoppenserie tegen Rusland op het WK 2018 meemaakten en zeventien verschillende clubs zijn erin vertegenwoordigd, uit de vijf grote Europese competities. Het zorgt voor een unieke mengelmoes van culturen in een Spaans voetbal dat altijd nogal erg op zichzelf gericht was. Een typeploeg vooropstellen is onbegonnen werk. Luis Enrique zoekt nog naar de formule die optimaal het talent benut van Mikel Oyarzabal, Dani Olmo of Ferran Torres, en niet te vergeten de vernietigende rushes van Adama Traoré. Het is het verhaal van een ploeg waarin iedereen waardevol is maar niemand een vaste waarde. Het recept bleek te werken in de Champions League dit seizoen, maar zo'n clubcompetitie is als een marathon, terwijl een EK eerder een sprint is. Daarin is niet zozeer de uithouding maar wel de topsnelheid belangrijk. En in de race van de beste Europese spelers bevindt zich geen enkele Spanjaard in de kopgroep.