De feiten

Op 21 april 2007 zitten de supporters van Olympique Lyon aandachtig de wedstrijd tussen Rennes en Toulouse te volgen. Ze hebben zelf op woensdagavond de Bretoenen ontvangen, match die eindigde op 0-0. In principe moet dat voldoende zijn voor een nieuwe titel, de zesde op een rij.

Toulouse, tweede in de stand, staat met nog zes wedstrijden te spelen al op 17 punten en scoorde veel minder. Het doelsaldo van Lyon is +32, dat van Toulouse +5. Maar mathematisch zeker is een en ander nog niet.

Dat wordt het op 21 april 2007 wél in Rennes. Toulouse verliest er met 3-2, een doelpunt van Bruno Cheyrou in de 87e minuut. Lyon, onder het bewind van Gérard Houllier en met een ontluikende Karim Benzema in de kern, speelt 's anderendaags 0-0 op het veld van Auxerre.

Helden van dat team: Milan Baros, Fred en Juninho. Aruna Dindane (ex-Anderlecht) was even leider in de stand van de topschutters, maar dat wordt uiteindelijk Pauleta (PSG). Zijn ploeg eindigt ondanks zijn 15 goals op de 15e plaats, op 33 punten van Lyon.

Making-of

In 1987 doet Jean-Michel Aulas zijn intrede bij Lyon, op dat moment nog in tweede klasse. Hij is een man met een plan en wil zijn ploeg binnen de vier jaar naar de top van de Ligue 1 brengen. Het is een voetbalploeg in een stad met een fameuze spreidstand: bourgeois chic in de binnenstad, verpauperd in de wijken aan de rand. Hier wonen veel migranten, vaak van Arabische afkomst, en die voelen zich niet altijd aanvaard door de rest van de Franse bevolking.

Op voetbalvlak voert Marseille de boventoon, en in de Franse nationale ploeg zijn het nog de jongens van het platteland die de plak zwaaien: Didier Deschamps, Bixente Lizarazu, Fabien Barthez, Laurent Blanc. Niet de street kids, zoals Diego Maradona of Ronaldinho, laat staan les Arabes. Hun eerste echte held, Zinédine Zidane, verovert pas in 1998 de Franse harten.

Lyon is ook een filmstad en als cinemaketen Pathé zich in 1999 achter de ploeg schaart, krijgt de financiële input wat extra boost. Het eerste businessplan van Aulas, die in 1989 met Olympique Lyon naar eerste klasse promoveert, is een klassiek voetbalmodel: kopen, afwerken, doorverkopen. Florent Malouda (Guingamp), Michael Essien (Bastia), Eric Abidal (Lille), Mahamadou Diarra (Vitesse) en Hugo Lloris (Nice) worden door de scouts opgemerkt, in Lyon verder geboetseerd en dan voor veel geld verkocht aan Chelsea, Barcelona, Tottenham of Real Madrid.

Karim Benzema, in 2009 verkocht aan Real Madrid, blijft een decennium lang het enige paradepaardje uit de jeugdopleiding. Het model kost soms ook geld, niet alle transfers lukken met winst op doorverkoop, maar nationaal werkt het. In 2008 verlengt Lyon opnieuw zijn titel. De zevende op rij. Dit keer is Bordeaux tweede. PSG eindigt 16e, maar drie punten boven de degradatie.

En daarna

De val, met Aulas als Icarus. Wie dominant is in eigen land, wil ook eens hoger springen. In de Champions League bijvoorbeeld. Drie keer kwartfinale en twee keer achtste finale, het is daar altijd net niet. Het voorbeeld van Leeds, dat zich Europees vergaloppeerde in het begin van de 21e eeuw, schrikt Aulas niet af en hij investeert in 2008 plots fors. Het draait verkeerd uit.

Benzema valt niet te houden, en de vervangers falen. Lissandro Lopez, Bastos, Gourcuff, Briand, Cissokho, Gomis,... Lyon geeft zeer veel geld uit, maar de resultaatrekening duikt in het rood. Europees lijkt winst even binnen handbereik, in het seizoen 2009/10 schakelen de Fransen Real Madrid uit in de achtste finales en nationaal rivaal Bordeaux in de kwartfinales, maar uiteindelijk is Bayern in de halve eindstrijd te sterk.

In eigen land begint de ploeg te falen: pas derde in 2009 en 2011, slechts vierde in 2012. De club raakt in financiële ademnood én is sportief zijn macht kwijt, zeker als Qatar bij PSG zijn intrede doet en de Parijzenaars van de kelder in het klassement naar de top katapulteert. In 2010 eindigen ze nog dertiende, in 2012 zijn ze al kampioen.

Aulas verandert in die periode zijn sportieve strategie. Het investeren in sterren laat hij aan PSG en Olympique Marseille, Lyon gaat inzetten op straatvoetballers en zijn opleidingscentrum pimpen. Frédéric Kanouté, Steed Malbranque of Ludovic Giuly, lokale helden in de jaren negentig, en Benzema krijgen opvolgers: Samuel Umtiti, Alexandre Lacazette, Anthony Martial, Nabil Fekir, Corentin Tolisso,... Houssem Aouar, middenvelder, is allicht de volgende die deze zomer voor veel geld de deur uitgaat.

Na 2016 verandert Aulas, op dat moment 67 en zakelijk aan het herpositioneren, nog een beetje meer zijn exitstrategie uit de rode cijfers. Rond het voor het EK gebouwde nieuwe stadion een eindje buiten het centrum (veel verder van de binnenstad dan de oude thuisbasis Gerland) moet een Parc OL ontstaan. Aulas verkoopt in 2016 onder druk van zijn partner Groupama zijn technologiepool Cégid, en gaat werken met Silver Lake, een Amerikaans investeringsfonds. Hij veramerikaniseert zijn club.

Rond Parc OL moet 365 dagen per jaar wat te beleven zijn, bereikbaar met het openbaar vervoer: hotel, voetbal, concerten. Bedrijven huren een loge, die ze tijdens de week als kantoor kunnen gebruiken. De omnisportclub, met ook een stevige poot in het vrouwenvoetbal, moet zich ontwikkelen tot beste opleidingscentrum te wereld. De zakenwereld heeft veel geprofiteerd van het voetbal, vindt Aulas, ondernemers van de bouw van stadions, televisiezenders met het verwerven van de rechten en het uitzenden van voetbal, het is tijd dat het voetbal van een verlieslatende sector weer een winstgevende wordt. Met het stadion als centrale plaats en zoveel mogelijk in eigen beheer.

Financieel is zijn club opnieuw winstgevend. Sportief blijft Lyon PSG opjagen, zij het vanop afstand. De voorbije jaren werd de club tweede of derde. De laatste trofee, de Franse beker, dateert al van 2012. Maar gewapend voor het post-PSG-tijdperk lijkt Olympique Lyon stilaan wel.

Op 21 april 2007 zitten de supporters van Olympique Lyon aandachtig de wedstrijd tussen Rennes en Toulouse te volgen. Ze hebben zelf op woensdagavond de Bretoenen ontvangen, match die eindigde op 0-0. In principe moet dat voldoende zijn voor een nieuwe titel, de zesde op een rij. Toulouse, tweede in de stand, staat met nog zes wedstrijden te spelen al op 17 punten en scoorde veel minder. Het doelsaldo van Lyon is +32, dat van Toulouse +5. Maar mathematisch zeker is een en ander nog niet. Dat wordt het op 21 april 2007 wél in Rennes. Toulouse verliest er met 3-2, een doelpunt van Bruno Cheyrou in de 87e minuut. Lyon, onder het bewind van Gérard Houllier en met een ontluikende Karim Benzema in de kern, speelt 's anderendaags 0-0 op het veld van Auxerre. Helden van dat team: Milan Baros, Fred en Juninho. Aruna Dindane (ex-Anderlecht) was even leider in de stand van de topschutters, maar dat wordt uiteindelijk Pauleta (PSG). Zijn ploeg eindigt ondanks zijn 15 goals op de 15e plaats, op 33 punten van Lyon.In 1987 doet Jean-Michel Aulas zijn intrede bij Lyon, op dat moment nog in tweede klasse. Hij is een man met een plan en wil zijn ploeg binnen de vier jaar naar de top van de Ligue 1 brengen. Het is een voetbalploeg in een stad met een fameuze spreidstand: bourgeois chic in de binnenstad, verpauperd in de wijken aan de rand. Hier wonen veel migranten, vaak van Arabische afkomst, en die voelen zich niet altijd aanvaard door de rest van de Franse bevolking. Op voetbalvlak voert Marseille de boventoon, en in de Franse nationale ploeg zijn het nog de jongens van het platteland die de plak zwaaien: Didier Deschamps, Bixente Lizarazu, Fabien Barthez, Laurent Blanc. Niet de street kids, zoals Diego Maradona of Ronaldinho, laat staan les Arabes. Hun eerste echte held, Zinédine Zidane, verovert pas in 1998 de Franse harten.Lyon is ook een filmstad en als cinemaketen Pathé zich in 1999 achter de ploeg schaart, krijgt de financiële input wat extra boost. Het eerste businessplan van Aulas, die in 1989 met Olympique Lyon naar eerste klasse promoveert, is een klassiek voetbalmodel: kopen, afwerken, doorverkopen. Florent Malouda (Guingamp), Michael Essien (Bastia), Eric Abidal (Lille), Mahamadou Diarra (Vitesse) en Hugo Lloris (Nice) worden door de scouts opgemerkt, in Lyon verder geboetseerd en dan voor veel geld verkocht aan Chelsea, Barcelona, Tottenham of Real Madrid. Karim Benzema, in 2009 verkocht aan Real Madrid, blijft een decennium lang het enige paradepaardje uit de jeugdopleiding. Het model kost soms ook geld, niet alle transfers lukken met winst op doorverkoop, maar nationaal werkt het. In 2008 verlengt Lyon opnieuw zijn titel. De zevende op rij. Dit keer is Bordeaux tweede. PSG eindigt 16e, maar drie punten boven de degradatie.De val, met Aulas als Icarus. Wie dominant is in eigen land, wil ook eens hoger springen. In de Champions League bijvoorbeeld. Drie keer kwartfinale en twee keer achtste finale, het is daar altijd net niet. Het voorbeeld van Leeds, dat zich Europees vergaloppeerde in het begin van de 21e eeuw, schrikt Aulas niet af en hij investeert in 2008 plots fors. Het draait verkeerd uit. Benzema valt niet te houden, en de vervangers falen. Lissandro Lopez, Bastos, Gourcuff, Briand, Cissokho, Gomis,... Lyon geeft zeer veel geld uit, maar de resultaatrekening duikt in het rood. Europees lijkt winst even binnen handbereik, in het seizoen 2009/10 schakelen de Fransen Real Madrid uit in de achtste finales en nationaal rivaal Bordeaux in de kwartfinales, maar uiteindelijk is Bayern in de halve eindstrijd te sterk.In eigen land begint de ploeg te falen: pas derde in 2009 en 2011, slechts vierde in 2012. De club raakt in financiële ademnood én is sportief zijn macht kwijt, zeker als Qatar bij PSG zijn intrede doet en de Parijzenaars van de kelder in het klassement naar de top katapulteert. In 2010 eindigen ze nog dertiende, in 2012 zijn ze al kampioen.Aulas verandert in die periode zijn sportieve strategie. Het investeren in sterren laat hij aan PSG en Olympique Marseille, Lyon gaat inzetten op straatvoetballers en zijn opleidingscentrum pimpen. Frédéric Kanouté, Steed Malbranque of Ludovic Giuly, lokale helden in de jaren negentig, en Benzema krijgen opvolgers: Samuel Umtiti, Alexandre Lacazette, Anthony Martial, Nabil Fekir, Corentin Tolisso,... Houssem Aouar, middenvelder, is allicht de volgende die deze zomer voor veel geld de deur uitgaat.Na 2016 verandert Aulas, op dat moment 67 en zakelijk aan het herpositioneren, nog een beetje meer zijn exitstrategie uit de rode cijfers. Rond het voor het EK gebouwde nieuwe stadion een eindje buiten het centrum (veel verder van de binnenstad dan de oude thuisbasis Gerland) moet een Parc OL ontstaan. Aulas verkoopt in 2016 onder druk van zijn partner Groupama zijn technologiepool Cégid, en gaat werken met Silver Lake, een Amerikaans investeringsfonds. Hij veramerikaniseert zijn club. Rond Parc OL moet 365 dagen per jaar wat te beleven zijn, bereikbaar met het openbaar vervoer: hotel, voetbal, concerten. Bedrijven huren een loge, die ze tijdens de week als kantoor kunnen gebruiken. De omnisportclub, met ook een stevige poot in het vrouwenvoetbal, moet zich ontwikkelen tot beste opleidingscentrum te wereld. De zakenwereld heeft veel geprofiteerd van het voetbal, vindt Aulas, ondernemers van de bouw van stadions, televisiezenders met het verwerven van de rechten en het uitzenden van voetbal, het is tijd dat het voetbal van een verlieslatende sector weer een winstgevende wordt. Met het stadion als centrale plaats en zoveel mogelijk in eigen beheer.Financieel is zijn club opnieuw winstgevend. Sportief blijft Lyon PSG opjagen, zij het vanop afstand. De voorbije jaren werd de club tweede of derde. De laatste trofee, de Franse beker, dateert al van 2012. Maar gewapend voor het post-PSG-tijdperk lijkt Olympique Lyon stilaan wel.