'Ik denk dat de Premier League haar teams zou moeten steunen. We hebben nu vier ploegen in de halve finales in Europa en dat is een groot aantal. Maar wat Nederland doet, is in andere landen niet mogelijk.' Op een van zijn persconferenties vorige week verwees Liverpoolcoach Jürgen Klopp naar de toch wel unieke ingreep van de Nederlandse voetbalbond. Door het succes van Ajax in de Champions League besloot de KNVB namelijk om de volledige voorlaatste speeldag in de Eredivisie, normaal gezien gepland op zondag 28 april, te verschuiven naar woensdag 15 mei. Zo konden de Amsterdammers zich in alle rust voorbereiden op de halve finale tegen Tottenham op dinsdag 30 april en ondertussen ook nog hun titelkansen gaaf houden.
...

'Ik denk dat de Premier League haar teams zou moeten steunen. We hebben nu vier ploegen in de halve finales in Europa en dat is een groot aantal. Maar wat Nederland doet, is in andere landen niet mogelijk.' Op een van zijn persconferenties vorige week verwees Liverpoolcoach Jürgen Klopp naar de toch wel unieke ingreep van de Nederlandse voetbalbond. Door het succes van Ajax in de Champions League besloot de KNVB namelijk om de volledige voorlaatste speeldag in de Eredivisie, normaal gezien gepland op zondag 28 april, te verschuiven naar woensdag 15 mei. Zo konden de Amsterdammers zich in alle rust voorbereiden op de halve finale tegen Tottenham op dinsdag 30 april en ondertussen ook nog hun titelkansen gaaf houden. 'Toen ik dat hoorde, kon ik het niet geloven', reageerde Tottenhamverdediger Danny Rose. 'Het zou leuk zijn als er in Engeland iets gelijkaardigs gedaan wordt om ons te helpen. Want uiteindelijk is het niet Tottenham tegen Ajax: wij zijn Engeland.' Maar Klopp gelooft dus niet dat het in de Premier League mogelijk is: 'Ik denk niet dat het hier of in Duitsland zou lukken, om eerlijk te zijn. We hebben hier allemaal een groot tv-contract getekend. Aan de ene kant willen we dat geld, maar aan de andere kant komt ons dat soms niet goed uit.' De Duitser slaat daarmee de nagel op de kop. Een snelle vergelijking maakt dat duidelijk: in het seizoen 2017/18 kreeg Ajax 12,5 miljoen euro van het tv-contract, in datzelfde seizoen cashte Liverpool 251,3 miljoen voor de uitzendrechten van zijn wedstrijden. Een gigantisch verschil. Gezien die astronomische bedragen ligt prutsen aan de kalender in Engeland niet zo voor de hand. Maar het is natuurlijk ook dankzij dat geld dat de Engelse ploegen het zo goed doen in Europa. De rijkste clubs komen uit de Premier League, zo bleek ook nog eens uit de laatste editie van de Money League van Deloitte, een ranglijst van de rijkste twintig clubs. In de top tien prijkten maar liefst zes Engelse ploegen: Manchester United (3e), Manchester City (5e), Liverpool (7e), Chelsea (8e), Arsenal (9e) en Tottenham (10e). De logica wordt gewoon gerespecteerd als die teams presteren in Europa. De nummer één in de ranking, Real Madrid, won de Champions League drie jaar op rij. Maar dat leidt ook meteen tot de vraag: waar zaten de Engelse clubs dan de voorgaande jaren? De beste Premier Leagueclubs bulken immers al een tijdje van het geld, maar lieten het op het Europese toneel vaak afweten. Althans, dat is de heersende impressie. Als we even kijken naar het aantal clubs per land in de halve finales in de Champions en Europa League gedurende de laatste tien jaar (zie grafiek), dan moet Engeland het eigenlijk alleen afleggen tegen Spanje. Niet alleen tegen de rijke clubs zoals Real Madrid en FC Barcelona, maar ook tegen minder gefortuneerde, zoals Atlético Madrid (winnaar EL in 2010, 2012 en 2018) en FC Sevilla (winnaar EL in 2014, 2015 en 2016). De enige Europese trofeeën die naar Engelse clubs gingen in de laatste tien jaar, was de CL in 2012 (Chelsea) en de EL in 2013 (Chelsea) en 2017 (Manchester United). De dominantie van de Spaanse ploegen was de laatste jaren verpletterend. Maar voor het eerst in tien jaar heeft een land nu méér ploegen in de Europese halve finales dan Spanje. Het wordt nu zaak voor Engeland om dat overwicht ook te verzilveren. Dat Premier Leagueploegen de afgelopen jaren bijna geen prijzen pakten in Europa, was volgens sommigen te wijten aan de drukke kalender in Engeland en aan de intensiteit van de matchen in de Premier League. Daardoor zouden spelers te uitgeput zijn om ook in Europa nog hun beste beentje voor te zetten. Maar de laatste jaren is het gevoel dat iedereen van iedereen kan winnen in de Engelse eerste klasse toch wat uitgevlakt. Zo waren dit seizoen nog drie clubs na twaalf speeldagen ongeslagen: Liverpool, Manchester City en Chelsea. Dat was sinds het begin van de Premier League (1992/93) nog nooit gebeurd. Het was zelfs al een uitzondering dat twee teams na twaalf matchen nog zonder nederlaag waren (in 2007/08, Arsenal en Liverpool). De Premier League was duidelijk competitiever in de begindagen. De competitie werd toen wel overvleugeld door het Manchester United van Sir Alex Ferguson, maar op de ereplaatsen vond je toen ook ploegen als Newcastle, Aston Villa of Leeds United. Dat gebeurt nu niet meer. Afgezien van het vreemde seizoen 2015/16, toen Leicester City kampioen werd, zijn de Big Six (Arsenal, Chelsea, Liverpool, Manchester City, Manchester United, Tottenham) al jarenlang steevast in de top zes te vinden, met een occasionele uitschieter van een kleinere ploeg (zoals Everton in 2013/14, toen het onder Roberto Martínez een mooie vijfde plaats behaalde). Ook dit seizoen bedraagt de kloof tussen nummer zes en nummer zeven in de Premier League al meer dan tien punten. De strijd om de titel wordt zo steeds meer een onderonsje tussen de Big Six, alsof de Premier League een soort play-off 1 is waarin per ongeluk ook nog veertien andere ploegen verzeild zijn geraakt. Dat betekent dat de matchen tussen die zes ploegen onderling nog op het scherp van de snee zijn, maar dat de spelers in de overige wedstrijden niet meer zo diep in de tank moeten gaan. Op die manier zouden ze zich dus ook meer kunnen sparen met het oog op de Europese confrontaties. Dat Manchester United twee jaar geleden de Europa Leaguefinale won en Liverpool vorig seizoen de finale van de Champions League haalde, is daar misschien ook een uitloper van. Het voelt een beetje vreemd als de trainer van een team vol dure spelers met elk een goedgevuld palmares zegt dat het genekt kan worden door een gebrek aan 'ervaring', maar dat is precies waar Pep Guardiola een paar maanden geleden al voor waarschuwde bij Manchester City. 'Natuurlijk kunnen we doorstoten naar de eindfase van de Champions League, dat zal ik niet ontkennen. Maar als je ons gaat vergelijken met de grote clubs, dan verandert één trofee niet alles. Wij zijn nog maar tieners in deze competitie.' Niet alleen Manchester City kampt met dat gebrek aan traditie, ook een club als bijvoorbeeld PSG. Het werd ook lang als argument aangedragen waarom onze schitterende generatie Rode Duivels geen groot toernooi kon winnen. Landen als Brazilië en Duitsland, en clubs als Real Madrid, AC Milan en Bayern München hebben een 'traditie in winnen'. Het is een geplogenheid die hen in cruciale wedstrijden vaak over de streep trekt en die Manchester City, aldus Guardiola, mist. Engelse clubs die dat wél hebben: Liverpool, dat de beker met de grote oren al vijf keer won, en Manchester United, dat al drie keer de Europese hoofdvogel afschoot. Maar van Tottenham kun je dat bezwaarlijk zeggen. De laatste Europese trofee is de UEFA Cup van 1984 (tegen Anderlecht), de laatste titel dateert van 1961. In deze halve finales van de Champions League zijn de Spurs misschien de enige club zonder 'traditie', want Ajax heeft die eigenlijk wel. Er was niet alleen de overwinning in 1995 onder Louis van Gaal, maar begin jaren 70 wonnen de Ajacieden onder impuls van Johan Cruijff en Piet Keizer Europacup I drie keer op rij. Bij Chelsea is er een winnaarscultuur geïnstalleerd sinds de komst van Roman Abramovitsj en zijn centen in 2003. Pas in 2012 leverde dat ook succes op in de Champions League. Als Manchester City, in 2008 overgenomen door sjeik Mansour, dus een tiener is, is Chelsea op zijn minst een puberende adolescent. En om de vergelijking door te trekken: Arsenal leed de laatste tijd onder een midlifecrisis, maar sinds Unai Emery er afgelopen zomer de ramen en deuren open gooide, krijgt de club weer wat kleur op de wangen. Ze hebben een traditie in winnen, ze hebben veel geld en de Premier League is wat minder uitputtend geworden. Het zijn drie mogelijke, algemene factoren in het huidige succes van de Engelse clubs in Europa. Bekijken we echter club per club, dan valt bij Liverpool en Tottenham op dat ze er een coach en een kern hebben die al enige tijd samen is. Zeker in het geval van de Spurs, waar Mauricio Pochettino al van 2014 aan de slag is en waar de laatste inkomende transfer, Lucas Moura, dateert van januari 2018. Toen de Argentijnse trainer bij Tottenham begon, zaten Hugo Lloris, Jan Vertonghen, Harry Kane, Eric Dier, Christian Eriksen en Danny Rose er al in de kern. Een jaar later kwamen daar nog Toby Alderweireld, Son Heung-min, Kieran Trippier en Dele Alli bij. Het is dus een ploeg vol spelers die elkaar door en door kennen, maar voorlopig resulteerde dat nog niet in een prijs. Bij Arsenal kan de factor Emery een rol spelen. De Baskische coach kun je immers niet anders omschrijven dan een 'specialist Europa League'. Met FC Sevilla won hij de trofee drie keer op rij en eerder haalde hij met Valencia ook al eens de kwartfinales (2009/10) en de halve finales (2011/12), die telkens verloren gingen tegen de latere winnaar Atlético Madrid. En bij Chelsea is er uiteraard Eden Hazard. Onze landgenoot, in de Premier League dit seizoen al goed voor 16 goals en 13 assists, werd in de Europa League voorlopig zoveel mogelijk gespaard, maar het is bekend dat hij Stamford Bridge graag zou verlaten met een prijs. In zijn eerste seizoen bij de Blues (2012/13) won hij de Europa League. Haalt hij nu de trofee binnen, dan is de cirkel rond.