Het is voor Italië de vierde EK-finale. Enkel in 1968 in eigen land trok het aan het langste eind. De tegenstander in de eindstrijd wordt de winnaar van de andere halve finale, woensdag tussen Engeland en Denemarken.

De partij op Wembley begon aan een hoog tempo. De eerste kans was voor Italië met een schot van Barella op de paal, maar de Italiaanse middenvelder bleek achteraf wel buitenspel te staan. Spanje nam al snel het heft in handen. Oyarzabal kwam alleen voor Donnarumma, maar miste dan domweg zijn controle. Diep in de spits stond Olmo uitstekend te spelen. De buitenspeler van Leipzig kreeg van Luis Enrique voorin de voorkeur als 'valse negen' boven echte spitsen als Morata en Moreno. Ook Torres ging zijn kans, maar hij trapte naast.

Italië had het lastig, maar dreigde toch nog eens nadat Simon te ver uitkwam. Emerson tikte de bal aan hem voorbij, maar Barella kon niet afdrukken en Busquets ging er met de bal vandoor.

Man van de Match Federico Chiesa, GettyImages
Man van de Match Federico Chiesa © GettyImages

De nonchalante Simon was de onzekere factor bij La Roja. Maar Spanje was baas aan de bal en Olmo dwong Donnarumma halverwege de eerste helft tot een schitterende redding. De Italianen loerden op de tegenaanval en dreigden in het slot van de eerste helft met een bal op de lat van Emerson.

Italië neemt voorsprong

Na de pauze was de eerste kans voor Spanje. Busquets trapte op aangegeven van Oyarzabal net over. De tegenreactie van Italië kwam er met een schot van Federico Chiesa. De Spaanse dominantie was duidelijk minder na rust en op het uur liepen de manschappen van bondscoach Luis Enrique in het Italiaanse mes. Chiesa pikte een afgeslagen aanval van Immobile op en krulde de bal heerlijk tegen de netten, 1-0.

Alvaro Morata, invaller, doelpuntenmaker, miste later zijn penalty, Reuters
Alvaro Morata, invaller, doelpuntenmaker, miste later zijn penalty © Reuters

Voor Spanje kwam Oyarzabal met zijn hoofd net niet bij een voorzet van Koke. Olmo buffelde even later naast. Het spel bleef op en neer gaan en invaller Berardi stuitte tot twee keer toe op Simon. Spanje bleef aandringen en een combinatie tussen Olmo en de ingevallen Morata zorgde tien minuten voor tijd voor een prachtige en verdiende gelijkmaker, 1-1.

Spanje drong aan in het slot aan voor de winnende goal, maar het mocht niet baten. Een bal op de steunhand van Chiellini ging niet op de stip en Moreno trapte de laatste kans hoog over.

Strafschoppen

Er moest verlengd worden. In de eerste verlenging bleef Spanje kamperen voor het Italiaanse doel. Een schot van Morata werd geblokt en Donnarumma moest tussenkomen op een voorzet van Moreno. Italië toonde zich in de tweede verlenging. Een goal van Berardi werd afgekeurd voor buitenspel. Gescoord werd er niet meer. De beslissing viel in een strafschoppenreeks. Daarin misten Olmo en de eerder fel bekritiseerde Morata voor Spanje, voor Italië kon enkel Locatelli niet scoren. Jorginho trapte de winnende elfmeter tegen de touwen.

Federico Chiesa, de flankaanvaller van Juventus, werd door de UEFA verkozen tot Man van de Match.

Het is voor Italië de vierde EK-finale. Enkel in 1968 in eigen land trok het aan het langste eind. De tegenstander in de eindstrijd wordt de winnaar van de andere halve finale, woensdag tussen Engeland en Denemarken.De partij op Wembley begon aan een hoog tempo. De eerste kans was voor Italië met een schot van Barella op de paal, maar de Italiaanse middenvelder bleek achteraf wel buitenspel te staan. Spanje nam al snel het heft in handen. Oyarzabal kwam alleen voor Donnarumma, maar miste dan domweg zijn controle. Diep in de spits stond Olmo uitstekend te spelen. De buitenspeler van Leipzig kreeg van Luis Enrique voorin de voorkeur als 'valse negen' boven echte spitsen als Morata en Moreno. Ook Torres ging zijn kans, maar hij trapte naast. Italië had het lastig, maar dreigde toch nog eens nadat Simon te ver uitkwam. Emerson tikte de bal aan hem voorbij, maar Barella kon niet afdrukken en Busquets ging er met de bal vandoor. De nonchalante Simon was de onzekere factor bij La Roja. Maar Spanje was baas aan de bal en Olmo dwong Donnarumma halverwege de eerste helft tot een schitterende redding. De Italianen loerden op de tegenaanval en dreigden in het slot van de eerste helft met een bal op de lat van Emerson. Na de pauze was de eerste kans voor Spanje. Busquets trapte op aangegeven van Oyarzabal net over. De tegenreactie van Italië kwam er met een schot van Federico Chiesa. De Spaanse dominantie was duidelijk minder na rust en op het uur liepen de manschappen van bondscoach Luis Enrique in het Italiaanse mes. Chiesa pikte een afgeslagen aanval van Immobile op en krulde de bal heerlijk tegen de netten, 1-0. Voor Spanje kwam Oyarzabal met zijn hoofd net niet bij een voorzet van Koke. Olmo buffelde even later naast. Het spel bleef op en neer gaan en invaller Berardi stuitte tot twee keer toe op Simon. Spanje bleef aandringen en een combinatie tussen Olmo en de ingevallen Morata zorgde tien minuten voor tijd voor een prachtige en verdiende gelijkmaker, 1-1. Spanje drong aan in het slot aan voor de winnende goal, maar het mocht niet baten. Een bal op de steunhand van Chiellini ging niet op de stip en Moreno trapte de laatste kans hoog over. Er moest verlengd worden. In de eerste verlenging bleef Spanje kamperen voor het Italiaanse doel. Een schot van Morata werd geblokt en Donnarumma moest tussenkomen op een voorzet van Moreno. Italië toonde zich in de tweede verlenging. Een goal van Berardi werd afgekeurd voor buitenspel. Gescoord werd er niet meer. De beslissing viel in een strafschoppenreeks. Daarin misten Olmo en de eerder fel bekritiseerde Morata voor Spanje, voor Italië kon enkel Locatelli niet scoren. Jorginho trapte de winnende elfmeter tegen de touwen. Federico Chiesa, de flankaanvaller van Juventus, werd door de UEFA verkozen tot Man van de Match.