Op 11 juni is het tien jaar geleden dat het WK voetbal in Zuid-Afrika met veel luister werd geopend. 33 dagen hebben we dat toernooi gevolgd, in een lang door de apartheid geterroriseerd land dat nu de multiculturele gemeenschap een gevoel van eigenwaarde moest teruggeven.

33 dagen leefden we in een versplinterde natie die balanceert tussen schrijnende armoede en puissante rijkdom, in een continent ook dat zich aan de wereld zo goed mogelijk wilde presenteren en daarvoor ingrijpende maatregelen nam: in een laatste schoonmaakbeurt werden zwervers en bedelaars uit het straatbeeld weggeveegd en naar plekken honderden kilometers verderop gedeporteerd, als verschoppelingen, paria's van een ontwrichte maatschappij.

Het toernooi zorgde voor een golf van enthousiasme, de toenmalige FIFA-voorzitter Sepp Blatter sprak met veel pathetiek over een verbroedering van culturen, maar wie zich boven die juichkreten stelde, kon de desolate leefomstandigheden van bijna de helft van de bevolking niet overzien.

Ze hokken samen in krottenwijken en leiden een leven zonder perspectieven. En in elke township wordt het straatbeeld mee bepaald door zwarte jongens die blootvoets achter een uit vodden gemaakte bal lopen, op met steentjes bezaaide velden. Ze hopen zo uit het getto te ontsnappen, maar weten dat dit niet meer is dan een droom.

Die contrasten liepen als een rode draad door dit toernooi, je kon er niet blind voor zijn. 33 dagen keek je naar het voetbal, maar leerde je vooral Zuid-Afrika kennen als een prachtig maar ook dramatisch land. Het WK was een korte maar dure vlucht uit de ellende, een vervoermiddel van dromen. De mensen kregen een nieuw zelfbeeld, maar dat maakte al gauw plaats voor de rauwe realiteit.

Spanje kroonde zich in Zuid-Afrika tot wereldkampioen, na een sportief tegenvallend toernooi. Zonder echte smaakmakers, maar met voetballers die zich gewillig lieten kneden tot schakels in een ketting. En zonder dat de internationale verhoudingen door elkaar werden geschud.

Ontelbaar zijn de indrukken na die vijf weken. Meer naast dan op het veld. Steeds weer werd je stil van die sloppenwijken waar mensen doelloos rondlopen, labyrinten zonder hoop. Met verbazing keek je in de restaurants naar sommige blanken die zich superieur gedragen en zwarten als hun knechten beschouwen, de ene op een al wat pedantere manier dan de andere.

De vreugde tijdens het WK was echt en authentiek, sommige straten lagen begraven onder een deken van geel en groen, de kleuren van de Zuid-Afrikaanse nationale ploeg, al klonken de beruchte vuvuzela's wat minder luid vanaf het moment dat het gastland werd uitgeschakeld.

Eén beeld van dit WK zal ons altijd bijblijven. Dat van de statige Nelson Mandela Square in Sandton, een chique buitenwijk van Johannesburg, een paar uur na de finale. Op een steenworp van het hotel, waar de toenmalige FIFA-voorzitter Sepp Blatter een suite betrok, zijn drie bedelaars uit hun verbanningsoord teruggekeerd. Ze stoken een vuurtje om de koude nacht door te komen. Zuid Afrika verviel weer in het leven van elke dag.

Op 11 juni is het tien jaar geleden dat het WK voetbal in Zuid-Afrika met veel luister werd geopend. 33 dagen hebben we dat toernooi gevolgd, in een lang door de apartheid geterroriseerd land dat nu de multiculturele gemeenschap een gevoel van eigenwaarde moest teruggeven. 33 dagen leefden we in een versplinterde natie die balanceert tussen schrijnende armoede en puissante rijkdom, in een continent ook dat zich aan de wereld zo goed mogelijk wilde presenteren en daarvoor ingrijpende maatregelen nam: in een laatste schoonmaakbeurt werden zwervers en bedelaars uit het straatbeeld weggeveegd en naar plekken honderden kilometers verderop gedeporteerd, als verschoppelingen, paria's van een ontwrichte maatschappij.Het toernooi zorgde voor een golf van enthousiasme, de toenmalige FIFA-voorzitter Sepp Blatter sprak met veel pathetiek over een verbroedering van culturen, maar wie zich boven die juichkreten stelde, kon de desolate leefomstandigheden van bijna de helft van de bevolking niet overzien. Ze hokken samen in krottenwijken en leiden een leven zonder perspectieven. En in elke township wordt het straatbeeld mee bepaald door zwarte jongens die blootvoets achter een uit vodden gemaakte bal lopen, op met steentjes bezaaide velden. Ze hopen zo uit het getto te ontsnappen, maar weten dat dit niet meer is dan een droom.Die contrasten liepen als een rode draad door dit toernooi, je kon er niet blind voor zijn. 33 dagen keek je naar het voetbal, maar leerde je vooral Zuid-Afrika kennen als een prachtig maar ook dramatisch land. Het WK was een korte maar dure vlucht uit de ellende, een vervoermiddel van dromen. De mensen kregen een nieuw zelfbeeld, maar dat maakte al gauw plaats voor de rauwe realiteit.Spanje kroonde zich in Zuid-Afrika tot wereldkampioen, na een sportief tegenvallend toernooi. Zonder echte smaakmakers, maar met voetballers die zich gewillig lieten kneden tot schakels in een ketting. En zonder dat de internationale verhoudingen door elkaar werden geschud. Ontelbaar zijn de indrukken na die vijf weken. Meer naast dan op het veld. Steeds weer werd je stil van die sloppenwijken waar mensen doelloos rondlopen, labyrinten zonder hoop. Met verbazing keek je in de restaurants naar sommige blanken die zich superieur gedragen en zwarten als hun knechten beschouwen, de ene op een al wat pedantere manier dan de andere. De vreugde tijdens het WK was echt en authentiek, sommige straten lagen begraven onder een deken van geel en groen, de kleuren van de Zuid-Afrikaanse nationale ploeg, al klonken de beruchte vuvuzela's wat minder luid vanaf het moment dat het gastland werd uitgeschakeld.Eén beeld van dit WK zal ons altijd bijblijven. Dat van de statige Nelson Mandela Square in Sandton, een chique buitenwijk van Johannesburg, een paar uur na de finale. Op een steenworp van het hotel, waar de toenmalige FIFA-voorzitter Sepp Blatter een suite betrok, zijn drie bedelaars uit hun verbanningsoord teruggekeerd. Ze stoken een vuurtje om de koude nacht door te komen. Zuid Afrika verviel weer in het leven van elke dag.