Tegenwoordig is Grétarsson in zijn thuisland trainer. Met Breidablik mikt hij in de IJslandse Urvalsdeild, die begin mei van start ging, op de landstitel. Opvallend is dat de IJslandse competitie gewoon door loopt, terwijl het ganse land voor tv zit of in Frankrijk vertoeft.

Verbaast het hem dat de nationale ploeg voor het eerst een eindronde bereikte?

Arnar Grétarsson: "Voor mij zijn er twee grote redenen. De coach Lars Lagerbäck en de leider Gylfi Sigurdsson. Lagerbäck zette een goede organisatie neer en installeerde discipline, allemaal heel simpel maar effectief. Er zijn geen twintig goeie internationals, maar wel twaalf of dertien, dat is voldoende. In mijn generatie speelde ook bijna iedereen in het buitenland als professional. We hadden Eidur Gudjohnsen, zijn vader Arnor, mijn broer Sigurdur, Asgeir Sigurvinsson, ex-Standard en Bayern. Topspelers. Maar de nationale ploeg was nooit een prioriteit.

"Eidur was een superster. Zelfs naar huidige Belgische normen. Top in Chelsea, won de Champions League met Barcelona. Een sympathieke kerel, maar iemand die zich ook graag amuseerde. Dat mag ik zeggen, want ik ben een goede vriend van hem. In IJsland maakte hij plezier, ging hij al eens uit, zocht hij vrienden op. Dan is het moeilijk om als coach iedereen op één lijn te krijgen. Als Eidur slechtgezind was liep hij niet, maar daar zei niemand iets van want hij was de ster. Als supersub kan hij van goudwaarde zijn. Met zijn ervaring kan je hem perfect inbrengen om op het einde van de wedstrijd bijvoorbeeld de bal bij te houden. Bovendien weet hij dat hij niet meer de grote leider van de ploeg is.

"Gylfi Sigurdsson, daarentegen, is de meest professionele voetballer die ik ooit gezien heb. Ik gebruik hem vaak als voorbeeld voor mijn spelers bij Breidablik. Op zijn twaalfde vroeg hij zijn ouders al om naar Breidablik te mogen gaan, omdat hij wist dat hij hier de beste jeugdopleiding kon genieten. Dat illustreert zijn gedrevenheid. Op zijn vijftiende vroeg hij zijn ouders extra lessen Engels, omdat hij later in de Premier League aan de slag wilde. Hij drinkt niet, hij rookt niet, gaat zelden uit. Die werkethiek neemt hij mee naar de nationale ploeg. Als coach is het een godsgeschenk dat je grootste vedette zo veel loopt tijdens een match en voor elk duel geconcentreerd is. Hij sleurt de rest mee."

Lees het volledige interview met Arnar Grétarsson in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 15 juni.

Tegenwoordig is Grétarsson in zijn thuisland trainer. Met Breidablik mikt hij in de IJslandse Urvalsdeild, die begin mei van start ging, op de landstitel. Opvallend is dat de IJslandse competitie gewoon door loopt, terwijl het ganse land voor tv zit of in Frankrijk vertoeft.Verbaast het hem dat de nationale ploeg voor het eerst een eindronde bereikte?Arnar Grétarsson: "Voor mij zijn er twee grote redenen. De coach Lars Lagerbäck en de leider Gylfi Sigurdsson. Lagerbäck zette een goede organisatie neer en installeerde discipline, allemaal heel simpel maar effectief. Er zijn geen twintig goeie internationals, maar wel twaalf of dertien, dat is voldoende. In mijn generatie speelde ook bijna iedereen in het buitenland als professional. We hadden Eidur Gudjohnsen, zijn vader Arnor, mijn broer Sigurdur, Asgeir Sigurvinsson, ex-Standard en Bayern. Topspelers. Maar de nationale ploeg was nooit een prioriteit. "Eidur was een superster. Zelfs naar huidige Belgische normen. Top in Chelsea, won de Champions League met Barcelona. Een sympathieke kerel, maar iemand die zich ook graag amuseerde. Dat mag ik zeggen, want ik ben een goede vriend van hem. In IJsland maakte hij plezier, ging hij al eens uit, zocht hij vrienden op. Dan is het moeilijk om als coach iedereen op één lijn te krijgen. Als Eidur slechtgezind was liep hij niet, maar daar zei niemand iets van want hij was de ster. Als supersub kan hij van goudwaarde zijn. Met zijn ervaring kan je hem perfect inbrengen om op het einde van de wedstrijd bijvoorbeeld de bal bij te houden. Bovendien weet hij dat hij niet meer de grote leider van de ploeg is."Gylfi Sigurdsson, daarentegen, is de meest professionele voetballer die ik ooit gezien heb. Ik gebruik hem vaak als voorbeeld voor mijn spelers bij Breidablik. Op zijn twaalfde vroeg hij zijn ouders al om naar Breidablik te mogen gaan, omdat hij wist dat hij hier de beste jeugdopleiding kon genieten. Dat illustreert zijn gedrevenheid. Op zijn vijftiende vroeg hij zijn ouders extra lessen Engels, omdat hij later in de Premier League aan de slag wilde. Hij drinkt niet, hij rookt niet, gaat zelden uit. Die werkethiek neemt hij mee naar de nationale ploeg. Als coach is het een godsgeschenk dat je grootste vedette zo veel loopt tijdens een match en voor elk duel geconcentreerd is. Hij sleurt de rest mee."Lees het volledige interview met Arnar Grétarsson in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 15 juni.