Bergamo, deze is voor jou, niet opgeven', staat op het witte shirt dat spelers en technische staf van Atalanta Bergamo op 10 maart 's avonds laat jubelend tonen in de kleedkamer van het Mestallastadion, waar ze net thuisploeg Valencia uit de Champions League gebonjourd hebben. Het is nog maar de eerste keer dat Atalanta aan het kampioenenbal deelneemt, en het zit meteen in de kwartfinale. Een modern sprookje in het topvoetbal dat gedomineerd wordt door de allerrijksten. Atalanta wordt in eigen land steevast la Dea (de godin) genoemd, omdat de stichters in 1907 als clubnaam aan de Griekse godin van de jacht dachten.

Atalanta geeft het voetbal hoop: de hoop dat je ook zonder uitzonderlijke budgetten de top kan bereiken.' Arrigo Sacchi

Na de kwalificatie houdt trainer Gian Piero Gasperini het kort en ingetogen: 'We zijn erg blij dat we wat vreugde hebben geschonken aan een regio die in moeilijkheden verkeert. Maar we gaan dit pas vieren wanneer de échte vijand verslagen is.'

Die echte vijand waart sinds februari in Bergamo rond. Het is geen voetbalteam, maar een virus dat het sportieve sprookje in geen tijd naar de achtergrond duwt en Bergamo met een nieuwe, weinig benijdenswaardige naam opzadelt. Was de stad de afgelopen jaren vooral bekend als de derde luchthaven van Milaan (met dank aan Ryanair) en kreeg het in december dankzij de kwalificatie van Atalanta in de Champions League ook sportief een reputatie, dan is Bergamo sinds begin maart de Europese coronahoofdstad.

Op 11 maart pakte de stedelijke krant L'Eco di Bergamo op de cover nog uit met de jubelende Atalantaspelers in Valencia, een week later staan de militaire voertuigen aan het kerkhof op pagina één. Van de hemel in de hel in amper een week tijd. Pakkende beelden zijn het, van het militaire konvooi dat zich de ochtend van donderdag 19 maart in beweging zet aan het kerkhof van Bergamo.

De legervrachtwagens zijn de avond tevoren aangekomen omdat het kerkhof van Bergamo de gigantische toename aan overlijdens niet meer kan verwerken. De dagen tevoren stonden de lijkwagens al in de file bij de ingang van het immense monument aan het kerkhof, met een begrafenis om de twintig minuten. Omdat het crematorium maximaal 25 verbrandingen per dag aankan, stapelden de lijkkisten zich op in het funerarium en de aangrenzende kerk. Donderdagochtend zette de militaire colonne met om en bij de 80 kisten zich langzaam in beweging. De weken daarvoor moest L'Eco di Bergamo geleidelijk de overlijdensrubriek van één pagina per dag uitbreiden tot tien pagina's.

Atalanta-coach Gian Piero Gasperini, BELGAIMAGE
Atalanta-coach Gian Piero Gasperini © BELGAIMAGE

Economie eerst

Hoe komt het dat een stad als Bergamo met zijn 110.000 inwoners wereldwijd enkel het Chinese Wuhan moet laten voorgaan qua aantal besmettingen en doden? Op 24 maart telde de provincie Bergamo 6728 besmettingen, meer dan één tiende van het totaal in Italië op dat moment. Op een provincie met 1,1 miljoen inwoners maakt dat 1 zieke op 163 inwoners. Eén dodelijk slachtoffer op vier kwam uit de provincie Bergamo. Een hallucinant cijfer.

De voornaamste reden is dat de provincie, één van Italiës meest welvarende en actieve regio's, lang de economische activiteit voor liet gaan op de volksgezondheid. Terwijl het naburige Codogno, de stad waar de eerste besmette Italiaan op 20 februari opgenomen werd snel het ziekenhuis afsloot en zichzelf in quarantaine zette, nog voor de Italiaanse regering daartoe opriep, was Bergamo nog in voetbalfeeststemming. Op 19 februari had Atalanta nog Valencia met 4-1 verslagen in San Siro, waar de club wegens de verbouwingen van het eigen Gewiss Stadium zijn Champions Leaguewedstrijden afwerkt.

Die 19e februari, terwijl het coronavirus al in Italië rondwaarde, maakten liefst 45.000 fans uit Bergamo de zestig kilometer verre verplaatsing naar het Giuseppe Meazza Stadion in Milaan. 'Ik geloof dat die wedstrijd een belangrijke rol heeft gespeeld in de verspreiding van het virus', besloot begin vorige week de raadgever van de Italiaanse minister van Volksgezondheid, Walter Ricciardi. 'Een derde van de bevolking van Bergamo zat die avond in het stadion en vierde daar uitgelaten de overwinning. Het kan geen toeval zijn dat Bergamo nu het meest getroffen is, en dat de inwoners van Valencia na de match bij hun terugkeer bij de overdracht van het virus naar Spanje een rol speelden.'

Eén dag na de heenmatch in Milaan is in Italië de eerste coronapatënt opgenomen in het ziekenhuis van Codogno. Vier dagen na de wedstrijd melden zich de eerste twee besmette inwoners van Bergamo in het ziekenhuis van Alzano, een gemeente niet ver van Bergamo. Eerst overweegt men daar om, net als in Codogno, alles af te sluiten, maar dat besluit wordt herroepen. Een paar dagen later blijken enkele dokters en verpleegsters besmet. Op 21 februari overlijdt een oudere vrouw in het ziekenhuis. In de rouwkamer komt de familie samen om afscheid te nemen, de dagen daarna stijgt het aantal overlijdens in de regio snel. De vraag om de zone economisch af te sluiten krijgt een negatief antwoord. Op 28 februari lanceert de nijverheidsfederatie van Bergamo onder de slogan 'Bergamo is running' een video die de Europese handelspartners moet geruststellen, ook al zijn er die dag in de provincie al 103 besmettingen. Pas op 3 maart wordt groot alarm geslagen.

Daniel Parejo probeert Atalantaspits Josip Ilicic af te stoppen. De Sloveen is een van de grote revelaties dit seizoen., BELGAIMAGE
Daniel Parejo probeert Atalantaspits Josip Ilicic af te stoppen. De Sloveen is een van de grote revelaties dit seizoen. © BELGAIMAGE

Wat volgt, zijn schrijnende beelden van de afdeling intensieve zorgen in het ziekenhuis Paus Johannes XXIII, waar de tachtig bedden vol liggen en de artsen moeten beslissen wie ze nog kunnen helpen en wie niet. Prompt wordt beslist om het leger in te zetten om op de plaats van de handelsbeurs, de Fiera, een nieuw noodziekenhuis op te trekken met 160 bedden. Op zondag 22 maart gaat men aan de slag, in drie shiften, 24 uur op 24. Deze week moet het noodhospitaal af zijn. Op de vraag naar extra helpende handen gaat de harde supporterskern van Atalanta, de Curva Nord, meteen in. In geen tijd leveren zij de nodigde mankracht. Aan de site hangt een spandoek waar de fans hun solidariteit met de soldaten die er aan de slag zijn uitdrukken. Ook in het dorpje Sarnico in de naburige provincie Brescia wordt aan een brug een spandoek gehangen met de symbolen van de tifoserie van Atalanta en Brescia, de twee supportersclans die al sinds mensenheugenis elkaars bloed kunnen drinken. 'Verdeeld op het veld, verenigd in de pijn', staat er te lezen.

Op 24 maart wordt bekend dat, na een aantal Valenciaspelers, ook een voetballer van Atalanta positief is bevonden op het virus: de 27-jarige tweede doelman Marco Sportiello die in de terugwedstrijd in Valencia onder de lat stond.

Anonieme soldaten

Sportiello is geen naam in het topvoetbal, zelfs niet in Italië. Dat geldt ook voor de meeste spelers uit de succesvolle selectie, waar de ons bekende namen maar een bijrol vervullen: Timothy Castagne verloor ondanks een sterk seizoen vorig jaar door een blessure zijn basisplaats, en Roeslan Malinovski valt meestal in de slotfase van de wedstrijden in. Hoewel het kan bogen op een uitstekend opleidingscentrum, is Atalanta een erg internationaal getint team, met opvallend weinig Italianen. Allemaal zijn het anonieme soldaten, naar het voorbeeld van de noeste werkers uit Bergamo die elke ochtend om vijf uur opstaan om zestig kilometer verder in Milaan te gaan werken. De Duitser Robin Gosens was niet eens in eigen land bekend, toen Atalanta hem bij het Nederlandse Heracles voor twee miljoen kocht. Remo Freuler kwam voor amper 1,5 miljoen van het Zwitserse Luzern, Hans Hateboer voor één miljoen van Groningen. De 32-jarige Sloveense aanvaller Josip Ilicic, dé uitblinker tegen Valencia, werd in 2017 voor zes miljoen bij Fiorentina weggehaald. Voor Marten de Roon moest Atalanta in 2017 wél 13 miljoen aan Middlesbrough afdokken, maar het had de Nederlander een jaar eerder voor nog meer geld aan de Engelsen verkocht, nadat hij in 2015 voor amper 1,2 miljoen was weggeplukt bij Heerenveen.

Dit jaar waren de aankopen naar Atalantanormen behoorlijk duur: Luis Muriel en Duván Zapata kostten allebei 15 miljoen, terwijl voor Malinovski 13 miljoen betaald werd. Maar zelfs met zulke prijskaartjes sloot de club de zomermercato nog met winst af, omdat Atalanta naar goeie gewoonte ook duur verkoopt. Met dank aan de trainer. Want alle spelers die in Bergamo arriveren, weten één ding: wanneer ze de club verlaten, zijn ze beter dan toen ze er aankwamen. Nochtans kreeg trainer Gian Piero Gasperini, toen hij in 2016 begon bij de club, maar één vraag van de voorzitter: het behoud in de Serie A afdwingen.

De afgelopen tien jaar liet eigenaar Antonio Percassi elke nieuwgeborene in Bergamo een shirtje van Atalanta bezorgen. Kwestie van vroeg genoeg aan klantenbinding te doen.

Benettonwinkels

Die voorzitter, dat is de lokale zakenman Antonio Percassi. Toen hij in 2010 de toenmalige tweedeklasser overnam, was zijn ambitie bescheiden: 'Met Atalanta eens tien jaar na elkaar in de Serie A spelen.'

Vorig seizoen eindigde Atalanta derde in de Serie A en gaf Percassi na de historische kwalificatie voor de Champions League toe: 'Toen de trainer in november 2018 aan de spelers vroeg om hun ambitie voor dat seizoen op te schrijven, noteerde de Sloveense aanvaller Josip Ilicic het behoud. Niemand die hem een gebrek aan ambitie aanwreef. Ik zou in zijn plaats op dat moment net hetzelfde gezegd hebben. In die periode verloren we van Cagliari en stonden we plots op drie na laatste. Nooit gedacht dat we ons op de allerlaatste speeldag zouden plaatsen voor de Champions League. Wat wil je? Onze jaarabonnementen samen brengen minder op dan één wedstrijdrecette van Inter of Milan.'

Legervoertuigen rijden Bergamo binnen. De militairen worden onder meer ingezet om een nieuw noodziekenhuis op te trekken., BELGAIMAGE
Legervoertuigen rijden Bergamo binnen. De militairen worden onder meer ingezet om een nieuw noodziekenhuis op te trekken. © BELGAIMAGE

De 66-jarige voorzitter, wiens zoon Luca algemeen directeur is, ként de club van binnen en buiten, hij is zelf een jeugdproduct van Atalanta. In 1970 kwam hij in de eerste ploeg waarmee hij in 1972 als centraal verdediger zijn eersteklassedebuut maakte. Maar al op 25-jarige leeftijd beslist hij, na zeven jaar in blauw-zwart en nog één jaar bij Cesena, om de schoenen aan de haak te hangen. Kort daarvoor heeft een ontmoeting met Italiaans zakenman Luciano Benetton van het gelijknamige kledingconcern hem op andere ideeën gebracht. Percassi opent de eerste Benettonwinkels in Bergamo, koopt het monopolie voor Italië van andere buitenlandse kledingmerken, zoals Nike, Zara en Ralph Lauren, en gaat met zijn familieholding Odissea nv ook in de immobiliën.

In juni 2010 besluit hij zijn voormalige club te kopen, die nog maar eens in tweede klasse gesukkeld is. Prompt keert Atalanta terug naar de Serie A, om niet meer te degraderen maar gestaag omhoog te klimmen op de ladder van het Italiaanse topvoetbal.

Dat gebeurt op een verantwoorde manier. Het budget is weliswaar flink gestegen, van 32 miljoen bij de overname in 2010 naar 155 miljoen euro dit seizoen, maar sinds 2016 sluit de club elk seizoen af met winst. Wel groeide het aandeel van uitgaande transfers in de jaarbegroting van 20 procent in 2012 naar 44 procent in 2018. Sinds de overname in 2010 verdiende Atalanta met de verkoop van spelers al 237 miljoen euro. Tegelijk heeft de eigenaar een neus voor marketing. De voorbije tien jaar liet hij aan elke nieuwgeborene in de plaatselijke ziekenhuizen gratis een truitje van Atalanta bezorgen. Kwestie van vroeg genoeg met klantenbinding te beginnen.

Die kunnen straks allemaal binnen in een mooi vernieuwd stadion, dat in 2017 door de holding van Percassi aangekocht werd voor 8,7 miljoen eruo, met de bedoeling om er een moderne voetbaltempel van te maken. Een zeldzaamheid in Italië, waar slechts enkele stadions aan de club zelf toebehoren. Door de verbouwingen moest Atalanta voor zijn Europese wedstrijden wel uitwijken. In 2018/19 kon het in de Europa League terecht in het Mapei Stadion van Sassuolo in Reggio Emilia, voor de Champions League van dit seizoen verhuisde het naar San Siro.

AS Roma

Krijgen we dit soort sportieve mirakels de komende jaren nog te zien, of horen kleintjes nu eenmaal niet in de competitie die is uitgetekend op maat van de allergrootsten? Uiteindelijk zijn er zelfs in de Serie A maar drie clubs met een economische omgeving met nog minder inwoners dan Bergamo (Udinese, Lecce en Sassuolo). Het was een bedenking onlangs van Juventusvoorzitter Andrea Agnelli toen hij na een bijeenkomst van topvoetballeiders in Londen in een interview met de Financial Times pleitte voor meer garanties voor de grote clubs. 'Atalanta plaatste zich dankzij één goed seizoen rechtstreeks voor de Champions League, terwijl AS Roma, dat de voorbije jaren met zijn Europese prestaties flink hielp om de Europese coëfficiënt van Italië te verbeteren, een moeilijk jaar kende en zich niet plaatste. Is dat wel rechtvaardig?'

'Don't worry, be happy'. Een spreuk waar de inwoners van Bergamo en de spelers van Atalanta voorlopig nog niet aan toe zijn., PHOTONEWS
'Don't worry, be happy'. Een spreuk waar de inwoners van Bergamo en de spelers van Atalanta voorlopig nog niet aan toe zijn. © PHOTONEWS

Arrigo Sacchi, zelf ooit succesvol als toptrainer met AC Milan en vandaag een kritisch analist voor de Gazzetta dello Sport, vindt van wel. 'Het kleine Atalanta heeft ons de weg getoond om de vijand te verslaan, inclusief het coronavirus: als een hecht team. Dat is moeilijk in een land waar egoïsme en naijver hoog aangeschreven staan. Het wint ook met mooi en aanvallend voetbal, een breuk met onze speelstijl die gestoeld blijft op opportunisme en een verdedigende mentaliteit. Atalanta speelt altijd en overal om één goal meer te maken dan de tegenstander. Soms maken ze individuele fouten, maar die worden altijd gecorrigeerd door het team. Het kan geen topspelers kopen, maar haalt voetballers die de filosofie van de coach kunnen omzetten in de praktijk. De samenhang in de groep en het besef dat ze door samen hard te werken en in dezelfde richting te denken beter worden, maakt hen zo sterk dat ze de meeste goals gemaakt hebben in een competitie waarin men altijd gedacht heeft dat veel goals enkel kan als je een topspeler hebt, en dat je enkel kan winnen wanneer je toeslaat als de tegenstander een fout maakt.

'Veel trainers slagen er niet in om hun ploeg een eigen speelstijl op te leggen. Gasperini doet dat wel en hij bekampt elke tegenstander met open vizier. Atalanta domineert meestal, en slaagt er negentig minuten in niet alleen zijn eigen fans, maar veel voetballiefhebbers te begeesteren.'

Hoe overtuigd hij is van zijn aanpak toonde de trainer nog in het begin van deze Champions Leaguecampagne. De eerste wedstrijd werd met zware 4-0 cijfers verloren in Zagreb. De vraag diende zich aan: moest Gasperini zijn tactisch concept bijstellen en meer voorzichtigheid inbouwen? Zijn antwoord? Gewoon op de eigen weg voortgaan. Het bleek wel de goeie keuze.

'Atalanta geeft het voetbal hoop', besluit Sacchi. 'De hoop dat je ook zonder uitzonderlijke budgetten de top kan bereiken.'

Eindhalte KV Mechelen

Met streekgenoot en aartsrivaal Brescia deelt Atalanta het record van de meeste promoties naar de Serie A (12), maar in de prijzenkast staat maar één trofee: de Italiaanse beker uit 1963.

Europees is het bezig aan zijn zevende campagne. Het beste resultaat voor dit seizoen was een plaats in de halve finale in 1987/88 in de toenmalige Europabeker voor bekerwinnaars. Daarin mocht het als verliezend bekerfinalist aantreden omdat de bekerwinnaar ook de kampioen was: het grote Napoli met Diego Maradona. Opvallend was dat Atalanta, toen het die Europese campagne afwerkte, in tweede klasse uitkwam. In de halve finales sneuvelde de tweedeklasser tegen de latere winnaar KV Mechelen, dat de beide wedstrijden won. Het blijft, samen met Cardiff City, de beste prestatie ooit van een niet-eersteklasser in de geschiedenis van de Europabeker.

De bekendste speler toen was ook de enige buitenlander in de selectie, de langharige Zweedse middenvelder Glenn Strömberg. Trainer Emiliano Mondonico haalde in 1992 met het Torino van Enzo Scifo wel de finale van de UEFA Cup, maar verloor die in twee wedstrijden van Ajax.

Bergamo, deze is voor jou, niet opgeven', staat op het witte shirt dat spelers en technische staf van Atalanta Bergamo op 10 maart 's avonds laat jubelend tonen in de kleedkamer van het Mestallastadion, waar ze net thuisploeg Valencia uit de Champions League gebonjourd hebben. Het is nog maar de eerste keer dat Atalanta aan het kampioenenbal deelneemt, en het zit meteen in de kwartfinale. Een modern sprookje in het topvoetbal dat gedomineerd wordt door de allerrijksten. Atalanta wordt in eigen land steevast la Dea (de godin) genoemd, omdat de stichters in 1907 als clubnaam aan de Griekse godin van de jacht dachten. Na de kwalificatie houdt trainer Gian Piero Gasperini het kort en ingetogen: 'We zijn erg blij dat we wat vreugde hebben geschonken aan een regio die in moeilijkheden verkeert. Maar we gaan dit pas vieren wanneer de échte vijand verslagen is.' Die echte vijand waart sinds februari in Bergamo rond. Het is geen voetbalteam, maar een virus dat het sportieve sprookje in geen tijd naar de achtergrond duwt en Bergamo met een nieuwe, weinig benijdenswaardige naam opzadelt. Was de stad de afgelopen jaren vooral bekend als de derde luchthaven van Milaan (met dank aan Ryanair) en kreeg het in december dankzij de kwalificatie van Atalanta in de Champions League ook sportief een reputatie, dan is Bergamo sinds begin maart de Europese coronahoofdstad. Op 11 maart pakte de stedelijke krant L'Eco di Bergamo op de cover nog uit met de jubelende Atalantaspelers in Valencia, een week later staan de militaire voertuigen aan het kerkhof op pagina één. Van de hemel in de hel in amper een week tijd. Pakkende beelden zijn het, van het militaire konvooi dat zich de ochtend van donderdag 19 maart in beweging zet aan het kerkhof van Bergamo. De legervrachtwagens zijn de avond tevoren aangekomen omdat het kerkhof van Bergamo de gigantische toename aan overlijdens niet meer kan verwerken. De dagen tevoren stonden de lijkwagens al in de file bij de ingang van het immense monument aan het kerkhof, met een begrafenis om de twintig minuten. Omdat het crematorium maximaal 25 verbrandingen per dag aankan, stapelden de lijkkisten zich op in het funerarium en de aangrenzende kerk. Donderdagochtend zette de militaire colonne met om en bij de 80 kisten zich langzaam in beweging. De weken daarvoor moest L'Eco di Bergamo geleidelijk de overlijdensrubriek van één pagina per dag uitbreiden tot tien pagina's. Hoe komt het dat een stad als Bergamo met zijn 110.000 inwoners wereldwijd enkel het Chinese Wuhan moet laten voorgaan qua aantal besmettingen en doden? Op 24 maart telde de provincie Bergamo 6728 besmettingen, meer dan één tiende van het totaal in Italië op dat moment. Op een provincie met 1,1 miljoen inwoners maakt dat 1 zieke op 163 inwoners. Eén dodelijk slachtoffer op vier kwam uit de provincie Bergamo. Een hallucinant cijfer. De voornaamste reden is dat de provincie, één van Italiës meest welvarende en actieve regio's, lang de economische activiteit voor liet gaan op de volksgezondheid. Terwijl het naburige Codogno, de stad waar de eerste besmette Italiaan op 20 februari opgenomen werd snel het ziekenhuis afsloot en zichzelf in quarantaine zette, nog voor de Italiaanse regering daartoe opriep, was Bergamo nog in voetbalfeeststemming. Op 19 februari had Atalanta nog Valencia met 4-1 verslagen in San Siro, waar de club wegens de verbouwingen van het eigen Gewiss Stadium zijn Champions Leaguewedstrijden afwerkt. Die 19e februari, terwijl het coronavirus al in Italië rondwaarde, maakten liefst 45.000 fans uit Bergamo de zestig kilometer verre verplaatsing naar het Giuseppe Meazza Stadion in Milaan. 'Ik geloof dat die wedstrijd een belangrijke rol heeft gespeeld in de verspreiding van het virus', besloot begin vorige week de raadgever van de Italiaanse minister van Volksgezondheid, Walter Ricciardi. 'Een derde van de bevolking van Bergamo zat die avond in het stadion en vierde daar uitgelaten de overwinning. Het kan geen toeval zijn dat Bergamo nu het meest getroffen is, en dat de inwoners van Valencia na de match bij hun terugkeer bij de overdracht van het virus naar Spanje een rol speelden.' Eén dag na de heenmatch in Milaan is in Italië de eerste coronapatënt opgenomen in het ziekenhuis van Codogno. Vier dagen na de wedstrijd melden zich de eerste twee besmette inwoners van Bergamo in het ziekenhuis van Alzano, een gemeente niet ver van Bergamo. Eerst overweegt men daar om, net als in Codogno, alles af te sluiten, maar dat besluit wordt herroepen. Een paar dagen later blijken enkele dokters en verpleegsters besmet. Op 21 februari overlijdt een oudere vrouw in het ziekenhuis. In de rouwkamer komt de familie samen om afscheid te nemen, de dagen daarna stijgt het aantal overlijdens in de regio snel. De vraag om de zone economisch af te sluiten krijgt een negatief antwoord. Op 28 februari lanceert de nijverheidsfederatie van Bergamo onder de slogan 'Bergamo is running' een video die de Europese handelspartners moet geruststellen, ook al zijn er die dag in de provincie al 103 besmettingen. Pas op 3 maart wordt groot alarm geslagen. Wat volgt, zijn schrijnende beelden van de afdeling intensieve zorgen in het ziekenhuis Paus Johannes XXIII, waar de tachtig bedden vol liggen en de artsen moeten beslissen wie ze nog kunnen helpen en wie niet. Prompt wordt beslist om het leger in te zetten om op de plaats van de handelsbeurs, de Fiera, een nieuw noodziekenhuis op te trekken met 160 bedden. Op zondag 22 maart gaat men aan de slag, in drie shiften, 24 uur op 24. Deze week moet het noodhospitaal af zijn. Op de vraag naar extra helpende handen gaat de harde supporterskern van Atalanta, de Curva Nord, meteen in. In geen tijd leveren zij de nodigde mankracht. Aan de site hangt een spandoek waar de fans hun solidariteit met de soldaten die er aan de slag zijn uitdrukken. Ook in het dorpje Sarnico in de naburige provincie Brescia wordt aan een brug een spandoek gehangen met de symbolen van de tifoserie van Atalanta en Brescia, de twee supportersclans die al sinds mensenheugenis elkaars bloed kunnen drinken. 'Verdeeld op het veld, verenigd in de pijn', staat er te lezen. Op 24 maart wordt bekend dat, na een aantal Valenciaspelers, ook een voetballer van Atalanta positief is bevonden op het virus: de 27-jarige tweede doelman Marco Sportiello die in de terugwedstrijd in Valencia onder de lat stond. Sportiello is geen naam in het topvoetbal, zelfs niet in Italië. Dat geldt ook voor de meeste spelers uit de succesvolle selectie, waar de ons bekende namen maar een bijrol vervullen: Timothy Castagne verloor ondanks een sterk seizoen vorig jaar door een blessure zijn basisplaats, en Roeslan Malinovski valt meestal in de slotfase van de wedstrijden in. Hoewel het kan bogen op een uitstekend opleidingscentrum, is Atalanta een erg internationaal getint team, met opvallend weinig Italianen. Allemaal zijn het anonieme soldaten, naar het voorbeeld van de noeste werkers uit Bergamo die elke ochtend om vijf uur opstaan om zestig kilometer verder in Milaan te gaan werken. De Duitser Robin Gosens was niet eens in eigen land bekend, toen Atalanta hem bij het Nederlandse Heracles voor twee miljoen kocht. Remo Freuler kwam voor amper 1,5 miljoen van het Zwitserse Luzern, Hans Hateboer voor één miljoen van Groningen. De 32-jarige Sloveense aanvaller Josip Ilicic, dé uitblinker tegen Valencia, werd in 2017 voor zes miljoen bij Fiorentina weggehaald. Voor Marten de Roon moest Atalanta in 2017 wél 13 miljoen aan Middlesbrough afdokken, maar het had de Nederlander een jaar eerder voor nog meer geld aan de Engelsen verkocht, nadat hij in 2015 voor amper 1,2 miljoen was weggeplukt bij Heerenveen. Dit jaar waren de aankopen naar Atalantanormen behoorlijk duur: Luis Muriel en Duván Zapata kostten allebei 15 miljoen, terwijl voor Malinovski 13 miljoen betaald werd. Maar zelfs met zulke prijskaartjes sloot de club de zomermercato nog met winst af, omdat Atalanta naar goeie gewoonte ook duur verkoopt. Met dank aan de trainer. Want alle spelers die in Bergamo arriveren, weten één ding: wanneer ze de club verlaten, zijn ze beter dan toen ze er aankwamen. Nochtans kreeg trainer Gian Piero Gasperini, toen hij in 2016 begon bij de club, maar één vraag van de voorzitter: het behoud in de Serie A afdwingen. Die voorzitter, dat is de lokale zakenman Antonio Percassi. Toen hij in 2010 de toenmalige tweedeklasser overnam, was zijn ambitie bescheiden: 'Met Atalanta eens tien jaar na elkaar in de Serie A spelen.' Vorig seizoen eindigde Atalanta derde in de Serie A en gaf Percassi na de historische kwalificatie voor de Champions League toe: 'Toen de trainer in november 2018 aan de spelers vroeg om hun ambitie voor dat seizoen op te schrijven, noteerde de Sloveense aanvaller Josip Ilicic het behoud. Niemand die hem een gebrek aan ambitie aanwreef. Ik zou in zijn plaats op dat moment net hetzelfde gezegd hebben. In die periode verloren we van Cagliari en stonden we plots op drie na laatste. Nooit gedacht dat we ons op de allerlaatste speeldag zouden plaatsen voor de Champions League. Wat wil je? Onze jaarabonnementen samen brengen minder op dan één wedstrijdrecette van Inter of Milan.' De 66-jarige voorzitter, wiens zoon Luca algemeen directeur is, ként de club van binnen en buiten, hij is zelf een jeugdproduct van Atalanta. In 1970 kwam hij in de eerste ploeg waarmee hij in 1972 als centraal verdediger zijn eersteklassedebuut maakte. Maar al op 25-jarige leeftijd beslist hij, na zeven jaar in blauw-zwart en nog één jaar bij Cesena, om de schoenen aan de haak te hangen. Kort daarvoor heeft een ontmoeting met Italiaans zakenman Luciano Benetton van het gelijknamige kledingconcern hem op andere ideeën gebracht. Percassi opent de eerste Benettonwinkels in Bergamo, koopt het monopolie voor Italië van andere buitenlandse kledingmerken, zoals Nike, Zara en Ralph Lauren, en gaat met zijn familieholding Odissea nv ook in de immobiliën. In juni 2010 besluit hij zijn voormalige club te kopen, die nog maar eens in tweede klasse gesukkeld is. Prompt keert Atalanta terug naar de Serie A, om niet meer te degraderen maar gestaag omhoog te klimmen op de ladder van het Italiaanse topvoetbal. Dat gebeurt op een verantwoorde manier. Het budget is weliswaar flink gestegen, van 32 miljoen bij de overname in 2010 naar 155 miljoen euro dit seizoen, maar sinds 2016 sluit de club elk seizoen af met winst. Wel groeide het aandeel van uitgaande transfers in de jaarbegroting van 20 procent in 2012 naar 44 procent in 2018. Sinds de overname in 2010 verdiende Atalanta met de verkoop van spelers al 237 miljoen euro. Tegelijk heeft de eigenaar een neus voor marketing. De voorbije tien jaar liet hij aan elke nieuwgeborene in de plaatselijke ziekenhuizen gratis een truitje van Atalanta bezorgen. Kwestie van vroeg genoeg met klantenbinding te beginnen. Die kunnen straks allemaal binnen in een mooi vernieuwd stadion, dat in 2017 door de holding van Percassi aangekocht werd voor 8,7 miljoen eruo, met de bedoeling om er een moderne voetbaltempel van te maken. Een zeldzaamheid in Italië, waar slechts enkele stadions aan de club zelf toebehoren. Door de verbouwingen moest Atalanta voor zijn Europese wedstrijden wel uitwijken. In 2018/19 kon het in de Europa League terecht in het Mapei Stadion van Sassuolo in Reggio Emilia, voor de Champions League van dit seizoen verhuisde het naar San Siro. Krijgen we dit soort sportieve mirakels de komende jaren nog te zien, of horen kleintjes nu eenmaal niet in de competitie die is uitgetekend op maat van de allergrootsten? Uiteindelijk zijn er zelfs in de Serie A maar drie clubs met een economische omgeving met nog minder inwoners dan Bergamo (Udinese, Lecce en Sassuolo). Het was een bedenking onlangs van Juventusvoorzitter Andrea Agnelli toen hij na een bijeenkomst van topvoetballeiders in Londen in een interview met de Financial Times pleitte voor meer garanties voor de grote clubs. 'Atalanta plaatste zich dankzij één goed seizoen rechtstreeks voor de Champions League, terwijl AS Roma, dat de voorbije jaren met zijn Europese prestaties flink hielp om de Europese coëfficiënt van Italië te verbeteren, een moeilijk jaar kende en zich niet plaatste. Is dat wel rechtvaardig?' Arrigo Sacchi, zelf ooit succesvol als toptrainer met AC Milan en vandaag een kritisch analist voor de Gazzetta dello Sport, vindt van wel. 'Het kleine Atalanta heeft ons de weg getoond om de vijand te verslaan, inclusief het coronavirus: als een hecht team. Dat is moeilijk in een land waar egoïsme en naijver hoog aangeschreven staan. Het wint ook met mooi en aanvallend voetbal, een breuk met onze speelstijl die gestoeld blijft op opportunisme en een verdedigende mentaliteit. Atalanta speelt altijd en overal om één goal meer te maken dan de tegenstander. Soms maken ze individuele fouten, maar die worden altijd gecorrigeerd door het team. Het kan geen topspelers kopen, maar haalt voetballers die de filosofie van de coach kunnen omzetten in de praktijk. De samenhang in de groep en het besef dat ze door samen hard te werken en in dezelfde richting te denken beter worden, maakt hen zo sterk dat ze de meeste goals gemaakt hebben in een competitie waarin men altijd gedacht heeft dat veel goals enkel kan als je een topspeler hebt, en dat je enkel kan winnen wanneer je toeslaat als de tegenstander een fout maakt. 'Veel trainers slagen er niet in om hun ploeg een eigen speelstijl op te leggen. Gasperini doet dat wel en hij bekampt elke tegenstander met open vizier. Atalanta domineert meestal, en slaagt er negentig minuten in niet alleen zijn eigen fans, maar veel voetballiefhebbers te begeesteren.' Hoe overtuigd hij is van zijn aanpak toonde de trainer nog in het begin van deze Champions Leaguecampagne. De eerste wedstrijd werd met zware 4-0 cijfers verloren in Zagreb. De vraag diende zich aan: moest Gasperini zijn tactisch concept bijstellen en meer voorzichtigheid inbouwen? Zijn antwoord? Gewoon op de eigen weg voortgaan. Het bleek wel de goeie keuze. 'Atalanta geeft het voetbal hoop', besluit Sacchi. 'De hoop dat je ook zonder uitzonderlijke budgetten de top kan bereiken.'