'Die dag dacht ik dat ik ging sterven op een voetbalveld.' De uitspraak is van Kerfalla Sissoko, een 25-jarige amateurvoetballer uit Guinea, in The New York Times.

In mei van dit jaar neemt zijn ploeg, AS Benfeld, het op tegen Mackenheim, een club uit een dorp van 800 inwoners in de Franse Elzas. Het is een eindeseizoensmatch uit de derde amateurklasse, er staat niks meer op het spel. Toch is de sfeer gespannen en worden er racistische leuzen naar de hoofden van de zwarte spelers van Benfeld geslingerd.

Net voor de rust gaan de poppen aan het dansen. Wanneer Moudi Laouli, een zwarte ploegmaat van Sissoko, een fout begaat, komen de lokale supporters het veld op. Ze willen de drie zwarte spelers van Benfeld onder handen nemen, maar die zetten het op een lopen.

Laouli kan zich verschansen in de kleedkamer, maar Sissoko, achtervolgd door een fan met een keukenmes, wordt uiteindelijk buiten westen geslagen. Op de grond liggend krijgt hij nog een paar trappen van studs, tot zijn trainer en Guillaume Paris, de kapitein, hem te hulp snellen. Paris moet de tong van de bewusteloze Sissoko uit zijn keel halen, omdat hij anders dreigt te stikken.

Het toppunt: Sissoko is een van de spelers die een rode kaart krijgen. Later wordt hij zelfs voor tien matchen geschorst.

Het is slechts een van de vele gevallen van racisme in het Franse amateurvoetbal. En dat in een land dat afgelopen zomer wereldkampioen werd met heel wat zwarte spelers in de ploeg. William Gasparini, professor sociologie aan de universiteit van Straatsburg, zegt: 'Profclubs en nationale ploegen mogen zich dan wel bewust zijn van racisme, maar in het amateurvoetbal heerst nog altijd een omerta. Daar zijn clubs niet zo happig om racisme of discriminatie aan te pakken.'

Oud-international Lilian Thuram voegt daaraan toe: 'Racisme is een heel moeilijk thema in de Franse maatschappij, omdat we in Frankrijk beweren dat we blind zijn voor huidskleur.'

'Die dag dacht ik dat ik ging sterven op een voetbalveld.' De uitspraak is van Kerfalla Sissoko, een 25-jarige amateurvoetballer uit Guinea, in The New York Times. In mei van dit jaar neemt zijn ploeg, AS Benfeld, het op tegen Mackenheim, een club uit een dorp van 800 inwoners in de Franse Elzas. Het is een eindeseizoensmatch uit de derde amateurklasse, er staat niks meer op het spel. Toch is de sfeer gespannen en worden er racistische leuzen naar de hoofden van de zwarte spelers van Benfeld geslingerd. Net voor de rust gaan de poppen aan het dansen. Wanneer Moudi Laouli, een zwarte ploegmaat van Sissoko, een fout begaat, komen de lokale supporters het veld op. Ze willen de drie zwarte spelers van Benfeld onder handen nemen, maar die zetten het op een lopen. Laouli kan zich verschansen in de kleedkamer, maar Sissoko, achtervolgd door een fan met een keukenmes, wordt uiteindelijk buiten westen geslagen. Op de grond liggend krijgt hij nog een paar trappen van studs, tot zijn trainer en Guillaume Paris, de kapitein, hem te hulp snellen. Paris moet de tong van de bewusteloze Sissoko uit zijn keel halen, omdat hij anders dreigt te stikken. Het toppunt: Sissoko is een van de spelers die een rode kaart krijgen. Later wordt hij zelfs voor tien matchen geschorst. Het is slechts een van de vele gevallen van racisme in het Franse amateurvoetbal. En dat in een land dat afgelopen zomer wereldkampioen werd met heel wat zwarte spelers in de ploeg. William Gasparini, professor sociologie aan de universiteit van Straatsburg, zegt: 'Profclubs en nationale ploegen mogen zich dan wel bewust zijn van racisme, maar in het amateurvoetbal heerst nog altijd een omerta. Daar zijn clubs niet zo happig om racisme of discriminatie aan te pakken.' Oud-international Lilian Thuram voegt daaraan toe: 'Racisme is een heel moeilijk thema in de Franse maatschappij, omdat we in Frankrijk beweren dat we blind zijn voor huidskleur.'