Het spelershotel van de Rode Duivels, vrijdag kort na de middag, een paar uur voor de kwartfinale tegen Brazilië. Dat is de plaats van afspraak, in de lobby. Hoe sterk de status van de Belgen is gestegen, zien we aan de drukte buiten. Russische jongeren troepen buiten samen, en scanderen namen van de paar Belgische spelers die zich even voor de ramen laten zien. Lukaku! Witsel! Chadli! Binnen moet Thierry Henry voortdurend op de foto, met Russen of gasten van de Ramada. Belgen zijn wereldsterren. En dan moest Brazilië nog voor de bijl.
...

Het spelershotel van de Rode Duivels, vrijdag kort na de middag, een paar uur voor de kwartfinale tegen Brazilië. Dat is de plaats van afspraak, in de lobby. Hoe sterk de status van de Belgen is gestegen, zien we aan de drukte buiten. Russische jongeren troepen buiten samen, en scanderen namen van de paar Belgische spelers die zich even voor de ramen laten zien. Lukaku! Witsel! Chadli! Binnen moet Thierry Henry voortdurend op de foto, met Russen of gasten van de Ramada. Belgen zijn wereldsterren. En dan moest Brazilië nog voor de bijl. Dit is voor Bart Verhaeghe zijn eerste WK als ondervoorzitter van de Belgische voetbalbond en delegatieleider. Zijn indrukken? Verhaeghe: 'De organisatie is uitmuntend, zoals we dat gewoon zijn bij de FIFA en de UEFA. Alles verloopt professioneel, alleen loopt er soms misschien té veel volk waar dat niet nodig is. Rond de elftallen zou het wat serener kunnen verlopen, er hangen te veel mensen vanuit de organisatie rond de teams. Dat creëert niet de rust die nodig is om geconcentreerd binnen te komen, je opwarming te doen en klaar te zijn voor de match.'Hebben jullie veel tijd voor overleg met andere landen? BartVerhaeghe: 'Ook dat zou misschien op een andere manier kunnen verlopen. Op clubniveau nodig je mekaar uit, en leg je contacten die verder gaan dan de wedstrijd, als ploegen dat willen. Hier gebeurt dat niet altijd. Van Tunesië hebben we niemand gezien. De Panamese delegatie was dan weer zo groot dat wij ons er bijna in verloren. En de Japanners kenden we al, binnen hun federatie zien we continuïteit. 'Er moet van mij geen formeel diner zijn, maar twee uur voor de wedstrijd een ruimte voorzien waar de twee federaties mekaar een uurtje kunnen spreken, kan interessant zijn. We gaan straks op zoek naar de Brazilianen, want ik ben wel benieuwd om met hen eens een gesprek te hebben, maar je moet dat initiatief wel zelf nemen.' Hoeveel mensen zijn hier de voorbije maand op jullie afgestapt met de vraag wat het geheim van het succes is? En wat heb je hen geantwoord? Verhaeghe: 'Heel veel. Ik denk dat ons land een mengelmoes is geworden van heel veel rassen, zoals dat ook is met Zwitserland en Frankrijk. Dat maakt de ploeg speciaal. Vaak zijn het ook jongens die hun droom nastreven, waarbij voetbal iets is waarmee ze in het leven vooruit konden gaan. Die kans grijpen ze dan ook. Het is de American dream op Belgisch niveau. Ze kennen elkaar al lang en het momentum hier is er gekomen omdat ervaring en maturiteit samenvloeien. 'Stilaan zit er ook visie en structuur achter dat alles. Want nu moeten we vooral niet gaan beweren: 'Kijk eens, we hadden de visie en de structuur en zie eens wat er is uitgekomen.' Het zou onjuist zijn om dat te stellen. Wat wél juist is: we zijn de visie en de structuur aan het installeren op basis van het succes dat er is. We hebben de kwaliteiten van de spelers en de sportieve resultaten van het team aangegrepen om er een duurzame voetbalvisie voor te ontwikkelen. Om ervoor te zorgen dat deze generatie, die een katalysator is voor ons Belgisch voetbal, opvolging krijgt op lange termijn. Dat doe je door een professioneel plan op te maken. Bijvoorbeeld door de beste kandidaten te selecteren om je visie te implementeren. Zoals met Roberto Martínez, Graeme Jones, Thierry Henry en Richard Evans. Niet noodzakelijk Belgen dus. Want ik wist: als we verder doen met Wilmots II , bij wijze van spreken, blijven we hangen in een typisch Belgisch verhaal: als coach uit eigen land ben je sowieso té gevoelig voor kritiek, je kan daar niet zo makkelijk afstand van nemen. Dat is het grote voordeel van een buitenlandse coach. Die gaat op een andere manier om met de druk van het land waarvoor hij werkt. 'Bovendien wilde ik het Belgisch voetbal naar een hoger niveau trekken door er op een wetenschappelijke manier mee om te gaan. En daar was de huidige staf in onze ogen uitermate geschikt voor. Niet dat we die in België niet hebben, integendeel, maar die krijgen dat moeilijker verkocht. Maar laat ons niet vergeten: zonder zo'n goeie generatie voetballers kregen we allicht niet de mogelijkheid om te kiezen uit zoveel goeie buitenlandse coaches. Op de shortlist van twee jaar geleden stonden trouwens alleen maar buitenlanders. Ik kan het wat vergelijken met Club Brugge. De eerste keer dat we een trainer zochten, moesten we zelf bellen. Mocht ik nu van trainer veranderen, zullen ze hun weg naar ons wel vinden.' U koos niet voor de grootste naam op die shortlist. Verhaeghe: 'Neen, bewust. We hebben niet gekozen voor iemand die het al had bewezen, maar voor een hongerige wolf, die wist wat professioneel zijn is. Zijn carrière hing ervan af, de onze ook. En héél ons voetbal moest door hem naar een hoger niveau worden getild. Want niet alleen de Rode Duivels zitten in zijn takenpakket. Hij moet een sportieve lijn uittekenen voor àl onze nationale elftallen. Het moest dus iemand zijn met ambitie, met goesting om álle dagen hard te werken. We wilden niet iemand die enkel komt als er wedstrijden zijn. In België wonen, voetbal eten en drinken, gepassioneerd zijn, vlot bereikbaar zijn... Bij mijn clubcoach is dat juist hetzelfde. ' Chris Van Puyvelde en Roberto mochten samen de beste mensen kiezen, van kine tot dokter, zelfs de kok. Binnen een bepaald budget kreeg hij de vrijheid om voor de professionele omkadering te zorgen die onze Duivels gewoon zijn bij hun club, en dus ook verwachten binnen het nationale team. Het resultaat is een mix van zijn mensen en de onze. Wij zijn geen controlefreaks, iedereen is beslagen, professioneel in zijn vak en krijgt daar een grote verantwoordelijkheid in. Als Jan Vertonghen dan zegt: 'Ik ben geen enkele dag niet graag gaan eten.' Geloof me: dat is een kunst, want zeven weken sporteten, dat is eigenlijk niet zo leuk. Maar het was wel met smaak voorbereid. Dan zeg ik: knap gedaan van het keukenteam. 'Hetzelfde met de materiaalmensen, de kinesisten, noem maar op. Iedereen verdient hier een medaille. Iedereen krijgt verantwoordelijkheid en pákt die ook. We zijn allemaal mensen en hebben allemaal onze zwakke punten. Maar als die ketting strak blijft en iedereen helpt iedereen, kunnen we ver komen. Alles moet bespreekbaar zijn. Alleen maar klagen heeft geen zin. Bij een probleem moet je ook denken aan de oplossing. Dat is wat we verwachten van ons elftal en het team errond: heb je een idee? Heb je iets op de markt gezien wat misschien nog beter is? Zeg het, onderzoek het. We mogen niet stilstaan. We moeten vooruit en dus moeten we blijven kijken hoe we onszelf nog beter en sterker kunnen maken. Gisteren in mijn bed dacht ik: al die inspanningen voor uiteindelijk relatief weinig wedstrijden... Heel dat circus voor in het beste geval zeven matchen. Dat zijn er zelfs minder dan de play-offs. En dan moeten we weer twee jaar wachten op de volgende keer. Maar als je ziet wat voetbal voor je land teweegbrengt, besef je dat het om veel meer draait dan die zeven wedstrijden.' Hebt u Roberto Martínez in de loop van de afgelopen twee jaar zien veranderen? Verhaeghe: 'Absoluut, hij past zich telkens aan aan de laatste ontwikkelingen in het voetbal. Iedereen moet dat doen. Het conservatisme binnen het voetbal is soms zo groot. 'Het individu wint', die mentaliteit. Neen, het team op en rond het veld wint. 'Het belang van de coach.' Ja, maar: die heeft ook een heel team rond zich. 'Roberto is daarin zeker geëvolueerd, hij heeft vertrouwen gegeven en respect teruggekregen. We zijn geëvolueerd in digitalisering, scouting, begeleiding van spelers op conditioneel vlak. En dat werpt vruchten af: een aantal van onze spelers heeft minder gespeeld in hun clubs, maar we hebben ze toch wedstrijdfit gekregen. Fellaini, Chadli, Meunier zijn hier zelfs beslissend geweest, alle pluimen aan Richard Evans daarvoor. Carrasco heeft zich in China extra laten begeleiden door Lieven Maesschalck. Hier zijn zoveel verhalen samengekomen, je merkt dat iedereen er extra hard voor gaat. Knap werk. En gelukkig kan dat met de moderne technologie van vandaag veel beter. Tijdens de rust van de wedstrijd tegen Japan kon men de spelers duidelijk aangeven: 'Dáár ligt het gat, dáár moet je lopen.' Iets visueel aantonen is zoveel sterker dan wat op het bord tekenen.' Het had na Japan ook gedaan kunnen zijn.... Verhaeghe: 'Dat is altijd zo op een tornooi. Maar ik heb tegen Japan de film van twee jaar werk zien passeren, en dus bleef ik overtuigd dat het goed zou komen. Die wedstrijd sterkt ons nog meer om nóg harder ons best te doen, zeker in de omkadering van het elftal. Wat je uiteindelijk probeert, is om het risico maximaal te reduceren. Elke investering die we doen, is er eentje die weloverwogen is. Vooraleer je geld uitgeeft moet je goed nadenken. Bij de aankoop van een nieuw datasysteem bestuderen we de verschillende opties grondig. Maar zelfs na de uiteindelijke aankoop moet je je man wakker houden en zeggen: ga in september maar opnieuw rondkijken, want er zal weer iets nieuws op de markt komen. Zo moet élke medewerker in zijn of haar gebied telkens gaan voor verbetering. Dat is een continu proces, je mag nooit op je lauweren rusten. Mee zijn met de meest moderne technieken en omkadering is belangrijk voor een duurzaam effect.' Is een van de grootste kwaliteiten van je coach niet het managen van dat grote team? Verhaeghe: 'Roberto beantwoordt op veel vlakken aan het profiel van een moderne voetbalmanager. Hij heeft het grote voordeel dat hij zich kan verplaatsen in de situatie van de ander en weet hoe die denkt. Daardoor vraagt hij realistische dingen van zijn team. Hij geeft en vertrouwt, en wie een fout maakt, neemt hij in bescherming. Daardoor gaat iedereen door dat vuur, iedereen gaat voor die extra mile. Hij heeft een heel open communicatie, ook met spelers. Je mag mee aan tafel, als je iets te vertellen hebt. Heb je een beter idee? Hij pakt het mee en bedankt je. De spelers zijn hem daar zeer erkentelijk voor. Meunier, Fellaini, Chadli... Ze doen weer mee en dit traject kan belangrijk zijn voor hun carrière. Marouane heeft bijgetekend, Chadli staat voor een belangrijke keuze... Daar hebben we ook wat geluk in, dat er spelers zijn met drive die het momentum kunnen grijpen, ook in hun carrière.' De Engelse pers bleef nochtans lang voorbehoud maken bij de keuze voor Martínez... Verhaeghe: 'Ik heb dat ginds niet meegemaakt. Kijk, Roberto is iemand die de werking en de prestaties van zijn team vooropstelt en niet bezig is met zijn eigen succes. Dat hij er na winst goed uitkomt, is het gevolg van die winst. De resultaten moeten spreken. Het is een Catalaan, een beetje koppig, ook in discussies. Maar hij argumenteert met cijfers en feiten, en met rationele koppigheid heb ik geen probleem. Fouten toegeven kan hij ook, dan komt hij achteraf zeggen: you were right. Een hoffelijke man. Ook met Chris Van Puyvelde en Mehdi Bayat, die samen met Roberto en mij de technische commissie vormen van de KBVB, klikt het zeer goed. Ik ben hen alle drie enorm dankbaar voor de professionele en aangename samenwerking.' Zijn er de voorbije twee jaar momenten geweest dat u aan hem twijfelde? Verhaeghe: 'Nooit aan hem, maar ik had wel twijfels na de oefenmatch tegen Portugal. Omdat ik dat niet goed vond, hadden we nadien een lang gesprek. Toen heeft hij me gerustgesteld, mét argumenten. De jongens hadden hard getraind, het was dé gelegenheid om zaken uit te proberen, en Portugal stond al een stap verder. Door zijn uitleg begreep ik de teleurstellende 0-0 beter.' Had u ook eerder al geen twijfels, na de oefenduels tegen Mexico en Japan? Verhaeghe: 'Neen, omdat ik wist - bij Club Brugge volgen wij de Mexicaanse competitie zeer goed - dat die ploeg zeer sterk was. Mexico heeft tegen Brazilië kansen gekregen, maar had niet de maturiteit om ze af te maken. Daarom geloof ik nu - nog voor straks de match tegen Brazilië moet worden gespeeld - in onze kwalificatiekansen. Die maturiteit hebben wij wél. Wij maken de kansen die we krijgen, wél af. Mexico is beginnen trappen vanaf dertig, veertig meter, die ruimte gaan wij beter benutten.' In die najaarsperiode werd Michel Preud'homme voortdurend in verband gebracht met de opvolging van Martínez. Was het voor u vervelend dat uw naam daarmee werd geassocieerd? Verhaeghe: 'Dat is nu eenmaal het voetbal. De afspraken waren helder. Het contract van Roberto liep over twee jaar en we hebben gezegd dat we zouden evalueren na het tornooi. Maar je moet ook denken aan de federatie en haar belang. Hij was zelf vragende partij, zijn werk was nog niet af. Vanuit de bond vonden we het correct en respectvol om de coach de autoriteit te geven voor de toekomst. Wél aan dezelfde voorwaarden als voor het WK. Het was wachten op het juiste momentum om het nieuws in alle rust te brengen, net voor de stage in Tubeke, net voor de bekendmaking van de selectie. Straks haken een aantal jongens af, maar 2020 is ons volgende verhaal. Alles wat we doen, is ook in functie daarvan. We zijn dus hoffelijk geweest richting Roberto om hem het nodige vertrouwen te geven voor dat volgende doel. Tegelijk weten we dat ook hij een gentleman is en dat hij ook dat respect voor ons zal tonen naar de toekomst toe. Ik hoop dus dat hij blijft en dat hij het Belgisch voetbal nóg meer kan uitdragen in het buitenland.' Is dat de taak van een bondscoach? Verhaeghe: 'Hij is het gezicht, de chef d'équipe. De eerste minister neemt ook het ambassadeurschap van zijn land waar. Roberto kan dat geloofwaardig doen, omdat hij diverse voetbalstijlen kent en ons daardoor goed kan kaderen.' Is het niet vreemd dat een buitenlander dat moet doen? Verhaeghe: 'We hébben mensen die dat ook willen en kunnen, maar als Belg is het niet eenvoudig om om te gaan met de kritiek. Het vraagt een zeer professionele houding om je niet te laten meeslepen door de waan van de dag. Je kan niet bij elke negatieve krantenkop de neiging hebben om direct de telefoon nemen. Ik heb dat ook gehad, maar die fase ben ik voorbij. Iedereen probeert zijn job goed te doen, en momenteel is Roberto het best geplaatst om als ambassadeur de sterkte van ons voetbal uit te dragen. Wat niet belet dat ook Chris Van Puyvelde en zijn staf zich de voorbije twee jaar heel actief hebben ingezet om het Belgische voetbal uit te dragen en te promoten in het buitenland.' Deze spelers kunnen ook ambassadeurs worden. Verhaeghe: 'Ja. Als we nu strategisch verder denken: we zijn hier vandaag 23 ambassadeurs aan het creëren die de teneur kunnen zetten voor ons voetbal op een heel ander niveau dan het ooit is geweest.' Denkt u dan aan Vincent Kompany die op zijn persconferentie iedereen verblufte? Verhaeghe: 'Ik zie bij heel veel spelers dat potentieel, niet alleen bij Vincent. Er zijn er anderen die dat wellicht even goed zullen doen. Alleen kennen jullie ze nog niet op die manier, omdat ze nog moeten ontbolsteren. Er is bij veel spelers nog zoveel groeipotentieel. Dit is een geweldige groep, geloof me.' Hebt u vertrouwen in de kwaliteit van hun opvolgers? Verhaeghe: 'Ja! Als ik zie hoe sommigen hier werken, jongens die wisten dat ze niet zoveel zouden spelen, en hoe ze voetbaltechnisch mee kunnen. Niet alleen tegen Engeland, maar ook op de dagelijkse trainingen. Ook qua mentaliteit zit het goed bij die nieuwe generatie, ik merk dat er zelfs al leiders tussen zitten. Op hun manier, anders dan de ouderen. Mij zal je niet betrappen op doemdenken. Misschien kan er een dalletje volgen, maar dat kan je opvangen door te blijven innoveren in allerlei systemen voor de professionele omkadering, ook bij de clubs. Zonder opnieuw eigenwijs te willen zijn... Ik denk dat we nog veel meer kennis kunnen uitwisselen: qua voeding, scouting en data-analyse, net als op tactisch en medisch vlak. Uiteindelijk zijn we allemaal collega's van mekaar. Ik droom ervan dat Belgische coaches ook een keer uitzwermen, dat we cursussen organiseren over scouting, wedstrijdanalyse en dergelijke, zodat jonge mensen goesting krijgen om ons voetbal sterker te maken, met als resultaat dat élke club jonge, frisse geesten kan aantrekken. En dan gaan we sterker zijn dan Nederland. Onze Noorderburen hebben wel een goede basisinfrastructuur - het Belgisch voetbal wil dat ook maar botst op rechtsonzekerheid bij de overheid - maar wat innovatieve technologie betreft staan ze nog niet zo ver. Om een duurzaam professioneel beleid uit te tekenen voor het voetbal zou het trouwens niet slecht zijn om een en ander in te bedden in de licenties. Bijvoorbeeld de criteria waar de sportieve staf van een ploeg aan moet voldoen. Je mag toch wel verwachten dat je op dat niveau met professionele, gediplomeerde mensen werkt. Die criteria vastleggen komt het niveau van ons voetbal zeker ten goede.' Kan u zo de beperking van slechts 11 miljoen inwoners compenseren? Verhaeghe: 'Met Brazilië of Frankrijk moeten we ons niet vergelijken. Wél met Portugal en Nederland, die Europees kampioen zijn geworden. Dat streepje missen wij. Zwitserland, Zweden, ... die strijd moeten we aangaan. We zijn inderdaad een klein land, het is niet evident om ons te meten met de grotere naties. Maar door innovatief te zijn kan je wel ver komen. Op de FIFA-ranking leven we nu boven onze stand. Italianen, Fransen en Spanjaarden zijn het aan zichzelf verplicht om voor ons te staan, maar er zijn een aantal landen die ik absoluut voor wil blijven: Nederland, Polen, Zwitserland, Portugal... Maar continu evolueren, is lastig. Daarvoor moet je voortdurend innoveren. Dat betekent dat je uit je comfortzone moet komen, daar zetten we dan ook volop op in. Je krijgt daar al eens kritiek op, maar op zo'n moment moet je sterk genoeg staan om door te doen. 'Wat we met deze WK-campagne hebben geleerd, moeten we in sessies stoppen en gaan vertellen in de clubs, dit najaar starten we daar al mee. Het conservatisme in het voetbal, afgeschermd door mensen die schrik hebben van het nieuwe, moet eruit. Ik raad élk clubbestuur aan om congressen bij te wonen en er te luisteren naar de nieuwe evoluties. Ik heb in de hele wereld ondernomen, conservatisme zit overal. Zelfs bij de Duitsers en de Zwitsers. Van nieuwe ideeën lig je soms wakker, omdat je nadenkt. Van comfort niet. De generatie van '86 moet terecht trots blijven op haar prestaties, maar ik zie ook dat ze veel respect tonen voor de nieuwe evoluties in het voetbal, ook al staan ze er intussen ver vanaf.'