Het Europees Hof van Justitie stelt de Europese Commissie, die acht jaar geleden een onderzoek was gestart, definitief in het gelijk.

De zaak gaat terug tot 1990. Alle Spaanse professionele sportclubs werden toen verplicht zich om te vormen tot een naamloze sportvennootschap. Clubs die de jaren voordien een positief balanssaldo hadden behaald, konden evenwel een uitzondering bekomen. De voetbalclubs FC Barcelona, Real Madrid, Club Atletico Osasuna en Athletic Bilbao maakten daarvan gebruik en kozen ervoor hun activiteiten verder te zetten als rechtspersonen zonder winstoogmerk. Concreet betekende dit dat ze 25 procent belastingen op hun inkomsten moesten betalen, in plaats van de 30 procent die andere sportclubs aangerekend werd.

In 2013 startte de Europese Commissie een onderzoek naar wat mogelijk onrechtmatige staatssteun was. Drie jaar later besliste de Commissie dat de Spaanse overheid inderdaad heel wat inkomsten misgelopen was en die dan ook moest terugvorderen. De vier clubs waren de Spaanse schatkist een bedrag verschuldigd dat volgens Commissiebronnen maximaal 5 miljoen euro per club bedroeg.

Financiële problemen

FC Barcelona diende tegen het Commissiebesluit echter beroep in bij het Gerecht van de Europese Unie, een afdeling van het EU-Hof. Dat vernietigde de beslissing van de Commissie in 2019 omdat die onvoldoende gemotiveerd was, maar hoger beroep van de Commissie is nu toch gevolgd door de rechters in Luxemburg. Ze hebben het eerdere arrest dan ook vernietigd, waardoor Barcelona de achterstallige belastingen nu toch moet betalen.

De Catalaanse voetbalclub verkeert reeds in woelig financieel vaarwater. Er loopt reeds een onderzoek naar financiële wanpraktijken en volgens Spaanse media zou de club op de rand van het bankroet staan.

Het Europees Hof van Justitie stelt de Europese Commissie, die acht jaar geleden een onderzoek was gestart, definitief in het gelijk.De zaak gaat terug tot 1990. Alle Spaanse professionele sportclubs werden toen verplicht zich om te vormen tot een naamloze sportvennootschap. Clubs die de jaren voordien een positief balanssaldo hadden behaald, konden evenwel een uitzondering bekomen. De voetbalclubs FC Barcelona, Real Madrid, Club Atletico Osasuna en Athletic Bilbao maakten daarvan gebruik en kozen ervoor hun activiteiten verder te zetten als rechtspersonen zonder winstoogmerk. Concreet betekende dit dat ze 25 procent belastingen op hun inkomsten moesten betalen, in plaats van de 30 procent die andere sportclubs aangerekend werd.In 2013 startte de Europese Commissie een onderzoek naar wat mogelijk onrechtmatige staatssteun was. Drie jaar later besliste de Commissie dat de Spaanse overheid inderdaad heel wat inkomsten misgelopen was en die dan ook moest terugvorderen. De vier clubs waren de Spaanse schatkist een bedrag verschuldigd dat volgens Commissiebronnen maximaal 5 miljoen euro per club bedroeg.FC Barcelona diende tegen het Commissiebesluit echter beroep in bij het Gerecht van de Europese Unie, een afdeling van het EU-Hof. Dat vernietigde de beslissing van de Commissie in 2019 omdat die onvoldoende gemotiveerd was, maar hoger beroep van de Commissie is nu toch gevolgd door de rechters in Luxemburg. Ze hebben het eerdere arrest dan ook vernietigd, waardoor Barcelona de achterstallige belastingen nu toch moet betalen. De Catalaanse voetbalclub verkeert reeds in woelig financieel vaarwater. Er loopt reeds een onderzoek naar financiële wanpraktijken en volgens Spaanse media zou de club op de rand van het bankroet staan.