Herbert Houben (39) is deze maand één jaar voorzitter van Racing Genk, dat het dit seizoen uitstekend doet. Zondag begint het als competitieleider aan het beladen duel met Standard. De wet van oorzaak en gevolg? "Al na drie weken kreeg ik dreigbrieven," zegt hij aan Knack.

Knack: Was het door het opgaande succes in de voorbije maanden een dankbaar jaar om uw voorzitterschap te vestigen? Stel dat de problemen verergerd waren.

Houben: "De problemen waren groot toen ik eraan begon. Financieel stonden we er niet rooskleurig voor. Supporters bleven weg. Sportief presteerden we ondermaats. Waar was toen de garantie dat ik het goed zou doen?"

"Ik was nog maar drie weken voorzitter toen ik al dreigbrieven kreeg. Ik had nog niets kunnen doen, ik had dus ook niets verkeerds gedaan."

"Maar hoe groter de moeilijkheden zijn, hoe meer energie ik krijg. Ik denk dat er vandaag veel meer kandidaten zouden zijn om voorzitter te worden."

Frank Vercauteren begon met een 2 op 12. In dezelfde periode werd de ploeg thuis ook nog uit de bekercompetitie gewipt. U zei toen dat u er toch een goed oog in had. Was dat gemeend, of was het het stimulerende praatje dat de voorzitter altijd moet brengen?

"Beide. We zaten diep. Het was onverstandig om te hopen dat we er in een handomdraai weer helemaal bovenop zouden zijn. Maar ik kreeg van overal signalen dat er hard gewerkt werd. Er was beterschap op komst."

"Ik ging voort op wat vele mensen mij vertelden, mensen die het konden weten. Als ik op de club ben, praat ik voortdurend met wie ik tegenkom. Ik heb toen ook met de oudere spelers gepraat. Ze zeiden: 'Probeer deze kern samen te houden.' Dat hebben we goed begrepen."

In goed tien jaar tijd twee titels, twee tweede plaatsen en twee keer de Beker van België. Dat lijkt een goed rapport.

"En enkele keren ook Europees voetbal. Dat is uitstekend. Er zijn niet veel clubs die dat kunnen voorleggen. Maar we kunnen verbeteren."

"Na onze titel dachten we dat we in staat waren om Anderlecht bij te benen. Daardoor ontstond te veel druk die het functioneren van de club bemoeilijkte. Dat hoeft niet meer. We moeten eerst standvastiger worden."

En meer geduld oefenen? Achttien trainers in de voorbije twintig jaar, Pierre Denier maar één keer meegerekend. Dat is ontzettend veel.

"Wij zijn een jonge club. Dat houdt ook hoogtes en laagtes in. Of we werden kampioen, of we zakten ver weg. Terwijl we constant tussen plaatsen 1 en 6 moeten uitkomen."

"Dat is waar we nu voor gaan. Iedereen moet dat dan ook aanvaarden: je kunt kampioen worden, maar je kunt ook als zesde eindigen."

(PCO)

Herbert Houben (39) is deze maand één jaar voorzitter van Racing Genk, dat het dit seizoen uitstekend doet. Zondag begint het als competitieleider aan het beladen duel met Standard. De wet van oorzaak en gevolg? "Al na drie weken kreeg ik dreigbrieven," zegt hij aan Knack.Knack: Was het door het opgaande succes in de voorbije maanden een dankbaar jaar om uw voorzitterschap te vestigen? Stel dat de problemen verergerd waren.Houben: "De problemen waren groot toen ik eraan begon. Financieel stonden we er niet rooskleurig voor. Supporters bleven weg. Sportief presteerden we ondermaats. Waar was toen de garantie dat ik het goed zou doen?" "Ik was nog maar drie weken voorzitter toen ik al dreigbrieven kreeg. Ik had nog niets kunnen doen, ik had dus ook niets verkeerds gedaan." "Maar hoe groter de moeilijkheden zijn, hoe meer energie ik krijg. Ik denk dat er vandaag veel meer kandidaten zouden zijn om voorzitter te worden." Frank Vercauteren begon met een 2 op 12. In dezelfde periode werd de ploeg thuis ook nog uit de bekercompetitie gewipt. U zei toen dat u er toch een goed oog in had. Was dat gemeend, of was het het stimulerende praatje dat de voorzitter altijd moet brengen? "Beide. We zaten diep. Het was onverstandig om te hopen dat we er in een handomdraai weer helemaal bovenop zouden zijn. Maar ik kreeg van overal signalen dat er hard gewerkt werd. Er was beterschap op komst." "Ik ging voort op wat vele mensen mij vertelden, mensen die het konden weten. Als ik op de club ben, praat ik voortdurend met wie ik tegenkom. Ik heb toen ook met de oudere spelers gepraat. Ze zeiden: 'Probeer deze kern samen te houden.' Dat hebben we goed begrepen." In goed tien jaar tijd twee titels, twee tweede plaatsen en twee keer de Beker van België. Dat lijkt een goed rapport. "En enkele keren ook Europees voetbal. Dat is uitstekend. Er zijn niet veel clubs die dat kunnen voorleggen. Maar we kunnen verbeteren." "Na onze titel dachten we dat we in staat waren om Anderlecht bij te benen. Daardoor ontstond te veel druk die het functioneren van de club bemoeilijkte. Dat hoeft niet meer. We moeten eerst standvastiger worden." En meer geduld oefenen? Achttien trainers in de voorbije twintig jaar, Pierre Denier maar één keer meegerekend. Dat is ontzettend veel. "Wij zijn een jonge club. Dat houdt ook hoogtes en laagtes in. Of we werden kampioen, of we zakten ver weg. Terwijl we constant tussen plaatsen 1 en 6 moeten uitkomen." "Dat is waar we nu voor gaan. Iedereen moet dat dan ook aanvaarden: je kunt kampioen worden, maar je kunt ook als zesde eindigen." (PCO)