Met een thuiswedstrijd tegen Wales beginnen de Rode Duivels woensdag aan de WK-kwalificatiecampagne. Elf jaar is het intussen geleden dat dit toernooi aan Qatar werd toegewezen. De verontwaardiging was groot. Er werd gesproken over corruptie, er waren bedenkingen over een land dat de mensenrechten schendt en de vraag rees vooral of de kalender van alle competities door elkaar moest gegooid worden omdat dit WK in november moet worden afgewerkt. Voetballen in de zomer, in een bakoven, zou onverantwoord geweest zijn. Alle vragen daarover smolten als sneeuw voor de zon.

Dat 6500 mensen de dood vonden bij de bouw van de nieuwe stadions doet nu de discussie weer in alle hevigheid oplaaien. De roep om een boycot klinkt luider dan ooit. Gastarbeiders moeten in hun land veel geld betalen om naar Qatar te mogen, hun paspoort wordt afgenomen, ze werken zes dagen per week veertien uur per dag, verdienen 250 euro per maand en worden gehuisvest in erbarmelijke omstandigheden. Het is een verwerpelijke, een walgelijke vorm van moderne slavernij.

Natuurlijk zal het niet tot een boycot van het WK komen. Daarvoor is het nu te laat. Jaren en jaren zijn er voorbijgegaan zonder dat iemand zijn stem roerde, de onthutsende rapporten van mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch ten spijt. Clubs als Bayern München en Ajax trekken op winterstage naar Qatar dat ook al een WK wielrennen organiseerde. En volgend jaar dus de kans krijgt zich voor het oog van de hele wereld langs zijn mooiste zijde te tonen.

Het WK voetbal heeft in Qatar niets te zoeken.

Dat toernooien daarvoor worden gebruikt en misbruikt is niet nieuw. Steeds meer groeit de organisatie van een WK voetbal uit tot een bron van protest. Toen dit toernooi in 2010 in Zuid-Afrika doorging, waren er vragen over de relevantie van een evenement in een land dat kreunt onder een schrijnende armoede. Om zichzelf in de etalage te zetten, werden alle zwervers uit het straatbeeld geveegd en honderden kilometers verder gedeporteerd, als paria's van een ontwrichte maatschappij.

Ook over de organisatie van het WK in Brazilië, met zijn grote kloof tussen rijk en arm en favela's die haarden zijn van schietpartijen, was er veel protest, net zoals het WK in Rusland voor polemieken zorgde. En veel eerder, in 1978, was er het WK in Argentinië dat door een moorddadige regime werd aangewend als propagandacircus. Het is van alle tijden.

Het WK voetbal heeft in Qatar niets te zoeken. Aan de keuze van de oliestaat ging veel geritsel vooraf, waarbij Michel Platini, de toenmalige voorzitter van de UEFA, en de Franse oud-president Nicolas Sarkozy een rol speelden. De verwachting was toen dat het toernooi naar de Verenigde Staten zou gaan. Geen toeval is het dat de Qatarese overheid nadien honderden miljoenen euro's in Frankijk investeerde.

Sport en politiek zijn al lang niet meer te scheiden en een illusie is het te geloven dat er ooit een tijd komt dat er bij de toewijzing van zo'n toernooi strenge criteria zullen worden gehanteerd en er bijvoorbeeld zal worden gekeken naar mensenrechtensituaties. Ethische overwegingen sneuvelen op het altaar van het geld, het is alsof de internationale voetbalwereld voor alles de ogen sluit. Hooguit wordt er hier en daar geroepen dat het WK helpt om de wereld, zoals nu, op misstanden te attenderen, maar in wezen is dat nier meer dan wat hol geblaat. Nadien gaat het leven weer zijn gewone gang. Zoals bijvoorbeeld in Zuid-Afrika bleek: een dag na het einde van het WK zaten alle bedelaars die waren verbannen gewoon weer in de grote steden. Met een doffe blik en rillend van de kou.

Met een thuiswedstrijd tegen Wales beginnen de Rode Duivels woensdag aan de WK-kwalificatiecampagne. Elf jaar is het intussen geleden dat dit toernooi aan Qatar werd toegewezen. De verontwaardiging was groot. Er werd gesproken over corruptie, er waren bedenkingen over een land dat de mensenrechten schendt en de vraag rees vooral of de kalender van alle competities door elkaar moest gegooid worden omdat dit WK in november moet worden afgewerkt. Voetballen in de zomer, in een bakoven, zou onverantwoord geweest zijn. Alle vragen daarover smolten als sneeuw voor de zon. Dat 6500 mensen de dood vonden bij de bouw van de nieuwe stadions doet nu de discussie weer in alle hevigheid oplaaien. De roep om een boycot klinkt luider dan ooit. Gastarbeiders moeten in hun land veel geld betalen om naar Qatar te mogen, hun paspoort wordt afgenomen, ze werken zes dagen per week veertien uur per dag, verdienen 250 euro per maand en worden gehuisvest in erbarmelijke omstandigheden. Het is een verwerpelijke, een walgelijke vorm van moderne slavernij. Natuurlijk zal het niet tot een boycot van het WK komen. Daarvoor is het nu te laat. Jaren en jaren zijn er voorbijgegaan zonder dat iemand zijn stem roerde, de onthutsende rapporten van mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch ten spijt. Clubs als Bayern München en Ajax trekken op winterstage naar Qatar dat ook al een WK wielrennen organiseerde. En volgend jaar dus de kans krijgt zich voor het oog van de hele wereld langs zijn mooiste zijde te tonen. Dat toernooien daarvoor worden gebruikt en misbruikt is niet nieuw. Steeds meer groeit de organisatie van een WK voetbal uit tot een bron van protest. Toen dit toernooi in 2010 in Zuid-Afrika doorging, waren er vragen over de relevantie van een evenement in een land dat kreunt onder een schrijnende armoede. Om zichzelf in de etalage te zetten, werden alle zwervers uit het straatbeeld geveegd en honderden kilometers verder gedeporteerd, als paria's van een ontwrichte maatschappij.Ook over de organisatie van het WK in Brazilië, met zijn grote kloof tussen rijk en arm en favela's die haarden zijn van schietpartijen, was er veel protest, net zoals het WK in Rusland voor polemieken zorgde. En veel eerder, in 1978, was er het WK in Argentinië dat door een moorddadige regime werd aangewend als propagandacircus. Het is van alle tijden. Het WK voetbal heeft in Qatar niets te zoeken. Aan de keuze van de oliestaat ging veel geritsel vooraf, waarbij Michel Platini, de toenmalige voorzitter van de UEFA, en de Franse oud-president Nicolas Sarkozy een rol speelden. De verwachting was toen dat het toernooi naar de Verenigde Staten zou gaan. Geen toeval is het dat de Qatarese overheid nadien honderden miljoenen euro's in Frankijk investeerde. Sport en politiek zijn al lang niet meer te scheiden en een illusie is het te geloven dat er ooit een tijd komt dat er bij de toewijzing van zo'n toernooi strenge criteria zullen worden gehanteerd en er bijvoorbeeld zal worden gekeken naar mensenrechtensituaties. Ethische overwegingen sneuvelen op het altaar van het geld, het is alsof de internationale voetbalwereld voor alles de ogen sluit. Hooguit wordt er hier en daar geroepen dat het WK helpt om de wereld, zoals nu, op misstanden te attenderen, maar in wezen is dat nier meer dan wat hol geblaat. Nadien gaat het leven weer zijn gewone gang. Zoals bijvoorbeeld in Zuid-Afrika bleek: een dag na het einde van het WK zaten alle bedelaars die waren verbannen gewoon weer in de grote steden. Met een doffe blik en rillend van de kou.