U herinnert het zich misschien nog hoe de Italianen in 2018 met de tranen in de ogen stonden. De Azzurri hadden net verloren van Zweden in de barrages en moesten het WK in Rusland aan zich voorbij laten gaan. De pijn was zo groot dat keeper Gianluigi Buffon na 176 caps zelfs afscheid nam van de nationale ploeg. Italië zat in zak en as en werd door de pers met de grond gelijk gemaakt.
...

U herinnert het zich misschien nog hoe de Italianen in 2018 met de tranen in de ogen stonden. De Azzurri hadden net verloren van Zweden in de barrages en moesten het WK in Rusland aan zich voorbij laten gaan. De pijn was zo groot dat keeper Gianluigi Buffon na 176 caps zelfs afscheid nam van de nationale ploeg. Italië zat in zak en as en werd door de pers met de grond gelijk gemaakt.Maar toen kwam Roberto Mancini. Na een moeizame start als bondscoach kreeg hij de Italianen op één lijn. Hij vulde de ervaren spelers aan met jonge talenten, sommigen speelden zelfs nog bij de kleine ploegen in de Serie A. Het was een mix die snel zijn vruchten afwierp, want Italië wint drie jaar later het Europees kampioenchap.Het WK missen en een paar jaar later Europees kampioen worden, het lijkt een unieke prestatie, maar dat is het eigenlijk niet. Al vier landen deden het de Italianen voor. Een eerste keer gebeurde dat in 1976. Tsjechoslowakije kende een gouden generatie met als uithangbord Antonin Panenka, maar een plekje bemachtigen op het WK van 1974 in West-Duitsland lukte niet. In een kwalificatiegroep met Schotland en Denemarken kwam het één puntje te kort. Echt een grote schande was het nu ook niet, want ook Frankrijk, Portugal, Engeland en zelfs de machtige Sovjet-Unie konden zich niet kwalificeren.Twee jaar later was het wel raak. Tsjechoslowakije kon zich plaatsen voor het eindtoernooi waar slechts 4 landen aan konden deelnemen. Ze gingen zelfs zo ver dat Panenka en co voor de eerste en laatste keer het Europees kampioenschap wonnen na een legendarische penaltyreeks. Ook in de jaren 1980 slaagde een land in dat kunstje. Het WK 1986 ging zonder Nederland door nadat de Belgen in de barrages wonnen van Oranje. Voor de derde opeenvolgende keer moesten de Nederlanders een groot toernooi vanuit hun zetel bekijken. Maar daar kwam twee jaar later verandering in. Op het EK in West-Duitsland hadden de Nederlanders nog alle moeite van de wereld om door te stoten naar de halve finale, waarin gewonnen werd van het gastland. Uiteindelijk kon Oranje in de finale zegevieren tegen de Sovjet-Unie, met doelpunten van Ruud Gullit en Marco van Basten, en zo de eerste en voorlopig enige internationale trofee uit de vaderlandse geschiedenis mee naar huis brengen.Vier jaar later, op het EK 1992, overkwam Denemarken hetzelfde. De Denen hadden het WK van 1990 gemist, maar wonnen twee jaar later wel het Europees kampioenschap. De manier waarop is uniek, want Denemarken mocht aanvankelijk niet eens deelnemen aan het toernooi. In de kwalificaties eindigde het in zijn groep namelijk als tweede achter Joegoslavië, maar tien dagen voor het toernooi begon kreeg het Balkanland te horen dat het werd gediskwalificeerd door de net uitgebroken burgeroorlog in eigen land. Denemarken werd op het laatste moment opgevist en de rest is geschiedenis.Het laatste land dat dit huzarenstukje lukte voor Italië, was Griekenland. Het land had nog maar één WK (1994) en EK (1980) meegemaakt en had dus nauwelijks ervaring op grote toernooien. Toen Otto Rehhagel de scepter overnam, trof hij een ploeg aan met spelers die niet meer voor het nationale team wilden uitkomen of voetballers die elkaar niet konden ruiken omdat ze voor vijandelijke teams speelden in Griekenland. Maar de Duitser maakte een sterk geheel van de Griekse ploeg, een waar je amper tegen kon scoren. Het leek de juiste formule te zijn om in 2004, op het derde toernooi ooit voor Griekenland, de Europese titel te pakken tegen gastland Portugal. Zo zie je maar, je hoeft blijkbaar niet deel te nemen aan een WK om het beste team van Europa te worden. Al zullen de Italianen liefst geen grote toernooien meer willen missen.