Werken op duizenden kilometers van je woonplaats is niet altijd eenvoudig.

'Kijk. Mijn huis in Peking.' Chris Van Puyvelde, de eerste technisch directeur ooit van de Chinese voetbalbond, toont beelden die hij via het internet kreeg doorgestuurd. De ravage is enorm. Er dampt stoom uit het huis, dat door een waterlek blank is gezet. De stoom komt door het contact van het warme water met de buitenlucht in Peking. Vanop afstand moet hij de schade regelen.

Daags na het Chinese nieuwjaar namen hij en zijn familie een vlucht naar Dubai. De bedoeling was om er een weekje uit te rusten. De uitbraak van het coronavirus hield op dat moment nog vooral de stad Wuhan in haar greep, al droegen ook mensen in Peking al mondmaskers. 'Op de luchthaven iedereen eigenlijk,' vertelt hij, 'behalve de stewardessen.'

Tijdens zijn vakantie in het woestijnzand kreeg hij een bericht van het hoofdkwartier van de Chinese voetbalfederatie (CFA) dat iedereen van thuis mocht werken. Zijn vraag was: thuis, waar is dat? Thuis in Peking, of thuis in Doorslaar, een gehucht van Lokeren? Hij mocht terug naar België, zo bleek. Van daaruit werkt hij nu elke dag - leve het internet. Wachtend op nieuws, de valiezen klaar, tot iedereen terug aan de slag kan en de familie terug naar Peking kan.

De Chinese hoofdstad voelt al als thuis. Hun zoon zit er op een internationale school en leert er Engels en Chinees, samen met kinderen van 66 andere nationaliteiten. Zijn vrouw leert er ook Chinees, is als lerares verbonden aan de internationale school, volgde al cursussen rond Chinese geneeskunst en doet er vaak de muur. De Chinese, als gids voor gasten. Hun ogen blinken, stuk voor stuk zijn ze er graag, in hun nieuwe wereld. Niet die van de VS, dat was de nieuwe wereld voor hen die nog de oorlog hebben meegemaakt, zoals zijn pa. Hun nieuwe wereld strekt zich uit over het Verre Oosten.

Azië is nog het meest onontgonnen gebied ter wereld op voetbalvlak.' - Chris Van Puyvelde

En ver is het. Hoe het zit met zijn ecologische voetafdruk? Van Puyvelde: 'Die is immens, vrees ik. Ik heb het eens geteld, vorig jaar heb ik 150.000 kilometer gevlogen. Op Air China heb ik al meer dan 115.000 kilometer staan. Plus al de andere vluchten, naar Zwitserland, België...'

Noem China dan ook geen land, zoals wij doen. 'Eigenlijk is China een continent op zich. Ik moest op een dag naar Chongqing, een stad van 30 miljoen inwoners, voor de kwalificatie van de olympische ploeg. Drie uur reden we met de auto en we zaten nóg in die stad! De dag erna moest ik in Hainan zijn. Toen ik vertrok, was het in Chongqing 8 graden Celsius. Bij aankomst in Hainan, een tropisch eiland, 28. Voor mij en de familie is letterlijk een totaal nieuwe wereld opengegaan. Ik werk er ook voor AFC, de Aziatische tegenhanger van de UEFA, en dan kom je niet alleen andere landgenoten tegen, Eric Abrams of Vital Borkelmans, maar ook mensen van Guam, de Maria Islands of Bhutan. Landen die ik totaal niet kende.'

© getty

Zijn China is altijd on the move. Geregeld moet hij naar Shanghai. Die grote vliegtuigen zitten altijd vol, constateerde hij na een paar keer. Vliegtuigen waarmee je transcontinentale vluchten doet, zo groot. Toen hij eens liet checken hoeveel vluchten er per dag van Peking naar Shanghai waren, donderde hij van zijn stoel. Meer dan zestig. En altijd nagenoeg volzet. Plus: zestig hogesnelheidstreinen. Heen en terug, dagelijks. Altijd vol. En dan kom je in een station van 200 meter breed en 100 meter lang, meegezogen door de massa. Van Puyvelde: 'In één woord: fantastisch. Je valt van de ene indruk in de andere. Het beeld van China dat hier wordt geschetst, is totaal verkeerd. Mensen zijn er vriendelijk, behulpzaam.'

Van copycats werden ze innovators. Op een andere dag namen ze met de familie ook het vliegtuig. Toen zijn zoon nog maar naar een scherm kéék, werd hij prompt persoonlijk begroet en rolde er informatie over het scherm: welkom, je zit op die vlucht en die vertrekt om dat uur aan die gate. Puur op basis van gezichtsherkenning. Bye bye privacy, maar wie daar niet om maalt, krijgt er wel een veilige maatschappij voor terug. Je moet je 's nachts om vijf uur in Peking op straat nergens zorgen over maken. En wie iets verliest in een auto van Didi, de Chinese Uber: even bellen en het verloren voorwerp wordt aan huis afgeleverd.

Confucius

Tijdens de jongste diplomatieke missie vanuit België hielp hij Belgische bedrijven - Bruno Venanzi (ex-Lampiris, nu Standard) was een van de geïnteresseerde aanwezigen - mee aan contacten met Chinese mensen uit de sport. Van Puyvelde: 'Ik was trots op wat we konden tonen. Belgen worden door Chinezen zeer goed aanvaard vanwege hun aanpassingsvermogen. Ik zeg dat ook overal, dat ik mij aan hen aanpas, aan die 1,4 of 1,5 miljard mensen. Niet omgekeerd. Hen proberen te inspireren is onze taak. Zo zou het kunnen gebeuren. En dan is het aan hen om tot constructies te komen. Ga je mee in hun cultuur, hun denkwijze, in het vertrouwen, dan is het fantastisch. Ga je directief te werk, dan zeggen ze ja, maar blijft het ook zo. Ik verdiep me in Confucius. Niet ja, niet neen. Ergens tussenin. Met Vlaanderen of Wallonië moet je in China niet afkomen. Dat kennen ze niet. Maar Eden Hazard of Romelu Lukaku, die kennen ze allemaal. België - Beliche zoals ze daar zeggen - kennen ze ook. Ook van het voetbal. Ik laat altijd een presentatie zien waarin ik België in China laat draaien, 351 keer past dat erin. Zo klein zijn we. Ze vinden ons een voorbeeld.'

Chris Van Puyvelde: 'Een trainer in China moet ook een educatieve trainer zijn.', getty
Chris Van Puyvelde: 'Een trainer in China moet ook een educatieve trainer zijn.' © getty

Zijn hoofdtaak is voetbal en daarin werken op de lange termijn. Zijn familie kreeg direct een visum voor vier jaar. Dat gebeurt normaal nooit. Een korter visum betekent: resultaatgebonden. Hij kan plannen, gesteund vanuit de FIFA, die veel Chinese hoofdsponsors heeft, de ontwikkelingsmogelijkheden van de Aziatische markt ziet, maar voelt dat er nood is aan mensen met ervaring om er het project voetbal te stroomlijnen. Van Puyvelde: 'Welke opleiding je in Europa ook bekijkt, voor 80 of 90 procent liggen die in dezelfde richting. Ginder heb je nog heel grote verschillen. Noem het gerust zwart en wit. Geen constante in opleiding, beleid, proces... Azië is nog het meest onontgonnen gebied ter wereld op voetbalvlak.' Hij had het er al over met Guus Hiddink. In diens beginperiode bij Zuid-Korea gingen spelers na de training in een rijtje staan en werden soms kaakslagen uitgedeeld. Van Puyvelde: 'Zolang is dat nog niet geleden.'

De Chinese U15 heeft voor het eerst offensieve talenten die niet bang zijn voor een dribbel of een mislukte actie.' - Chris Van Puyvelde

Alles plannen, het kan. Qatar stelde in 2006 een jeugdopleider aan, naturaliseerde heel veel mensen, maar rolde tegelijk ook een proces uit en... het werd Aziatisch kampioen. Iran heeft een sterke ploeg. Hij zag Oezbekistan, ook een land dat op komst is. Japan en Zuid-Korea zijn top in dat deel van de wereld, Saudi-Arabië doet inspanningen, maar er is nog heel veel braakliggend terrein. Ook cultureel. De éénkindpolitiek heeft in China een grote invloed gehad in de sport. Zo'n enig kind wordt vaak opgevoed door de grootouders, die redelijk beschermend zijn. Studeren is belangrijk, voetbal nog wat gevaarlijk. Zolang er daar geen resultaten zijn, heb je geen link.

Van Puyvelde: 'Er is nog een lange weg te gaan en je moet flexibel zijn, want elke dag gebeurt er iets anders. Ik kwam er aan in een oud gebouw en dacht: wat is dat hier? In het begin had ik één iemand bij mij, nu is er al een heel technisch departement met allemaal jonge mensen. Iedereen spreekt ook Engels, anders kun je er niet werken.'

Klein project

Hoe begin je aan zo'n taak in een immens land? Er is de Chinese Pro League, die volgend jaar een onafhankelijke status krijgt en de profcompetities organiseert onder de koepel van de bond. Onder die koepel huizen ook 47 member associations, elk met een eigen bestuur. Daarnaast zijn er privéacademies, scholen gelinkt aan het ministerie van Sport, topsportscholen. Voetbal in China is één grote versplintering.

Zijn start was ambitieus, hij wilde overal communicatie, samenwerking, het geheel zien evolueren. De conclusie na zeven, acht maanden was: dit werkt niet. Dus volgde hij een gouden tip : start small, met kleine projectjes. Klein is naar Chinese maatstaven gericht op... 100 miljoen mensen. Van Puyvelde: 'De cijfers zijn totaal anders, de idee ook. Daar besef je maar hoe klein je bent en met welke cultuur van 5000 jaar oud je hebt te maken.' De bedoeling die erachter zit, is het vertrouwen altijd maar verhogen, zodat je ook hiërarchisch verhoogt. Pas dan kun je je stempel drukken.

Chris Van Puyvelde: 'Voetbal in China is één grote versplintering: privéacademies, scholen gelinkt aan het ministerie van Sport, topsportscholen.', getty
Chris Van Puyvelde: 'Voetbal in China is één grote versplintering: privéacademies, scholen gelinkt aan het ministerie van Sport, topsportscholen.' © getty

Zijn project heeft een naam. The red print. Naar Mao Zedong, inderdaad - in China respecteren ze hun legenden. Van een sponsor kreeg hij rode schoenen en die draagt hij als symbool op elke presentatie. Die bevat alles wat wij hier kennen, maar aangepast aan de noden van de lokale cultuur. Van Puyvelde: 'China heeft een groot probleem: wie de bal verspeelt, lijdt aan gezichtsverlies en krijgt onder zijn voeten van de trainer. Dat was de eerste culturele barrière die we moesten overwinnen. De nieuwe generatie trainers roept niet meer tegen de voetballers. De nationale ploeg U15 heeft voor het eerst offensieve talenten die niet bang zijn voor een dribbel of een mislukte actie. Jongens die hun creativiteit gebruiken. Voor de rest heb je veel jongens die naar een bal kijken, die in de bal komen, weinig opposite moves. Een gebrek aan pure opleiding.' Hij noemt het 1-2-3-voetbal: bal aannemen, kijken, spelen. In de goeie competities heb je al gescand voor je de bal krijgt, om direct in te spelen.

En zo proberen ze project na project op te starten. Met profs van wie er sommige nog actief zijn. Met mensen van de FIFA ook. De trainersopleiding beïnvloeden, een scoutingsysteem opzetten. In Van Puyveldes voordeel pleit dat hij in zijn carrière al alle functies bekleedde én zijn educatieve achtergrond als leraar meebrengt. Guus Hiddink of Marcello Lippi noemt hij performance trainers. Een trainer in China moet ook een educatieve trainer zijn.

De oostkant van China is de economisch meest ontwikkelde kant: Shanghai, Shenzhen, Peking. Daar is ook het voetbal het beste ontwikkeld. Maar ook aan de andere kant van het land vind je veel goeie voetballers. Overal zit talent, maar niet overal zijn er opleidingscentra. Dus is het ook daar soms schipperen. Veel afstanden, veel nood aan training: rijmt dat met je persoonlijke ontwikkeling als mens? Hoe en waar breng je de talenten samen?

'Je moet je cultureel aanpassen', komt daarom voortdurend terug in zijn discours. 'Inspireren. Ik geloof niet in een frontale discussie waarbij wij zeggen hoe het moet. We moeten zeggen: zo doen we het in Europa, maar kopieer dat niet, dat zou fout zijn. Integreer wat kan in jullie cultuur. Dat is onze red print. Het management daarvan moeten zij doen.'

Voetballen op het dak

In 2021 organiseren ze in China de wereldbeker voor clubs, in juni en juli. In 2023 de Azië Cup. En daarna hopelijk het WK, in 2030 of later. Stadions worden gerenoveerd of nieuw gebouwd. Wie tien jaar ergens weg is, zo hoorde Chris Van Puyvelde al van mensen, en in een stad terugkeert, herkent die niet meer. Alles is constant in beweging. Zeven dagen op zeven, 24 uur op 24. Van Puyvelde: 'Ik heb in China voor de eerste keer in mijn leven een lift moeten nemen naar een voetbalveld. Dat lag op het dak op de derde verdieping van een gebouw in Shanghai. Kunstgras, een volledig veld. Met beneden een straat en auto's die passeerden. Fantastisch.'

Als volgend jaar in de zomer topclubs als Liverpool of de winnaar van de Champions League langskomen, willen ze dat gebruiken om te tonen: voetbal leeft. Van Puyvelde: 'In China misschien nog niet zoals we willen, maar het gaat komen. Het potentieel is enorm en de infrastructuur die elders een probleem is, is het daar niet.'

Werken op duizenden kilometers van je woonplaats is niet altijd eenvoudig. 'Kijk. Mijn huis in Peking.' Chris Van Puyvelde, de eerste technisch directeur ooit van de Chinese voetbalbond, toont beelden die hij via het internet kreeg doorgestuurd. De ravage is enorm. Er dampt stoom uit het huis, dat door een waterlek blank is gezet. De stoom komt door het contact van het warme water met de buitenlucht in Peking. Vanop afstand moet hij de schade regelen. Daags na het Chinese nieuwjaar namen hij en zijn familie een vlucht naar Dubai. De bedoeling was om er een weekje uit te rusten. De uitbraak van het coronavirus hield op dat moment nog vooral de stad Wuhan in haar greep, al droegen ook mensen in Peking al mondmaskers. 'Op de luchthaven iedereen eigenlijk,' vertelt hij, 'behalve de stewardessen.' Tijdens zijn vakantie in het woestijnzand kreeg hij een bericht van het hoofdkwartier van de Chinese voetbalfederatie (CFA) dat iedereen van thuis mocht werken. Zijn vraag was: thuis, waar is dat? Thuis in Peking, of thuis in Doorslaar, een gehucht van Lokeren? Hij mocht terug naar België, zo bleek. Van daaruit werkt hij nu elke dag - leve het internet. Wachtend op nieuws, de valiezen klaar, tot iedereen terug aan de slag kan en de familie terug naar Peking kan. De Chinese hoofdstad voelt al als thuis. Hun zoon zit er op een internationale school en leert er Engels en Chinees, samen met kinderen van 66 andere nationaliteiten. Zijn vrouw leert er ook Chinees, is als lerares verbonden aan de internationale school, volgde al cursussen rond Chinese geneeskunst en doet er vaak de muur. De Chinese, als gids voor gasten. Hun ogen blinken, stuk voor stuk zijn ze er graag, in hun nieuwe wereld. Niet die van de VS, dat was de nieuwe wereld voor hen die nog de oorlog hebben meegemaakt, zoals zijn pa. Hun nieuwe wereld strekt zich uit over het Verre Oosten. En ver is het. Hoe het zit met zijn ecologische voetafdruk? Van Puyvelde: 'Die is immens, vrees ik. Ik heb het eens geteld, vorig jaar heb ik 150.000 kilometer gevlogen. Op Air China heb ik al meer dan 115.000 kilometer staan. Plus al de andere vluchten, naar Zwitserland, België...'Noem China dan ook geen land, zoals wij doen. 'Eigenlijk is China een continent op zich. Ik moest op een dag naar Chongqing, een stad van 30 miljoen inwoners, voor de kwalificatie van de olympische ploeg. Drie uur reden we met de auto en we zaten nóg in die stad! De dag erna moest ik in Hainan zijn. Toen ik vertrok, was het in Chongqing 8 graden Celsius. Bij aankomst in Hainan, een tropisch eiland, 28. Voor mij en de familie is letterlijk een totaal nieuwe wereld opengegaan. Ik werk er ook voor AFC, de Aziatische tegenhanger van de UEFA, en dan kom je niet alleen andere landgenoten tegen, Eric Abrams of Vital Borkelmans, maar ook mensen van Guam, de Maria Islands of Bhutan. Landen die ik totaal niet kende.' Zijn China is altijd on the move. Geregeld moet hij naar Shanghai. Die grote vliegtuigen zitten altijd vol, constateerde hij na een paar keer. Vliegtuigen waarmee je transcontinentale vluchten doet, zo groot. Toen hij eens liet checken hoeveel vluchten er per dag van Peking naar Shanghai waren, donderde hij van zijn stoel. Meer dan zestig. En altijd nagenoeg volzet. Plus: zestig hogesnelheidstreinen. Heen en terug, dagelijks. Altijd vol. En dan kom je in een station van 200 meter breed en 100 meter lang, meegezogen door de massa. Van Puyvelde: 'In één woord: fantastisch. Je valt van de ene indruk in de andere. Het beeld van China dat hier wordt geschetst, is totaal verkeerd. Mensen zijn er vriendelijk, behulpzaam.' Van copycats werden ze innovators. Op een andere dag namen ze met de familie ook het vliegtuig. Toen zijn zoon nog maar naar een scherm kéék, werd hij prompt persoonlijk begroet en rolde er informatie over het scherm: welkom, je zit op die vlucht en die vertrekt om dat uur aan die gate. Puur op basis van gezichtsherkenning. Bye bye privacy, maar wie daar niet om maalt, krijgt er wel een veilige maatschappij voor terug. Je moet je 's nachts om vijf uur in Peking op straat nergens zorgen over maken. En wie iets verliest in een auto van Didi, de Chinese Uber: even bellen en het verloren voorwerp wordt aan huis afgeleverd. Tijdens de jongste diplomatieke missie vanuit België hielp hij Belgische bedrijven - Bruno Venanzi (ex-Lampiris, nu Standard) was een van de geïnteresseerde aanwezigen - mee aan contacten met Chinese mensen uit de sport. Van Puyvelde: 'Ik was trots op wat we konden tonen. Belgen worden door Chinezen zeer goed aanvaard vanwege hun aanpassingsvermogen. Ik zeg dat ook overal, dat ik mij aan hen aanpas, aan die 1,4 of 1,5 miljard mensen. Niet omgekeerd. Hen proberen te inspireren is onze taak. Zo zou het kunnen gebeuren. En dan is het aan hen om tot constructies te komen. Ga je mee in hun cultuur, hun denkwijze, in het vertrouwen, dan is het fantastisch. Ga je directief te werk, dan zeggen ze ja, maar blijft het ook zo. Ik verdiep me in Confucius. Niet ja, niet neen. Ergens tussenin. Met Vlaanderen of Wallonië moet je in China niet afkomen. Dat kennen ze niet. Maar Eden Hazard of Romelu Lukaku, die kennen ze allemaal. België - Beliche zoals ze daar zeggen - kennen ze ook. Ook van het voetbal. Ik laat altijd een presentatie zien waarin ik België in China laat draaien, 351 keer past dat erin. Zo klein zijn we. Ze vinden ons een voorbeeld.' Zijn hoofdtaak is voetbal en daarin werken op de lange termijn. Zijn familie kreeg direct een visum voor vier jaar. Dat gebeurt normaal nooit. Een korter visum betekent: resultaatgebonden. Hij kan plannen, gesteund vanuit de FIFA, die veel Chinese hoofdsponsors heeft, de ontwikkelingsmogelijkheden van de Aziatische markt ziet, maar voelt dat er nood is aan mensen met ervaring om er het project voetbal te stroomlijnen. Van Puyvelde: 'Welke opleiding je in Europa ook bekijkt, voor 80 of 90 procent liggen die in dezelfde richting. Ginder heb je nog heel grote verschillen. Noem het gerust zwart en wit. Geen constante in opleiding, beleid, proces... Azië is nog het meest onontgonnen gebied ter wereld op voetbalvlak.' Hij had het er al over met Guus Hiddink. In diens beginperiode bij Zuid-Korea gingen spelers na de training in een rijtje staan en werden soms kaakslagen uitgedeeld. Van Puyvelde: 'Zolang is dat nog niet geleden.' Alles plannen, het kan. Qatar stelde in 2006 een jeugdopleider aan, naturaliseerde heel veel mensen, maar rolde tegelijk ook een proces uit en... het werd Aziatisch kampioen. Iran heeft een sterke ploeg. Hij zag Oezbekistan, ook een land dat op komst is. Japan en Zuid-Korea zijn top in dat deel van de wereld, Saudi-Arabië doet inspanningen, maar er is nog heel veel braakliggend terrein. Ook cultureel. De éénkindpolitiek heeft in China een grote invloed gehad in de sport. Zo'n enig kind wordt vaak opgevoed door de grootouders, die redelijk beschermend zijn. Studeren is belangrijk, voetbal nog wat gevaarlijk. Zolang er daar geen resultaten zijn, heb je geen link. Van Puyvelde: 'Er is nog een lange weg te gaan en je moet flexibel zijn, want elke dag gebeurt er iets anders. Ik kwam er aan in een oud gebouw en dacht: wat is dat hier? In het begin had ik één iemand bij mij, nu is er al een heel technisch departement met allemaal jonge mensen. Iedereen spreekt ook Engels, anders kun je er niet werken.' Hoe begin je aan zo'n taak in een immens land? Er is de Chinese Pro League, die volgend jaar een onafhankelijke status krijgt en de profcompetities organiseert onder de koepel van de bond. Onder die koepel huizen ook 47 member associations, elk met een eigen bestuur. Daarnaast zijn er privéacademies, scholen gelinkt aan het ministerie van Sport, topsportscholen. Voetbal in China is één grote versplintering. Zijn start was ambitieus, hij wilde overal communicatie, samenwerking, het geheel zien evolueren. De conclusie na zeven, acht maanden was: dit werkt niet. Dus volgde hij een gouden tip : start small, met kleine projectjes. Klein is naar Chinese maatstaven gericht op... 100 miljoen mensen. Van Puyvelde: 'De cijfers zijn totaal anders, de idee ook. Daar besef je maar hoe klein je bent en met welke cultuur van 5000 jaar oud je hebt te maken.' De bedoeling die erachter zit, is het vertrouwen altijd maar verhogen, zodat je ook hiërarchisch verhoogt. Pas dan kun je je stempel drukken. Zijn project heeft een naam. The red print. Naar Mao Zedong, inderdaad - in China respecteren ze hun legenden. Van een sponsor kreeg hij rode schoenen en die draagt hij als symbool op elke presentatie. Die bevat alles wat wij hier kennen, maar aangepast aan de noden van de lokale cultuur. Van Puyvelde: 'China heeft een groot probleem: wie de bal verspeelt, lijdt aan gezichtsverlies en krijgt onder zijn voeten van de trainer. Dat was de eerste culturele barrière die we moesten overwinnen. De nieuwe generatie trainers roept niet meer tegen de voetballers. De nationale ploeg U15 heeft voor het eerst offensieve talenten die niet bang zijn voor een dribbel of een mislukte actie. Jongens die hun creativiteit gebruiken. Voor de rest heb je veel jongens die naar een bal kijken, die in de bal komen, weinig opposite moves. Een gebrek aan pure opleiding.' Hij noemt het 1-2-3-voetbal: bal aannemen, kijken, spelen. In de goeie competities heb je al gescand voor je de bal krijgt, om direct in te spelen. En zo proberen ze project na project op te starten. Met profs van wie er sommige nog actief zijn. Met mensen van de FIFA ook. De trainersopleiding beïnvloeden, een scoutingsysteem opzetten. In Van Puyveldes voordeel pleit dat hij in zijn carrière al alle functies bekleedde én zijn educatieve achtergrond als leraar meebrengt. Guus Hiddink of Marcello Lippi noemt hij performance trainers. Een trainer in China moet ook een educatieve trainer zijn. De oostkant van China is de economisch meest ontwikkelde kant: Shanghai, Shenzhen, Peking. Daar is ook het voetbal het beste ontwikkeld. Maar ook aan de andere kant van het land vind je veel goeie voetballers. Overal zit talent, maar niet overal zijn er opleidingscentra. Dus is het ook daar soms schipperen. Veel afstanden, veel nood aan training: rijmt dat met je persoonlijke ontwikkeling als mens? Hoe en waar breng je de talenten samen? 'Je moet je cultureel aanpassen', komt daarom voortdurend terug in zijn discours. 'Inspireren. Ik geloof niet in een frontale discussie waarbij wij zeggen hoe het moet. We moeten zeggen: zo doen we het in Europa, maar kopieer dat niet, dat zou fout zijn. Integreer wat kan in jullie cultuur. Dat is onze red print. Het management daarvan moeten zij doen.'