In februari van dit jaar werd Bernd Hollerbach trainer van Hamburger SV. De tot dan toe voor het grote publiek onbekende voetballeermeester volgde Markus Gisdol op die het jaar daarvoor na vijf speeldagen als trainer was binnengehaald, de achtste trainer in drie jaar. Hij parkeerde de club op de veertiende plaats, nadat de twee seizoenen daarvoor telkens barragewedstrijden werden gespeeld. Precies zestien maanden had het tijdperk van Gisdol geduurd.
...

In februari van dit jaar werd Bernd Hollerbach trainer van Hamburger SV. De tot dan toe voor het grote publiek onbekende voetballeermeester volgde Markus Gisdol op die het jaar daarvoor na vijf speeldagen als trainer was binnengehaald, de achtste trainer in drie jaar. Hij parkeerde de club op de veertiende plaats, nadat de twee seizoenen daarvoor telkens barragewedstrijden werden gespeeld. Precies zestien maanden had het tijdperk van Gisdol geduurd. Bernd Hollerbach zei bij zijn presentatie dat hij wel wist wat er scheelde: er moest dringend in de spelersgroep worden gesneden. En snijden, dat was wel iets dat hij beheerste. Had hij immers geen slagersopleiding gevolgd? Het verzamelde persleger lachte. Hollerback leek best een geschikte kerel. Precies 50 dagen en zeven wedstrijden mocht de nieuwe trainer zijn kunsten vertonen. Dan werd hij op de keien gezet en vervangen door Christian Titz, de trainer van het in de Regionalliga uitkomende Hamburger SV II, het tweede team. Intussen was er ook al gebroken met sterke man Heribert Bruchhagen en sportief directeur Jens Todt die in december 2014 waren gekomen en het veertien maanden volhielden in de havenstad. Het was de eerste ingreep die de nieuwe voorzitter Bernd Hoffmann deed in een noodzakelijke poging om de club, zoals hij het verwoordde, een nieuw gezicht te geven. Voor Hoffmann kon het daarbij niet snel genoeg gaan: het ontslag van Bruchhagen en Todt kwam er één dag nadat hij met nipte meerderheid (51,09 procent) tot voorzitter werd verkozen. En twee dagen voor de uitwedstrijd van Hamburg op Bayern München. De toen nog in het zadel zittende trainer Bernd Hollerbach noemde het tijdstip onverantwoord. Het had, zei hij, de spelers onzeker gemaakt. Hamburg verloor met 6-0 op Bayern dat zo vriendelijk was om in de tweede helft het gaspedaal niet verder in te drukken. Anders was het tot dubbele cijfers gekomen. Maar de uitspraak van Hollerbach werd hem door het bestuur niet in dank afgenomen en uitgelegd als een motie van wantrouwen. Hij mocht op zijn beurt de koffers pakken. Zo gaat dat al lang in Hamburg: mensen zijn er uitgegroeid tot wegwerpartikelen. Als er iets een teken van stabiliteit vertoont in de turbulente geschiedenis van Hamburger SV, dan is dat de klok die in het stadion tikt. Naast de aanwezigheid van mascotte Hermann die voor iedere wedstrijd als een dinosaurus door het stadion mag huppelen. Telkens weer was het de afgelopen jaren herbeginnen bij de Noord-Duitse club. Nog niet zo lang geleden was het dat bestuurders vechtend over de straat rolden omdat ze het bij iedere beslissing oneens waren. Alle interne fricties werden in deze hijgerige mediastad zwaar uitvergroot, vanuit de bestuurskamer liepen lijntjes naar bepaalde kranten. Die chronische onrust is nooit geweken. Ook niet met andere mensen aan het roer. Telkens weer bleef de club zich verdrinken in zijn eigen tranen, telkens weer werd er in moeilijke momenten met de beschuldigende vinger gewezen naar de bestuurlijke top. Mismanagement loopt als een rode draad doorheen de afgelopen jaren van Hamburg, een club die lang, veel te lang leefde in een constructie van eigenwaan. Ondoordacht werd er geld over de balk gegooid. Niet alleen in salarissen van de spelers, maar ook van het technisch personeel. In 2016 stond er een coördinator voor de keeperstrainingen bij de jeugd op de loonlijst. Hij verdiende 144.000 euro per jaar. Een leidinggevende man in de jeugdafdeling van de club incasseerde zelfs jaarlijks 375.000 euro, dat is meer dan bondskanselier Angela Merkel. Het heeft voor een schuldenlast gezorgd die op een gegeven moment 105 miljoen bedroeg, maar inmiddels is gezakt naar 90 miljoen. In kleine uitgaven werd wel gesneden: geen bloemen meer voor secretaresses bijvoorbeeld bij verjaardagen. In Hamburg zijn ze het gewoon om met crisissen om te gaan. Op een dusdanige manier dat je de indruk krijgt dat de dirigenten de neergang vanaf de zijlijn zonder al te veel zorgen bekijken. Niemand die erbij stilstond dat er nooit echt een filosofie werd ontwikkeld, een systeem, een houvast. Uiteindelijk kwam het de afgelopen jaren weer goed, telkens ontsnapte de club aan de verdrinkingsdood. Dan wreven bestuurders zich tevreden in de handen nadat ze zich in moeilijke momenten vaak hadden teruggetrokken achter het masker van een glorierijk verleden. Diepgaande analyses over het spelniveau werden er maar zelden gemaakt. De vorige trainer Markus Gisdol beklaagde er zich nochtans al vaker over dat altijd maar weer dezelfde fouten werden gemaakt. De versterkingen die werden gehaald zorgden amper voor een meerwaarde. En degenen die wel aan de verwachtingen beantwoordden, kregen snel loonopslag om hen verder aan de club te binden. De medio 2016 van tweedeklasser Union Berlin voor vier miljoen euro overgekomen Amerikaanse aanvaller Bobby Wood zag na één seizoen zijn jaarsalaris tot drie miljoen euro verdubbeld worden. Maar ook hij is tijdens deze voetbaljaargang mee gezonken in een moeras van middelmaat en viel zelfs al naast de selectie. Zo ontstond er door de jaren heen een elftal zonder profiel. Er is geen herkenbare basisorganisatie en de turbulenties in de club gaven de spelers bovendien een alibi om de schuld voor de slechte prestaties vooral niet bij zichzelf te zoeken. Alleen de afgelopen weken was er sprake van een opwaartse trend en gloorde alsnog de hoop op een nieuwe redding. De huidige trainer Christian Titz zet in op balbezit en zei, ietwat simplistisch, aan iedere speler dat de bal zijn beste vriend moet zijn. Toen hij Bernd Hollerbach opvolgde veranderde hij in de daaropvolgende wedstrijd het elftal op vijf plaatsen. Onder zijn hoede fleurde vooral de eerder uitgerangeerde middenvelder Lewis Holtby op. Hij zorgde voor gouden goals. Maar of er in de club door deze opleving fundamenteel iets is veranderd, moet worden afgewacht. Hamburg haalt alleen nog de barragewedstrijden, als Wolfsburg zijn laatste wedstrijd verliest. HSV speelt volgend weekend thuis tegen Borussia Mönchengladbach en VfL Wolfsburg treedt in eigen stadion tegen het al veroordeelde FC Köln aan. Eén voordeel heeft Hamburg desgevallend wel: het kan met de stress van dat soort duels omgaan. Drie jaar geleden redde het zich in een dramatische terugwedstrijd tegen Karlsruhe in blessuretijd. Hamburg, met 1,7 miljoen inwoners na Berlijn de grootste stad van Duitsland, is een bruisende metropool met een, onder meer door de wereldhaven, groot economisch draagvlak. Dat de voetbalclub in deze stad, met 42.000 miljonairs en elf miljardairs, gebouwd moet worden op een financiële puinhoop past niet bij dit beeld. Maar misschien is deze rijkdom ook wel de reden van het in 2010 ingezette verval. Mensen met geld gingen een bestuursfunctie bekleden en dachten dat ze verstand hadden van voetbal. Zoals Klaus-Michael Kühne, een in transport en logistiek groot geworden zakenman, die de club in 2013 ter hulp snelde toen de licentie dreigde ingetrokken te worden. Hij verwierf later elf procent van de aandelen en kocht de stadionnaam. En hij benoemde een directeur van een van zijn bedrijven tot voorzitter van de raad voor commissarissen. Waardoor veel mensen iets te zeggen hadden en dat ook deden. Tegen de 100 miljoen euro zou Kühne tot dusver in de club hebben gepompt, al houdt hij het zelf bij 60 miljoen. Sommigen ergeren zich aan zijn optreden, maar toen Kühne dreigde op te stappen kon hij niet snel genoeg weer in de armen worden gesloten. Hoe anders was het in de gouden periode van de club toen Hamburg een trendsetter was in het Duitse voetbal. De voormalige topvoetballer Günter Netzer zette als manager de lijnen uit en zou die functie acht seizoenen uitoefenen. De club werd in die periode drie keer kampioen en won in 1983 de Europacup voor Landskampioenen. Netzer was het ook die in 1981 Ernst Happel naar Hamburg haalde. De Oostenrijker zou er zes seizoenen blijven en uitgroeien tot de meest succesrijke trainer uit de geschiedenis. Nadien stortte het rijk langzaam maar zeker in, ofschoon Hamburger SV in 1987 nog de beker won en zich tussen 2000 en 2009 nog acht keer voor Europees voetbal kwalificeerde. Na het vertrek van Happel, medio 1987, versleet Hamburg liefst 30 trainers, in 31 jaar. Hamburger SV draait dit seizoen nog steeds voor een gemiddelde van net geen 50.000 toeschouwers. Dat is minder dan de moyenne 52.430 toeschouwers die vorig seizoen de loketten passeerden. Als Hamburg naar de Tweede Bundesliga zakt, zal de club terug moeten naar een bijna gehalveerde begroting van 80 miljoen euro. Dat is nog altijd dubbel zoveel als Anderlecht of Club Brugge. Voor de selectie zal er dan 33 miljoen euro beschikbaar zijn, nu was dat 53 miljoen euro. Maar aan dit scenario wil vooralsnog niemand denken. Een emotioneel beeld zal het niettemin zijn als Hamburg het uurwerk in het stadion moet stilleggen. Die klok tikt sinds de Bundesliga het levenslicht zag, nu al 54 jaar en 249 dagen lang. En het is de vraag of dit uurwerk ooit weer tot leven gewekt zal worden. Ook al weet Hamburg zich verzekerd van de trouw van zijn beste voetballer aller tijden: de intussen 81-jarige Uwe Seeler heeft al laten weten dat hij ook in de Tweede Bundesliga voor iedere thuiswedstrijd op de tribune zal zitten. De ergernis over het spel, liet hij horen, kan dan niet groter zijn dan hetgeen hij de voorbije jaren moest aanschouwen. Uwe Seeler speelde negentien jaar (1953-1972) voor Hamburg en maakte 404 doelpunten in 476 competitiewedstrijden. Toen hij op 5 november 2016 zijn 80e verjaardag vierde organiseerde de club tal van festiviteiten die in totaal 159.000 euro kostten. Maar door merchandising waren er 188.000 euro aan inkomsten. Een winst van 29.000 euro. Bijna 45 jaar na zijn afscheid.