Buiten de demonstratie van Spanje tegen Italië (4-0) in 2012, kenden de meest recente EK's vrij spannende finales: verlengingen met een golden goal in 2000, nipte zeges met het kleinste verschil voor Griekenland in 2004 en Spanje in 2008, en een mengeling van die twee in 2016 in het Stade de France. Aan het einde van een duel dat lang op slot zat, won het Portugal van Cristiano Ronaldo met een goal in minuut 109, een even dodelijk als onverwacht schot van Eder. Die knal zorgde ervoor dat de mannen van Didier Deschamps nogal onzacht weer met beide voeten op de grond werden gezet. Na hun zege in de halve finales tegen wereldkampioen Duitsland waren ze immers huizenhoog favoriet.
...

Buiten de demonstratie van Spanje tegen Italië (4-0) in 2012, kenden de meest recente EK's vrij spannende finales: verlengingen met een golden goal in 2000, nipte zeges met het kleinste verschil voor Griekenland in 2004 en Spanje in 2008, en een mengeling van die twee in 2016 in het Stade de France. Aan het einde van een duel dat lang op slot zat, won het Portugal van Cristiano Ronaldo met een goal in minuut 109, een even dodelijk als onverwacht schot van Eder. Die knal zorgde ervoor dat de mannen van Didier Deschamps nogal onzacht weer met beide voeten op de grond werden gezet. Na hun zege in de halve finales tegen wereldkampioen Duitsland waren ze immers huizenhoog favoriet. 'Een verschrikkelijke avond', weet Gaël nog. Hij is supporter van Frankrijk en komt uit Belfort, een stad in het oosten van het land. 'We hadden uren gereden om in Parijs de overwinning te gaan vieren. Geen seconde hadden we met een nederlaag rekening gehouden', vertelt hij triest. Wat zich na de wedstrijd afspeelde was lastig te verteren voor de Fransen: een doodse stilte is gebruikelijk na zo'n ontgoocheling, vreugdetaferelen van de tegenstanders zijn dat minder. Maar Parijs is nu eenmaal de vierde 'Portugese' stad ter wereld, met meer dan 400.000 inwoners die uit Portugal afkomstig zijn. En die Portugezen verborgen hun vreugde allerminst. Het was een algehele en immense teleurstelling voor de Fransen, die nog voor de finale al op een piëdestal waren gezet. Hoewel L'Equipe de dag voor de wedstrijd 'Met gelijke wapens' titelde, leek alles te wijzen op een stevig verschil in sterkte tussen beide elftallen. Terwijl Les Bleus net een prestigezege hadden behaald, hadden de manschappen van Fernando Santos er een chaotische lijdensweg opzitten. Ze eindigden met drie gelijke spelen derde in een nochtans haalbare groep (met Hongarije, IJsland en Oostenrijk), hadden het moeilijk in de knock-outfase en konden amper een match beslissen binnen de negentig minuten. Het is misschien net door dat lastige parcours dat de Portugezen als onverhoopte outsiders niks te verliezen hadden in de finale. Daar stond tegenover dat de Franse nationale ploeg door haar buitensporige zelfvertrouwen haar strijdershart had verloren. Paul Pogba gaf zelf toe in een interview met France Football dat de mentaliteit van de groep onvolwassen geweest was in de euforie na de uitschakeling van Duitsland. Het schrijnende gebrek aan respect werd door hem en zijn maats duur betaald. Al was het natuurlijk wel zo dat alle lichten op groen stonden: alleen al het simpele feit dat ze in eigen huis speelden, overtuigde onze zuiderburen van een zekere zege. Frankrijk had de vorige twee grote toernooien gewonnen die het op eigen bodem organiseerde (het EK in 1984 en het WK in 1998, om nog te zwijgen van de Confederations Cup in 2003) en had net 23 keer op rij gewonnen in eigen huis. Het aura van de titel van 1998 leek nog aanwezig, achttien jaar nadat Zinédine Zidane en co in datzelfde stadion de finale hadden gespeeld. Een ander goed teken: Les Bleus bezorgden de Seleção meer dan eens slechte herinneringen. Twee keer een kleine zege in de halve finales, op het EK 2000 en het WK 2006, waardoor de gouden generatie van Luis Figo en Rui Costa een mogelijke titel aan hun neus zagen voorbijgaan. Vóór de finale had Frankrijk in bijna dertig jaar en tien opeenvolgende wedstrijden alleen maar gewonnen tegen Portugal.Uiteindelijk zorgde de finale voor andere statistieken: Frankrijk was nog maar het tweede land dat thuis een EK-finale verloor. Het eerste was ... Portugal, in 2004. Ook al had de ploeg van de Iberiërs in 2016 nog weinig te maken met die van 2004, het is makkelijk in te beelden dat dat nationale drama nog in hun hoofden speelde toen ze aan deze finale begonnen. Allemaal herinnerden ze zich nog de Griekse ploeg, die even lelijk als efficiënt voetbalde, en de beelden van CR7 die ontroostbaar op de grasmat van Lissabon lag. Beweren dat die nederlaag ervoor gezorgd heeft dat de Portugezen twaalf jaar later wél wonnen, zou overdreven zijn, maar het laat zich raden dat ze met het mes tussen de tanden het veld op kwamen. Een bijzondere gedachte gaat uit naar Antoine Griezmann, die er een uitzonderlijk seizoen had opzitten met Atlético Madrid en tot beste speler van het toernooi zou verkozen worden. Ondanks die indrukwekkende individuele prestaties voegde de linkspoot zich bij een clubje dat in 2008 door Michael Ballack in het leven was geroepen: dat van spelers die in hetzelfde seizoen de EK-finale en de finale van de Champions League verloren hebben. We vermoeden dat de zomervakanties die daarop volgden, niet erg aangenaam waren.De finale spelen van een groot toernooi is natuurlijk een straffe prestatie, maar de thuisnederlaag in de finale overschaduwt de tevredenheid van vicekampioen te zijn. Didier Deschamps heeft dat ook begrepen en veegt meteen de spons over de idee van een 'bemoedigende nederlaag'. De dag na het drama richt de bondscoach zijn blik al helemaal op Moskou, zich ervan bewust dat zijn taak moeilijk is. In de kwalificatiecampagne voor het WK 2018 haalt Frankrijk wisselvallige resultaten, al pakt het wel de groepswinst. Zo indrukwekkend als de Fransen zijn tegen Nederland (4-0), met Thomas Lemar in een hoofdrol, zo lusteloos spelen ze scoreloos gelijk tegen Luxemburg. Hoewel DD op enkele sleutelspelers kan rekenen, zoekt hij nog naar zijn type-elftal, zeker wat de aanval betreft. Naast Olivier Giroud en Antoine Griezmann, die geregeld spelen, kan geen enkele spits zich handhaven in de basis. Ondanks enkele doelpunten verdwijnt Kévin Gameiro geruisloos uit de ploeg, Anthony Martial weet niet te overtuigen en op Alexandre Lacazette, nochtans in vorm, heeft Deschamps het niet zo begrepen. De beloften Ousmane Dembélé en Kingsley Coman schipperen tussen bemoedigende prestaties en terugkerende blessures. Dan dient zich de oplossing aan in de persoon van Kylian Mbappé: begiftigd met killersinstinct en een flitsende snelheid wordt hij al snel de nieuwe sensatie van het Europese voetbal en een essentiële pion in de nationale ploeg. Hoewel hij in de kwalificaties maar één keer scoort voor Les Bleus, maakt hij indruk in clubverband, vooral in de Europacup met AS Monaco. Deschamps kan dus met een indrukwekkende legermacht naar Rusland trekken en moet alleen nog de juiste chemie vinden tussen zijn vedetten. Want zo'n sterrenensemble laten samenspelen is nog niet zo eenvoudig en vormt geen garantie op een eindzege - denk maar aan het sterrenelftal van Brazilië in 2006. Aan de vooravond van het WK 2018 dromen de Franse fans al van een mogelijke driemansvoorhoede Griezmann-Mbappé-Dembélé, met als invallers Kingsley Coman en Nabil Fekir. Maar bondscoach Deschamps is niet overtuigd van zijn offensieve 4-3-3, waarmee hij nochtans vanaf de eerste match tegen Australië aantrad. Hij maakt snel een einde aan de speeltijd en schuift een opstelling naar voren die de liefhebbers van mooi voetbal bedroeft: de gecontesteerde Giroud keert terug in de punt van de aanval en Blaise Matuidi komt als linksbuiten in de ploeg... Deal with it! Ook al lijkt de huidige middenvelder van Inter Miami een onbetwiste titularis, over zijn positie rijzen er veel vragen. Deschamps wordt ervan beschuldigd om het spektakel op te offeren en een bus à la José Mourinho voor het doel te parkeren, maar geeft zijn pragmatisme grif toe. Met een verdediging die de ergste belegering kan doorstaan en een straaljager vooraan weet de Bask dat hij komt om te winnen, niet om te behagen - hoe jammer de toeschouwers dat ook mogen vinden. Het minste wat we kunnen zeggen, is dat het gewerkt heeft. Eenmaal door de poulefase legden de Fransen een bijna cynische efficiëntie aan de dag. Afgezien van het doelpuntenfestival tegen Argentinië (4-3) speelde Frankrijk met een beheersing die de tegenstanders tot wanhoop bracht. Het slot op de deur, met de aanvallers als eerste verdedigers: het team van Deschamps werd vooral gekenmerkt door onverzettelijkheid. Zelf creëerden ze weinig kansen en het aanvallend spel was niet bepaald vloeiend, maar in elke wedstrijd werd wel gescoord. Een tactisch sterk staaltje van DD, die met zijn concept helemaal afstapte van balbezit en controle over het wedstrijdritme. In de plaats kwam een soort springveer, die niet brak en zich razendsnel kon uitrekken. De aanwezigheid van Matuidi op links zorgde wel voor een onevenwicht in het aanvalsschema op rechts, maar door de pressing van Griezmann en Giroud werd Mbappé ontheven van zijn verdedigende taken. De aanvaller van PSG was dus vrij om herhaaldelijk in de diepte te lopen, zelfs van heel ver, en was zo een gesel voor de vijandelijke defensies. Met twee goals en een uitgelokte penalty tegen Argentinië en nog een goal in de finale was de jonge belofte in zijn eerste grote toernooi meteen beslissend. Drie jaar later is men geneigd om te vergeten dat Frankrijk, ondanks die weinig frivole aanpak, wel erg vlot scoorde. Elf treffers in de knock-outfase, dat is een record, samen met Duitsland in 2014 (dat er tegen Brazilië alleen al zeven maakte). Die slagkracht vertaalde zich ook in vier goals tijdens de finale, iets wat niet meer vertoond was sinds de wereldtitel van Pelé en co in 1970 in Mexico (4-1 tegen Italië). Een aspect dat de tegenstand nogal ontmoedigde, want niet allen was Frankrijk erg efficiënt in zijn spel, het won de trofee ook dankzij zijn stilstaande fases. Een penalty en een owngoal uit een vrije trap in de finale, een kopbaldoelpunt van Raphaël Varane tegen Uruguay en dat van Samuel Umtiti in de halve finale kennen we nog wel. Kortom, de ploeg van Deschamps kenmerkt zich door pragmatisme, een goeie mentaliteit, een ijzeren defensie en een opportunistische aanval. Het plan wordt altijd ijskoud uitgevoerd, zonder iets aan het toeval over te laten. Ook al staat de ploeg twee goals voor, ze blijft altijd compact spelen om nooit de greep op de match te verliezen. Daarvoor verdient de Bask een pluim, want hij is erin geslaagd om zijn internationale sterren om te vormen tot gedisciplineerde soldaten. Door zijn aura van kapitein van de wereldkampioenenploeg van 1998 en zijn capaciteit om alle ego's tot een groep samen te smelten wist Frankrijk in de moeilijkste momenten zijn solidariteit te behouden. Les Bleus toonden zich erg volwassen op de groene rechthoek, maar leken tegelijk soms een vakantiekolonie in de kleedkamer. De selectie van Adil Rami en Benjamin Mendy, eerder entertainers dan voetballers, moeten in die context gezien worden. Drie jaar na de wereldtitel is de grootste verdienste van Didier Deschamps misschien wel dat hij de nationale ploeg scherp heeft kunnen houden. Met de trofee netjes bijgezet in de prijzenkast had die ploeg de focus van op het WK kunnen verliezen, maar dat is niet gebeurd. Om dat te concluderen volstaat het om naar haar openingswedstrijd van dit EK te kijken, op 15 juni tegen Duitsland. Les Bleus overklassen nog steeds niet hun tegenstander, ook al zijn ze versterkt door de terugkeer van Karim Benzema, maar ze zijn bijzonder solide en voortdurend geconcentreerd. Ook al kan men het jammer vinden dat ze weer met het kleinste verschil wonnen, voor de bende van Deschamps is een overwinning een overwinning. En ze hebben nu eenmaal de gewoonte om te winnen zonder veel panache, die wordt geofferd op het altaar van de absolute controle. Met andere woorden: deze Franse ploeg is een echte machine geworden, al oogt ze dan niet erg Frans. Door Martin Muller