Dit stuk is een voorpublicatie uit het boek 'FC De Criminelen' van Joost Houtman. Meer informatie vindt u onderaan.
...

Kerstavond 1905, er is een jongetje geboren. Het luistert naar de naam Alexandre Villaplane. We bevinden ons in de Algerijnse stad Constantine, op tachtig kilometer van de Middellandse Zee. Algerije is op dat moment nog Frans grondgebied. De kleine Alexandre krijgt dus de Franse nationaliteit. Alexandre - Alex pour les amis - leert voetballen bij Gallia Sport d'Alger. Hij bulkt van het talent. Op zijn zestiende trekt Alexandre met zijn oom naar Frankrijk. Hij kan meteen aan de slag bij Football Club de Cette. Cette, dat later in Sète werd omgedoopt, is net als buursteden SC Nîmois, OGC Nice en Olympique de Marseille een van de pioniers in het Franse voetbal. De Méditerranée is dan het mekka voor wie tegen een leren bal wil en kan trappen. Hoger kan een voetballer met de Franse nationaliteit dus niet mikken. De Schotse speler-trainer van Cette, Victor Gibson, zet Alexandre al snel in het eerste team. Het stijgt de puber meteen naar het hoofd. Hij wil centjes verdienen. Echter, professioneel voetbal laat nog enkele jaren op zich wachten. Zolang je ergens officieel 'werkt' is er niks aan de hand. Enveloppen onder tafel doen de rest. Na een geldruzie met de Cettevoorzitter trekt de zeventienjarige Villaplane naar een naburige ploeg, UC Vergèze. Cette haalt hem na de nodige beloftes een seizoen later terug. Alexandre Villaplane is de natte droom van elke trainer. Een technisch sterke middenvelder die bulkt van de energie; perfecte passen rondstrooit en daarenboven nog fantastisch weet te koppen (' son jeu de tête parfait')... Wie zou hem niet in de ploeg willen? Met Villaplane kroont Cette zich tot Champion de Divison d'Honneur en hij wordt opgeroepen voor de nationale militaire ploeg. In het stadion van KAA Gent speelt hij tegen de militaire ploeg van België. Enkele dagen later wacht in Londen het Engelse leger. Het gaat snel voor de Frans-Algerijnse jongeling. Op 11 april 1926 mag Villaplane tegen België in de grote nationale ploeg debuteren. De Belgen worden met 4-3 verslagen. Een week later wordt de scalp genomen van Portugal. Ook Zwitserland moet er die maand aan geloven. Villaplanes naam geniet al snel bekendheid. Cettes grote concurrent Nîmois plukt Villaplane in 1927 weg. Bij Cette kunnen ze er niet om lachen. Hij is immers bijna het hele seizoen 1926/27 geblesseerd geweest. Stank voor dank. Daar maalt Villaplane niet om. Geld is de drijvende kracht van zijn carrière. Officieel is Villaplane geen profspeler. In de praktijk is hij dat echter wel. Hij leidt de rood-witten naar La Division d'Honneur. Nee, groter dan Villaplane vind je de vedetten in de jaren twintig van de vorige eeuw niet.Vanuit Parijs reist de puissant rijke Jean-Bernard Lévy af naar de Méditerranée. Hij wil Alexandre Villaplane, de grote ster van Nîmes en het nationale team, aanwerven om zijn eigen ploegje Racing Club de France Football beter en sterker te maken. En onoverwinnelijk. Wie de top wil halen, moet het wonder Villaplane in zijn ploeg hebben. Villaplane laat zich in Parijs het goede leven welgevallen. Hij is een graag geziene gast in bars, restaurants, cabarets en cabardouces, waar hij zijn weelde uitgebreid showt. En op de paardenrennen is hij ook al vaste klant. Hij leert er enkele niet al te koosjere onderwereldfiguren kennen. Het goede leven heeft echter geen invloed op Villaplanes voetbalprestaties. De nationale ploeg promoveert hem tot aanvoerder. Hij is meteen de eerste in Afrika geboren capitaine van Les Bleus. Frankrijk mag in 1930 naar het allereerste WK. Op 13 juli 1930 geeft Villaplane in het Uruguyaanse Montevideo in de eerste wedstrijd de beslissende assist aan Lucien Laurent, die zo het allereerste Franse doelpunt ooit op een WK maakt. De Mexicanen staan erbij en kijken ernaar. Tegelijkertijd maakt Villaplanes ploeggenoot bij Racing, Raoul Diagne, zijn debuut als eerste donkere speler bij Les Bleus. Na het WK keurt de Fédération Franc?aise de Football met 128 ja-stemmen en maar twintig tegenstemmen het profstatuut goed. Alexandre Villaplane is een van de eerste voetballers die officieel als profspeler door het leven mag gaan. Niets houdt Villaplane tegen om zijn looneisen nog wat scherper te stellen. In 1932 blijkt FC d'Antibes-Juan les Pins het diepst in de geldbuidel te willen tasten. In de kleedkamer hervindt Alexandre zijn vroegere ploeggenoten bij Cette, Laurent Henric en Pierrot Cazal. 1932/33 gaat de geschiedenis in als het allereerste seizoen van het Franse profvoetbal. Villaplane geeft de assist waaruit het eerste officiële doelpunt zal vallen. In het plaatselijke Stade Elisabeth werkt de Oostenrijker Johann Klima de bal netjes binnen. Antibes-Red Star FC: 1-0. Net als in de huidige NBA wordt dat eerste profseizoen in twee afzonderlijke competities afgewerkt. In de finale spelen de winnaars van de zuidelijke en noordelijke competitie tegen elkaar. Antibes is het beste van de tien zuidelijke teams en mag het opnemen tegen de noordelijke kampioenen van SC Fivois Lille. Antibes wint met de vingers in de neus. Lille wordt met maar liefst 5-0 afgedroogd. Menig toeschouwer fronst de wenkbrauwen. Zo slecht verdedigen als Lille, dat hebben ze nog nooit gezien. Al snel blijkt dat Antibes de wedstrijd heeft gekocht. Antibes wordt vervolgens een divisie teruggezet. Trainer Valère wordt op staande voet ontslagen. Iedereen weet echter dat het Villaplane, Henric en Cazal zijn die het zaakje gefikst hebben. De directie vraagt hen vriendelijk een andere ploeg te zoeken. Een topspeler als Villaplane is gewild. Hij tekent in 1933 bij OGC Nice, oftewel Olympique Gymnaste Club Nice Côte d'Azur. OGC is trouwens de enige Franse ploeg die het allereerste seizoen uit de professionele voetbalcompetitie speelde en vandaag de dag nog steeds op het hoogste niveau uitkomt. Van de 26 wedstrijden doet Villaplane er twintig mee. Als capitaine. Hij loopt er echter bijzonder ongeïnteresseerd bij. Hij lijkt al zijn energie te steken in het volgen van de paardenrennen. Hij mist meer en meer trainingen. De Schotse trainer Jim McDewitt ziet het met lede ogen aan. Nice degradeert, en Villaplane mag weer op zoek naar een nieuwe club. Zijn ster is tanende. Zoals dat vaak gaat, zijn het oude bekenden die je uit de miserie halen. Villaplanes voormalige trainer bij Cette, de Schot Victor Gibson, coacht de Bordelese club Hispano-Bastidienne in de 'deuxième division'. Als dat goudhaantje van weleer weer rendeert, zit ik met dit ploegje zo weer in Division Un, redeneert de man. Het draait echter op één grote teleurstelling uit. Na amper drie maanden staat Villaplane ook daar op straat. We schrijven 1935. De nationale ploeg is dan een herinnering uit het verleden. Over Villaplanes heroïsche daden op het middenveld lees je in de kranten niks meer. Toch verdwijnt Villaplane niet volledig van de krantenpagina's. Monsieur Alexandre Villaplane vliegt in 1935 voor enkele maanden de gevangenis in. Hij heeft een paar paardenraces naar zijn hand proberen te zetten, maar werd betrapt. In 1940 mag hij weer de gevangenis in. Ditmaal voor heling. Villaplane is betrokken bij allerlei duistere zaakjes op de zwarte markt. En in zijn vrije tijd timmert hij graag wat Joden in elkaar. Ook specialiseert Villaplane zich in goudsmokkel. Twee jaar later mag Villaplane weer inchecken in Hotel Prison... en snel weer uitchecken. Dat genoegen heeft hij te danken aan een van Frankrijks grootste smeerlappen ooit, Henri Lafont. Er zijn zo van die mensen die in alles golden opportunities zien. Smeerlappen van het eerste uur. Parijs is in juni 1940 in handen van de nazi's gevallen. Waar dat bij velen tot pure wanhoop leidt, opent dat voor anderen weer de nodige deuren. Waar het maatschappelijk evenwicht verdwijnt, overwinnen alleen degenen die alle regels aan hun laars lappen. Analfabeet Henri Lafont is er zo eentje (eigenlijk heet hij Henri Chamberlain, maar om aan het gerecht te ontsnappen is hij van naam veranderd). Lafont liegt en bedriegt alsof het een lieve lust is. Hij verdient goed geld op de zwarte markt. De Duitse bezetter maakt geregeld van zijn diensten gebruik. Toch moet ook hij op zijn tellen letten. Om zijn loyaliteit aan de Duitse bezetter te bewijzen gaat Lafont voor hen op zoek naar de leider van het Belgische verzet. Lafont vindt hem en foltert de man tot hij genoeg namen heeft om de Duitsers mee te kunnen behagen. Uiteindelijk zullen in de nasleep van Lafonts actie maar liefst zeshonderd verzetslui gearresteerd worden. Lafont stijgt in de Duitse 'Achtung' en wordt steeds meer voor allerlei klusjes ingeschakeld. Klusjes waarvoor Lafont beruchte en beduchte medestanders nodig heeft. Hij rekruteert twee gevangenen: de voor corruptie veroordeelde commissaris Pierre Bonny en Alexandre Villaplane, voormalig international en een sjoemelaar eerste klas. De twee worden door de Duitsers uit de gevangenis ontslagen. Samen vormen ze het triumviraat van de Franse Gestapo. Hun uitvalsbasis is 93, Rue Lauriston. Met z'n drieën gaan ze op regelrechte Jodenjacht. Hun slachtoffers worden in de kelder van het Parijse huis gefolterd en gestript van alle juwelen en gouden tanden. Daar dragen de heren echter maar een deel van aan de Duitsers over. Zaken zijn zaken. De oorlog is er om hen rijk te maken. Ondertussen promoot Adolf Hitler zich in een Arabische krant als de man die de Noord-Afrikanen van kolonisten, communisten en Joden kan bevrijden. Henri Lafont besluit hun organisatie tot Brigade Nord-Africain om te dopen. De Duitsers geven hen de opdracht de Périgord op te 'kuisen'. Op 11 juni 1944 laten Villaplane en enkele kornuiten zich volledig gaan en schieten in het dorpje Mussidan elf verzetsstrijders door het hoofd. De mannen scheppen plezier in hun gruwelijke daden. De bevolking bibbert en beeft voor de tot SS-luitenant gepromoveerde Villaplane. In de veilige beslotenheid van hun eigen huis noemen de mensen Villaplane 'le SS Mohammed'. Het gaat van kwaad tot erger met Alexandre Villaplane. En dan drukken we ons nog voorzichtig uit. In zijn boek Tu trahiras sans vergogne (Je zal schaamteloos verraad plegen) tekent auteur Philippe Aziz de ene gruweldaad van Villaplane na de andere op. Om een omaatje te doen bekennen waar ze de Joodse meneer Bachmann verborgen houdt, mept Villaplane haar met zijn pistool. Hij sleurt het oudje aan d'r haar naar buiten waar hij haar getuige laat zijn van nog meer gruwel. Hij steekt twee boeren in brand. Het ergste waren niet de vlammen - zo tekent Aziz uit de mond van een overlevende getuige op - maar wel de onophoudelijke lach van de voormalige kapitein van de nationale ploeg. Werkelijk niets kan deze man raken. Alexandre Villaplane ziet moord en verkrachting louter als onderdeel van een winstgevende activiteit. Je kan Villaplane van veel beschuldigen, maar niet van enige vorm van moraliteit. Als hij doorheeft dat de Duitsers de oorlog wel eens zouden kunnen verliezen, laat hij heel opzichtig enkele mensen ontsnappen. Kwestie van achteraf nog op enkele 'goede daden' te kunnen terugvallen. Tekenend is zijn volgende nobele daad. Een getuige herinnert zich bijna letterlijk wat Villaplane in een van de laatste dagen van de oorlog tegen een arme man uitriep: ' Ils vont vous tuer!' (Ze gaan jullie vermoorden!) Als een volleerde Moeder Theresa gaat onze grote held Villaplane verder: 'Al vierenvijftig mensen heb ik gered. Op gevaar van eigen leven! Jij zal nummer vijfenvijftig worden.' Maar voor deze heldendaad hoort wat: 'Dat is dan vierhonderdduizend franc.' Enkele dagen later is Parijs heroverd op de Duitsers. Bijltjesdag volgt. De rechters hebben op de eerste december van 1944 niet veel tijd nodig om Alexandre Villaplane ter dood te veroordelen. Landsverraad, verkrachting, betrokkenheid bij de moord op minstens tien landgenoten... de lijst is even smakeloos als eindeloos. Kerstdag 1944. Parijs viert feest. Alexandre Villaplane mag zijn verjaardag in de cel vieren. De volgende ochtend wacht het vuurpeloton.