De feiten

Net als vier jaar eerder, in Portugal, mag Spanje zijn EK beginnen tegen Rusland. De wedstrijd wordt gespeeld in het Oostenrijkse Innsbruck en de internationale voetbalgemeenschap weet eigenlijk niet goed wat te denken van La Roja. Met Rusland, Zweden en Griekenland vinden ze het de zwakste groep en ja, Spanje heeft een oceaan aan talent, lees je in de voorbeschouwingen.

Het is zeker één van de favorieten, op basis van het WK in 2006, toen het Oekraïne en Tunesië wegblies in de groepsfase. Maar nadien viel het kaartenhuis in elkaar. Zou dat ook nu het geval zijn? Lukt het dit keer wel, om de mix van culturen en clubstijlen aan elkaar te lijmen?

Met hoge verwachtingen gaat iedereen op 10 juni 2008 om 18 uur voor de buis zitten. Bij de Russen is er een grote afwezige: Andrij Arsjavin. Hij is geschorst. Bij Spanje geen Cesc Fàbregas in de basis. In Engeland - hij schitterde toen voor Arsenal - stuit dat op ongeloof.

In de wedstrijd komt het eerste gevaar van Rusland. Iker Casillas frommelt op een hoge bal, maar een ploegmaat helpt. De match zit op slot tot minuut twintig. Dan slaat Spanje toe. Eerst is David Villa nog egoïstisch: in plaats van Fernando Torres te bedienen gaat hij zelf zijn kans. Even later is het andersom wél prijs: Torres schenkt Villa de openingsgoal.

Het begin van een Spaanse demonstratie met veel balbeheersing, waarin Villa een beetje de vreemde vogel blijft: als hij een bal raakt, is het om op doel te schieten. Met succes, vlak voor de rust zorgt hij op pass van Andrés Iniesta voor 2-0.

Als in de 54e minuut Fàbregas zijn opwachting maakt, gaat Torres naar de kant. De meest aanvallende ploeg van het tornooi gaat rond één spits spelen. Het is een meesterzet. Villa scoort nog een keer en na een tegendoelpunt van de Russen zet Fàbregas zelf de kroon op het werk: 4-1. Spanje is zijn EK goed gestart.

Het Spanje dat Rusland een demonstratie gaf in de eerste groepswedstrijd op het EK 2008, GETTY
Het Spanje dat Rusland een demonstratie gaf in de eerste groepswedstrijd op het EK 2008 © GETTY

Making-of

Op de bank van Spanje zit een Madrileen: Luis Aragonés. Twee keer kreeg hij in zijn trainersleven de kans om Real Madrid te trainen, maar het kwam er nooit van. Te veel Atlético wellicht, als speler én als trainer. Ook bij Barcelona zat hij nooit op de bank. De nationale ploeg is, in de herfst van zijn carrière, zijn meest prestigieuze job.

Wanneer hij in 2004 bondscoach wordt, kiest hij voor een andere manier van voetballen. Hij vindt de fysieke conditie van de Spaanse spelers niet te best, toch niet in vergelijking met Duitsers, Engelsen of Fransen, maar Spanje heeft wel veel techniek. Vandaar de idee om die kaart te trekken: aanvallend voetbal, gebaseerd op balbezit.

En daarnaast was het ook de bedoeling, zo legt hij in een interview met Sport/Voetbalmagazine in 2012 uit, om bij balverlies zo hoog mogelijk de bal te heroveren. Het liefste in het kamp van de tegenstander. Tot dan, zegt hij, pakte elke coach het wel op zijn manier aan, maar algemeen speelde Spanje vaak vanuit de counter. Zelden met zes, zeven, acht technisch sterke voetballers in het elftal. Zijn mosterd haalt hij voor een stukje bij Barcelona, zonder dat te kunnen kopiëren. Daarvoor zitten er te weinig voetballers van de Catalanen in zijn selectie.

In 2006 probeert hij het allemaal een eerste keer. Het lukt, tot Spanje in de achtste finales botst op de fysieke potentie van Frankrijk. De ploeg is niet de minste, maar maakt fouten en gaat eruit. Na dat WK gaat het nog een tijdje fout, na twee nederlagen in de kwalificaties schreeuwt heel het land om zijn ontslag. Maar dan keert het en slaat de machine aan.

Een van zijn moeilijkste opdrachten was om Raùl, de vedette van Real, te verwijderen. Iedereen focust erop. In het interview signaleert Aragonés dat de Madrileen niet de enige was die in die periode uit de groep verdween. Ook andere spelers met enige verdienste verdwenen: Joaquín, Antonio Reyes, Michel Salgado en Santiago Cañizares.

Luis Aragonés, de bondscoach die Spanje naar Europees goud leidde, GETTY
Luis Aragonés, de bondscoach die Spanje naar Europees goud leidde © GETTY

Maar in 2007 gelooft Aragonés in anderen: in Casillas en ook in Xavi en Iniesta, die zijn middenveld regisseren. Mensen stellen zich dan nog veel vragen bij Xavi. In 2004 speelde hij in Portugal geen minuut, en in 2006 was hij maar net hersteld van een zwaar knieletsel. Zou Xavi op zo'n niveau wel de lijnen kunnen uitzetten, zonder een genie als Lionel Messi in zijn buurt? Aragonés denkt van wel en maakt hem de generaal van de ploeg.

Een generaal heeft goeie soldaten nodig en een meesterzet van Aragonés is het opstellen van Marcos Senna als zes. Een genaturaliseerde Braziliaan, nota bene. Ook dat levert veel kritiek op, want in die periode schittert Xabi Alonso bij Liverpool. Senna groeit echter op het EK van 2008 uit tot de beste stofzuiger van het tornooi.

De laatste controverse vooraf gaat over de keuze tussen Fàbregas en Villa, dan nog bij Valencia. Cesc, allround, moest het afleggen tegen Xavi, de betere spelmaker, én Villa, die doelgerichter was. Cesc wordt de luxejoker van het tornooi.

En daarna

De sterke openingswedstrijd brengt rust in het kamp. Journalisten bergen de stokken op. De kritiek dat de bondscoach met allemaal 'kleine mannekes'op het veld komt, gaat de kast in. Voor de kwartfinales sluipt weer wat zenuwachtigheid in de ploeg. Kwartfinales zijn namelijk lang een trauma geweest in Spanje: het was traditioneel de fase waarin het misliep.

Aragonés lost het op met veel groepsgesprekken, en de hulp van zijn leiders: Casillas, Carles Puyol, Xavi. Madrilenen en Barcelonezen vinden elkaar. De kwartfinale tegen Italië is saai, maar Spanje wint met de strafschoppen.

Een week later is het in Wenen feest: na een nieuwe zege tegen Rusland, 3-0 dit keer, wint La Roja ook de finale. In afwezigheid van Villa is het Fernando Torres die beslist. Twee jaar nadat Barcelona de Champions League wint, legt Spanje de basis voor een hegemonie die het nog zal doortrekken in 2010 (WK) en 2012 (nieuwe EK-winst). Zonder Aragonés.

Spanje heeft 44 jaar niks gewonnen, doet het nu wel, maar de wijze uit Hortaleza moet de baan ruimen voor iemand van Real: Vicente Del Bosque. Die trekt de lijn door en tikitakavoetbal wordt voor jaren een voorbeeld voor veel trainers.

De Europese winst van Spanje in 2008 was het begin van een dominantie van vier jaar, GETTY
De Europese winst van Spanje in 2008 was het begin van een dominantie van vier jaar © GETTY
Net als vier jaar eerder, in Portugal, mag Spanje zijn EK beginnen tegen Rusland. De wedstrijd wordt gespeeld in het Oostenrijkse Innsbruck en de internationale voetbalgemeenschap weet eigenlijk niet goed wat te denken van La Roja. Met Rusland, Zweden en Griekenland vinden ze het de zwakste groep en ja, Spanje heeft een oceaan aan talent, lees je in de voorbeschouwingen. Het is zeker één van de favorieten, op basis van het WK in 2006, toen het Oekraïne en Tunesië wegblies in de groepsfase. Maar nadien viel het kaartenhuis in elkaar. Zou dat ook nu het geval zijn? Lukt het dit keer wel, om de mix van culturen en clubstijlen aan elkaar te lijmen?Met hoge verwachtingen gaat iedereen op 10 juni 2008 om 18 uur voor de buis zitten. Bij de Russen is er een grote afwezige: Andrij Arsjavin. Hij is geschorst. Bij Spanje geen Cesc Fàbregas in de basis. In Engeland - hij schitterde toen voor Arsenal - stuit dat op ongeloof.In de wedstrijd komt het eerste gevaar van Rusland. Iker Casillas frommelt op een hoge bal, maar een ploegmaat helpt. De match zit op slot tot minuut twintig. Dan slaat Spanje toe. Eerst is David Villa nog egoïstisch: in plaats van Fernando Torres te bedienen gaat hij zelf zijn kans. Even later is het andersom wél prijs: Torres schenkt Villa de openingsgoal. Het begin van een Spaanse demonstratie met veel balbeheersing, waarin Villa een beetje de vreemde vogel blijft: als hij een bal raakt, is het om op doel te schieten. Met succes, vlak voor de rust zorgt hij op pass van Andrés Iniesta voor 2-0.Als in de 54e minuut Fàbregas zijn opwachting maakt, gaat Torres naar de kant. De meest aanvallende ploeg van het tornooi gaat rond één spits spelen. Het is een meesterzet. Villa scoort nog een keer en na een tegendoelpunt van de Russen zet Fàbregas zelf de kroon op het werk: 4-1. Spanje is zijn EK goed gestart.Op de bank van Spanje zit een Madrileen: Luis Aragonés. Twee keer kreeg hij in zijn trainersleven de kans om Real Madrid te trainen, maar het kwam er nooit van. Te veel Atlético wellicht, als speler én als trainer. Ook bij Barcelona zat hij nooit op de bank. De nationale ploeg is, in de herfst van zijn carrière, zijn meest prestigieuze job.Wanneer hij in 2004 bondscoach wordt, kiest hij voor een andere manier van voetballen. Hij vindt de fysieke conditie van de Spaanse spelers niet te best, toch niet in vergelijking met Duitsers, Engelsen of Fransen, maar Spanje heeft wel veel techniek. Vandaar de idee om die kaart te trekken: aanvallend voetbal, gebaseerd op balbezit. En daarnaast was het ook de bedoeling, zo legt hij in een interview met Sport/Voetbalmagazine in 2012 uit, om bij balverlies zo hoog mogelijk de bal te heroveren. Het liefste in het kamp van de tegenstander. Tot dan, zegt hij, pakte elke coach het wel op zijn manier aan, maar algemeen speelde Spanje vaak vanuit de counter. Zelden met zes, zeven, acht technisch sterke voetballers in het elftal. Zijn mosterd haalt hij voor een stukje bij Barcelona, zonder dat te kunnen kopiëren. Daarvoor zitten er te weinig voetballers van de Catalanen in zijn selectie.In 2006 probeert hij het allemaal een eerste keer. Het lukt, tot Spanje in de achtste finales botst op de fysieke potentie van Frankrijk. De ploeg is niet de minste, maar maakt fouten en gaat eruit. Na dat WK gaat het nog een tijdje fout, na twee nederlagen in de kwalificaties schreeuwt heel het land om zijn ontslag. Maar dan keert het en slaat de machine aan.Een van zijn moeilijkste opdrachten was om Raùl, de vedette van Real, te verwijderen. Iedereen focust erop. In het interview signaleert Aragonés dat de Madrileen niet de enige was die in die periode uit de groep verdween. Ook andere spelers met enige verdienste verdwenen: Joaquín, Antonio Reyes, Michel Salgado en Santiago Cañizares.Maar in 2007 gelooft Aragonés in anderen: in Casillas en ook in Xavi en Iniesta, die zijn middenveld regisseren. Mensen stellen zich dan nog veel vragen bij Xavi. In 2004 speelde hij in Portugal geen minuut, en in 2006 was hij maar net hersteld van een zwaar knieletsel. Zou Xavi op zo'n niveau wel de lijnen kunnen uitzetten, zonder een genie als Lionel Messi in zijn buurt? Aragonés denkt van wel en maakt hem de generaal van de ploeg.Een generaal heeft goeie soldaten nodig en een meesterzet van Aragonés is het opstellen van Marcos Senna als zes. Een genaturaliseerde Braziliaan, nota bene. Ook dat levert veel kritiek op, want in die periode schittert Xabi Alonso bij Liverpool. Senna groeit echter op het EK van 2008 uit tot de beste stofzuiger van het tornooi.De laatste controverse vooraf gaat over de keuze tussen Fàbregas en Villa, dan nog bij Valencia. Cesc, allround, moest het afleggen tegen Xavi, de betere spelmaker, én Villa, die doelgerichter was. Cesc wordt de luxejoker van het tornooi.De sterke openingswedstrijd brengt rust in het kamp. Journalisten bergen de stokken op. De kritiek dat de bondscoach met allemaal 'kleine mannekes'op het veld komt, gaat de kast in. Voor de kwartfinales sluipt weer wat zenuwachtigheid in de ploeg. Kwartfinales zijn namelijk lang een trauma geweest in Spanje: het was traditioneel de fase waarin het misliep.Aragonés lost het op met veel groepsgesprekken, en de hulp van zijn leiders: Casillas, Carles Puyol, Xavi. Madrilenen en Barcelonezen vinden elkaar. De kwartfinale tegen Italië is saai, maar Spanje wint met de strafschoppen. Een week later is het in Wenen feest: na een nieuwe zege tegen Rusland, 3-0 dit keer, wint La Roja ook de finale. In afwezigheid van Villa is het Fernando Torres die beslist. Twee jaar nadat Barcelona de Champions League wint, legt Spanje de basis voor een hegemonie die het nog zal doortrekken in 2010 (WK) en 2012 (nieuwe EK-winst). Zonder Aragonés. Spanje heeft 44 jaar niks gewonnen, doet het nu wel, maar de wijze uit Hortaleza moet de baan ruimen voor iemand van Real: Vicente Del Bosque. Die trekt de lijn door en tikitakavoetbal wordt voor jaren een voorbeeld voor veel trainers.