Isidro Díaz schiet in een lach wanneer we hem aan de lijn krijgen. 'Hoe Engels Roberto Martínez is? Mucho! Als je zo lang in een land woont, neem je de cultuur over. Of liever: je maakt een mengeling van de twee, je Spaanse achtergrond en je nieuwe leefwereld. In het begin konden we niet denken in het Engels. Ik al zeker niet, ik sprak of verstond geen jota van de taal. Hij wel. En mettertijd is hij ook gaan denken als een Engelsman. Maar wanneer ik zijn ploeg zie voetballen - ik heb benieuwd gekeken naar de Rode Duivels tegen Panama, want de kwalificaties zijn grotendeels aan mij voorbijgegaan - zie ik toch veel Spaanse invloeden terug. Dat heeft hij niet verleerd.'
...

Isidro Díaz schiet in een lach wanneer we hem aan de lijn krijgen. 'Hoe Engels Roberto Martínez is? Mucho! Als je zo lang in een land woont, neem je de cultuur over. Of liever: je maakt een mengeling van de twee, je Spaanse achtergrond en je nieuwe leefwereld. In het begin konden we niet denken in het Engels. Ik al zeker niet, ik sprak of verstond geen jota van de taal. Hij wel. En mettertijd is hij ook gaan denken als een Engelsman. Maar wanneer ik zijn ploeg zie voetballen - ik heb benieuwd gekeken naar de Rode Duivels tegen Panama, want de kwalificaties zijn grotendeels aan mij voorbijgegaan - zie ik toch veel Spaanse invloeden terug. Dat heeft hij niet verleerd.' Isidro Díaz is een van de Tres Amigos, de drie voetballers die halverwege de jaren 90 naar Engeland trokken. Martínez en hij gaan vér terug. 'Meer dan twintig jaar. We zaten beiden in de jeugd van Zaragoza, bij de B-ploeg, en gingen voetballen voor de ploeg uit het stadje van Roberto, Balaguer. Het was de tijd dat Spaanse voetballers nog niet de gewoonte hadden om naar het buitenland te gaan. Engelsen kwamen af en toe naar ons, maar wij dáchten er nog niet aan om naar ginder te verhuizen. Spaans voetbal, dat is passes, tikitaka, opbouwen van achteren uit. Engels voetbal was tempo, diepgang, lange ballen... Misschien dat de Premier League al een beetje aan het veranderen was, maar daaronder zeker niet.' Het was een werknemer van de sportketen van de eigenaar van Wigan, Dave Whelan, die zijn baas tipte. Dat hij drie goeie voetballers hadden gezien. Whelan overtuigde de Tres Amigos om naar Noord-Engeland te komen. De bijnaam stond in koeien van letters op de auto die ze kregen. Om de paar maanden een andere, want geregeld gebeurde er een ongeval - links rijden was zijn sterkste punt niet. Díaz: 'Niet evident, die verhuis. We waren nieuwsgierig en wat avontuurlijk ingesteld, maar tegelijk had ik familie, een kind, ik sprak geen Engels, we hadden onze gewoonten...' In een podcast met Guillem Balague heeft Martínez het over die aanpassing. Voldoende slaap en een goeie voeding zijn essentieel voor een balans in het leven, vindt de bondscoach. Dus was hij het gewoon, in Spanje, om na de training en na een maaltijd zijn bed op te zoeken voor een siësta. Isidro: 'In het begin deden we dat in Engeland ook. Alleen: als we wakker werden, was het al donker en bleken de winkels gesloten. En Spanjaarden eten om tien uur, halfelf 's avonds en gaan slapen rond middernacht of later. Maar alles was dicht als wij dan nog naar een restaurant zochten.' Of ze het voetbal van hun ploeg veranderden? Díaz: 'Neen. We probeerden de bal wat meer op de grond te houden, maar derde klasse was de Premier League niet. Daar had je de buitenlanders, die langzaam andere toetsen gaven aan het voetbal, bij ons was het spel veel directer.' Het Engelse spel was ingegeven door angst om de bal te verliezen en een goal binnen te krijgen. Cultureel bepaald, vindt Guilem Balague, een Catalaanse voetbaljournalist die al jaren in Engeland woont. Zijn analyse van de Engelse maatschappij is dat die al jaren leeft met veel angst. Angst om dingen fout te doen, om gestraft te worden, angst voor het onbekende. Het beeld van de strenge kostschool. 'En voetbal is een spiegel van de maatschappij.' Balague legde zijn stelling voor aan Gareth Southgate, de Engelse bondscoach. Die bevestigde. Southgate, in die babbel: 'Wat het mooie is, wanneer ik nu kinderen zie voetballen: het voetbal wordt veelal gerund door vaders en ouders en die zien nu, net als hun kinderen, veel meer wereld- en Europees voetbal. Veel meer verschillende stijlen. Daardoor is er meer aanvaarding om van achteren uit te voetballen. Ieders voetbalopleiding is verrijkt. Toen ik startte, werden jonge spelers afgemaakt voor het maken van fouten en soms uren opgesloten in kleedkamers. Het brein wordt daardoor bepaald. Veel tactische dingen leerden we niet. Generaties voetballers groeiden op in dit land zonder veel plezier in het spel. Play and win, maar ze leerden weinig over verbeteren en meer technische kwaliteit. De verschillende buitenlandse coaches die we hadden, hebben dat veranderd.' En ook programma's over buitenlands voetbal. Programma's waarin Balague, op Sky, het Spaanse voetbal voor zijn rekening nam. Geassisteerd door voetbaldier Roberto Martínez, die in zijn living in België twee tv's heeft hangen. Eentje voor zijn vrouw en eentje voor hem, om voetbal op te volgen. Isidro Díaz: 'Ik ben teruggekeerd naar Spanje en werk nu als trainer in Cantabrië, bij een ploeg die net onder de derde klasse speelt. Roberto is in Engeland gebleven en heeft een synthese gemaakt van de twee stijlen, de Spaanse en de Britse. Hij heeft het liefst balbezit, dat merk je, maar anderzijds zag ik bij de Belgen tegen Panama toch wel Engelse toetsen. Die directe omschakeling. Het verticale. België is meer dan KevinDe Bruyne of EdenHazard. Die jongen op rechts heeft dat, ThomasMeunier. En YannickCarrasco aan de andere kant, een speler die ik bewonder. En uiteraard RomeluLukaku.' Die koos indertijd al bewust voor Everton, vanwege de manier van voetballen van Martínez. 'Omdat zijn ploeg, toen hij Wigan trainde, alle teams domineerde', vertelde Lukaku ten tijde van die overgang in dit blad. 'Ik dacht bij mezelf: bij Chelsea zijn ze heel sterk op de tegenaanval. Bij West Brom waren ze extreem sterk op de tegenaanval. Maar toen, op mijn twintigste, vond ik dat ik voor mijn ontwikkeling moest spelen bij een ploeg die wedstrijden domineert. Ik wou mijn spel ontwikkelen: voetballen in één tijd, bewegen wanneer we tegen een ploeg spelen die met tien man verdedigt. De eerste week na mijn komst in Everton nam de adjunct-trainer me apart. Een week lang was het bewegen in de zestien, vrijlopen, eerste paal, tweede paal, controle, passing, rebound... Ik had dat nooit gehad. Ik zeg het vaak: de mensen die me in Anderlecht aan het werk zagen, zagen een Romelu die zijn opleiding nog niet voltooid had. In Anderlecht weet iedereen het: ik belandde te vroeg in de eerste ploeg.' Hoe Brits is Bob? Jesse De Preter is de Belg die de contracten met Martínez in België afhandelde en die hem vertegenwoordigt. De Preter: 'Roberto is een echte gentleman, maar of dat nu Brits is of Spaans? Hij is zeer respectvol en beleefd, emotioneel een zeer stabiele man. Zeer empathisch ook, hij heeft de voorbije twee jaar veel aandacht besteed aan overleg met zijn spelers, wilde echt individueel doordringen tot elk van hen. Psychologisch is hij zeer sterk. De hele tijd is hij bezig geweest met het zoeken naar evenwicht, in de benadering, in de tactiek. Voor het eerst is dat er nu. Dat de familie er vorig weekend bij mocht zijn, is iets wat al in het allereerste gesprek met de bond werd aangehaald, toen hij nog onderhandelde over zijn aanstelling en zijn visie uiteenzette. Zo belangrijk vindt hij dat.' Voetbaltechnisch is hij eerder Spaans. De Preter: 'Wie ben ik om me op tactisch vlak te begeven, maar het is duidelijk dat Roberto verzorgd voetbal wil, van achteren uit. Roberto heeft graag de bal. Waarom koos hij voor een verdediging met drieën? Mathematisch speelt de tegenstander van de Rode Duivels op dit moment nagenoeg altijd met zeven, acht verdedigend ingestelde spelers. Roberto zocht naar een systeem om zeven of acht Belgen zo hoog mogelijk te krijgen, zodat de ploeg om gevaarlijk te zijn niet afhankelijk was van een Hazard die twee, drie spelers voorbij moet dribbelen. Die tactische maturiteit van de Spaanse spelers heeft hij wel. Anderzijds is er inderdaad ook dat directe van het Engelse voetbal.' Brits is hij dan weer in zijn communicatie. Every inch a gentleman. In zijn gesprek met Balague omschrijft Southgate het als volgt: 'Als ik ergens aan het woord ben, zit ik daar als Ambassador for English football. Dus ben je zeer voorzichtig in alles wat je zegt en doet, vanwege die rol.' In zijn communicatie is Martínez iemand die graag filosofeert over voetbal, soms prikkelt met een vraag aan de interviewer en altijd het positieve ziet. 'Hij geeft ook lezingen en ooit zei hij eens, als boutade, dat hij nooit een verkeerde beslissing nam', lacht De Preter. 'Omdat hij alles twintig keer heeft bekeken, vanuit alle kanten. Die beslissing is op dat moment de juiste.' Zijn optimisme lijkt onwankelbaar, een beetje zoals de analyses van Match of the Day. De toegenomen concurrentie heeft een en ander daar ook wel wat scherper gemaakt, maar jaren was de teneur hoe schitterend het allemaal was. Veel is bij Martínez na een wedstrijd ook fantastic of phenomenal, terwijl het dat niet altijd is. Al twee keer klonk het hier op kritische vragen dat we 'niet moeten zoeken naar perfectie'. Tegen een verslaggever van de Nederlandse krant NRC zei hij voor dit toernooi: ' That's football. Als ik won, was het omdat ik zo positief ben. Als ik verloor, was het omdat ik té positief ben.' Daarom heeft hij weinig zin om na de wedstrijd te focussen op wat verkeerd ging. Hij vindt dat een beetje Belgisch, het negatieve benadrukken. Of hedendaags. 'Wat is het nut van het hameren op een fout die iemand maakt? Het is omgekeerd: wat kun je doen om iemand die fout niet nog eens te laten maken.'