Iedereen heeft wel eens dat gevoel in het leven. Het gevoel dat je gewoon doorgaat en doorgaat, zonder dat je nog goed weet waarom of waarvoor. Je gaat gewoon door, omdat je het altijd zo gedaan hebt. Dat is ook exact het gevoel dat het team van FC Barcelona oproept sinds Pep Guardiola in 2012 de deuren van Camp Nou achter zich dichttrok. Elk seizoen weer zie je een ploeg die doordrongen is van een bepaalde voetbalfilosofie, maar die steeds meer worstelt met de referentiejaren 2008-2012, toen twee keer de Champions League gewonnen werd. Het lijkt alsof er toen een onuitwisbare standaard gezet werd die voor altijd met de identiteit van FC Barcelona verweven zal blijven: winnen is niet genoeg, het is ook de manier waarop. Er moet gewonnen worden met stijl, met flair, met weergaloos voetbal. Dat is het handelsmerk van de club geworden. Voetbal zoals Johan Cruijff het uitdacht en zoals Guardiola het perfectioneerde. Bij Barça ligt de lat hoog, hoger dan bij gelijk welke andere club.
...

Iedereen heeft wel eens dat gevoel in het leven. Het gevoel dat je gewoon doorgaat en doorgaat, zonder dat je nog goed weet waarom of waarvoor. Je gaat gewoon door, omdat je het altijd zo gedaan hebt. Dat is ook exact het gevoel dat het team van FC Barcelona oproept sinds Pep Guardiola in 2012 de deuren van Camp Nou achter zich dichttrok. Elk seizoen weer zie je een ploeg die doordrongen is van een bepaalde voetbalfilosofie, maar die steeds meer worstelt met de referentiejaren 2008-2012, toen twee keer de Champions League gewonnen werd. Het lijkt alsof er toen een onuitwisbare standaard gezet werd die voor altijd met de identiteit van FC Barcelona verweven zal blijven: winnen is niet genoeg, het is ook de manier waarop. Er moet gewonnen worden met stijl, met flair, met weergaloos voetbal. Dat is het handelsmerk van de club geworden. Voetbal zoals Johan Cruijff het uitdacht en zoals Guardiola het perfectioneerde. Bij Barça ligt de lat hoog, hoger dan bij gelijk welke andere club. Dat was ook een van de problemen van Ernesto Valverde: er werd nog wel gewonnen, maar de manier waarop was soms klefferig. En in cruciale duels ging het team de boot in, op een bijzonder pijnlijke manier: in Rome in 2018 en vorig jaar in Liverpool. Die twee kogels, afgevuurd door Eusebio Di Francesco en Jürgen Klopp, troffen Valverde in de benen, maar hij kon nog voortkruipen. De verloren bekerfinale tegen Valencia in mei vorig seizoen raakte hem in de bovenarm, maar geen nood: ook met één arm kun je jezelf nog voortsleuren. Voor het fatale nekschot spanden twee collega's uit La Liga samen. Zinédine Zidane laadde de revolver op 18 december tijdens de clásico in Catalonië. De wedstrijd eindigde op 0-0, maar Real won op punten. Valverde werd tactisch afgetroefd door Zizou, toch geen coach die op dat vlak aangeschreven staat als een ongeëvenaard genie. De trekker werd vervolgens overgehaald door de grijnzende Diego Simeone in Saudi-Arabië. De 2-3 tegen Atlético Madrid in de vernieuwde versie van de Spaanse supercup was de druppel die de emmer der vernederingen liet overlopen in de Catalaanse bestuurskamer. Ironisch genoeg legde Barça in die wedstrijd zeventig minuten lang zijn beste voetbal van dit seizoen op de mat. En dus werd de man die twee titels en één beker naar Camp Nou bracht, aan de deur gezet. Maar niet alles was zijn schuld... Een analyse aan de hand van de wijsheden van Johan Cruijff. De ruggengraat van het dreamteam van Guardiola bestond uit spelers uit La Masía. We hoeven ze niet op te sommen: Víctor Valdés, Carles Puyol, Gerard Piqué, Sergio Busquets, Xavi, Andrés Iniesta, Lionel Messi... Het is een van de adagia van Cruijff: put uit je eigen jeugd, kneed je spelers al wanneer ze jong zijn. Het geluk van Guardiola was dat hij met een uitzonderlijke generatie talenten kon werken. Maar die voetballers legden meteen een hypotheek op de toekomst: het werd quasi onmogelijk om hen uit het eerste elftal te spelen. De doorstroming uit het opleidingscentrum stropte. Het probleem was niet dat er geen goeie spelers meer werden afgeleverd, ze konden gewoon geen speelminuten verzamelen. Je mag dan wel Thiago Alcántara zijn en 'de nieuwe Iniesta' worden genoemd, zolang de oude Iniesta in de basis staat, heb je daar niks aan. Naarmate de jaren vorderden, nam de status en het gewicht van de gevestigde waarden toe. Dat is wat Frenkie de Jong nu ook ondervindt: zijn beste positie is die van Sergio Busquets, maar welke trainer gaat een monument als Busi uit de ploeg zetten? Zolang er geen sleet op de prestaties van de oude garde komt, hoeft dat geen probleem te zijn. Maar de opvolging moet wel klaar staan. Dat was een van de uitdagingen van Josep Bartomeu, voorzitter sinds januari 2014: zorgen voor een aflossing van de wacht. De indruk is dat hij daarin jammerlijk gefaald heeft. Neymar moest de natuurlijke opvolger van Messi worden, maar de kroonprins pakte zijn biezen. Voor Philippe Coutinho en Ousmane Dembélé werd veel geld betaald om het vertrek van Iniesta en Neymar op te vangen. Beiden vonden echter nooit hun draai. Hetzelfde dreigt te gebeuren met Antoine Griezmann, die door Messi met een scheef oog bekeken wordt omdat de Vlo liever zijn Braziliaanse vriend had zien terugkeren uit Parijs. Het zijn maar een paar voorbeelden van het falende transferbeleid van Barça. Er zijn er veel meer: nog altijd vragen mensen zich af hoe Kevin-Prince Boateng, Arturo Vidal, Arda Turan, Paulinho, Jérémy Mathieu, Yerry Mina en andere kloefkappers in godsnaam ooit in Camp Nou beland zijn. Op de koop toe werden voor zulke spelers dan nog veel centen op tafel gelegd. De Verlosser had het bij het rechte eind: een zak geld maakt geen goals. Ondertussen liepen de talenten weg uit La Masía. En het geduld van de spelers die met mondjesmaat wél kansen kregen, is ook niet eindeloos. Zo trok Carles Aleña onlangs nog op huurbasis naar Real Betis. 'Van Valverde kreeg ik nooit uitleg waarom ik niet speelde', sneerde hij. Het dreamteam van Guardiola vond elkaar met de ogen dicht. De huidige Barçaploeg is daar maar een flauw afkooksel van. Er is maar één speler die het nog wél ziet: Lionel Messi. De afhankelijkheid van de Argentijn neemt schrikbarende vormen aan. Soms lijkt het alsof niet alleen de beslissingen óp het veld door hem genomen worden, maar ook die ernaast. De macht van de nummer 10 en zijn collega-anciens is ongezond geworden. Een scharniermoment daarin was zijn rel met Luis Enrique in diens eerste seizoen (2014/15) als coach van FC Barcelona. Enrique, dat was de man die het bij AS Roma had aangedurfd om Francesco Totti op de bank te zetten. Hij geloofde heilig in roteren. Toen hij dat ook introduceerde bij Barça, kwam het al snel tot een botsing met Messi. Ook Luis Suárez en Neymar waren er niet erg over te spreken. Bartomeu moest tussenbeide komen en hij koos de kant van de spelers. Enrique moest inbinden: Messi speelde de rest van het seizoen alles en Barça won, voorlopig voor de laatste keer, de beker met de grote oren. Maar de macht was op dat moment definitief verschoven naar de kleedkamer. Voor een trainer is dat een zeer moeilijke situatie. Toen Valverde in de zomer van 2017 werd aangesteld, werd hij eigenlijk een werknemer van FC Messi. In die context is het als coach haast onmogelijk om een team te smeden, aangezien je een deel van de kleedkamer niet onder controle hebt. Het resultaat op het veld is, om het met een Cruijffboutade te zeggen: elf goede eentallen, maar geen goed elftal. Ondertussen ontpopte Bartomeu zich steeds meer tot de slippendrager van zijn Argentijnse vedette. Het was bijna aandoenlijk hoe de voorzitter van een van de grootste clubs op Aarde achter Messi aanliep om hem zijn vorige contract, dat afliep in de zomer van 2018, te laten verlengen. De preses gaf de indruk dat er bij Barça zelfs geen doos balpennen besteld werd zonder de goedkeuring van de almachtige nummer 10. Daarom was de aanstelling van Quique Setién des te opmerkelijker. Messi had immers al te kennen gegeven dat hij het seizoen wilde uitdoen met Valverde en dat in de zomer Xavi ingevlogen mocht worden. De naam van de nieuwe trainer zou zelfs niet afgetoetst zijn in de kleedkamer. Het toont dat er met Bartomeu nog rekening gehouden moet worden. Zijn voorzitterschap zit er in de zomer van 2021 op en hij wil in schoonheid eindigen. Winst in de Champions League is voor hem een must en de wedstrijden tegen Real en Atlético Madrid maakten hem nog maar eens duidelijk dat Valverde niet de man was die dat voor elkaar zou krijgen. Enter Quique Setién. Of hij de man is die topwedstrijden in zijn voordeel kan doen uitdraaien, is een moeilijk te beantwoorden vraag. In twee seizoenen bij Real Betis boekte hij wel een paar opmerkelijke resultaten: hij ging met 3-4 winnen in Camp Nou en in de Europa League klopte hij AC Milan in San Siro met 1-2. Hij zette een unicum neer in het Estadio Benito Villamarín: in hetzelfde seizoen thuis Real Madrid en FC Barcelona verslaan. Verder is hij de enige trainer die de afgelopen vijf jaar van de grote drie in La Liga won. Setién is een Cruijffadept. De ogen van de oud-middenvelder van onder meer Racing Santander en Atlético Madrid gingen open toen hij tegen Cruijffs Barcelona voetbalde. 'Ik wist dat er beter voetbal gebracht kon worden, maar ik zag het pas toen Johan het ons toonde.' Vanaf toen had hij het door. Zo wilde hij ook voetballen. Koste wat kost, want, zo zei hij op zijn persvoorstelling bij FC Barcelona: 'Ik luister naar iedereen, maar het is moeilijk om me af te brengen van de dingen waarvan ik overtuigd ben. Iedereen weet hoe mijn ploegen voetballen en als ik daarmee ten onder moet gaan, dan is het maar zo.' Bovendien heeft Setién, net als zijn grote voorbeeld Cruijff, oog voor de cantera. Dat bewees hij al bij Real Betis, waar hij Junior Firpo (afgelopen zomer voor 18 miljoen euro naar Barça), Loren Morón en Francis Guerrero in de basis dropte. Onder zijn hoede kwam ook Fabián Ruiz tot ontbolstering. Die werd in 2018 voor 30 miljoen euro verkocht aan Napoli en is nu gegeerd door alle topclubs. Maar of Setién slaagt bij FC Barcelona zal in grote mate afhangen van hoe hij omgaat met Lionel Messi. 'Ik ben er zeker van dat we een buitengewone relatie zullen hebben. Ik ben een oprecht en direct persoon, ik wind er geen doekjes om', zei Setién bij zijn aanstelling. Het beloven interessante tijden te worden in Barcelona.