'Het was voor ons gemakkelijker geweest om tegen Liverpool te spelen. Sevilla heeft praktisch geen kans om de Spaanse competitie te winnen, daarom zetten ze alles op Europees voetbal. De Europa League is, om het zo te zeggen, hun toernooi. Het is geen toeval dat Sevilla de vorige twee jaren als winnaar uit de bus is gekomen.' Aan het woord is Mircea Lucescu, de trainer van Sjachtar Donetsk. Het Oekraïense team zette in de 1/16, 1/8 en 1/4 finales met sprekend gemak Schalke 04, Anderlecht en Braga opzij, maar botste dan op de Andalusische ploeg. Sevilla bereikte zo zijn derde finale in de Europa League (de vorige twee keer won het) en wat het verhaal nog straffer maakt: ook in 2006 en 2007, toen de EL nog gewoon UEFA Cup heette, kwam het als winnaar uit de finale van de tweede Europese beker.

De dominantie van de Spaanse ploegen in het Europese voetbal is opvallend. De laatste vijftien jaar was in de UEFA Cup/Europa League zeven keer een Spaanse ploeg (Valencia, Sevilla of Atlético) de beste, dat is 46,6 procent. In de Champions League is het met zes overwinningen sinds 2000 (vier keer Barcelona, twee keer Real Madrid) of 40 procent al niet veel slechter. En wie won in 2008 en 2012 de laatste twee EK's? Juist, La Roja.

Lucratieve Premier League

Dat succes staat in schril contrast met de economische crisis waarin veel Spaanse clubs verkeren, daarbij niet geholpen door de verdeling van de tv-gelden. FC Barcelona en Real Madrid trekken daarin de jackpot, lager geklasseerde clubs moeten het met veel minder doen. Zo ontvingen de twee grootmachten vorig seizoen elk 138 miljoen euro, maar moest Atlético het stellen met 'slechts' 42 miljoen euro.

Als je dan weet dat elke club uit de Premier League vanaf volgend seizoen minstens 125 miljoen euro mag bijschrijven op zijn bankrekening aan tv-inkomsten, dan is de vraag waarom de Engelse clubs het Europees laten afweten nóg prangender dan de vraag waarom de Spaanse clubs zo succesvol zijn. Sinds de oprichting van de Europa League in het seizoen 2009/2010 haalden slechts drie Engelse clubs de finale: Fulham in 2010 (verloren van Atlético), Chelsea in 2013 (gewonnen van Benfica) en nu dus Liverpool.

Voor een Engelse club, dat 65 procent van zijn inkomsten haalt uit de Premier League, is het immers commercieel nog steeds interessanter om te schitteren in de eigen competitie dan in een Europese. Ook een wedstrijd in de FA Cup lokt er gemiddeld nog steeds meer toeschouwers dan pakweg een match in de Europa League. Maar nu het seizoen er in de Premier League opzit, kan Jürgen Klopp zijn manschappen misschien toch net dat tikje mee motiveren. Slagen Mignolet, Benteke en Origi erin om de Spaanse dominantie te doorbreken? Antwoord woensdagavond omstreeks 23u.

(Steve Van Herpe)

'Het was voor ons gemakkelijker geweest om tegen Liverpool te spelen. Sevilla heeft praktisch geen kans om de Spaanse competitie te winnen, daarom zetten ze alles op Europees voetbal. De Europa League is, om het zo te zeggen, hun toernooi. Het is geen toeval dat Sevilla de vorige twee jaren als winnaar uit de bus is gekomen.' Aan het woord is Mircea Lucescu, de trainer van Sjachtar Donetsk. Het Oekraïense team zette in de 1/16, 1/8 en 1/4 finales met sprekend gemak Schalke 04, Anderlecht en Braga opzij, maar botste dan op de Andalusische ploeg. Sevilla bereikte zo zijn derde finale in de Europa League (de vorige twee keer won het) en wat het verhaal nog straffer maakt: ook in 2006 en 2007, toen de EL nog gewoon UEFA Cup heette, kwam het als winnaar uit de finale van de tweede Europese beker. De dominantie van de Spaanse ploegen in het Europese voetbal is opvallend. De laatste vijftien jaar was in de UEFA Cup/Europa League zeven keer een Spaanse ploeg (Valencia, Sevilla of Atlético) de beste, dat is 46,6 procent. In de Champions League is het met zes overwinningen sinds 2000 (vier keer Barcelona, twee keer Real Madrid) of 40 procent al niet veel slechter. En wie won in 2008 en 2012 de laatste twee EK's? Juist, La Roja.Dat succes staat in schril contrast met de economische crisis waarin veel Spaanse clubs verkeren, daarbij niet geholpen door de verdeling van de tv-gelden. FC Barcelona en Real Madrid trekken daarin de jackpot, lager geklasseerde clubs moeten het met veel minder doen. Zo ontvingen de twee grootmachten vorig seizoen elk 138 miljoen euro, maar moest Atlético het stellen met 'slechts' 42 miljoen euro.Als je dan weet dat elke club uit de Premier League vanaf volgend seizoen minstens 125 miljoen euro mag bijschrijven op zijn bankrekening aan tv-inkomsten, dan is de vraag waarom de Engelse clubs het Europees laten afweten nóg prangender dan de vraag waarom de Spaanse clubs zo succesvol zijn. Sinds de oprichting van de Europa League in het seizoen 2009/2010 haalden slechts drie Engelse clubs de finale: Fulham in 2010 (verloren van Atlético), Chelsea in 2013 (gewonnen van Benfica) en nu dus Liverpool. Voor een Engelse club, dat 65 procent van zijn inkomsten haalt uit de Premier League, is het immers commercieel nog steeds interessanter om te schitteren in de eigen competitie dan in een Europese. Ook een wedstrijd in de FA Cup lokt er gemiddeld nog steeds meer toeschouwers dan pakweg een match in de Europa League. Maar nu het seizoen er in de Premier League opzit, kan Jürgen Klopp zijn manschappen misschien toch net dat tikje mee motiveren. Slagen Mignolet, Benteke en Origi erin om de Spaanse dominantie te doorbreken? Antwoord woensdagavond omstreeks 23u.(Steve Van Herpe)