De rook van het nieuwjaarsvuurwerk is in de Schotse grootstad Glasgow nog niet helemaal weggetrokken wanneer Rangers en Celtic op 2 januari de wei van Ibrox betreden. De Old Firm is een van de meest beladen derby's van Europa, een stammenoorlog die niet zelden uitdraait op rellen op en naast het veld. 'Als een scene van Apocalypse Now', omschreef een commentator het rondje stennis schoppen ooit. Op derbydagen verwerkt de politie van Glasgow beduidend meer oproepen rond huiselijk geweld.
...

De rook van het nieuwjaarsvuurwerk is in de Schotse grootstad Glasgow nog niet helemaal weggetrokken wanneer Rangers en Celtic op 2 januari de wei van Ibrox betreden. De Old Firm is een van de meest beladen derby's van Europa, een stammenoorlog die niet zelden uitdraait op rellen op en naast het veld. 'Als een scene van Apocalypse Now', omschreef een commentator het rondje stennis schoppen ooit. Op derbydagen verwerkt de politie van Glasgow beduidend meer oproepen rond huiselijk geweld. Ibrox was ook het toneel voor een der grootste stadionrampen van Groot-Brittannië. Dag op dag vijftig jaar geleden, op 2 januari 1971, begaf een trapleuning het, een ramp die 66 mensenlevens eiste. Het moet zijn dat de minuut stilte voor de match het elftal van Rangers in slaap wiegt. In 90 minuten schiet het geen enkele keer tussen de palen. Toch wint de blauwe kant van Glasgow de Old Firm, nadat een Celticschouder een hoekschop van James Tavernier in doel devieert. Naast het veld balt Rangersmanager Steven Gerrard een vuist. Als geen ander beseft hij dat het geen goed idee is om vroegtijdig de overwinning uit te roepen - herinnert u zich zijn uitschuiver die Liverpool de titel kostte? - maar het moet al grandioos mislopen wil Rangers het seizoen niet als kampioen afsluiten. De kloof met de bittere stadsrivaal en nummer 2 in de stand is gigantisch. Celtic heeft de ultieme kans gemist op het record, tien titels op een rij. Na jaren in de woestijn is de derbyzege voor Rangers het laatste zetje op weg naar glorie. Een reconstructie. Acht en een half jaar eerder. Het regent auld wives and pike staves. Pijpenstelen, zoals de weergoden enkel Schotland tormenteren. Het beeld past bij de match. Met zes internationals in de rangen heeft recordkampioen Rangers - 54 (!) titels in eerste klasse - verlengingen nodig om Brechin City opzij te zetten in de Challenger Cup, een bekercompetitie waaraan enkel ploegen uit lagere reeksen deelnemen. Het is Rangers' eerste wedstrijd als vierdeklasser. Vier jaar lang zal de club op zompige velden spelen tegen ploegen als Alloa Athletic, Peterhead, Elgin City en Stirling Albion. Wellicht niet wat David Murray, een van de rijkste zakenmannen van Schotland, in gedachten heeft wanneer hij in 1988 Rangers koopt. Onder zijn voorzitterschap binden toppers als Brian Laudrup, Paul Gascoigne, Ronald de Boer en Mikel Arteta hun veters op Ibrox. In 1997 zit Ronaldo zelfs bijna in Schotland. Murray wil Europese potten breken en stelt de Braziliaan voor om enkel in de Champions League te spelen. Voor matchen tegen Dundee mag hij gerust passen. Uiteindelijk kiest Ronaldo voor Inter, maar het toont aan dat de bomen in Glasgow tot in de hemel groeien. Het succes is navenant, met onder meer negen titels in de jaren 90. Bedwelmd door triomfen maakt slechts een enkele kniesoor zich zorgen over de kostprijs van zo'n armada aan sterren. Zeker Murray zelf niet. Zijn zakenimperium bouwde hij op schulden, die hij gebruikte als hefboom om hogerop te raken. Een ethos dat hij ook op Rangers toepast. In 2003 staat de club meer dan 100 miljoen euro in het rood. Toch telt Murray 18 miljoen euro neer voor Tore André Flo, destijds een Schots recordbedrag. 'Voor elke vijf pond die Celtic uitgeeft, zal ik er tien uitgeven', zegt hij stoer. Murray bedenkt ook ingenieuze manieren om z'n geld verder te laten reiken. Zo betaalt hij de spelers tussen 2001 en 2010 gedeeltelijk in employee benefit trusts, aandelen waarop minder belastingen betaald moeten worden. Hoewel Murray daarmee in theorie de wet niet overtreedt, blijkt het een van de vele nagels aan de doodskist van Rangers. Een mogelijke monsterboete van Her Majesty's Revenue & Customs - de Britse belastingdienst, zeg maar - hangt als een zwaard van Damocles boven de club. Ironisch genoeg is Rangers historisch een bastion van monarchisten die elke match hun liefde voor de Queen bezingen. Murray wil de hete aardappel doorschuiven, maar vindt niemand die er trek in heeft. Totdat Craig Whyte, een malafide zakenman met een krakkemikkige reputatie, hem in mei 2011 een symbolische pond toestopt. Whyte belooft de schulden af te betalen. In plaats daarvan stopt hij alle belasting- en btw-betalingen en is de club binnen het jaar failliet. Vier jaar eerder, in 2008, verliest Rangers nog de finale van de UEFA Cup van Zenit Sint-Petersburg, nu moet het gedwongen opnieuw beginnen in de Schotse vierde klasse. Een opeenvolging van charlatans heeft met kwestieuze economische en sportieve beslissingen een put gegraven voor de meest roemrijke club van Schotland. De teloorgang leest als een waarschuwing aan clubleiders die zich Icarus wanen. Zelfs het aristocratische Rangers, zelfbewust op het arrogante af, is niet too big to fail.Terwijl Rangers zich op z'n Beerschots een weg ploetert door de divisies, lacht Celtic in het vuistje. Bij afwezigheid van de aartsrivaal stapelt de club van de katholieke Ierse immigranten de titels op. Na meerdere deelnames aan de Champions League beent het ook financieel weg. Maar het gebrek aan spankracht doet de Schotse competitie, al lang geen hoogvlieger meer, helemaal indutten. De Motherwells en Hibernians van deze wereld behalen Europees niet de resultaten van Rangers. Staat de Schotse Premiership in 2008 nog tiende in de coëfficiënt van UEFA, dan sluimert het tussen 2013 en 2018 tussen plek 23 en 26, na grootmachten als Cyprus, Wit-Rusland en Azerbeidzjan. Celtic moet voorrondes spelen en haalt steeds vaker de groepsronde van de CL niet. Het leedvermaak over het noodlot van Rangers slaat langzaam om in ongerustheid. De directe confrontatie tussen de twee topclubs uit Glasgow heet niet voor niets de Old Firm, de oude firma, vanwege het economisch gewin voor beide clubs. Rangers en Celtic domineren het Schotse voetbal. De laatste titel van een andere club dateert al van 1985, toen Alex Ferguson Aberdeen kampioen maakte. Nu die duopolie gebroken is, blijkt geen kat geïnteresseerd in de strijd om de tweede plek. Geen van hen zal het toegeven, maar veel fans van Celtic slaken een zucht van opluchting wanneer Rangers in 2016, na vier jaar, opnieuw een plek bij de elite bemachtigt. Niet dat het daar meteen op wieltjes loopt. Glasgow Rangers zoekt lang naar de juiste formule. Het dieptepunt volgt in juli 2017. In de eerste voorronde van de Europa League stuiten de Schotten op Progrès Niederkorn. De nummer vier uit Luxemburg heeft 36 jaar geen Europese goal meer gemaakt, maar wint met 2-0. Terwijl de media spreken van 'het slechtste resultaat aller tijden voor de club', treedt de Portugese trainer/clown Pedro Caixinha, witheet van woede, in discussie met de fans. Zijn bewind eindigt na 229 dagen, het kortste ooit bij de club. Interim-manager Graeme Murty vervolmaakt het seizoen. In april 2018 walst Celtic Rangers plat. 5-0. 'Maar het hadden er ook zeven kunnen zijn', meent coach Brendan Rodgers. Celtic eindigt het seizoen met twaalf punten voorsprong op Rangers, de derde in de eindstand, maar op het veld is de kloof zowaar nog groter. De club is wanhopig op zoek naar stabiliteit, naar een kapitein die het schip uit de storm kan leiden. 'De volgende manager gaat een vuurgevecht aan met een waterpistool', schrijft The Guardian. Vlak na de afgang stelt Rangers Steven Gerrard voor als trainer. Waarnemers vragen zich af waarom de ex-middenvelder, op dat moment aan de slag in de Academy van Liverpool, zich in zo'n slangenkuil waagt. De nieuwe voorzitter ligt overhoop met mogelijke overnemers en de fans grommelen. En het ergste van al: de schulden lopen alweer op, als een enge nachtmerrie die zich herhaalt. De chaos is, met andere woorden, compleet. Toch noemt Gerrard de beslissing een no-brainer. 'Ik had dat speciale gevoel in mijn maag.' Het spreekt in Gerrards voordeel dat hij, in tegenstelling tot sommige voorgangers, de realiteit kent van een in twee kampen verdeelde stad. Liverpool en Glasgow zijn vergelijkbaar: steden van de arbeidsklasse, waar de voetbalresultaten in het weekend het gemoed van veel inwoners bepalen. 'Dat is een van de redenen voor mijn keuze', benadrukt Gerrard. 'Rangers is op vele manieren zoals Liverpool. De stad, de liefde voor de club en de druk zijn dezelfde. Ik snak naar die druk. Het is een drug.' De eerste twee seizoenen van Gerrard verlopen volgens eenzelfde stramien. Een goede eerste seizoenshelft, waarna Rangers na nieuwjaar de rol moet lossen. Wel maakt de 114-voudige Engelse international van Rangers opnieuw de onbetwiste nummer twee van Schotland. 'Maar een tweede plek is niet genoeg', stelt hij ferm. In zijn beginperiode heeft Rangers vooral problemen met het slopen van een laag blok. Een tactische vondst verhelpt dat euvel. Wanneer Gerrard een klassieke 4-3-3 met flankspelers omruilt voor een 4-3-2-1, met twee nummers tien die ruimte zoeken tussen de linies, geraakt de pletwals op toerental. Voor het eerst sinds de promotie heeft Rangers een duidelijk tactisch systeem. En het koopt profielen die daarin passen. Zoals Ryan Kent, de duurste transfer van het nieuwe Rangers, en Ianis Hagi, die de verwachtingen weliswaar nog niet helemaal kan waarmaken. Sinds de komst van Gerrard is de waarde van de kern van Rangers volgens Transfermarkt met 272 procent gestegen. De verbouwingswerken van Stevie G geven de burger hoop. Zeker dit seizoen maakt Gerrard van Rangers een niet in te nemen vesting. Rangers verloor tot dusver één keer, in de League Cup. Waar het de voorbije twee seizoenen te vaak punten liet liggen tegen bescheiden tegenstanders, is het nu het toonbeeld van bedrijfszekerheid. Niets kenmerkt dat meer dan het doelsaldo in de competitie: 68-8. Gerrard heeft van Rangers een machine gemaakt. Ook Europees loopt het vlot. Na een 1/8 finale vorig jaar overleeft Rangers dit seizoen een poule met Benfica en Standard zonder kleerscheuren. In de UEFA-coëfficiënt hijgt Schotland België in de nek. De opmars van Rangers heeft evengoed te maken met het falen van Celtic. Een slecht aankoopbeleid zorgt er voor onvrede in de kleedkamer. De positie van succescoach Neil Lennon staat na een resem draws zwaar onder druk. Celtic speelt zonder tempo, zonder overtuiging. De supporters begrijpen niet hoe hun club de na de implosie van Rangers genomen voorsprong zo gemakkelijk te grabbel gooit. Wordt Rangers kampioen, dan stopt het ook Celtics jacht op het record van tien titels op rij. Dat zou een zoete wraak zijn voor 1998, toen het Celtic van Henrik Larsson Rangers op de laatste speeldag van eenzelfde presentatie hield. Niet dat Gerrard daar wakker van ligt. Zijn ultieme droom is het trainerschap van Liverpool. 'Dat is zijn natuurlijke progressie', beweert Rangerslegende Ally McCoist in The Scottish Sun. 'Om dat te bereiken moet hij eerst succesvol zijn bij Rangers. Dat betekent trofeeën winnen.' Hij is goed op weg.