M ichel Platini lachte ooit met hem. Een 'waterdrager' noemde hij Didier Deschamps (in oktober 50), bijgenaamd La Dèche. Als voetballer niet begiftigd met uitzonderlijk veel voetbaltalent, toch niet als je dat afzette tegen dat van Platini. Of tegen dat van Zinédine Zidane, nog eentje uit de school van Juventus. Deschamps was een vechtjas die altijd ten dienste van het elftal speelde. Een Bask, getekend door het leven. Toen hij negentien was, verongelukte zijn broer in een vliegtuigongeval. 'Ik was direct volwassen.'
...

M ichel Platini lachte ooit met hem. Een 'waterdrager' noemde hij Didier Deschamps (in oktober 50), bijgenaamd La Dèche. Als voetballer niet begiftigd met uitzonderlijk veel voetbaltalent, toch niet als je dat afzette tegen dat van Platini. Of tegen dat van Zinédine Zidane, nog eentje uit de school van Juventus. Deschamps was een vechtjas die altijd ten dienste van het elftal speelde. Een Bask, getekend door het leven. Toen hij negentien was, verongelukte zijn broer in een vliegtuigongeval. 'Ik was direct volwassen.' Alles stond bij hem ten dienste van het collectief. 'Ik voetbal nooit om te spelen', zei hij ooit. 'Ik zou niet weten hoe dat moet. Ik probeer altijd te winnen. Dat gebeurt niet altijd, maar ik win wel vrij veel, ja.' Ex-ploegmaats vroegen zich af of hij ooit wel van een zege kon genieten, zo snel ging de focus naar weer een volgende uitdaging. Zijn palmares is ernaar. Als speler de Champions League met Marseille en twee titels, de Champions League met Juventus en drie titels, de FA Cup met Chelsea. Met Frankrijk werd hij wereldkampioen in 1998, en daarna ook Europees kampioen, met die gouden generatie. Na afloop van die finale stond hij minutenlang met Roger Lemaire op het veld in de Kuip te discussiëren. Deschamps wilde zijn afscheid van de Franse ploeg aankondigen, Lemaire probeerde dat te verhinderen. Deschamps won die strijd en vertrok, twee jaar later was er het WK in Japan en Zuid-Korea en zat Frankrijk op het eerste vliegtuig terug naar huis. De leider was van boord, het schip stuurloos. Als coach was hij vervolgens al even succesrijk: hij ging voor Monaco werken, en werd er kampioen. Hij trok naar Juve en werd er kampioen, evenwel in de Serie B, toen de club was teruggezet. Hij trok naar Marseille en werd er ook kampioen, nadat de ploeg jaren op drift was. Overal waar Deschamps passeerde, werd gewonnen. Dankzij een vast recept: beschikbaarheid, discretie, voorbeeldig gedrag. Nooit ging de lof naar zijn voetbalfilosofie. Toen hij in 2004 met Monaco de finale van de Champions League speelde tegen Porto, zag hij zijn plannen gedwarsboomd door het snelle uitvallen van zijn aanvoerder Ludovic Giuly. Het team van José Mourinho won met 3-0, en het geloof van Deschamps in aanvallend voetbal ging verloren. Zijn Monaco speelde leuk, fris en aanvallend. Deportivo La Coruña werd met maar liefst 8-3 ingeblikt in de poulefase. De ploegen die hij daarna trainde, waren veel minder frivool. Alsof er toen, in die finale tegen Porto, iets gebroken was. In de moeilijke jaren die volgden op de WK-finale die Frankrijk verloor in 2006, toen Italië te sterk was na strafschoppen, was Deschamps een paar keer kandidaat om Les Bleus onder zijn hoede te nemen, maar hij kreeg de job niet. Domenech werd lang aan boord gehouden en na de teleurstelling van Zuid-Afrika werd hij opgevolgd door Laurent Blanc. Die had een voetbalfilosofie, wat nostalgisch-romantisch, maar kon evenmin het eigengereide talent uit de banlieues de baas. Blanc zou er later bij PSG ook over klagen. De Nasri's van deze wereld konden allemaal wel uitstekend voetballen, maar waren o zo moeilijk in toom te houden. De verdienste van Deschamps is: hij kon/kan dat wel. De patron van het Franse voetbal kwam in 2012 aan het hoofd van Les Bleus en reed tot dusver een nagenoeg foutloos parcours. Hij selecteerde wie in zijn lijn paste en bedankte wie zich niet kon schikken naar de ploegdiscipline. Franck Ribéry, Samir Nasri, KarimBenzema, alle moeilijke gevallen werden aan de kant geschoven in functie van het doel: winnen. Winnen als team. Heel veel spelers passeerden de revue. In zijn eerste twee jaar selecteerde Deschamps er maar liefst vijftig, maar ook nadien bleef hij wisselen. Maar de resultaten volgden: een kwartfinale op het WK in Brazilië, waar maar nipt de duimen werd gelegd tegen de latere winnaar Duitsland (1-0). Een finale op het EK, waar datzelfde Duitsland werd gewipt, maar uiteindelijk het zelfvertrouwen te groot was en de finale verloren ging in de de verlengingen tegen Portugal. En nu dit, een finale tegen Kroatië, die overtuigend werd gewonnen. Steeds weer een andere focus, met zeer weinig spelers die dit drieluik hebben meegemaakt. Terwijl de Belgen nu al jaren grotendeels met dezelfde groep werken, vervelde Deschamps volop. HugoLloris, Blaise Matuidi, Paul Pogba, Antoine Griezmann en OlivierGiroud zijn de enige die drie campagnes op rij meemaakten. Steve Mandanda, RaphaëlVarane, Samuel Umtiti, Adil Rami en N'Golo Kanté waren twee keer present, de rest maar één keer. Het reservoir aan talent is zo groot dat de selectie voor één tornooi geen zekerheid biedt voor een volgend. Vergeleken met Euro 2016 waren hier maar negen jongens die de anderen konden waarschuwen voor té veel zelfvertrouwen voor de finale tegen Kroatië. Want net als twee jaar geleden was ook nu weer Frankrijk dé favoriet. Alleen overdreven zelfvertrouwen kon Les Bleus nekken. In ieder ander land zou Deschamps op handen worden gedragen vanwege zijn palmares. Niet in Frankrijk. Ook in 1998 lag Aimé Jacquet zwaar onder vuur en schaarden het land en zijn voetbalmedia zich pas diep in dat tornooi achter hem. Hetzelfde gebeurde in Rusland met Deschamps. Didier le mal aimé als het ware. L'Equipe spaarde hem niet. De toonaangevende sportkrant deed dat ook al niet met Jacquet trouwens. Reden: het spel. Het Franse spel is niet frivool, maar oerdegelijk. Gestoeld op fysiek, gestalte, organisatie, discipline, alles waar Deschamps als speler ook voor stond. En één speler springt er dan wat uit: op het EK 2016 was dat Dimitri Payet, hier Kylian Mbappé, het godenkind, nog steeds maar negentien en een toekomstige Gouden Bal. Payet had er normaal ook bij moeten zijn, maar hij raakte op het laatste moment geblesseerd. Het had Frankrijk iets extra's kunnen geven, iets frivools. Dit Frankrijk was nu klinisch maar krachtig. Eén keer vielen ze uit hun rol: tegen Argentinië. Meestal wilde Frankrijk de bal niet, omdat ze zichzelf gevaarlijker achtten dan de tegenstander op de counter. Maar tegen Argentinië waren de Fransen op achtervolgen aangewezen en moesten ze wel uit hun egelstelling komen. Ze scoorden drie keer en kegelden Lionel Messi uit het toernooi. Het was de mooiste match van de Fransen. 'Zie je wel, ' zeiden critici toen, 'Deschamps kan wél aanvallend voetbal brengen. Als hij dat maar zou willen.' Maar dat wil hij dus niet. Jouer pour jouer, neen. Omdat de resultaten goed zijn, gaat het debat in Frankrijk al jaren over le jeu. Is er zoiets als de Franse versie van het tikitaka? Is er een Franse voetbalidentiteit? Neen, moet de conclusie zijn. Er is zoiets als winnen, ja, dat is de Franse voetbalcultuur. Voor de derde keer in twintig jaar staan ze in de finale, geen land doet over dezelfde tijdspanne beter. Duitsland raakte er twee keer, Brazilië ook, Kroatië, Nederland, Argentinië, Italië en Spanje één keer. Is een Franse voetbalidentiteit mogelijk? Neen, als je uitgaat van de basis die één club kan leggen. In Duitsland is dat Bayern München, in Spanje is het een mengeling van Barcelona en Real Madrid, in Italië Juventus, of in Nederland Ajax. Frankrijk heeft niet zo'n hofleverancier. Alle internationals, net als in 1998 vaak met ouders van een grote diversiteit, komen uit verschillende opleidingscentra verspreid over het hele land, verder afgewerkt in het buitenland. In Spanje, zoals Antoine Griezmann en LucasHernández, in Duitsland zoals BenjaminPavard, die in 2016 nog met vrienden in de tribunes zat te supporteren voor Les Bleus. Die laatste is nu wereldkampioen. Er kan alleen een identiteit zijn als de coach die wil en die oplegt, zoals Roberto Martínez bij België. Maar dat wil Deschamps dus niet, ondanks alle talent in het land. ' Qu'il la gagne, oui, mais pas comme ça.' Woorden van een Frans journalist aan de rust tegen Kroatië. Het leek alsof hij moest worden getroost. Dat is het enige dat je Deschamps een beetje kan aanwrijven, nu al een paar jaar. Dat zijn culture de la victoire ten koste gaat van het amusement, al is een finale die op 4-2 eindigt een uitzondering in de reeks van de voorbije 0-0's die werden beslecht met de strafschoppen (2006) of met een goal in de verlengingen (116' in 2010, 113' in 2014). In dat opzicht was dit een atypische score, ook voor de Fransen. Voor de rest geen onvertogen woord uit het Franse kamp de voorbije maand. Geen toestanden zoals bij Kroatië, dat Nikola Kalinic naar huis stuurde omdat hij weigerde in te vallen. Dat geruzie heeft Frankrijk allemaal achter zich gelaten, de opstanden, de ruzies met de pers, de obscene gebaren. De boefjes van weleer zijn welgemanierde spelers geworden of hebben geleerd uit hun fouten. Ze zijn gekneed naar het beeld van hun coach, die hen wel geregeld prikkelt en tot de orde roept. Recadrer, noemen ze dat in Frankrijk. De toekomst is voorbereid. Met Deschamps, nog onder contract tot 2020. Mét Kylian Mbappé, de toekomstige vedette van het wereldvoetbal, die de wereldbeker in het onweer dat de ceremonie teisterde amper wilde lossen. En met nog een hele reeks andere vedetten, want in de lijst van duurste transfers is het Frankrijk boven. In de top vijf staan twee Brazilianen ( Neymar en Coutinho) en drie Fransen (Mbappé, Pogba en Ousmane Dembélé). Nu ze wereldkampioen zijn, zal dat alleen nog maar toenemen.