De feiten

Het is kwart voor zeven 's ochtends als een Seat Ibiza met nummerplaat M-6296-FM op de carretera de La Coruña aan kilometerpaal 6,5 in de richting van het centrum van Madrid een lantaarnpaal raakt en overkop gaat. Eens ter plaatse vinden de hulpdiensten twee slachtoffers in en rond het wrak.

De ene, een dertiger, is uit de wagen geslingerd en ligt tien meter verder. Hij heeft zware hoofdwonden. De ander, ook een dertiger, is er minder erg aan toe, maar moet toch ook naar het ziekenhuis worden afgevoerd.

In de auto vinden agenten de papieren van de betrokkenen. Die bevestigen wat één agent al op het eerste gezicht heeft gezien: de man die uit de wagen is geslingerd, heeft hij herkend als Laurie Cunningham, ex-voetballer van Real Madrid.

De andere man is een Amerikaan: Mark Cafwell Latty. Hij overleeft de klap, Cunningham niet. Die overlijdt nog dezelfde ochtend in het ziekenhuis.

Making-of

Geweigerd door Arsenal en daarna in vijf jaar tijd van Leyton Orient naar Real Madrid: in het voetbal van de jaren zeventig kan dat allemaal. Het is het verhaal van winger Laurie Cunningham, met Jamaicaanse familieroots en zoon van een jockey. Linksbuiten en supersnel.

Hij is een Londenaar, maar Arsenal ziet dus niks in zijn voetbaltalent. Leyton Orient vangt hem op en hij doet het in de lagere regionen van het Britse voetbal zo goed dat Johnny Giles, oud-vedette van Leeds, hem naar West Bromwich Albion loodst.

Ron Atkinson, de opvolger van Giles, koppelt hem aan Cyrille Régis en Brendon Batson en noemt zijn zwart trio lieftallig de Three Degrees. Naar de gelijknamige muziekgroep die zich swingend door de seventies beweegt. Het is de eerste keer dat een club het aandurft om drie donkere voetballers in één elftal op te stellen, en dat zorgt voor veel racisme op de tribunes, maar tegelijk ook voor bewondering bij de voetbalfans.

Het trio doet zijn bijnaam alle eer aan en swingen net als de zangeressen van de muziekgroep op het veld, met Cunningham als aangever en Régis vaak als afwerker. Beiden kunnen het ook naast het veld goed met elkaar vinden.

De Baggies zijn in die dagen een echte kracht in het Britse voetbal en dat ontgaat ze bij de Football Association ook niet. In 1977 sturen ze Laurie Cunningham een oproepingsbrief voor de nationale beloftenploeg. Hij aanvaardt. Het is vandaag een zeer symbolische daad: Cunningham is de eerste zwarte speler die het shirt van Engeland aantrekt. In 1979 maakt hij de overstap naar de A-ploeg, maar dat is geen primeur: Viv Anderson (verdediger bij Nottingham Forest) heeft in november 1978 al met de A-ploeg tegen Tsjechoslovakije gespeeld.

December 1978 zal ongeveer op hetzelfde moment ook een keerpunt in het leven van Laurie Cunningham worden. In de derde ronde van de UEFA Cup staat West Brom tegen Valencia. Dat heeft Mario Kempes in zijn rangen, met Argentinië wereldkampioen. Een sterke ploeg, maar West Brom flitst thuis en schakelt de Spanjaarden uit.

In Spanje is de wedstrijd op televisie uitgezonden en bij Real noteren ze de naam van de linksbuiten. Die kan de Koninklijke gebruiken, denken ze daar. Opvallend, want nooit eerder lag een Engelsman er onder contract. En nog opvallender: er mogen in die periode maar twee buitenlanders meespelen, het moet dus wel een goeie zijn.

De Madrilenen gaan niet over een nacht ijs. De onderhandelingen duren lang, het onderzoek gebeurt nauwgezet, maar op 1 juli 1979 wordt de transfer officieel. Zijn debuut: een duel tegen Valencia. Real zet een achterstand om in 3-1-winst, met twee goals van de nieuwe aanwinst. Twee weken later scoort die in Bernabéu opnieuw, dit keer in de 3-1 tegen Barcelona.

In de return van die match beleeft Cunningham zijn Spaanse hoogtepunt: als Real op 9 februari 1980 met 0-2 gaat winnen in Camp Nou heeft de pijlsnelle Cunningham negentig minuten lang zijn rechtstreekse rivaal Rafael Zuviría compleet tureluurs gespeeld. Na afloop geeft het hele stadion hem een staande ovatie. Uiteindelijk zal hij in zijn eerste seizoen acht keer scoren en Real mee aan de titel helpen, ten nadele van Real Sociedad.

Beter zal het nooit meer worden. Cunningham mist het doorzettingsvermogen om aan de top te blijven.

Hij heeft de 'pech' dat hij in een Madrid terechtkomt in feeststemming. Generaal Franco is halverwege de jaren zeventig gestorven en zijn militaire geest van controle en discipline is verdwenen. Madrid leeft, bruist, gaat de libertijnse toer op, danst en drinkt, en dat jasje past als gegoten bij Cunningham, die voluit geniet en vaak het ochtendgloren ziet boven de stad. Al dan niet in benevelde toestand.

Zoals vaak gaat zoiets ook samen met pech: blessures, vormverlies, nog meer blessures. Real probeert hem nog in het gareel te krijgen, maar geeft het op. Met Johnny Metgod komt een nieuwe buitenlander die hem van het podium duwt.

Daarop volgen een heleboel nieuwe clubs: Manchester United en Sporting Gijón lenen hem, maar zonder veel succes. Marseille koopt hem, maar evenmin met succes. Hij verliest door blessures tijd én snelheid. Leicester vangt hem op, Rayo Vallecano geeft hem een kans, hij zit plots een tijdje bij Charleroi, gaat dan naar Wimbledon, om vervolgens terug te keren naar Madrid, bij Vallecano, op dat moment een tweedeklasser.

Met die ploeg dwingt hij de promotie af, maar in de fatale zomer van 1989 is hij einde contract als het ongeval gebeurt. Er lopen wel onderhandelingen om te blijven en na het ongeval zegt de voorzitter dat die wellicht zouden afgerond worden. Maar zover kwam het dus niet.

En daarna

Na Cunningham tekenden nog Engelse toppers voor Real: Steve McManaman, David Beckham, Michael Owen. Na Cunningham en Anderson speelden nog veel meer zwarte voetballers voor Engeland, de meerderheid van de selectie die Fabio Capello in 2010 voor het WK in Zuid-Afrika selecteerde, waren zwarte spelers (12 van de 23).

Cunningham heeft ook minstens één leven gered: dat van zijn collega-Degree Cyrille Régis. In diens biografie staat dat de dood van zijn ploegmaat in 1989 Régis deed inzien dat een leven vol drank en losbandigheid eindig was en dat hij het anders moest doen.

Régis bekent daarin ook dat hij een paar jaar eerder samen met Cunningham aan een gelijkaardige dood was ontsnapt. Hij was zijn gewezen ploegmaat in Madrid gaan opzoeken en de twee hadden de hele dag in de drank gehangen, al waren ze volgens Régis niet super dronken.

Toen het twee uur 's ochtends was kroop Cunningham toch nog achter het stuur van zijn Renault 5 GTI. Hij viel evenwel in slaap, raakte een wegrand, sloeg twee of drie keer overkop en gleed op het dak nog een eindje door. Hadden de twee die nacht hun gordel niet gedragen, ze waren dood, dacht Régis achteraf. Hij veranderde wél zijn levensstijl en probeert nu een inspiratiebron te zijn voor zwarte sporters.

Het is kwart voor zeven 's ochtends als een Seat Ibiza met nummerplaat M-6296-FM op de carretera de La Coruña aan kilometerpaal 6,5 in de richting van het centrum van Madrid een lantaarnpaal raakt en overkop gaat. Eens ter plaatse vinden de hulpdiensten twee slachtoffers in en rond het wrak. De ene, een dertiger, is uit de wagen geslingerd en ligt tien meter verder. Hij heeft zware hoofdwonden. De ander, ook een dertiger, is er minder erg aan toe, maar moet toch ook naar het ziekenhuis worden afgevoerd.In de auto vinden agenten de papieren van de betrokkenen. Die bevestigen wat één agent al op het eerste gezicht heeft gezien: de man die uit de wagen is geslingerd, heeft hij herkend als Laurie Cunningham, ex-voetballer van Real Madrid. De andere man is een Amerikaan: Mark Cafwell Latty. Hij overleeft de klap, Cunningham niet. Die overlijdt nog dezelfde ochtend in het ziekenhuis.Geweigerd door Arsenal en daarna in vijf jaar tijd van Leyton Orient naar Real Madrid: in het voetbal van de jaren zeventig kan dat allemaal. Het is het verhaal van winger Laurie Cunningham, met Jamaicaanse familieroots en zoon van een jockey. Linksbuiten en supersnel.Hij is een Londenaar, maar Arsenal ziet dus niks in zijn voetbaltalent. Leyton Orient vangt hem op en hij doet het in de lagere regionen van het Britse voetbal zo goed dat Johnny Giles, oud-vedette van Leeds, hem naar West Bromwich Albion loodst. Ron Atkinson, de opvolger van Giles, koppelt hem aan Cyrille Régis en Brendon Batson en noemt zijn zwart trio lieftallig de Three Degrees. Naar de gelijknamige muziekgroep die zich swingend door de seventies beweegt. Het is de eerste keer dat een club het aandurft om drie donkere voetballers in één elftal op te stellen, en dat zorgt voor veel racisme op de tribunes, maar tegelijk ook voor bewondering bij de voetbalfans. Het trio doet zijn bijnaam alle eer aan en swingen net als de zangeressen van de muziekgroep op het veld, met Cunningham als aangever en Régis vaak als afwerker. Beiden kunnen het ook naast het veld goed met elkaar vinden.De Baggies zijn in die dagen een echte kracht in het Britse voetbal en dat ontgaat ze bij de Football Association ook niet. In 1977 sturen ze Laurie Cunningham een oproepingsbrief voor de nationale beloftenploeg. Hij aanvaardt. Het is vandaag een zeer symbolische daad: Cunningham is de eerste zwarte speler die het shirt van Engeland aantrekt. In 1979 maakt hij de overstap naar de A-ploeg, maar dat is geen primeur: Viv Anderson (verdediger bij Nottingham Forest) heeft in november 1978 al met de A-ploeg tegen Tsjechoslovakije gespeeld.December 1978 zal ongeveer op hetzelfde moment ook een keerpunt in het leven van Laurie Cunningham worden. In de derde ronde van de UEFA Cup staat West Brom tegen Valencia. Dat heeft Mario Kempes in zijn rangen, met Argentinië wereldkampioen. Een sterke ploeg, maar West Brom flitst thuis en schakelt de Spanjaarden uit. In Spanje is de wedstrijd op televisie uitgezonden en bij Real noteren ze de naam van de linksbuiten. Die kan de Koninklijke gebruiken, denken ze daar. Opvallend, want nooit eerder lag een Engelsman er onder contract. En nog opvallender: er mogen in die periode maar twee buitenlanders meespelen, het moet dus wel een goeie zijn.De Madrilenen gaan niet over een nacht ijs. De onderhandelingen duren lang, het onderzoek gebeurt nauwgezet, maar op 1 juli 1979 wordt de transfer officieel. Zijn debuut: een duel tegen Valencia. Real zet een achterstand om in 3-1-winst, met twee goals van de nieuwe aanwinst. Twee weken later scoort die in Bernabéu opnieuw, dit keer in de 3-1 tegen Barcelona. In de return van die match beleeft Cunningham zijn Spaanse hoogtepunt: als Real op 9 februari 1980 met 0-2 gaat winnen in Camp Nou heeft de pijlsnelle Cunningham negentig minuten lang zijn rechtstreekse rivaal Rafael Zuviría compleet tureluurs gespeeld. Na afloop geeft het hele stadion hem een staande ovatie. Uiteindelijk zal hij in zijn eerste seizoen acht keer scoren en Real mee aan de titel helpen, ten nadele van Real Sociedad.Beter zal het nooit meer worden. Cunningham mist het doorzettingsvermogen om aan de top te blijven.Hij heeft de 'pech' dat hij in een Madrid terechtkomt in feeststemming. Generaal Franco is halverwege de jaren zeventig gestorven en zijn militaire geest van controle en discipline is verdwenen. Madrid leeft, bruist, gaat de libertijnse toer op, danst en drinkt, en dat jasje past als gegoten bij Cunningham, die voluit geniet en vaak het ochtendgloren ziet boven de stad. Al dan niet in benevelde toestand.Zoals vaak gaat zoiets ook samen met pech: blessures, vormverlies, nog meer blessures. Real probeert hem nog in het gareel te krijgen, maar geeft het op. Met Johnny Metgod komt een nieuwe buitenlander die hem van het podium duwt.Daarop volgen een heleboel nieuwe clubs: Manchester United en Sporting Gijón lenen hem, maar zonder veel succes. Marseille koopt hem, maar evenmin met succes. Hij verliest door blessures tijd én snelheid. Leicester vangt hem op, Rayo Vallecano geeft hem een kans, hij zit plots een tijdje bij Charleroi, gaat dan naar Wimbledon, om vervolgens terug te keren naar Madrid, bij Vallecano, op dat moment een tweedeklasser. Met die ploeg dwingt hij de promotie af, maar in de fatale zomer van 1989 is hij einde contract als het ongeval gebeurt. Er lopen wel onderhandelingen om te blijven en na het ongeval zegt de voorzitter dat die wellicht zouden afgerond worden. Maar zover kwam het dus niet.Na Cunningham tekenden nog Engelse toppers voor Real: Steve McManaman, David Beckham, Michael Owen. Na Cunningham en Anderson speelden nog veel meer zwarte voetballers voor Engeland, de meerderheid van de selectie die Fabio Capello in 2010 voor het WK in Zuid-Afrika selecteerde, waren zwarte spelers (12 van de 23).Cunningham heeft ook minstens één leven gered: dat van zijn collega-Degree Cyrille Régis. In diens biografie staat dat de dood van zijn ploegmaat in 1989 Régis deed inzien dat een leven vol drank en losbandigheid eindig was en dat hij het anders moest doen. Régis bekent daarin ook dat hij een paar jaar eerder samen met Cunningham aan een gelijkaardige dood was ontsnapt. Hij was zijn gewezen ploegmaat in Madrid gaan opzoeken en de twee hadden de hele dag in de drank gehangen, al waren ze volgens Régis niet super dronken. Toen het twee uur 's ochtends was kroop Cunningham toch nog achter het stuur van zijn Renault 5 GTI. Hij viel evenwel in slaap, raakte een wegrand, sloeg twee of drie keer overkop en gleed op het dak nog een eindje door. Hadden de twee die nacht hun gordel niet gedragen, ze waren dood, dacht Régis achteraf. Hij veranderde wél zijn levensstijl en probeert nu een inspiratiebron te zijn voor zwarte sporters.