De feiten

25 juni 1992, Ullevi Stadion Göteborg. Duitsland staat voor de vierde keer in een Europese finale. De tegenstander heet Denemarken, dat in de halve finales Oranje verrast, de regerende Europese kampioen.

Marco van Basten, de held van 1988, heeft er dit keer een beroerd tornooi opzitten: hij kan niet één keer scoren, zelfs niet in de strafschoppenserie in de halve finales. Peter Schmeichel, dan nog een gewone keeper bij Bröndby, stopt zijn elfmeter.

Ongewild heeft Van Basten nog iets op zijn geweten: de kniebreuk van Henrik Andersen. Die krijgt eerder in de match een gele kaart, en zou sowieso de finale hebben gemist, maar dit gruwelbeeld blijft op veel netvliezen hangen.

Aan de aftrap in de finale staat wél Kim Vilfort. Die wordt in die periode getroffen door een persoonlijk drama. Zijn dochtertje heeft leukemie. Heel Europa leeft mee met zijn verhaal. Hij krijgt van de Deense bondscoach Richard Möller Nielsen alle vrijheid om zijn familie te bezoeken.

Vilfort wil eerst afmelden, maar de familie overtuigt hem om toch deel te nemen. Pendelen tussen Zweden en Denemarken is niet zo lastig. Vilfort speelt twee groepswedstrijden, mist de derde omdat de toestand thuis plots verslechtert, maar keert terug voor de halve finale. Hij zet na 120 minuten ook een strafschop om. Uiteraard is hij er ook bij in de finale.

Duitsland start sterk maar wordt gepakt op de counter: 1-0 voor de Denen. Het Deense dynamiet is op dit tornooi een Deense muur. Uitgerekend Vilfort maakt in de 78e minuut de 2-0. Zijn doelpunt is het 200e in de eindronde van het EK. Kort na het EK bezwijkt zijn dochtertje alsnog aan haar ziekte.

Making-of

Politiek domineert de aanloop. 'Perestroika' (herstructurering) en 'glasnost' (openheid) zijn de modewoorden in die tijd. In het najaar 1989 is de Muur gevallen, maar bij de samenstelling van de kwalificatiepoules, op 2 februari 1990 bestaan op sportvlak nog zowel West- als Oost-Duitsland. Het lot plaatst ze in dezelfde groep: groep 5. De groep van België.

Op 12 september 1990 mag België de kwalificaties beginnen met een thuismatch tegen de DDR, maar de politiek neemt het voetbal op snelheid. Op 23 augustus 1990 stemt het parlement van Oost-Duitsland in met de eenmaking. Die is voorzien vanaf 3 oktober. Dan worden ook de twee sportieve kernen samengevoegd. Zo wordt de match in Brussel plots de allerlaatste voetbalinterland van de DDR. Die krijgt een herkwalificatie als vriendschappelijke interland.

De eenmaking kost veel voetballers uit Oost-Duitsland hun interlandcarrière, de sportieve kloof met het westen, dat wereldkampioen is, is te groot. In 1992 zullen maar drie Ossies de EK-selectie halen: Matthias Sammer, in Brussel tijdens die afscheidswedstrijd aanvoerder, Andreas Thom en Thomas Doll.

Een ander probleemkind in die dagen is de Sovjet-Unie, ondergebracht in groep 1. Zij winnen die groep en houden zo Italië weg van Zweden, maar als de kwalificaties zijn afgelopen, houdt het land de facto ook op te bestaan. Op 26 december 1991 komt een einde aan iets wat al jaren bezig is: de onafhankelijkheidsstrijd van de diverse deelgebieden. Die dag heft de Opperste Sovjet zichzelf op.

De sporters zitten met de handen in het haar. 1992 is een sportjaar met EK en Olympische Spelen. Moet iedereen nu apart? Op 11 januari 1992 reageren 12 sportbonden, die beslissen nog even samen te blijven. Tot de zomer van 1992. Het Internationaal Olympisch comité gaat akkoord, de FIFA ook. Alleen Estland, Letland én Litouwen, de drie Baltische staten, blijven sportief weg uit dat gemenebest en vaardigen geen spelers of later atleten af.

Het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) speelt (en wint) zijn eerste interland op een symbolische manier: in en tegen de VS, met 0-1. De negende symfonie van Beethoven wordt het 'officiële' volkslied. Op het EK speelt het GOS nog gelijk tegen Nederland en Duitsland, maar verliest het van Schotland.

'Lucky loser' Denemarken verrast vriend en vijand en wint het EK van 1992, GETTY
'Lucky loser' Denemarken verrast vriend en vijand en wint het EK van 1992 © GETTY

Een derde probleemkind is Joegoslavië, tijdens de kwalificaties ondergebracht in groep 4, samen met Denemarken. De Denen verliezen in Kopenhagen van Joegoslavië, maar winnen in Belgrado. Het zal niet volstaan voor plaatsing, ze eindigen uiteindelijk op één puntje van Stojkovic en co.

Op dat moment ontploft de Balkan en valt ook dat land uit elkaar in deelrepublieken die elkaar de oorlog verklaren. In die omstandigheden Serviërs (Mihajlovic en Stojkovic), Kroaten (Suker, Stanic, Jarni, Prosinecki, Boban), Slovenen (Katanec) en Macedoniërs (Pancev) samen laten voetballen is onmogelijk.

Als in Belgrado de nieuwe republiek Servië en Montenegro wordt opgericht, probeert men het ticket van het EK te claimen. Maar als de Verenigde Naties op 30 mei 1992 officiële sancties uitspreken tegen het land, volgt ook de UEFA. Het sluit de nieuwe republiek uit van deelname en vist het nummer twee van de groep, Denemarken, op.

De EK-selectie van Joegoslavië zit dan al in een Zweeds hotel. Zonder al die vedetten, en zonder bondscoach Ivica Osim, die is afgehaakt na de beschietingen van Sarajevo. Het is zijn assistent die een selectie leidt van vooral spelers van Partizan en Rode Ster.

En hier begint de mythe van het strand. Op 31 mei krijgt bondscoach Richard Möller Nielsen thuis een telefoontje: dat hij naar het EK mag. Volgens de legende begint hij dan een zoektocht naar zijn internationals die her en der verspreid liggen op de stranden. In werkelijkheid zijn ze vooral aan het plannen om te vertrekken náár die stranden.

Denemarken weet dat al lang dat er een kans bestaat dat het toch nog wordt opgevist, én er staat nog een oefeninterland tegen het GOS gepland. Iedereen heeft door getraind, weliswaar wat minder intensief, en met een verlangende blik naar de vakantie.

Dat blijkt ook op 3 juni 1992, het wordt 1-1 in Kopenhagen. Geen 6000 toeschouwers zien daar het begin van het sprookje, de vakantie zal nog even moeten wachten. Een ontspannen team met veel jongens die nog in Denemarken voetballen, reist zonder veel druk af naar Zweden en verrast daar iedereen.

En daarna

Van zero naar hero. De natie verzoent zich weer met zijn ploeg en vooral met Richard Möller Nielsen, die de speelstijl van het team radicaal omgooide.

Eigenlijk is de bondscoach, voordien assistent van de Duitser Sepp Piontek, maar tweede keuze. Onder Piontek steelt Denemarken veel voetbalharten in de jaren tachtig tijdens EK en WK, en als de man moet worden opgevolgd, komt de voetbalbond met een verrassende naam : Horst Wohler, een veertigjarige Duitser. Die ligt echter nog onder contract bij Uerdingen en de Deense bond krijgt hem er niet weg. In allerijl wordt Möller Nielsen, assistent van Piontek, gepromoveerd.

Geconfronteerd met het afhaken van de grote sterren van Denemarkens briljante team, verandert hij de tactische aanpak. Afgelopen met sierlijk, dominant voetbal, tijd voor de snelle omschakeling vanuit een stevige organisatie achterin.

Dat leidt tot een conflict met de beste Deense voetballer van dat moment, Michael Laudrup. De oudste van de twee broers houdt vast aan zijn principes en haakt tijdens de kwalificaties af. Als Denemarken zich niet kan plaatsen, is de kritiek op het spel van Möller Nielsen stevig. Het telefoontje van 31 mei 1992, zal de bondscoach later verklaren, kon ook de melding van zijn ontslag inluiden. Nu wordt dit het begin van zijn grote(re) gelijk.

Möller Nielsen mag (uiteraard) blijven en zal Denemarken nog naar het EK in 1996 loodsen. In augustus 1993 worden de meningsverschillen met Michael Laudrup bijgelegd en keert die terug bij de selectie. Na Denemarken zal Möller Nielsen nog aan de slag gaan bij Finland en Israël. Op 13 februari 2014 overlijdt hij aan kanker.

Gevraagd naar de sleutel van zijn succes in Zweden, zegt hij: 'Er hebben drie factoren een rol gespeeld: minigolf, hamburgers en vrouwen. Dat werkte wonderwel, dus vond iedereen me geniaal. Maar als het verkeerd gelopen was, hadden diezelfde mensen gezegd: wat een amateur! Hoe kan hij ze laten minigolfen, hamburgers eten of met hun vrouwen slapen in plaats van ze te laten trainen? Het was geen wetenschap, het was puur toeval.'

25 juni 1992, Ullevi Stadion Göteborg. Duitsland staat voor de vierde keer in een Europese finale. De tegenstander heet Denemarken, dat in de halve finales Oranje verrast, de regerende Europese kampioen. Marco van Basten, de held van 1988, heeft er dit keer een beroerd tornooi opzitten: hij kan niet één keer scoren, zelfs niet in de strafschoppenserie in de halve finales. Peter Schmeichel, dan nog een gewone keeper bij Bröndby, stopt zijn elfmeter.Ongewild heeft Van Basten nog iets op zijn geweten: de kniebreuk van Henrik Andersen. Die krijgt eerder in de match een gele kaart, en zou sowieso de finale hebben gemist, maar dit gruwelbeeld blijft op veel netvliezen hangen.Aan de aftrap in de finale staat wél Kim Vilfort. Die wordt in die periode getroffen door een persoonlijk drama. Zijn dochtertje heeft leukemie. Heel Europa leeft mee met zijn verhaal. Hij krijgt van de Deense bondscoach Richard Möller Nielsen alle vrijheid om zijn familie te bezoeken. Vilfort wil eerst afmelden, maar de familie overtuigt hem om toch deel te nemen. Pendelen tussen Zweden en Denemarken is niet zo lastig. Vilfort speelt twee groepswedstrijden, mist de derde omdat de toestand thuis plots verslechtert, maar keert terug voor de halve finale. Hij zet na 120 minuten ook een strafschop om. Uiteraard is hij er ook bij in de finale.Duitsland start sterk maar wordt gepakt op de counter: 1-0 voor de Denen. Het Deense dynamiet is op dit tornooi een Deense muur. Uitgerekend Vilfort maakt in de 78e minuut de 2-0. Zijn doelpunt is het 200e in de eindronde van het EK. Kort na het EK bezwijkt zijn dochtertje alsnog aan haar ziekte.Politiek domineert de aanloop. 'Perestroika' (herstructurering) en 'glasnost' (openheid) zijn de modewoorden in die tijd. In het najaar 1989 is de Muur gevallen, maar bij de samenstelling van de kwalificatiepoules, op 2 februari 1990 bestaan op sportvlak nog zowel West- als Oost-Duitsland. Het lot plaatst ze in dezelfde groep: groep 5. De groep van België. Op 12 september 1990 mag België de kwalificaties beginnen met een thuismatch tegen de DDR, maar de politiek neemt het voetbal op snelheid. Op 23 augustus 1990 stemt het parlement van Oost-Duitsland in met de eenmaking. Die is voorzien vanaf 3 oktober. Dan worden ook de twee sportieve kernen samengevoegd. Zo wordt de match in Brussel plots de allerlaatste voetbalinterland van de DDR. Die krijgt een herkwalificatie als vriendschappelijke interland.De eenmaking kost veel voetballers uit Oost-Duitsland hun interlandcarrière, de sportieve kloof met het westen, dat wereldkampioen is, is te groot. In 1992 zullen maar drie Ossies de EK-selectie halen: Matthias Sammer, in Brussel tijdens die afscheidswedstrijd aanvoerder, Andreas Thom en Thomas Doll.Een ander probleemkind in die dagen is de Sovjet-Unie, ondergebracht in groep 1. Zij winnen die groep en houden zo Italië weg van Zweden, maar als de kwalificaties zijn afgelopen, houdt het land de facto ook op te bestaan. Op 26 december 1991 komt een einde aan iets wat al jaren bezig is: de onafhankelijkheidsstrijd van de diverse deelgebieden. Die dag heft de Opperste Sovjet zichzelf op.De sporters zitten met de handen in het haar. 1992 is een sportjaar met EK en Olympische Spelen. Moet iedereen nu apart? Op 11 januari 1992 reageren 12 sportbonden, die beslissen nog even samen te blijven. Tot de zomer van 1992. Het Internationaal Olympisch comité gaat akkoord, de FIFA ook. Alleen Estland, Letland én Litouwen, de drie Baltische staten, blijven sportief weg uit dat gemenebest en vaardigen geen spelers of later atleten af.Het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) speelt (en wint) zijn eerste interland op een symbolische manier: in en tegen de VS, met 0-1. De negende symfonie van Beethoven wordt het 'officiële' volkslied. Op het EK speelt het GOS nog gelijk tegen Nederland en Duitsland, maar verliest het van Schotland.Een derde probleemkind is Joegoslavië, tijdens de kwalificaties ondergebracht in groep 4, samen met Denemarken. De Denen verliezen in Kopenhagen van Joegoslavië, maar winnen in Belgrado. Het zal niet volstaan voor plaatsing, ze eindigen uiteindelijk op één puntje van Stojkovic en co.Op dat moment ontploft de Balkan en valt ook dat land uit elkaar in deelrepublieken die elkaar de oorlog verklaren. In die omstandigheden Serviërs (Mihajlovic en Stojkovic), Kroaten (Suker, Stanic, Jarni, Prosinecki, Boban), Slovenen (Katanec) en Macedoniërs (Pancev) samen laten voetballen is onmogelijk.Als in Belgrado de nieuwe republiek Servië en Montenegro wordt opgericht, probeert men het ticket van het EK te claimen. Maar als de Verenigde Naties op 30 mei 1992 officiële sancties uitspreken tegen het land, volgt ook de UEFA. Het sluit de nieuwe republiek uit van deelname en vist het nummer twee van de groep, Denemarken, op. De EK-selectie van Joegoslavië zit dan al in een Zweeds hotel. Zonder al die vedetten, en zonder bondscoach Ivica Osim, die is afgehaakt na de beschietingen van Sarajevo. Het is zijn assistent die een selectie leidt van vooral spelers van Partizan en Rode Ster.En hier begint de mythe van het strand. Op 31 mei krijgt bondscoach Richard Möller Nielsen thuis een telefoontje: dat hij naar het EK mag. Volgens de legende begint hij dan een zoektocht naar zijn internationals die her en der verspreid liggen op de stranden. In werkelijkheid zijn ze vooral aan het plannen om te vertrekken náár die stranden. Denemarken weet dat al lang dat er een kans bestaat dat het toch nog wordt opgevist, én er staat nog een oefeninterland tegen het GOS gepland. Iedereen heeft door getraind, weliswaar wat minder intensief, en met een verlangende blik naar de vakantie.Dat blijkt ook op 3 juni 1992, het wordt 1-1 in Kopenhagen. Geen 6000 toeschouwers zien daar het begin van het sprookje, de vakantie zal nog even moeten wachten. Een ontspannen team met veel jongens die nog in Denemarken voetballen, reist zonder veel druk af naar Zweden en verrast daar iedereen.Van zero naar hero. De natie verzoent zich weer met zijn ploeg en vooral met Richard Möller Nielsen, die de speelstijl van het team radicaal omgooide.Eigenlijk is de bondscoach, voordien assistent van de Duitser Sepp Piontek, maar tweede keuze. Onder Piontek steelt Denemarken veel voetbalharten in de jaren tachtig tijdens EK en WK, en als de man moet worden opgevolgd, komt de voetbalbond met een verrassende naam : Horst Wohler, een veertigjarige Duitser. Die ligt echter nog onder contract bij Uerdingen en de Deense bond krijgt hem er niet weg. In allerijl wordt Möller Nielsen, assistent van Piontek, gepromoveerd.Geconfronteerd met het afhaken van de grote sterren van Denemarkens briljante team, verandert hij de tactische aanpak. Afgelopen met sierlijk, dominant voetbal, tijd voor de snelle omschakeling vanuit een stevige organisatie achterin. Dat leidt tot een conflict met de beste Deense voetballer van dat moment, Michael Laudrup. De oudste van de twee broers houdt vast aan zijn principes en haakt tijdens de kwalificaties af. Als Denemarken zich niet kan plaatsen, is de kritiek op het spel van Möller Nielsen stevig. Het telefoontje van 31 mei 1992, zal de bondscoach later verklaren, kon ook de melding van zijn ontslag inluiden. Nu wordt dit het begin van zijn grote(re) gelijk.Möller Nielsen mag (uiteraard) blijven en zal Denemarken nog naar het EK in 1996 loodsen. In augustus 1993 worden de meningsverschillen met Michael Laudrup bijgelegd en keert die terug bij de selectie. Na Denemarken zal Möller Nielsen nog aan de slag gaan bij Finland en Israël. Op 13 februari 2014 overlijdt hij aan kanker.Gevraagd naar de sleutel van zijn succes in Zweden, zegt hij: 'Er hebben drie factoren een rol gespeeld: minigolf, hamburgers en vrouwen. Dat werkte wonderwel, dus vond iedereen me geniaal. Maar als het verkeerd gelopen was, hadden diezelfde mensen gezegd: wat een amateur! Hoe kan hij ze laten minigolfen, hamburgers eten of met hun vrouwen slapen in plaats van ze te laten trainen? Het was geen wetenschap, het was puur toeval.'