Het thuisvoordeel

Michel Platini had eens een geweldig idee: laten we het EK over heel Europa organiseren ter ere van de 60ste verjaardag van het toernooi. Heel Europa, dat bekent dus van Glasgow tot Bakoe en van Sint-Petersburg tot Sevilla. Duizenden kilometers uit elkaar, maar de landen die een eigen stadion konden aanbrengen, die mochten hun groepswedstrijden in eigen huis spelen. Het was vooral in het voordeel van de toplanden, want Schotland moest ook op Wembley tegen Engeland spelen terwijl het wel een eigen stadion in Glasgow op dit EK had. Zo mocht Engeland zes van de zeven wedstrijden in Londen spelen, enkel de kwartfinale tegen Oekraïne ging door in Rome.

Je zou het bijna competitievervalsing kunnen noemen. Over het hele toernooi bekeken moesten de Engelsen slechts een retourtje Roma betalen, maar een Zwitserland, bijvoorbeeld, reisde heel Europa rond. Meer dan 17.000 kilometer moest het in het vliegtuig doorbrengen. Je ziet dat dan ook terugkomen in de overgebleven landen in de slotfase van het toernooi. Vier van de acht landen in de kwartfinale mochten al hun groepswedstrijden in eigen huis spelen en die gingen ook allemaal door naar de halve finale. Punt gemaakt.

De owngoal

Cristiano Ronaldo heeft een troostprijs gekregen met de titel van topschutter op dit EK. Vijf doelpunten (waarvan drie strafschoppen) en één assist bleken daarvoor voldoende. Al moet hij de award wel delen met Patrik Schick, een van de revelaties op dit EK.

Maar beide komen nog niet in de buurt van de eigenlijke topschutter van dit EK, de owngoal. Niet minder dan 11 keer werd de bal in het eigen netje gelegd. Dat zijn er zelfs twee meer dan in alle 15 eerdere edities samen. Hoe dat kan uitgelegd worden? Toeval.

Alle owngoals
Merih Demiral (Turkije vs Italië)
Wojciech Szczęsny (Polen vs Slovakije)
Mats Hummels (Duitsland vs Frankrijk)
Rúben Dias en Raphaël Guerreiro (beiden Portugal tegen Duitsland)
LukᨠHrádecký (Finland vs België)
Martin Dúbravka en Juraj Kucka (beiden Slovakije vs Spanje)
Pedri (Spanje vs Kroatië)
Denis Zakaria (Zwitserland vs Spanje)
Simon Kjaer (Denemarken vs Engeland)

De eindeloze wissels

Echt een trend van dit EK kan je het niet helemaal noemen, maar in sommige wedstrijden was het wel erg opvallend: de vijf wissels die iedere ploeg mag doorvoeren. U hoorde het op Sporza wel eens dat er een opmerking over maakten. Het werd te moeilijk om nog een overzicht te behouden, zeker als er ook nog eens een extra speler mocht vervangen worden in de verlengingen.

Maar het heeft zeker wel zijn nut. Na een enorm zwaar en belastend jaar, vreesde iedereen voor een erg saai EK, waarin de vermoeidheid van de spelers erg duidelijk zou worden. Het tegendeel was waar, sommige wedstrijden waren van een erg hoog niveau - Champions Leagueniveau werd vaak zelfs genoemd - en de blessures vielen ook wel mee. In totaal liepen 22 spelers een blessure op tijdens dit EK. België voerde daarin de rangschikking aan met vier.

Eden Hazard was een van de vier Belgen die zich op het EK blesseerden., Belga Image
Eden Hazard was een van de vier Belgen die zich op het EK blesseerden. © Belga Image

De wingbacks

Ieder groot toernooi heeft zo wel zijn tactisch 'modewoord'. Karl Vannieuwkerke zoekt er telkens naar en vond er eentje op EURO 2020: de wingback. U weet het wel, die spelers op de flanken die verdedigend sterk moeten zijn, ondertussen ook het middenveld moeten kunnen ondersteunen en als de bal vooraan is ook in de zestien moeten staan om voor dreiging te zorgen. Standaard de spelers die het meeste lopen in een wedstrijd.

Nieuw is het systeem niet, maar het viel dit EK wel op hoeveel wingbacks van zich lieten horen. De bekendste stonden op de linkerflank met Leonardo Spinazzola, Luke Shaw, Steven Zuber, Robin Gosens, Thorgan Hazard, Joakim Maehle, ... Enfin, u heeft het wel door, EURO 2020 betekende de doorbraak van de lopende mensen op de flanken.

De derdes

Tot slot moeten we het ook nog hebben over het aparte format van de laatste twee EK's. Met 24 deelnemende landen én een 1/8ste finales mochten er namelijk nog vier beste derdes uit de poulefase door naar de volgende ronde. België kwam daardoor uit tegen Portugal, een zware dobber voor onze Rode Duivels.

Maar het was opvallend dit jaar hoe goed ze uiteindelijk bleken te zijn in de volgende ronde. De Portugezen waren uiteindelijk de enige van het kwartet die sneuvelden in de 1/8ste finales. Oekraïne, Tsjechië en Oekraïne behaalden de kwartfinale, maar sneuvelden daar ook in. Denemarken haalde als nummer twee in de groep met slechts drie punten na drie wedstrijden nog de halve finale. Het zegt misschien veel over de groepsfase en dat we daar dus niet al te veel conclusies uit mogen trekken.

Michel Platini had eens een geweldig idee: laten we het EK over heel Europa organiseren ter ere van de 60ste verjaardag van het toernooi. Heel Europa, dat bekent dus van Glasgow tot Bakoe en van Sint-Petersburg tot Sevilla. Duizenden kilometers uit elkaar, maar de landen die een eigen stadion konden aanbrengen, die mochten hun groepswedstrijden in eigen huis spelen. Het was vooral in het voordeel van de toplanden, want Schotland moest ook op Wembley tegen Engeland spelen terwijl het wel een eigen stadion in Glasgow op dit EK had. Zo mocht Engeland zes van de zeven wedstrijden in Londen spelen, enkel de kwartfinale tegen Oekraïne ging door in Rome.Je zou het bijna competitievervalsing kunnen noemen. Over het hele toernooi bekeken moesten de Engelsen slechts een retourtje Roma betalen, maar een Zwitserland, bijvoorbeeld, reisde heel Europa rond. Meer dan 17.000 kilometer moest het in het vliegtuig doorbrengen. Je ziet dat dan ook terugkomen in de overgebleven landen in de slotfase van het toernooi. Vier van de acht landen in de kwartfinale mochten al hun groepswedstrijden in eigen huis spelen en die gingen ook allemaal door naar de halve finale. Punt gemaakt.Cristiano Ronaldo heeft een troostprijs gekregen met de titel van topschutter op dit EK. Vijf doelpunten (waarvan drie strafschoppen) en één assist bleken daarvoor voldoende. Al moet hij de award wel delen met Patrik Schick, een van de revelaties op dit EK.Maar beide komen nog niet in de buurt van de eigenlijke topschutter van dit EK, de owngoal. Niet minder dan 11 keer werd de bal in het eigen netje gelegd. Dat zijn er zelfs twee meer dan in alle 15 eerdere edities samen. Hoe dat kan uitgelegd worden? Toeval. Echt een trend van dit EK kan je het niet helemaal noemen, maar in sommige wedstrijden was het wel erg opvallend: de vijf wissels die iedere ploeg mag doorvoeren. U hoorde het op Sporza wel eens dat er een opmerking over maakten. Het werd te moeilijk om nog een overzicht te behouden, zeker als er ook nog eens een extra speler mocht vervangen worden in de verlengingen. Maar het heeft zeker wel zijn nut. Na een enorm zwaar en belastend jaar, vreesde iedereen voor een erg saai EK, waarin de vermoeidheid van de spelers erg duidelijk zou worden. Het tegendeel was waar, sommige wedstrijden waren van een erg hoog niveau - Champions Leagueniveau werd vaak zelfs genoemd - en de blessures vielen ook wel mee. In totaal liepen 22 spelers een blessure op tijdens dit EK. België voerde daarin de rangschikking aan met vier.Ieder groot toernooi heeft zo wel zijn tactisch 'modewoord'. Karl Vannieuwkerke zoekt er telkens naar en vond er eentje op EURO 2020: de wingback. U weet het wel, die spelers op de flanken die verdedigend sterk moeten zijn, ondertussen ook het middenveld moeten kunnen ondersteunen en als de bal vooraan is ook in de zestien moeten staan om voor dreiging te zorgen. Standaard de spelers die het meeste lopen in een wedstrijd.Nieuw is het systeem niet, maar het viel dit EK wel op hoeveel wingbacks van zich lieten horen. De bekendste stonden op de linkerflank met Leonardo Spinazzola, Luke Shaw, Steven Zuber, Robin Gosens, Thorgan Hazard, Joakim Maehle, ... Enfin, u heeft het wel door, EURO 2020 betekende de doorbraak van de lopende mensen op de flanken.Tot slot moeten we het ook nog hebben over het aparte format van de laatste twee EK's. Met 24 deelnemende landen én een 1/8ste finales mochten er namelijk nog vier beste derdes uit de poulefase door naar de volgende ronde. België kwam daardoor uit tegen Portugal, een zware dobber voor onze Rode Duivels. Maar het was opvallend dit jaar hoe goed ze uiteindelijk bleken te zijn in de volgende ronde. De Portugezen waren uiteindelijk de enige van het kwartet die sneuvelden in de 1/8ste finales. Oekraïne, Tsjechië en Oekraïne behaalden de kwartfinale, maar sneuvelden daar ook in. Denemarken haalde als nummer twee in de groep met slechts drie punten na drie wedstrijden nog de halve finale. Het zegt misschien veel over de groepsfase en dat we daar dus niet al te veel conclusies uit mogen trekken.