Voor de vijfde keer trokken we afgelopen zomer naar een WK voetbal. Eén keer als onafhankelijke, in 2006, bij gebrek aan een Belgisch team. De vier andere keren als 'betrokkene' en expert - of liever: ervaringsdeskundige in het verwerken van teleurstellingen. Het verhaal van de Rode Duivels op een WK was er vaak eentje van net niet. Net niet beter - of leper - dan Argentinië in 2014, net niet goed genoeg voor deelname in 2006, net niet goed genoeg (al had de scheids er nog anders over kunnen beslissen) in 2002 tegen Brazilië, en zeker niet goed genoeg om de poules te overleven in 1998 in Parijs en Bordeaux. Toen het allemaal nog echt moest beginnen, zaten we thuis al voor de buis.

Maar deze zomer, in die ene week in juli, keerde het allemaal. Eerst met nog wat geluk tegen Japan, aan de oevers van de Don in Rostov. De messen waren al gewet, het proces van bondscoach Roberto Martínez door sommigen gemaakt. Zelfs live op tv, het was een bleke RTBf-commentator die een dag na de heroïsche comeback en de mooiste counter van het tornooi via sociale media nederig zijn excuses aanbood. Op tornooien zijn journalisten emotioneel soms dichter betrokken dan ze zelf willen. Al zal je Belgen nog steeds niet zo snel in het truitje van hun land zien recht springen bij een doelpunt.

We voelden mee met de vriendelijke Japanse verslaggever die ons een paar uur eerder nog met zoveel lof had overladen, voor deze fantastische generatie Duivels die hem zoveel plezier had bezorgd. Zijn Konnichi wa (goeiedag) was gemeend, zijn lof ook. Wat verweesd zat hij na de uppercut van Chadli naar zijn scherm te staren.

Vier dagen later vlogen we naar Kazan, naar de rand van Europa. Sommigen hadden na Rostov hun geloof in de Duivels verloren. De bagage gepakt, al op de uitkijk naar een vlucht terug. Obrigado Brasil, bedankt Neymar en Coutinho, het gaat u goed verder in uw zoektocht naar nieuw goud. Een balans was al gemaakt, een afrondend WK-interview ingeblikt.

Elf Duivels en hun coach beslisten er anders over. Zeker, het had die dag ook afgelopen kunnen zijn. Brazilië stormde en dreigde vaak. Als experts in teleurstellingen hadden we dat wel verwerkt en verwoord, Wales lag nog vers in het geheugen. Maar dit keer liet de 'gouden generatie', meer dan in Frankrijk voltallig en rijker aan ervaringen dan vier jaar eerder, zich niet aftroeven. 0-2 na 31 minuten, het was voor de Brazilianen in onze buurt slikken. De Rode Duivels kreunden nog na de rust onder de druk, maar hielden stand. De internationale pers genoot ervan, de loftrompetten toeterden hard in hun koppen.

Goud pakte ze niet, deze generatie, wel brons. En eeuwige roem. En vooral heel veel geloof in eigen kunnen. Geloof dat andere sporters eerder al toonden, en het hockeyteam recent nog. Misschien brengt het sportjaar 2018 op dat vlak een kentering. Het besef dat diep geloof in eigen kunnen en een grotere mentale sterkte in de groepssporten - individueel toonden wielrenners, atleten of tennisspeelsters dat al - ons net dat tikkeltje verder kan brengen.

We believe. Wir schaffen das. Obrigado, Rode Duivels.

Voor de vijfde keer trokken we afgelopen zomer naar een WK voetbal. Eén keer als onafhankelijke, in 2006, bij gebrek aan een Belgisch team. De vier andere keren als 'betrokkene' en expert - of liever: ervaringsdeskundige in het verwerken van teleurstellingen. Het verhaal van de Rode Duivels op een WK was er vaak eentje van net niet. Net niet beter - of leper - dan Argentinië in 2014, net niet goed genoeg voor deelname in 2006, net niet goed genoeg (al had de scheids er nog anders over kunnen beslissen) in 2002 tegen Brazilië, en zeker niet goed genoeg om de poules te overleven in 1998 in Parijs en Bordeaux. Toen het allemaal nog echt moest beginnen, zaten we thuis al voor de buis.Maar deze zomer, in die ene week in juli, keerde het allemaal. Eerst met nog wat geluk tegen Japan, aan de oevers van de Don in Rostov. De messen waren al gewet, het proces van bondscoach Roberto Martínez door sommigen gemaakt. Zelfs live op tv, het was een bleke RTBf-commentator die een dag na de heroïsche comeback en de mooiste counter van het tornooi via sociale media nederig zijn excuses aanbood. Op tornooien zijn journalisten emotioneel soms dichter betrokken dan ze zelf willen. Al zal je Belgen nog steeds niet zo snel in het truitje van hun land zien recht springen bij een doelpunt.We voelden mee met de vriendelijke Japanse verslaggever die ons een paar uur eerder nog met zoveel lof had overladen, voor deze fantastische generatie Duivels die hem zoveel plezier had bezorgd. Zijn Konnichi wa (goeiedag) was gemeend, zijn lof ook. Wat verweesd zat hij na de uppercut van Chadli naar zijn scherm te staren.Vier dagen later vlogen we naar Kazan, naar de rand van Europa. Sommigen hadden na Rostov hun geloof in de Duivels verloren. De bagage gepakt, al op de uitkijk naar een vlucht terug. Obrigado Brasil, bedankt Neymar en Coutinho, het gaat u goed verder in uw zoektocht naar nieuw goud. Een balans was al gemaakt, een afrondend WK-interview ingeblikt. Elf Duivels en hun coach beslisten er anders over. Zeker, het had die dag ook afgelopen kunnen zijn. Brazilië stormde en dreigde vaak. Als experts in teleurstellingen hadden we dat wel verwerkt en verwoord, Wales lag nog vers in het geheugen. Maar dit keer liet de 'gouden generatie', meer dan in Frankrijk voltallig en rijker aan ervaringen dan vier jaar eerder, zich niet aftroeven. 0-2 na 31 minuten, het was voor de Brazilianen in onze buurt slikken. De Rode Duivels kreunden nog na de rust onder de druk, maar hielden stand. De internationale pers genoot ervan, de loftrompetten toeterden hard in hun koppen. Goud pakte ze niet, deze generatie, wel brons. En eeuwige roem. En vooral heel veel geloof in eigen kunnen. Geloof dat andere sporters eerder al toonden, en het hockeyteam recent nog. Misschien brengt het sportjaar 2018 op dat vlak een kentering. Het besef dat diep geloof in eigen kunnen en een grotere mentale sterkte in de groepssporten - individueel toonden wielrenners, atleten of tennisspeelsters dat al - ons net dat tikkeltje verder kan brengen. We believe. Wir schaffen das. Obrigado, Rode Duivels.