De feiten

Het is de nacht van 1 op 2 juli. Andrés Escobar vindt dat hij zich na de uitschakeling van Colombia niet mag wegsteken en besluit om met enkele vrienden wat te gaan drinken. Het is lange tijd best gezellig in El Indio Bar in Medellín. Tot even na middernacht enkele kerels Escobar beginnen te bespotten om zijn owngoal. De voetballer verlaat het pand, maar de groep volgt hem en scheldt hem uit.

Aangedaan kruipt Andrés in zijn wagen en rijdt tot bij de mannen om uit te leggen dat zijn owngoal een onbedoelde fout was. De toestand escaleert. Er wordt een revolver getrokken en Escobar krijgt, terwijl hij nog aan het stuur van zijn auto zit, zes kogels in de rug.

Enrique Santos Calderón, een van de bekendste Colombiaanse voetbaljournalisten, zal later in zijn column in El Tiempo schrijven dat hij 'voor het eerst in zijn leven beschaamd is om Colombiaan te zijn'.

Bekijk hieronder een NOS-reportage uit 2014 over de moord op Andrés Escobar.

https://www.youtube.com/watch?v=sQvq5Azqk6w

Making-of

Als in 2013 Carlos Bacca alles op de Belgische voetbalvelden kapot begint te spelen, Colombiaanse wielrenners furore maken in het profpeloton, en de architect achter dat succes in Medellín blijkt te resideren, stuurt Sport/Voetbalmagazine een verslaggever naar dat land.

Van Barranquilla naar Medellín is het maar een uur vliegen, maar de wereld ziet er plots helemaal anders uit. Van de kust naar de jungle, van witte stranden naar de groene hoogvlakte met zijn vochtig klimaat. Naar de thuisstad ook van de twee Escobars (geen familie): Pablo, de drugscapo, en Andrés, de godsvruchtige verdediger.

Ze hebben niet alleen hun achternaam gemeen, maar ook hun liefde voor het voetbal. Andrés, een centrale verdediger, sluitstuk van Atlético Nacional en de nationale ploeg, staat in 1994 op het punt om bij AC Milan te tekenen. Pablo is op dat moment al vermoord. Zijn beroep: drugsbaron. Een van zijn trouwe bezoekers in de gevangenis is René Higuita, doelman van Colombia.

Het Medellín van 2013 is druk en chaotisch. De motor van de economie van het land, maar ook een stad met hoge werkloosheid en veel tijdelijke contracten, waar mensen met weinig tevreden (moeten) zijn. Niet superveilig, maar vergeleken bij de chaos van 1994 een verademing. Zeker als je de bergen intrekt, je waant je, met een beetje goeie wil, in Toscane. Hier is het goed fietsen.

'De strijd tegen drugs is er verre van gewonnen', hoort de verslaggever in 2013. Het aantal hectaren waarop de cocaplant wordt gezaaid daalt dan al een decennium, maar nog steeds worden er volgens internationale rapporten zo'n 68.000 beplant. Er wordt nog altijd grof geld mee verdiend. Cocaïne is in Colombia een blijvende plaag, ook voor de eigen bevolking.

In deze wereld groeit Andrés Escobar op. Afkomstig uit een relatief welgestelde familie, een vrij stille jongen met een groot hart en een gulle lach. Voetballen leert hij bij Atlético Nacional, een club die groot geworden is in de gouden tijd van het Colombiaanse voetbal, begin jaren vijftig.

In die periode verandert het land: Colombia wordt een land met veel geweld en gewapende bendes, af en toe opgeschrikt door een staatsgreep. Er wordt veel gesmokkeld: drank, sigaretten... Meestal richting Cuba, in de regio een draaischijf met veel connecties in de Verenigde Staten. Al in 1958 meldt het Amerikaanse FBI bij de autoriteiten in Bogotá het bestaan van een Medellín-Habana Connection. De Cubaanse maffia heeft geld, knowhow en zorgt voor de nodige chemicaliën. De Colombianen voor de grondstoffen: de cocaplant.

Dat ontdekt ook Pablo Escobar, die opgroeit in die jaren vijftig, in armoedige omstandigheden. Hij begint zijn crimineel leven met diefstallen en gooit zich daarna op de drugshandel.

Opvallend: voor sommige mensen is hij een moderne Robin Hood. Escobar bouwt een immens imperium op, maar laat tegelijk ook veel anderen profiteren. Hij deelt geld uit, laat huizen bouwen, legt sportveldjes aan en steunt voetbalploegen. Maar wie hem tegenwerkt, krijgt de kogel.

GETTY
© GETTY

Witwassen

Twee decennia werken de drugsbarons in relatieve anonimiteit. Elk in hun steden, naast Medellín ook Cali en Bogotá. Maar als hun omzet groter en groter wordt, stijgt ook hun drang naar erkenning. Ze beginnen zich weldoeners te wanen en gaan op zoek naar legitimiteit.

Geld witwassen - ze zitten op een berg cash - is een groot probleem. De oplossing wordt voetbal. Dat blijkt een eerste keer in 1985, wanneer de Colombiaanse regering Hernán Botero Moreno uitlevert aan de VS. Aanklacht: witwassen. Botero, die officieel granen verhandelt, krijgt er dertig jaar cel.

In het voetbal slaat het nieuws in als een bom. Botero is sinds 1970 voorzitter van Atlético Nacional, de club van Andrés. Niet onbesproken ook, drie jaar voor zijn uitlevering komt de man in opspraak als hij tijdens een clásico met een bundel dollarbiljetten naar de scheidsrechter zwaait.

Voetbalclubs steunen maakt de capo's populair bij de supporters, veelal armen. Maar het is ook een manier om geld wit te wassen. Bij transfers van spelers worden veel hogere bedragen in de boeken geschreven dan in werkelijkheid betaald. Het verschil vloeit terug.

De drie Colombiaanse topclubs - América de Cali, Atlético Nacional en Millonarios Bogotá - komen daarom in handen van de kartels en drijven op drugsgeld. Een win-winsituatie (tenzij voor de refs, die worden opgekocht of bedreigd als ze niet meewerken): veel strijd, leuk voor de fans. Voetballers worden goed betaald, zodat ze niet moeten uitwijken naar Europa. Ze weten waar hun geld vandaan komt, maar zwijgen.

De bazen profiteren mee. Pablo Escobar nodigt geregeld voetballers uit op zijn finca, gaat met hen op de foto, geeft feestjes. De capo's wanen zich onaantastbaar, ook al is er politieke druk vanuit de VS en zo nu en dan een uitlevering. Om hun geweten te sussen, of gewoon, omdat het zelf ook goede personen waren, doen de voetballers ook geregeld wat terug voor de gemeenschap. Ook Andrés. Die rijdt geregeld door de straten van Medellín en bezorgt arme families op tijd en stond, bijvoorbeeld rond Kerstmis, cadeautjes.

Sportief moet met het Colombiaanse voetbal in die dagen rekening worden gehouden. In de Copa Libertadores is er de opgemerkte zege van Atlético Nacional, de ploeg van Andrés en doelman René Higuita. Nog nooit heeft een Colombiaans elftal deze Zuid-Amerikaanse Champions League kunnen winnen, maar in 1989 doet Atlético het, na strafschoppen.

Ook de nationale ploeg wordt succesvol: voor het eerst sinds Chili 1962 plaatst Colombia zich, na barrages tegen Israël, voor het WK van 1990 in Italië. Naast Higuita is de meest opvallende speler Carlos Valderrama, de Colombiaanse Ruud Gullit. Colombia haalt er de 1/8 finale, waarin Higuita blundert en Kameroen wint.

Vier jaar later reist het land met steile ambities af naar de VS. Van de 26 wedstrijden in de aanloop naar het WK gaat slechts één verloren. Hoogtepunt voor Andrés, inmiddels aanvoerder, is een 0-5 in Argentinië. Colombia staat met de klap vierde op de wereldranking, het land droomt van glorie. Zelfs Pelé roept Colombia uit tot één van de favorieten.

President César Gavíria woont in die periode nagenoeg elke interland bij. Gavíria kan een morele opsteker gebruiken want de toestand in het Colombia van toen omschrijft men als 'een land in staat van beleg, waar je 's morgens de deur uitging en niet wist of je 's avonds levend zou terugkeren.' Pablo Escobar is dan al dood, opgejaagd door justitie en de doodseskaders van zijn tegenstanders. Andere maffiosi vechten om zijn plaats in te nemen. De politie treedt hard op, en er wordt volop gemoord.

Cesar Gaviria, de voormalige president van Colombia, GETTY
Cesar Gaviria, de voormalige president van Colombia © GETTY

Andrés heeft daar genoeg van. Hij haalt maar net het WK, revaliderend van een knieletsel, en wil naar het veilige Europa. Hij heeft al eens een jaar bij de Young Boys uit Bern gespeeld, maar is in 1989 teruggekeerd. Nu is het tijd voor een nieuwe vlucht. AC Milan toont belangstelling, na het WK wil hij zijn transfer afronden.

Het draait anders uit. Colombia maakt in de VS nooit zijn ambities waar. In de eerste wedstrijd, tegen Roemenië, dwingt het kans op kans af, maar de doelman pareert alles. Uitgerekend een Milanspeler, Florin Raducioiu, nekt op de counter Escobar en co. Een verlies hoeft niet fataal te zijn, maar dat is het wel.

Veel Colombianen hebben op het eigen team gewed, en er volgden bedreigingen. Spelers krijgen berichten dat op het thuisfront hun familie gevaar loopt. Chonto Hérrera, de rechtsachter en kamergenoot van Andrés, verneemt dat zijn broer is omgekomen in een verkeersongeval.

Het team raakt gedemoraliseerd. Alle families krijgen politiebewaking. De dag van het tweede duel, tegen gastland VS, loopt bondscoach Francisco Maturana er bedrukt bij. Van bovenaf wordt ingegrepen in zijn opstelling. Maturana is er niet trots op. Colombia verliest opnieuw, met 2-1, met onder meer de owngoal van... Andrés.

Thuis reageert Felipe, zijn neefje, ontzet: 'Ze gaan hem vermoorden, mama!' Felipe is negen jaar en voelt de situatie in zijn land correct aan. De 2-0-winst, op 26 juni tegen Zwitserland, baat niet meer, Colombia ligt eruit.

En daarna

De vermoedelijke daders zijn Pedro en Juan Gallón , ex-bendeleden van Pablo die naar een ander kartel zijn overgelopen en ook betrokken bij de moord op de drugsbaron. Maar de broers weten de schuld af te wentelen op een van hun medewerkers. Humberto Castro Muñoz bekent de moord op Andrés en krijgt 43 jaar cel.

Hoewel lang wordt gespeculeerd dat de moordenaars gedupeerde gokkers zouden zijn, is die these allicht niet correct. De voetballer riep het onheil over zich af doordat hij zijn belagers van antwoord diende. En het ego van de broers Gallón was na het omleggen van Pablo zo groot dat ze geen tegenspraak duldden, ook niet van de kapitein van de nationale ploeg. De voorzichtige conclusie zou dus kunnen zijn: Andrés werd niet vermoord wegens zijn owngoal, maar zonder die owngoal zou hij nu allicht nog in leven zijn.

Die dag/nacht viel het Colombiaanse elftal uiteen. Chonto Hérrera zal nooit meer voetballen, Faustino Asprilla weigert een jaar alle selecties. Carlos Valderrama blijft nog een seizoen bij Junior Barranquilla en vlucht dan naar de VS. Het geld verdwijnt uit de competitie en de nationale ploeg maakt in de FIFA-ranking een vrije val.

Vier jaar later, net voor het WK in Frankrijk, staat het pas 34e. Colombia gaat eruit in de eerste ronde en kan zich daarna niet meer plaatsen voor een WK tot in 2014, met de nieuwe generatie James Rodríguez, Radamel Falcao, Carlos Bacca en co.

Of het drugsgeld nu uit het voetbal is, vroeg de verslaggever in 2013? Het antwoord was pessimistisch. 'Wellicht niet. Maar de drugsbaronnen zijn veel minder zichtbaar dan toen...'

Het is de nacht van 1 op 2 juli. Andrés Escobar vindt dat hij zich na de uitschakeling van Colombia niet mag wegsteken en besluit om met enkele vrienden wat te gaan drinken. Het is lange tijd best gezellig in El Indio Bar in Medellín. Tot even na middernacht enkele kerels Escobar beginnen te bespotten om zijn owngoal. De voetballer verlaat het pand, maar de groep volgt hem en scheldt hem uit. Aangedaan kruipt Andrés in zijn wagen en rijdt tot bij de mannen om uit te leggen dat zijn owngoal een onbedoelde fout was. De toestand escaleert. Er wordt een revolver getrokken en Escobar krijgt, terwijl hij nog aan het stuur van zijn auto zit, zes kogels in de rug.Enrique Santos Calderón, een van de bekendste Colombiaanse voetbaljournalisten, zal later in zijn column in El Tiempo schrijven dat hij 'voor het eerst in zijn leven beschaamd is om Colombiaan te zijn'.Bekijk hieronder een NOS-reportage uit 2014 over de moord op Andrés Escobar.https://www.youtube.com/watch?v=sQvq5Azqk6wAls in 2013 Carlos Bacca alles op de Belgische voetbalvelden kapot begint te spelen, Colombiaanse wielrenners furore maken in het profpeloton, en de architect achter dat succes in Medellín blijkt te resideren, stuurt Sport/Voetbalmagazine een verslaggever naar dat land. Van Barranquilla naar Medellín is het maar een uur vliegen, maar de wereld ziet er plots helemaal anders uit. Van de kust naar de jungle, van witte stranden naar de groene hoogvlakte met zijn vochtig klimaat. Naar de thuisstad ook van de twee Escobars (geen familie): Pablo, de drugscapo, en Andrés, de godsvruchtige verdediger.Ze hebben niet alleen hun achternaam gemeen, maar ook hun liefde voor het voetbal. Andrés, een centrale verdediger, sluitstuk van Atlético Nacional en de nationale ploeg, staat in 1994 op het punt om bij AC Milan te tekenen. Pablo is op dat moment al vermoord. Zijn beroep: drugsbaron. Een van zijn trouwe bezoekers in de gevangenis is René Higuita, doelman van Colombia.Het Medellín van 2013 is druk en chaotisch. De motor van de economie van het land, maar ook een stad met hoge werkloosheid en veel tijdelijke contracten, waar mensen met weinig tevreden (moeten) zijn. Niet superveilig, maar vergeleken bij de chaos van 1994 een verademing. Zeker als je de bergen intrekt, je waant je, met een beetje goeie wil, in Toscane. Hier is het goed fietsen.'De strijd tegen drugs is er verre van gewonnen', hoort de verslaggever in 2013. Het aantal hectaren waarop de cocaplant wordt gezaaid daalt dan al een decennium, maar nog steeds worden er volgens internationale rapporten zo'n 68.000 beplant. Er wordt nog altijd grof geld mee verdiend. Cocaïne is in Colombia een blijvende plaag, ook voor de eigen bevolking.In deze wereld groeit Andrés Escobar op. Afkomstig uit een relatief welgestelde familie, een vrij stille jongen met een groot hart en een gulle lach. Voetballen leert hij bij Atlético Nacional, een club die groot geworden is in de gouden tijd van het Colombiaanse voetbal, begin jaren vijftig. In die periode verandert het land: Colombia wordt een land met veel geweld en gewapende bendes, af en toe opgeschrikt door een staatsgreep. Er wordt veel gesmokkeld: drank, sigaretten... Meestal richting Cuba, in de regio een draaischijf met veel connecties in de Verenigde Staten. Al in 1958 meldt het Amerikaanse FBI bij de autoriteiten in Bogotá het bestaan van een Medellín-Habana Connection. De Cubaanse maffia heeft geld, knowhow en zorgt voor de nodige chemicaliën. De Colombianen voor de grondstoffen: de cocaplant.Dat ontdekt ook Pablo Escobar, die opgroeit in die jaren vijftig, in armoedige omstandigheden. Hij begint zijn crimineel leven met diefstallen en gooit zich daarna op de drugshandel. Opvallend: voor sommige mensen is hij een moderne Robin Hood. Escobar bouwt een immens imperium op, maar laat tegelijk ook veel anderen profiteren. Hij deelt geld uit, laat huizen bouwen, legt sportveldjes aan en steunt voetbalploegen. Maar wie hem tegenwerkt, krijgt de kogel.Twee decennia werken de drugsbarons in relatieve anonimiteit. Elk in hun steden, naast Medellín ook Cali en Bogotá. Maar als hun omzet groter en groter wordt, stijgt ook hun drang naar erkenning. Ze beginnen zich weldoeners te wanen en gaan op zoek naar legitimiteit.Geld witwassen - ze zitten op een berg cash - is een groot probleem. De oplossing wordt voetbal. Dat blijkt een eerste keer in 1985, wanneer de Colombiaanse regering Hernán Botero Moreno uitlevert aan de VS. Aanklacht: witwassen. Botero, die officieel granen verhandelt, krijgt er dertig jaar cel. In het voetbal slaat het nieuws in als een bom. Botero is sinds 1970 voorzitter van Atlético Nacional, de club van Andrés. Niet onbesproken ook, drie jaar voor zijn uitlevering komt de man in opspraak als hij tijdens een clásico met een bundel dollarbiljetten naar de scheidsrechter zwaait.Voetbalclubs steunen maakt de capo's populair bij de supporters, veelal armen. Maar het is ook een manier om geld wit te wassen. Bij transfers van spelers worden veel hogere bedragen in de boeken geschreven dan in werkelijkheid betaald. Het verschil vloeit terug.De drie Colombiaanse topclubs - América de Cali, Atlético Nacional en Millonarios Bogotá - komen daarom in handen van de kartels en drijven op drugsgeld. Een win-winsituatie (tenzij voor de refs, die worden opgekocht of bedreigd als ze niet meewerken): veel strijd, leuk voor de fans. Voetballers worden goed betaald, zodat ze niet moeten uitwijken naar Europa. Ze weten waar hun geld vandaan komt, maar zwijgen. De bazen profiteren mee. Pablo Escobar nodigt geregeld voetballers uit op zijn finca, gaat met hen op de foto, geeft feestjes. De capo's wanen zich onaantastbaar, ook al is er politieke druk vanuit de VS en zo nu en dan een uitlevering. Om hun geweten te sussen, of gewoon, omdat het zelf ook goede personen waren, doen de voetballers ook geregeld wat terug voor de gemeenschap. Ook Andrés. Die rijdt geregeld door de straten van Medellín en bezorgt arme families op tijd en stond, bijvoorbeeld rond Kerstmis, cadeautjes.Sportief moet met het Colombiaanse voetbal in die dagen rekening worden gehouden. In de Copa Libertadores is er de opgemerkte zege van Atlético Nacional, de ploeg van Andrés en doelman René Higuita. Nog nooit heeft een Colombiaans elftal deze Zuid-Amerikaanse Champions League kunnen winnen, maar in 1989 doet Atlético het, na strafschoppen. Ook de nationale ploeg wordt succesvol: voor het eerst sinds Chili 1962 plaatst Colombia zich, na barrages tegen Israël, voor het WK van 1990 in Italië. Naast Higuita is de meest opvallende speler Carlos Valderrama, de Colombiaanse Ruud Gullit. Colombia haalt er de 1/8 finale, waarin Higuita blundert en Kameroen wint.Vier jaar later reist het land met steile ambities af naar de VS. Van de 26 wedstrijden in de aanloop naar het WK gaat slechts één verloren. Hoogtepunt voor Andrés, inmiddels aanvoerder, is een 0-5 in Argentinië. Colombia staat met de klap vierde op de wereldranking, het land droomt van glorie. Zelfs Pelé roept Colombia uit tot één van de favorieten.President César Gavíria woont in die periode nagenoeg elke interland bij. Gavíria kan een morele opsteker gebruiken want de toestand in het Colombia van toen omschrijft men als 'een land in staat van beleg, waar je 's morgens de deur uitging en niet wist of je 's avonds levend zou terugkeren.' Pablo Escobar is dan al dood, opgejaagd door justitie en de doodseskaders van zijn tegenstanders. Andere maffiosi vechten om zijn plaats in te nemen. De politie treedt hard op, en er wordt volop gemoord.Andrés heeft daar genoeg van. Hij haalt maar net het WK, revaliderend van een knieletsel, en wil naar het veilige Europa. Hij heeft al eens een jaar bij de Young Boys uit Bern gespeeld, maar is in 1989 teruggekeerd. Nu is het tijd voor een nieuwe vlucht. AC Milan toont belangstelling, na het WK wil hij zijn transfer afronden.Het draait anders uit. Colombia maakt in de VS nooit zijn ambities waar. In de eerste wedstrijd, tegen Roemenië, dwingt het kans op kans af, maar de doelman pareert alles. Uitgerekend een Milanspeler, Florin Raducioiu, nekt op de counter Escobar en co. Een verlies hoeft niet fataal te zijn, maar dat is het wel. Veel Colombianen hebben op het eigen team gewed, en er volgden bedreigingen. Spelers krijgen berichten dat op het thuisfront hun familie gevaar loopt. Chonto Hérrera, de rechtsachter en kamergenoot van Andrés, verneemt dat zijn broer is omgekomen in een verkeersongeval.Het team raakt gedemoraliseerd. Alle families krijgen politiebewaking. De dag van het tweede duel, tegen gastland VS, loopt bondscoach Francisco Maturana er bedrukt bij. Van bovenaf wordt ingegrepen in zijn opstelling. Maturana is er niet trots op. Colombia verliest opnieuw, met 2-1, met onder meer de owngoal van... Andrés. Thuis reageert Felipe, zijn neefje, ontzet: 'Ze gaan hem vermoorden, mama!' Felipe is negen jaar en voelt de situatie in zijn land correct aan. De 2-0-winst, op 26 juni tegen Zwitserland, baat niet meer, Colombia ligt eruit.De vermoedelijke daders zijn Pedro en Juan Gallón , ex-bendeleden van Pablo die naar een ander kartel zijn overgelopen en ook betrokken bij de moord op de drugsbaron. Maar de broers weten de schuld af te wentelen op een van hun medewerkers. Humberto Castro Muñoz bekent de moord op Andrés en krijgt 43 jaar cel.Hoewel lang wordt gespeculeerd dat de moordenaars gedupeerde gokkers zouden zijn, is die these allicht niet correct. De voetballer riep het onheil over zich af doordat hij zijn belagers van antwoord diende. En het ego van de broers Gallón was na het omleggen van Pablo zo groot dat ze geen tegenspraak duldden, ook niet van de kapitein van de nationale ploeg. De voorzichtige conclusie zou dus kunnen zijn: Andrés werd niet vermoord wegens zijn owngoal, maar zonder die owngoal zou hij nu allicht nog in leven zijn.Die dag/nacht viel het Colombiaanse elftal uiteen. Chonto Hérrera zal nooit meer voetballen, Faustino Asprilla weigert een jaar alle selecties. Carlos Valderrama blijft nog een seizoen bij Junior Barranquilla en vlucht dan naar de VS. Het geld verdwijnt uit de competitie en de nationale ploeg maakt in de FIFA-ranking een vrije val. Vier jaar later, net voor het WK in Frankrijk, staat het pas 34e. Colombia gaat eruit in de eerste ronde en kan zich daarna niet meer plaatsen voor een WK tot in 2014, met de nieuwe generatie James Rodríguez, Radamel Falcao, Carlos Bacca en co.Of het drugsgeld nu uit het voetbal is, vroeg de verslaggever in 2013? Het antwoord was pessimistisch. 'Wellicht niet. Maar de drugsbaronnen zijn veel minder zichtbaar dan toen...'