Dit artikel verscheen in Sport/Voetbalmagazine van 16 oktober 2019.
...

Verdediger Philippe Sandler (22) verruilde vorig jaar PEC Zwolle voor Manchester City. 'Ik ben niet gehaald als verkoopobject', zei de centrale verdediger, die na relatief weinig wedstrijden in de middenmoot van de Eredivisie een opmerkelijke promotie maakte naar het grootste voetbalhandelshuis ter wereld. Inmiddels is Sandler neergestreken in Anderlecht en hoort hij bij de 148 spelers die sjeik Mansour sinds de overname van City verhuurde. Hoe groot denkt u dat de kans is dat Sandler via een omweg alsnog minuten gaat maken voor Manchester City in de Premier League? Het antwoord volgt aan het eind van dit artikel. Dat Sandler werkt voor de Coca-Cola van het voetbal bleek onlangs nog maar eens, toen het Zwitserse onderzoekscentrum CIES Football Observatory de resultaten van een studie naar de duurste selecties publiceerde. Toen de aan de universiteit van Neuchâtel gelieerde organisatie in 2005 werd opgericht, met als doel transfertrends te monitoren, was Manchester City nog een modale arbeidersclub die in geen enkel lijstje voorkwam. Van ene sjeik Mansour had nog niemand gehoord. Laat staan van een octopusfonds genaamd City Football Group, dat met zeven clubs op vijf continenten de macht zou gaan grijpen. Veertien jaar later is het toch deze Mansour uit Abu Dhabi die tekende voor een mijlpaal door als eerste een spelersgroep samen te stellen van ruim een miljard euro aan geïnvesteerde transfersommen. Paris Saint-Germain en Real Madrid hebben het nakijken. 'Wij kunnen er niet continu tegenop', stelde Champions Leaguewinnaar en Liverpoolcoach Jürgen Klopp vorige maand over het spel zonder grenzen in Manchester. 'Het lijkt erop dat er maar vier clubs in de wereld zijn die dat constant kunnen volhouden. Madrid, Barcelona, PSG en City.' Buiten de hoge bedragen die ze neertellen, neemt de zesvoudige landskampioen een steeds dominantere marktpositie in door een groeiende groep spelers te controleren. Manchester City is onderdeel van de City Football Group. Deze valt weer onder de Abu Dhabi United Group, een investeringsparaplu in handen van Mansour. Met een geschat vermogen van 20 miljard euro is zijn familie de meest welvarende van Abu Dhabi, een van de zeven emiraten die samen de Verenigde Arabische Emiraten vormen. Na de overname in 2008 investeerde de sjeik aanvankelijk vooral in het eerste elftal, maar gaandeweg werd duidelijk dat zijn ambities veel verder gingen dan alleen een paar prijzen pakken en dat Mansour een wereldmacht wilde bouwen. Hij liet een jeugdcomplex neerzetten dat even duur is als de beoogde nieuwe Kuip in Rotterdam en kocht sinds 2013 een serie clubs die onder dezelfde groep kwamen te vallen. Na een Amerikaans, Japans, Uruguayaans, Spaans en Australisch filiaal, opende de City Football Group dit jaar een vestiging in China. 'Belangrijk voor de groeimogelijkheden van de groep, de Chinese markt zal helpen ons merk verder te ontwikkelen', aldus de directie van het holdingbedrijf dat nu circa 300 profvoetballers onder zijn hoede heeft. 'City is een gevaar zoals het voetbal dat nog nooit heeft gezien', reageerde de Spaanse competitiebaas Javier Tebas recent. Tebas spreekt van 'een staatsclub die de markt opblaast en volledig buiten de financiële regelgeving van de UEFA opereert'. De gevestigde orde vraagt zich vooral af hoe het kan dat Manchester City met jaarinkomsten die 200 miljoen euro lager liggen dan die van Real Madrid, FC Barcelona en Manchester United, toch in staat is om de duurste en grootste selectie neer te zetten. Een halfjaar geleden opende de UEFA een onderzoek naar de boekhouding van de landskampioen, maar het kan nog tot het einde van dit seizoen duren voordat de resultaten bekend zijn. De blauwe golf neemt intussen steeds grotere vormen aan en steeds meer clubs worden geraakt door de slokopstrategie van Mansour, die zeker niet alleen de topclubs in het vaarwater zit. Gezien de sleepnetten waarmee de vloot van City Group de voetbalwateren leeg vist, is het een misverstand dat het fonds vooral een concurrent zou zijn van Real en Barcelona. Momenteel heeft vlaggenschip Manchester City ruim honderd spelers onder contract. Voor hen is er natuurlijk niet allemaal plaats in het A-elftal. Zelfs niet in de jeugdploeg, met een duur woord omgedoopt tot elite development squad en ondergebracht op een 33 hectare tellend stuk land met een eigen stadion. In de lobby is een citaat van de sjeik in het blauw op de muur afgedrukt: 'We bouwen een structuur voor de toekomst, niet alleen een team met all-stars. ' Als tiener stap je daar een prachtige voetbaldromenfabriek binnen. Wat minder bekend is echter, is dat menig talent na het tekenen van de contracten nooit arriveert op de campus. Om ze allemaal toch aan het voetballen te krijgen, zijn momenteel 32 talenten verhuurd, van wie er 12 nog nooit in Manchester hebben getraind, laat staan een wedstrijd gespeeld. De opvallendste is Pedro Porro, een Spanjaard die vorige maand voor een riante 12 miljoen euro werd gekocht van Girona FC, een Catalaanse tweededivisieclub waarvan de City Group zelf mede-eigenaar is. Vier dagen nadat er was getekend, werd de spits verhuurd aan Real Valladolid. City betaalde ook 8 miljoen euro voor de Amerikaanse keeper Zack Steffen, die zonder ooit in Manchester een bal te vangen, werd getrakteerd op een enkeltje Düsseldorf. Door het structureel afstropen van de markt voor spelers in die categorie begeeft de sjeik zich ook in de prijsklasse waar bijvoorbeeld Club Brugge het van moet hebben. Ter vergelijking: voor David Okereke werd 12 miljoen neergeteld, een absoluut maximum voor de club. Als marktleider brengt de City Group de rest bovendien in een steeds moeilijker parket door hoge bedragen neer te tellen voor onontgonnen talent. Porro kost met drie doelpunten in de tweede divisie van Spanje op zijn cv nu kennelijk al 12 miljoen euro. Het gevolg daarvan is een inflatie van de transferprijzen. Met tientallen spelers voor wie in Manchester geen plaats is, zoekt City continu naar partners die hun businessmodel willen faciliteren. De bereidheid om andermans talenten te gaan opleiden, is echter niet overal zo groot. Het zijn bovendien vaak minder stabiele clubs met geldgebrek die onder deze voorwaarden in zee willen. Vandaar dat de City Football Group de businessmodellen heeft doorontwikkeld om het voor een grotere groep clubs aantrekkelijk te maken om hun talenten te accepteren. Ten eerste kiest City nu vaker voor verkoop met een terugkoopclausule, waarbij meestal wordt afgesproken dat City de speler voor het dubbele van het verkoopbedrag mag terughalen. Bij Pablo Maffeo (voor 10 miljoen euro verkocht aan VfB Stuttgart) bleek bovendien dat City recht heeft op 25 procent van een toekomstige transfersom. De bazen van het voetbalfonds zien deze constructie als een aanmoediging voor de toehappende clubs, die eerder geneigd zullen zijn om een speler in eigendom op te stellen en volop in hem te investeren, zodat de potentie maximaal tot uitdrukking komt. Weten ze City te verleiden tot een terugkoop, dan pakt de opleidende club een woekerwinst. Zo maakte PSV bijvoorbeeld vorig jaar binnen een seizoen honderd procent winst op linksback Angeliño. City zelf ziet het echter als een verantwoorde investering. Enerzijds is er binnen een jaar 6 miljoen verloren, maar anderzijds hoefde City Angeliño geen salaris te betalen en is hij vermoedelijk sneller tot wasdom gekomen. Had City hem destijds alleen willen verhuren, dan was het maar de vraag geweest of een club van het kaliber PSV geïnteresseerd was geweest. Ten tweede is het inmiddels mogelijk om mede-eigenaar te worden van spelers. Dankzij een web van samenwerkingen, coalities en bondgenootschappen was er al sprake van een Mansourkartel. Maar met het updaten en verbeteren van de bedrijfsstrategie raken meer clubs geïnteresseerd in samenwerken, waardoor er nog steeds nieuwe vertakkingen ontstaan en de markt steeds blauwer kleurt. Volgens het laatste jaarverslag heeft de City Football Group inmiddels 1047 werknemers in dienst. De technische staf bestaat uit een kleine 200 man, nodig voor het monitoren van alle talenten die straks met het juiste prijskaartje teruggeplaatst moeten worden in de markt. Ook de spelers in de laagste divisies worden nauwgezet gevolgd. Alle beelden worden doorgezet, er worden verslagen gemaakt en vijf tot zes keer per jaar komt er iemand van City kijken. Gezamenlijk vertegenwoordigt het huurleger ruim 60 miljoen euro aan transferinvesteringen. Op een miljard lijkt dat misschien weinig, maar het is bijvoorbeeld wel hoger dan het bedrag dat Ajax deze zomer betaalde voor het versterken van de A-selectie. Philippe Sandler is een van de talenten voor wie een paar miljoen werd betaald. 'Een sprookje', noemde de centrale verdediger de promotie van PEC Zwolle naar Manchester City. De mensen van City vlogen voor hem naar Amsterdam, ze schetsten de plannen, hij kreeg een kans om zich te bewijzen in Manchester, een prachtig salaris en een persoonlijk woordje van Pep Guardiola. Enorm indrukwekkend allemaal. 'Ik ben niet zomaar een nummertje, ze hebben echt een plan met me', zei Sandler. Volgens de centrale verdediger wilde Guardiola (die sinds het aantrekken van de Nederlander voor 250 miljoen euro aan nieuwe spelers kocht) minder gearriveerde spelers halen en zelf jongens gaan opleiden. Een jaar na zijn afscheid bij PEC stond de 22-jarige Sandler op 23 minuten tegen een tweededivisieploeg in de FA Cup en is hij alsnog beland in het huurcircuit, al had het slechter gekund dan Anderlecht, waar hij met Cityicoon Vincent Kompany een mentor heeft. Wat zouden de kansen van Sandler nu nog zijn om het te schoppen tot het Etihad Stadium? Zaakwaarnemers leggen vermoedelijk geen Excelsheets voor met slaagkansen. Sinds de sjeik actief is in City, werden er 148 spelers verhuurd. Na aftrek van 20 gearriveerde spelers, die op latere leeftijd werden verhuurd omdat ze voorbij waren gestreefd, gaat het om 128 talenten die net als Sandler elders zijn gestald om te rijpen. Het aantal huurtransacties is overigens een veelvoud, want spelers worden over het algemeen twee tot vijf keer verhuurd voordat ze worden verkocht. Bruno Zuculini heeft het Cityrecord in handen: verhuurd aan zes verschillende clubs voordat hij van de hand werd gedaan aan Hellas Verona. Nu speelt de Argentijn opnieuw bij zijn jeugdclub River Plate. Uiteraard zegt City tegen geen enkele beoogde aankoop: 'Wil je bij ons komen voetballen als handelswaar?' Maar in de praktijk komt het daar vaak wel op neer. Slechts 11 van de 128 huurcircuitspelers slaagden erin om minstens één minuut voor City in de Premier League te spelen alvorens ze werden verhandeld. Voor de overige 117 spelers spatte de droom uiteen, zij gingen de markt op zonder dat ze debuteerden in een competitiewedstrijd (en vaak zonder dat ze debuteerden op het jeugdcomplex). Hoeveel er doordrongen tot de basis? Dat onderzoek is snel klaar: één. Oleksandr Zintsjenko, eerder als aanvallende middenvelder verhuurd aan PSV, is door Guardiola omgeschoold tot linksback en op die positie knokte hij zich eind vorig seizoen in de ploeg. Angeliño - op zijn 22e vier keer verhuurd, verkocht en teruggekocht - zou daar nog bij kunnen komen, al zal hij dan wel Zintsjenko uit de basis moeten spelen. Daarmee heeft u ook meteen het antwoord op de vraag aan het begin van dit artikel: afgaande op de statistieken van verhuurde talenten is de kans 0,8 procent dat Sandler alsnog basisspeler wordt bij Manchester City, het eerste voetbalhedgefonds met een stal van een miljard. Welkom in het moderne voetbal. Tom Knipping