De feiten

Zestien landen nemen eind mei/begin juni 1962 deel aan de zevende editie van het WK. Na twee keer Europa is het opnieuw aan Zuid-Amerika om het tornooi te organiseren. Gastland Chili zit in groep 2, de zogenaamde groep des doods, met als tegenstanders drie Europese landen: West-Duitsland, Italië en Zwitserland. Op zich niet zo ongewoon, maar liefst tien van de zestien deelnemers komen uit het oude continent. De gastheren winnen op 30 mei hun eerste wedstrijd, van Zwitserland, terwijl de andere partij op een gelijkspel eindigt. Als Chili ook de tweede match wint, is de kwalificatie binnen.

De Italianen weten dat verlies zo goed als de uitschakeling betekent, als 's anderendaags West-Duitsland ook wint van Zwitserland. Omdat ze bang zijn voor een vijandig onthaal (gegrond, daarover later meer), komen ze het veld op met witte anjers, die ze in het publiek gooien. De reactie van dat publiek is afwijzend: de anjers worden teruggegooid naar de spelers, die keihard worden uitgefloten.

Een van de Italiaanse sterren begint op de bank, het nummer tien Omar Sivori. Gefluisterd wordt dat hij er zelf om heeft gevraagd, uit lijfsbehoud. Hij vreest dat de vijandige sfeer ook zal heersen bij de thuisspelers.

Al vanaf de aftrap is de toon gezet: alle 22 gaan er met de botte bijl in, de Italianen laten zich niet onbetuigd. Al na 12 seconden komt er een eerste fout, een gevolg van pressing op de speler in balbezit. De wedstrijd staat onder leiding van de Engelsman Ken Aston en die ziet hoe na zeven minuten de Italiaan Ferrini de Chileen Landa doormidden probeert te trappen.

Aston kan niet anders dan de Italiaan uitsluiten. Dat gebeurt overigens nog zonder kaarten te tonen - rood en geel worden pas voor het eerst gebruikt op het WK in 1970. Als Ferrini weigert van het veld te gaan, moet de politie tussenbeide komen. Van ver lijkt het alsof ze de voetballer arresteren.

Als Ferrini weigert van het veld te gaan, moet de politie tussenbeide komen.

De Italianen worden woest. Het spel gaat door en ze zien in Aston iemand die Chili moet helpen om door te stoten naar de volgende ronde, zodat het WK een succes is. Ze vinden het ook vreemd dat het al zijn tweede wedstrijd van het gastland is, hij floot eerder ook de match tegen de Zwitsers.

De rode kaart kalmeert de geesten niet. Landa neemt vrij snel wraak op een andere Italiaan, maar wordt daarvoor niet gestraft met een uitsluiting. Het sein voor verdere gruwel. Het spel ligt voortdurend stil, van de eerste twintig minuten is er maar vier minuten effectieve speeltijd.

In de 38ste minuut is het weer prijs: Leonel Sanchez gaat door op de flank en wordt getorpedeerd door Mario David. Die verkoopt de speler, als die op de grond ligt, nog wat extra trappen. Sanchez staat recht en verkoopt zijn tegenstander een mep. Aston grijpt opnieuw niet in. Dat doet hij wel drie minuten later: voor een nieuw vergrijp van David op Sanchez wordt de Italiaan uitgesloten.

Met negen tegen elf is het kalf voor de Italianen verdronken. Italië slikt na de rust twee goals. Chili is geplaatst. 's Anderendaags winnen de West-Duitsers en Italië mag naar huis.

Als de BBC de wedstrijd een paar weken later uitzendt - zo ging dat in die tijd zelfs zonder corona -zegt presentator David Coleman bij wijze van introductie: 'Goeie avond dames en heren, de voetbalmatch die jullie zo dadelijk gaan zien, is wellicht de stomste, vreselijkste, meest wraakroepende en afstotelijke match uit de voetbalgeschiedenis.' Ze zal de geschiedenisboeken ingaan als 'De slag om Santiago.'

Lees verder onder de video

Making of

Vanwaar dat geweld? Wel, de vrees van Omar Sivori is/was terecht. De match is eigenlijk een logische voortzetting van hoe het tornooi is begonnen: in alle wedstrijden krijgt de arbitrage het geweld op het veld niet onder controle.

Dat is niet alleen hun schuld, er zijn ook geopolitieke redenen. Vandaag scheidt FIFA met een geleide loting landen die het met mekaar niet kunnen vinden, uit vrees dat dit op het veld zou ontaarden. In die dagen niet. En dus staan al op de tweede dag - het toernooi begon op 30 mei - twee grote politieke rivalen tegen mekaar: de Sovjet-Unie versus Joegoslavië. Geopolitiek gezien: Stalin versus Tito. Een replay van de Europese finale uit 1960, toen gewonnen door de Sovjets. Ze winnen ook nu weer, met 2-0. Maar ten koste van veel leed: de Rus Eduard Dubinski wordt zo hard aangepakt dat hij nooit meer zal kunnen voetballen.

Italië en West-Duitsland laten zich dezelfde dag ook al van hun slechtste kant zien. Hun duel eindigt op 0-0, maar de oorlogsschade is groot: vier gewonden aan beide kanten. Sepp Herberger zal over die wedstrijd later zeggen dat het 'de hardste partij was uit de geschiedenis van het West-Duitse voetbal'.

Die 31ste mei is een gitzwarte dag voor het wereldvoetbal, want ook in groep 3 laten ze zich gaan. In Viña del Mar staan Tsjechoslovakije en Spanje tegen mekaar. De Tsjechen winnen, maar het is een duur bevochten zege: de Spanjaarden Rivello (voetblessure) en Reija (meniscus) vallen uit en de Tsjechoslovaakse doelman Schrojf krijgt zo'n klap tegen zijn hoofd dat hij bewusteloos raakt. De wedstrijd ligt een paar minuten stil. In groep vier tenslotte had de openingswedstrijd tussen Argentinië en Bulgarije een dag eerder al de toon gezet: voor twee Bulgaren is het tornooi dan al voorbij, vijf Argentijnen halen geblesseerd het einde. Na twee speeldagen hebben vooral de dokters werk: liefst 24 voetballers kampen met oorlogswonden.

FIFA grijpt in: zo kan het niet verder. Op 1 juni wordt er niet gevoetbald en er komt een conclaaf. Er moet worden opgetreden. Als gebaar van goodwill proberen de Italianen het een dag later met een bloemetje. Helaas te laat en niet eens hun schuld. Hun pers had dan al de boel verziekt.

Ontwikkelingsland

Om dat uit te leggen moeten we terug naar 1960. Dan gebeurt waar elke organisatie van een wereldevenement voor vreest: een ramp die de voorbereidingen grondig verstoort. Geen pandemie zoals nu, in dit geval een aardbeving. Een zware, 9,5 op de schaal van Richter, tot nu de zwaarste aardbeving ooit. Ze gebeurt op 22 mei en zal voor honderden doden en vermisten zorgen. De schade aan gebouwen en infrastructuur is immens, een land is tijdelijk letterlijk KO.

Twee jaar later is verre van alles hersteld. Uiteraard berichten verslaggevers, afgevaardigd om het voetbal te coveren, ook over de sociale toestand van het land. Dat likt nog zijn wonden, op alle vlakken en het was er al niet florissant, voor 1960. Chili is dan nog een ontwikkelingsland. Daar alle spots op richten is net de bedoeling van FIFA, als dat in 1956 bij de toewijzing Chili verkiest boven Argentinië: het WK moet gaan naar een ontwikkelingsland en dat zo helpen met wat extra enthousiasme en dynamiek. Het Italiaanse vermoeden dat de refs een handje moeten helpen is niet helemaal ongegrond.

Als blijkt dat Italië bij de loting in een groep met het gastland wordt ondergebracht, stuurt de Florentijnse krant La Nazione vooraf een verslaggever naar Zuid-Amerika. Een ervaren wereldreiziger, die later ook de oorlog in Vietnam zal coveren. De Milanese krant Corriere Delle Sera doet hetzelfde.

Of beiden mekaar beïnvloeden, weten we niet. Hun beschrijvingen van het leven in Chili in het begin van de jaren zestig lopen wél gelijk: ze ervaren het land als achtergesteld gebied, met grote sociale verschillen, veel miserie, prostitutie, ellende. Hun conclusie: de Chileen leidt een miserabel leven. En Santiago, de hoofdstad, is in hun ogen een oord van verderf, geregeerd door prostitutie en criminaliteit.

Wat ze thuis berichten, wordt met grote ogen gelezen door mensen op de Chileense ambassade in Rome. Die vertalen de artikels en sturen ze naar het thuisfront. Daar wordt het gretig verspreid onder de bevolking, in een nationalistische reflex. De wedstrijd wordt zo een antwoord op wat de Chilenen zien als een Italiaanse belediging. Die sfeer verbloemen, zoals de Italianen proberen, lukt niet meer.

En daarna

Het WK van 1962 zal de geschiedenis ingaan als het meest gewelddadige ooit. Op het veld wel te verstaan. Het wordt ook het eerste tornooi met minder dan drie goals gemiddeld per wedstrijd. Dat is nu normaal, in die dagen niet. Dé speler van het tornooi wordt nog wel een artiest, de Braziliaan Garrincha, samen met Vava co-topschutter.

Het is Brazilië dat de finale wint, nadat het het gastland uitschakelt in de halve finale met 4-2. Ook deze wedstrijd wordt ontsierd door uitsluitingen, Garrincha aan Braziliaanse kant, Landa aan Chileense. Zoek in de statistieken niet naar hoe Pele het deed, hij mist het tornooi met een blessure. De pineut van de finale is de Tsjechoslovaakse doelman Schrojf, die twee keer in de fout gaat bij de Braziliaanse doelpunten.

Zestien landen nemen eind mei/begin juni 1962 deel aan de zevende editie van het WK. Na twee keer Europa is het opnieuw aan Zuid-Amerika om het tornooi te organiseren. Gastland Chili zit in groep 2, de zogenaamde groep des doods, met als tegenstanders drie Europese landen: West-Duitsland, Italië en Zwitserland. Op zich niet zo ongewoon, maar liefst tien van de zestien deelnemers komen uit het oude continent. De gastheren winnen op 30 mei hun eerste wedstrijd, van Zwitserland, terwijl de andere partij op een gelijkspel eindigt. Als Chili ook de tweede match wint, is de kwalificatie binnen. De Italianen weten dat verlies zo goed als de uitschakeling betekent, als 's anderendaags West-Duitsland ook wint van Zwitserland. Omdat ze bang zijn voor een vijandig onthaal (gegrond, daarover later meer), komen ze het veld op met witte anjers, die ze in het publiek gooien. De reactie van dat publiek is afwijzend: de anjers worden teruggegooid naar de spelers, die keihard worden uitgefloten. Een van de Italiaanse sterren begint op de bank, het nummer tien Omar Sivori. Gefluisterd wordt dat hij er zelf om heeft gevraagd, uit lijfsbehoud. Hij vreest dat de vijandige sfeer ook zal heersen bij de thuisspelers. Al vanaf de aftrap is de toon gezet: alle 22 gaan er met de botte bijl in, de Italianen laten zich niet onbetuigd. Al na 12 seconden komt er een eerste fout, een gevolg van pressing op de speler in balbezit. De wedstrijd staat onder leiding van de Engelsman Ken Aston en die ziet hoe na zeven minuten de Italiaan Ferrini de Chileen Landa doormidden probeert te trappen. Aston kan niet anders dan de Italiaan uitsluiten. Dat gebeurt overigens nog zonder kaarten te tonen - rood en geel worden pas voor het eerst gebruikt op het WK in 1970. Als Ferrini weigert van het veld te gaan, moet de politie tussenbeide komen. Van ver lijkt het alsof ze de voetballer arresteren.De Italianen worden woest. Het spel gaat door en ze zien in Aston iemand die Chili moet helpen om door te stoten naar de volgende ronde, zodat het WK een succes is. Ze vinden het ook vreemd dat het al zijn tweede wedstrijd van het gastland is, hij floot eerder ook de match tegen de Zwitsers.De rode kaart kalmeert de geesten niet. Landa neemt vrij snel wraak op een andere Italiaan, maar wordt daarvoor niet gestraft met een uitsluiting. Het sein voor verdere gruwel. Het spel ligt voortdurend stil, van de eerste twintig minuten is er maar vier minuten effectieve speeltijd. In de 38ste minuut is het weer prijs: Leonel Sanchez gaat door op de flank en wordt getorpedeerd door Mario David. Die verkoopt de speler, als die op de grond ligt, nog wat extra trappen. Sanchez staat recht en verkoopt zijn tegenstander een mep. Aston grijpt opnieuw niet in. Dat doet hij wel drie minuten later: voor een nieuw vergrijp van David op Sanchez wordt de Italiaan uitgesloten.Met negen tegen elf is het kalf voor de Italianen verdronken. Italië slikt na de rust twee goals. Chili is geplaatst. 's Anderendaags winnen de West-Duitsers en Italië mag naar huis.Als de BBC de wedstrijd een paar weken later uitzendt - zo ging dat in die tijd zelfs zonder corona -zegt presentator David Coleman bij wijze van introductie: 'Goeie avond dames en heren, de voetbalmatch die jullie zo dadelijk gaan zien, is wellicht de stomste, vreselijkste, meest wraakroepende en afstotelijke match uit de voetbalgeschiedenis.' Ze zal de geschiedenisboeken ingaan als 'De slag om Santiago.' Lees verder onder de videoVanwaar dat geweld? Wel, de vrees van Omar Sivori is/was terecht. De match is eigenlijk een logische voortzetting van hoe het tornooi is begonnen: in alle wedstrijden krijgt de arbitrage het geweld op het veld niet onder controle.Dat is niet alleen hun schuld, er zijn ook geopolitieke redenen. Vandaag scheidt FIFA met een geleide loting landen die het met mekaar niet kunnen vinden, uit vrees dat dit op het veld zou ontaarden. In die dagen niet. En dus staan al op de tweede dag - het toernooi begon op 30 mei - twee grote politieke rivalen tegen mekaar: de Sovjet-Unie versus Joegoslavië. Geopolitiek gezien: Stalin versus Tito. Een replay van de Europese finale uit 1960, toen gewonnen door de Sovjets. Ze winnen ook nu weer, met 2-0. Maar ten koste van veel leed: de Rus Eduard Dubinski wordt zo hard aangepakt dat hij nooit meer zal kunnen voetballen.Italië en West-Duitsland laten zich dezelfde dag ook al van hun slechtste kant zien. Hun duel eindigt op 0-0, maar de oorlogsschade is groot: vier gewonden aan beide kanten. Sepp Herberger zal over die wedstrijd later zeggen dat het 'de hardste partij was uit de geschiedenis van het West-Duitse voetbal'. Die 31ste mei is een gitzwarte dag voor het wereldvoetbal, want ook in groep 3 laten ze zich gaan. In Viña del Mar staan Tsjechoslovakije en Spanje tegen mekaar. De Tsjechen winnen, maar het is een duur bevochten zege: de Spanjaarden Rivello (voetblessure) en Reija (meniscus) vallen uit en de Tsjechoslovaakse doelman Schrojf krijgt zo'n klap tegen zijn hoofd dat hij bewusteloos raakt. De wedstrijd ligt een paar minuten stil. In groep vier tenslotte had de openingswedstrijd tussen Argentinië en Bulgarije een dag eerder al de toon gezet: voor twee Bulgaren is het tornooi dan al voorbij, vijf Argentijnen halen geblesseerd het einde. Na twee speeldagen hebben vooral de dokters werk: liefst 24 voetballers kampen met oorlogswonden.FIFA grijpt in: zo kan het niet verder. Op 1 juni wordt er niet gevoetbald en er komt een conclaaf. Er moet worden opgetreden. Als gebaar van goodwill proberen de Italianen het een dag later met een bloemetje. Helaas te laat en niet eens hun schuld. Hun pers had dan al de boel verziekt.Om dat uit te leggen moeten we terug naar 1960. Dan gebeurt waar elke organisatie van een wereldevenement voor vreest: een ramp die de voorbereidingen grondig verstoort. Geen pandemie zoals nu, in dit geval een aardbeving. Een zware, 9,5 op de schaal van Richter, tot nu de zwaarste aardbeving ooit. Ze gebeurt op 22 mei en zal voor honderden doden en vermisten zorgen. De schade aan gebouwen en infrastructuur is immens, een land is tijdelijk letterlijk KO.Twee jaar later is verre van alles hersteld. Uiteraard berichten verslaggevers, afgevaardigd om het voetbal te coveren, ook over de sociale toestand van het land. Dat likt nog zijn wonden, op alle vlakken en het was er al niet florissant, voor 1960. Chili is dan nog een ontwikkelingsland. Daar alle spots op richten is net de bedoeling van FIFA, als dat in 1956 bij de toewijzing Chili verkiest boven Argentinië: het WK moet gaan naar een ontwikkelingsland en dat zo helpen met wat extra enthousiasme en dynamiek. Het Italiaanse vermoeden dat de refs een handje moeten helpen is niet helemaal ongegrond.Als blijkt dat Italië bij de loting in een groep met het gastland wordt ondergebracht, stuurt de Florentijnse krant La Nazione vooraf een verslaggever naar Zuid-Amerika. Een ervaren wereldreiziger, die later ook de oorlog in Vietnam zal coveren. De Milanese krant Corriere Delle Sera doet hetzelfde.Of beiden mekaar beïnvloeden, weten we niet. Hun beschrijvingen van het leven in Chili in het begin van de jaren zestig lopen wél gelijk: ze ervaren het land als achtergesteld gebied, met grote sociale verschillen, veel miserie, prostitutie, ellende. Hun conclusie: de Chileen leidt een miserabel leven. En Santiago, de hoofdstad, is in hun ogen een oord van verderf, geregeerd door prostitutie en criminaliteit.Wat ze thuis berichten, wordt met grote ogen gelezen door mensen op de Chileense ambassade in Rome. Die vertalen de artikels en sturen ze naar het thuisfront. Daar wordt het gretig verspreid onder de bevolking, in een nationalistische reflex. De wedstrijd wordt zo een antwoord op wat de Chilenen zien als een Italiaanse belediging. Die sfeer verbloemen, zoals de Italianen proberen, lukt niet meer.Het WK van 1962 zal de geschiedenis ingaan als het meest gewelddadige ooit. Op het veld wel te verstaan. Het wordt ook het eerste tornooi met minder dan drie goals gemiddeld per wedstrijd. Dat is nu normaal, in die dagen niet. Dé speler van het tornooi wordt nog wel een artiest, de Braziliaan Garrincha, samen met Vava co-topschutter. Het is Brazilië dat de finale wint, nadat het het gastland uitschakelt in de halve finale met 4-2. Ook deze wedstrijd wordt ontsierd door uitsluitingen, Garrincha aan Braziliaanse kant, Landa aan Chileense. Zoek in de statistieken niet naar hoe Pele het deed, hij mist het tornooi met een blessure. De pineut van de finale is de Tsjechoslovaakse doelman Schrojf, die twee keer in de fout gaat bij de Braziliaanse doelpunten.