Real Madrid is soeverein leider in de Spaanse competitie. Rivalen Atlético Madrid en Barcelona staan beide een straatlengte achter. Enkel eerste achtervolger Sevilla kan de koninklijke nog zenuwen bezorgen. Met nog 11 speeldagen op het programma staat de ploeg van Julen Lopetegui op acht punten van de leider.

Sterke defensie

De Zuid-Spanjaarden hebben die tweede plaats voor een groot deel te danken aan hun sterke defensie. Onder meer dankzij het centrale duo Diego Carlos en Jules Koundé hebben ze het minste aantal tegengoals van alle ploegen in La Liga. In 27 wedstrijden incasseerden ze nog maar 19 doelpunten, en keeper Bono hield de netten al 12 keer schoon. De Marokkaan heeft daarmee één clean sheet meer dan Thibaut Courtois.

Maar ook op andere posities beschikt Sevilla over veel kwaliteit. Ivan Rakitic, die na 6 seizoenen Barcelona in de zomer van 2020 terugkeerde naar zijn oude liefde, verdeelt en heerst over het middenveld. Ook winger Lucas Ocampos speelt een sterk seizoen en is één van sleutelfiguren in het elftal.

De afgelopen transferperiodes werd de kern nog wat extra aangedikt. Erik Lamela werd in de zomer weggeplukt bij Tottenham en Anthony Martial wordt sinds januari gehuurd van Manchester United.

Triomf in eigen stadion?

Trainer Julen Lopetegui is sinds 2019 actief bij Sevilla, nadat zijn avontuur bij Real Madrid op een sisser uitdraaide. Voor zijn aanstelling kende de club een aantal magere jaren, nadat succestrainer Unai Emery in 2016 vertrok naar PSG.

Lopetegui wist van de ploeg terug een hecht team te maken en in zijn eerste seizoen in Andalusië won de Spaanse trainer meteen de Europa League. Die competitie ligt Sevilla wel. Het won de prijs in totaal al zes keer en is daarmee recordhouder. Ook dit jaar is de Spaanse nummer twee nog actief in de Europa League.

De finale wordt overigens afgewerkt in het Estadio Ramón Sánchez Pizjuán, de thuishaven van FC Sevilla.

Loodzwaar programma

Met acht punten achterstand op Real Madrid is de Spaanse landstitel nog mogelijk voor de éénvoudige kampioen, al heeft het nog een loodzwaar programma voor de boeg. Het moet nog aan de bak tegen Barcelona, Atlético Madrid én tegen leider Real.

Het duel tegen Los Blancos wordt er ongetwijfeld een op het scherp van de snee. Mentaal hebben de Madrilenen wel een voordeel, want het is al van 2018 geleden dat ze nog eens verloren tegen Sevilla.

Door Margit Ghillemyn

Real Madrid is soeverein leider in de Spaanse competitie. Rivalen Atlético Madrid en Barcelona staan beide een straatlengte achter. Enkel eerste achtervolger Sevilla kan de koninklijke nog zenuwen bezorgen. Met nog 11 speeldagen op het programma staat de ploeg van Julen Lopetegui op acht punten van de leider.De Zuid-Spanjaarden hebben die tweede plaats voor een groot deel te danken aan hun sterke defensie. Onder meer dankzij het centrale duo Diego Carlos en Jules Koundé hebben ze het minste aantal tegengoals van alle ploegen in La Liga. In 27 wedstrijden incasseerden ze nog maar 19 doelpunten, en keeper Bono hield de netten al 12 keer schoon. De Marokkaan heeft daarmee één clean sheet meer dan Thibaut Courtois.Maar ook op andere posities beschikt Sevilla over veel kwaliteit. Ivan Rakitic, die na 6 seizoenen Barcelona in de zomer van 2020 terugkeerde naar zijn oude liefde, verdeelt en heerst over het middenveld. Ook winger Lucas Ocampos speelt een sterk seizoen en is één van sleutelfiguren in het elftal. De afgelopen transferperiodes werd de kern nog wat extra aangedikt. Erik Lamela werd in de zomer weggeplukt bij Tottenham en Anthony Martial wordt sinds januari gehuurd van Manchester United.Trainer Julen Lopetegui is sinds 2019 actief bij Sevilla, nadat zijn avontuur bij Real Madrid op een sisser uitdraaide. Voor zijn aanstelling kende de club een aantal magere jaren, nadat succestrainer Unai Emery in 2016 vertrok naar PSG.Lopetegui wist van de ploeg terug een hecht team te maken en in zijn eerste seizoen in Andalusië won de Spaanse trainer meteen de Europa League. Die competitie ligt Sevilla wel. Het won de prijs in totaal al zes keer en is daarmee recordhouder. Ook dit jaar is de Spaanse nummer twee nog actief in de Europa League.De finale wordt overigens afgewerkt in het Estadio Ramón Sánchez Pizjuán, de thuishaven van FC Sevilla. Met acht punten achterstand op Real Madrid is de Spaanse landstitel nog mogelijk voor de éénvoudige kampioen, al heeft het nog een loodzwaar programma voor de boeg. Het moet nog aan de bak tegen Barcelona, Atlético Madrid én tegen leider Real. Het duel tegen Los Blancos wordt er ongetwijfeld een op het scherp van de snee. Mentaal hebben de Madrilenen wel een voordeel, want het is al van 2018 geleden dat ze nog eens verloren tegen Sevilla.Door Margit Ghillemyn