'Kopkracht' gaat over 'voetbalintelligentie'. In twee studies tonen de Zweedse onderzoekers Torbjörn Vestberg en Pedrag Petrovic aan dat bepaalde hersenfuncties van cruciaal belang zijn voor het leveren van topprestaties. Daarbij gaat het om het vermogen om in korte tijd een grote hoeveelheid functionele informatie op te nemen, die te controleren, te verwerken en ernaar te handelen. Dat betekent volgens hen dat er een manier is om er vroeg achter te komen wie de belofte in zich draagt om het absolute topniveau te bereiken _ én zelfs voor welke positie in het team iemand het meest geschikt is.

Dat is heel goed nieuws, want feit is dat er over de hele wereld ontzettend veel talenten over het hoofd worden gezien en dat naar schatting 70 procent van de potentiële topspelers voortijdig stopt, aldus de auteurs. Een van de oorzaken daarvan is dat in veel clubs de voorkeur wordt gegeven aan spelers die vroeg in het jaar zijn geboren en/of vroegrijp zijn, omdat ze fysiek meer ontwikkeld zijn en daardoor op jonge leeftijd in het voordeel zijn.

Het vermogen van het brein om gedachten, gevoelens en reacties van het lichaam aan te sturen is tijdens een voetbalwedstrijd erg belangrijk.

Doorgaans worden voetballers beoordeeld op basis van fysieke en mentale kracht, technische bekwaamheid en sociale competentie. Maar uit het onderzoek van Vestberg en Petrovic blijkt dus dat ook de hersenen ontzettend belangrijk zijn. Op topniveau beschikken spelers over een buitengewoon goed ontwikkeld cognitief vermogen om hun gedrag te sturen en te reguleren. Ze moeten zich namelijk niet alleen kunnen herinneren wat er hen tijdens trainingen en tactische besprekingen is geleerd. Ze moeten ook putten uit eerdere wedstrijdervaringen om tijdens de wedstrijd op elk moment de juiste keuzes te kunnen maken om zich voortdurend dynamisch te kunnen aanpassen aan de veranderende omgeving.

Het zijn, aldus de Zweedse onderzoekers, uiteindelijk de hersenen die bepalen hoe succesvol iemand zal zijn. Want als een speler niet kan omgaan met alle situaties die zich tijdens een wedstrijd voordoen, zal hij ook niet optimaal gebruik kunnen maken van zijn fysieke, technische, mentale en sociale vaardigheden. Het vermogen van het brein om gedachten, gevoelens en reacties van het lichaam aan te sturen, is erg belangrijk tijdens een voetbalwedstrijd. Want uiteindelijk is dat een aaneenrijging van beslissingen die in fracties van seconden genomen moeten worden.

Op langere termijn, concluderen Vestberg en Petrovic, kunnen fysieke of technische bekwaamheid nooit het tekortschieten van beslissingsfuncties in de hersenen compenseren: om het topniveau te bereiken moet je namelijk over de capaciteit beschikken om je fysiek, technisch, mentaal en sociaal vermogen te coördineren.

Verschillende posities in het team vereisen verschillende hersenprofielen.

Daarbij blijken executieve functies van de hersenen een grote rol te spelen. Die zijn nodig voor hogere denkprocessen: om te plannen en aan te sturen wanneer er iets onverwachts gebeurt. Door die te meten kunnen we te weten komen wie aan de voorwaarden voldoet om de absolute top te bereiken.

Die specifieke hersenfuncties zijn:

- Gerichte aandacht: het vermogen om in detail te overzien wat er om je heen gebeurt.

- Visueel waarnemingsvermogen: het vermogen om het veld om je heen visueel in je op te nemen.

- Cognitieve flexibiliteit: het vermogen om van focus te wisselen.

- Multiprocessing: het vermogen om een hoeveelheid binnenkomende informatie te hanteren en tegelijkertijd creatieve oplossingen voor problemen te vinden.

- Inhibitie: het vermogen om een al ingezette handeling af te breken.

- Creativiteit: het vermogen om nieuwe oplossingen voor problemen te vinden.

- Werkgeheugen: de capaciteit om nieuwe en oude informatie parallel te verwerken.

Gerichte aandacht en visueel waarnemingsvermogen dienen om de juiste informatie te zoeken en op te nemen. Cognitieve flexibiliteit, multiprocessing en inhibitievermogen verwerken de binnengekomen informatie. Hoe we die informatie ervaren en de conclusie die we eruit trekken, stuurt onze creativiteit en bepaalt wat we uiteindelijk met die informatie doen. In het 'online' bewaren van de informatie, de basis voor onze besluitvorming, speelt het werkgeheugen een belangrijke rol.

Het boek beschrijft ook welke specifieke executieve functies het best ontwikkeld moeten zijn voor een verdediger, voor een middenvelder en voor een aanvaller. Verschillende posities in het team vereisen verschillende hersenprofielen.

Een speler met een goed cognitief vermogen maar zonder snelle hersenen maakt op topniveau geen kans.

Executieve functies zijn dus cruciaal voor hoe goed een voetballer uiteindelijk kan worden. Er zijn ook nog andere hersenfuncties die daarvoor van groot belang zijn, maar daarvan werd de link met voetbal nog niet in wetenschappelijke studies aangetoond. Het gaat onder meer om:

- De emotieregulatie: het emotieregulatiesysteem in de hersenen reguleert de emoties. Tijdens voetbalwedstrijden is dat belangrijk, want emoties kunnen de prestatie verstoren. Met dit systeem kunnen we ook verschillende situaties herinterpreteren, zodat ze een andere emotionele lading krijgen. Op die manier kan negatief ervaren druk en stress omgebogen worden naar iets positiefs dat ons sterker maakt.

- Het vermogen om modellen te creëren: dit gaat over onze subjectieve beleving van de omgeving. Omdat we slechts een fractie van alle informatie die zich om ons heen bevindt kunnen ontvangen, moeten onze hersenen de leemtes invullen om een compleet beeld te krijgen. Dus: een model van de omgeving creëren en dat voortdurend updaten. Dat is in een complexe sport als voetbal een belangrijke component om beter inzicht te krijgen in hoe het spel er op het hele veld uitziet en om te kunnen voorspellen hoe het zich zal ontwikkelen.

- De snelheid van de hersenen: die bepaalt hoe snel informatie wordt verwerkt. Een speler met een goed cognitief vermogen maar zonder snelle hersenen maakt op topniveau geen kans. Dat geldt uiteraard ook voor iemand met een snelle maar slordige informatieverwerking.

De onderzoekers denken dat cognitieve testen kunnen helpen om een rechtvaardiger selectie te maken om de jonge spelers met het grootste potentieel te vinden.

'Kopkracht' besteedt ook aandacht aan hoe het cognitief vermogen en de specifieke executieve functies van spelers getraind kunnen worden (met het oog op betere wedstrijdprestaties). Dat gebeurt het best met trainingsvormen die zo goed mogelijk de werkelijke wedstrijdsituaties nabootsen. Cruciaal in de opleiding van voetballers is dat ze veel wedstrijden kunnen spelen en veel verschillende wedstrijdsituaties en wedstrijdomstandigheden aangeboden krijgen. Zodat ze zoveel mogelijk wedstrijdbeelden in de hersenen kunnen opslaan, beelden die in toekomstige wedstrijden kunnen worden opgehaald. Maar het lijkt alsof die belangrijke kennis over de werking van de hersenen het jeugdvoetbal nog niet bereikte, aldus de auteurs.

Omdat die o zo belangrijke executieve functies afhankelijk zijn van de frontaalkwab en omdat dat voorste hersendeel zich tot aan het 25ste levensjaar ontwikkelt, vragen Vestberg en Petrovic zich af of jeugdtrainers die executieve functies niet vaker moeten testen. Bijvoorbeeld bij fysiek minder sterke jeugdspelers, om te zien wat hun cognitief potentieel is en op welke positie zij het best kunnen presteren. Vooral omdat laatbloeiers, kleinere spelers die zich fysiek langzamer ontwikkelen, vaak de kans niet krijgen om door te stromen.

De onderzoekers geven zelf het antwoord op hun vraag: ze denken dat cognitieve testen kunnen helpen om een rechtvaardiger selectie te maken om de jonge spelers met het grootste potentieel te vinden. Daarvoor, besluiten ze, moet er nog meer besef komen dat cognitieve capaciteit al vroeg het toekomstig spelvermogen kan voorspellen.

Daar kan dit boek zeker toe bijdragen. ?

'Kopkracht - het analytische brein van topvoetballers' van Torbjörn Vestberg, Predrag Petrovic en Thomas Lerner verscheen 23 augustus bij Karakter Uitgevers B.V. en kost 18,50 euro.