De wintermercato was in het verleden het nagenoeg exclusieve jachtterrein van clubs die de wanhoop nabij waren en met de afgrond voor ogen nieuwe, meestal obscure spelers insloegen. Vaak waren het kosten op het sterfhuis en kon degradatie toch niet voorkomen worden. De topclubs hielden zich meestal gedeisd in januari. Ook omdat de vedetten in de winter niet te koop waren.
...

De wintermercato was in het verleden het nagenoeg exclusieve jachtterrein van clubs die de wanhoop nabij waren en met de afgrond voor ogen nieuwe, meestal obscure spelers insloegen. Vaak waren het kosten op het sterfhuis en kon degradatie toch niet voorkomen worden. De topclubs hielden zich meestal gedeisd in januari. Ook omdat de vedetten in de winter niet te koop waren. Het Belgische voetbal zette een nieuwe trend in. Sinds de invoering van de play-offs begeven ook onze topclubs zich in januari ongewoon driftig op de transfermarkt. Om bij de top zes te eindigen of om de titel en de superprijs van deelneming aan de Champions League binnen te halen. Het seizoen wordt immers beslist in de periode van midden maart tot eind mei. De Premier League holt nu de Jupiler League achterna. Voor het eerst sinds 2006 hebben de zes toppers (Man United en City, Liverpool, Arsenal, Tottenham en Chelsea) zaken gedaan op de wintermarkt. Drie van hen gaven zelfs een recordbedrag uit voor een speler: Arsenal 62 miljoen euro voor Pierre-Emerick Aubameyang, Liverpool 84 miljoen voor Virgil van Dijk en City 64 miljoen voor Aymeric Laporte. Pep Guardiola wilde nog verder gaan voor Riyad Mahrez. United brak dan weer zijn salarisbeleid open voor Alexis Sánchez: 550.000 euro per week. Een en ander maakt duidelijk dat in het post-Neymartijdperk (de Braziliaan stapte vorige zomer over naar PSG voor het recordbedrag van 220 miljoen euro) de markt op hol is geslagen. De Engelse clubs besteedden ruim 450 miljoen euro aan wintertransfers. Het record van 2011 werd daarmee van tafel geveegd: 250 miljoen euro. De strijd om de vier Engelse tickets voor het kampioenenbal wordt ongenadig. Opmerkelijk is dat alle clubs geloven dat het bovenhalen van de chequeboek de enige remedie is. Met het aantrekken van topspelers wordt gehoopt het team een nieuwe impuls te bezorgen, hoewel het vaak een betere optie is om met meer modale spelers de zwakke punten in het elftal weg te poetsen. Individueel talent is belangrijk, maar doorslaggevend is hoe al dat talent samen functioneert. Het hart van de twee succesrijkste teams van de jongste decennia bestond niet toevallig uit jongens die hetzelfde dachten en deden, omdat ze samen opgeleid waren. Manchester United met zijn zogenaamde ' Class of '92' met Beckham, Scholes en co en Barcelona met Xavi, Iniesta en Messi. Het resultaat van het transferbeleid van de topclubs heeft voor gevolg dat het voetbal zijn onvoorspelbaarheid - zijn grootste troef - verliest. In Engeland, Frankrijk en Duitsland twijfelt niemand nog aan de naam van de nieuwe kampioen en ook in Spanje gaat het die richting uit. De ravijn tussen de top van de grote competities en de rest wordt alleen breder en in Engeland lijkt er ook een kloof te ontstaan bij de elite, omdat de twee clubs uit Manchester een veel grotere financiële slagkracht hebben dan de rest. Alle hoop van de kleinere clubs ligt nu in handen van UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin. Hij vertelde aan The Daily Telegraph dat het herstellen van de competitieve balans in het Europese voetbal zijn topprioriteit wordt. 'De rijkste clubs kopen al de beste spelers, daar moet een einde aan komen', aldus de Sloveen. Ceferin wil beperkingen opleggen wat het aantal voetballers onder contract en huren of verhuren van spelers betreft. Bovenal wil hij een 'luxetaks' invoeren. Wie een loonmassa heeft die boven een bepaald bedrag gaat, moet dan een boete betalen. Dat geld zou verdeeld worden onder de kleinere clubs. Het is bedenkelijk dat er in 2018 naar oplossingen moet worden gezocht die al in 1888 zijn bedacht. Bij de eerste meeting van de leden van de Football League, de eerste profcompetitie ter wereld, in het Royal Hotel in Manchester was het de aanwezige clubs duidelijk dat teams uit grotere steden betere recettes (toen de enige bron van inkomsten) zouden genereren dan de rest. Om die reden werd beslist dat de helft van de opbrengst van de verkoop van tickets naar de bezoekers ging. Het herverdelen van de inkomsten was het uitgangsprincipe van het profvoetbal.