Everton met de billen bloot in Kiev - geen prettig gevoel kunnen we ons voorstellen -, landskampioen Manchester City belachelijk gemaakt door Messi en Co, Arsenal onderuit tegen het even mondaine als modale AS Monaco. Et voilà, zo zijn we amper over halfweg maart en in het stadium van de achtste finales alle Engelse clubs kwijt in Europa.

Hoe de Premier League in zijn eigen voet schiet

Een vreemde contradictie is het, net nu de Premier League één grote vetpot van tv-gelden is geworden. Net nu er gemiddeld de hoogste lonen betaald worden en mondiaal gezien de meeste media-aandacht naartoe gaat. Hoewel, wie verder door denkt op die piste, ontdekt er het grote probleem van het Engelse voetbal in. De Premier Leagueclubs zijn verwend en volgevreten. Zo gewend aan het feit dat hun competitiewedstrijden over heel de wereld bekeken en verafgood worden. Op terrasjes in Egypte, Laos en zelfs de VS wordt er afgestemd op het Engelse competitievoetbal. We spreken uit eigen ervaring.

Alexis Sanchez, Belga Image
Alexis Sanchez © Belga Image

De Premier League is zichzelf gaan beschouwen als hét kampioenenbal. Laat staan dat ze nog omkijken naar de Europa League. Het dédain waarmee Tottenham bijvoorbeeld deze Europese campagne aanpakte - louter om er zijn bankzitters wat ritme te laten opdoen - spreekt daarin boekdelen. Terwijl bijvoorbeeld Spaanse of Italiaanse clubs elke Europese match serieus aanpakken.

Overbetaalde subtoppers

Stan Collymore, ex-vedette van Liverpool en tegenwoordig analist, duidt vooral op de spelerslonen die de voorbije jaren de pan uit swingen. 'In 2008, toen Manchester United en Chelsea de finale van de Champions League speelden, dacht iedereen dat we vertrokken waren voor een hegemonie van Engelse teams in Europa. Het tegendeel bleek: clubs en spelers gingen op hun lauweren rusten en doordat het geld te makkelijk binnenstroomde werden er vooral veel te hoge lonen betaald aan middelmatige spelers.'

Als voorbeelden haalt Collymore enkele namen aan: Alexis Sánchez, Mesut Ozil, Radamel Falcao. Volgens hem zijn het spelers die net onder de absolute top zitten -, maar die wel absolute toplonen uitgekeerd krijgen. Daar valt iets voor te zeggen. Falcao kon nog nooit uitblinken in de Champions League, Ozil en Sánchez mochten zonder veel tegenspartelen weg bij respectievelijk Real en Barça. Bij die twee Spaanse grootmachten, en bij Bayern, lopen de échte vedetten van het huidige Europese voetbal. Zeker in de Champions League mag je dus misschien wel spreken van simpelweg een verschil in kwaliteit.

Tactische naïviteit

Paul Scholes, Belga Image
Paul Scholes © Belga Image

Wie niet sterk is moet slim zijn. Daar ligt het tweede euvel van de Engelse clubs: er wordt veelal naïef gevoetbald in de Premier League. Negentig minuten met het gaspedaal volledig ingedrukt, dat wel, maar tactisch onbeholpen. Paul Scholes, die met Man United twee keer het kampioenenbal won, ergert er zich al langer blauw aan: 'We worden geacht de beste coaches in onze competitie aan de slag te zien, maar in Europa merk je telkens weer dat onze clubs zonder noemenswaardig plan aan een wedstrijd beginnen. Ze hebben geen idee hoe de tegenstander af te stoppen. Hoe Manchester City open ging spelen op het veld van Barcelona is daar een zeer spijtig bewijs van', aldus het Man U-icoon. Aan vermoeidheid wil hij het slechte presteren van de Engelse clubs niet toeschrijven: 'In 1999 speelden wij 63 wedstrijden op een seizoen en wonnen we de Champions League, op geen enkel moment hebben de spelers toen enige vermoeidheid gevoeld.' Case closed.

José Mourinho, BELGA
José Mourinho © BELGA
Kevin De Bruyne, BELGA
Kevin De Bruyne © BELGA

De enige die tactisch wél telkens met een plan op de proppen komt, is José Mourinho, waarmee al voor een groot deel zijn succes op Brits grondgebied verklaard wordt. Koning eenoog in het land der blinden? Mourinho gniffelt in zijn vuistje aan de vooravond van alweer een clash met het Arsenal van Arsène Wenger (aanvallen maar!) of het toevalsvoetbal van Manchester City onder Pellegrini. Waarom Chelsea dan toch verliest van PSG? We blijven ervan overtuigd: laat Chelsea tien keer tegen PSG spelen en ze winnen zeven of acht keer. Het is momenteel de enige Engelse club die klaar is voor Europa. Dat bewezen ze vorig seizoen door toen de halve finales van de CL te bereiken.

Povere trainingen

Moeten we daarom nu het Engelse voetbal afbranden? Neen

Een laatste pijnpunt van de Engelse competitie is er een die de eilandbewoners al langer parten speelt: de povere kwaliteit van de trainingen en het gebrek aan discipline buiten de witte kalklijnen van het voetbalveld. Nog steeds vertellen Belgen in Engelse loondienst verhalen over grote tubes ketchup op tafel of het nogal liberale drinkgedrag van ploegmaats. Leuk voor de heren voetballers, maar tegen Duitse of Italiaanse afgetrainde machines haal je het daar niet meer mee. Hoe meer het voetbal evolueert, hoe meer het op details aankomt. Goed voetballen kan iedereen ondertussen.

Door het drukke speelschema - er is niet eens tijd voor een winterstop- verzanden trainingssessies al snel in bezigheidstherapie of een manier om de basisspelers te laten recupereren. Dieter Hecking, trainer van Wolfsburg, wees er in HLN nog op: zowel Kevin De Bruyne vorig jaar als Andre Schürrle onlangs hadden wat tijd nodig om het trainingsvolume in de Bundesliga weer op te pikken, want de trainingen in de Premier League leverden hen een conditionele achterstand op. In Engeland lopen voornamelijk vleesgeworden bulldozers rond, mannen die heler dagen in het krachthonk zitten en daardoor wel als bodybuilders door het leven gaan, maar inzake wendbaarheid tekort komen. Zeker op het Europese toneel.

Moeten we daarom nu het Engelse voetbal afbranden? Neen. Dit zijn momentopnames. Net daarom voor de Premier League wel een geschikt moment om even te bezinnen en na te denken over de uitbesteding van hun vetpotten.

Everton met de billen bloot in Kiev - geen prettig gevoel kunnen we ons voorstellen -, landskampioen Manchester City belachelijk gemaakt door Messi en Co, Arsenal onderuit tegen het even mondaine als modale AS Monaco. Et voilà, zo zijn we amper over halfweg maart en in het stadium van de achtste finales alle Engelse clubs kwijt in Europa. Een vreemde contradictie is het, net nu de Premier League één grote vetpot van tv-gelden is geworden. Net nu er gemiddeld de hoogste lonen betaald worden en mondiaal gezien de meeste media-aandacht naartoe gaat. Hoewel, wie verder door denkt op die piste, ontdekt er het grote probleem van het Engelse voetbal in. De Premier Leagueclubs zijn verwend en volgevreten. Zo gewend aan het feit dat hun competitiewedstrijden over heel de wereld bekeken en verafgood worden. Op terrasjes in Egypte, Laos en zelfs de VS wordt er afgestemd op het Engelse competitievoetbal. We spreken uit eigen ervaring. De Premier League is zichzelf gaan beschouwen als hét kampioenenbal. Laat staan dat ze nog omkijken naar de Europa League. Het dédain waarmee Tottenham bijvoorbeeld deze Europese campagne aanpakte - louter om er zijn bankzitters wat ritme te laten opdoen - spreekt daarin boekdelen. Terwijl bijvoorbeeld Spaanse of Italiaanse clubs elke Europese match serieus aanpakken.Stan Collymore, ex-vedette van Liverpool en tegenwoordig analist, duidt vooral op de spelerslonen die de voorbije jaren de pan uit swingen. 'In 2008, toen Manchester United en Chelsea de finale van de Champions League speelden, dacht iedereen dat we vertrokken waren voor een hegemonie van Engelse teams in Europa. Het tegendeel bleek: clubs en spelers gingen op hun lauweren rusten en doordat het geld te makkelijk binnenstroomde werden er vooral veel te hoge lonen betaald aan middelmatige spelers.' Als voorbeelden haalt Collymore enkele namen aan: Alexis Sánchez, Mesut Ozil, Radamel Falcao. Volgens hem zijn het spelers die net onder de absolute top zitten -, maar die wel absolute toplonen uitgekeerd krijgen. Daar valt iets voor te zeggen. Falcao kon nog nooit uitblinken in de Champions League, Ozil en Sánchez mochten zonder veel tegenspartelen weg bij respectievelijk Real en Barça. Bij die twee Spaanse grootmachten, en bij Bayern, lopen de échte vedetten van het huidige Europese voetbal. Zeker in de Champions League mag je dus misschien wel spreken van simpelweg een verschil in kwaliteit.Wie niet sterk is moet slim zijn. Daar ligt het tweede euvel van de Engelse clubs: er wordt veelal naïef gevoetbald in de Premier League. Negentig minuten met het gaspedaal volledig ingedrukt, dat wel, maar tactisch onbeholpen. Paul Scholes, die met Man United twee keer het kampioenenbal won, ergert er zich al langer blauw aan: 'We worden geacht de beste coaches in onze competitie aan de slag te zien, maar in Europa merk je telkens weer dat onze clubs zonder noemenswaardig plan aan een wedstrijd beginnen. Ze hebben geen idee hoe de tegenstander af te stoppen. Hoe Manchester City open ging spelen op het veld van Barcelona is daar een zeer spijtig bewijs van', aldus het Man U-icoon. Aan vermoeidheid wil hij het slechte presteren van de Engelse clubs niet toeschrijven: 'In 1999 speelden wij 63 wedstrijden op een seizoen en wonnen we de Champions League, op geen enkel moment hebben de spelers toen enige vermoeidheid gevoeld.' Case closed. De enige die tactisch wél telkens met een plan op de proppen komt, is José Mourinho, waarmee al voor een groot deel zijn succes op Brits grondgebied verklaard wordt. Koning eenoog in het land der blinden? Mourinho gniffelt in zijn vuistje aan de vooravond van alweer een clash met het Arsenal van Arsène Wenger (aanvallen maar!) of het toevalsvoetbal van Manchester City onder Pellegrini. Waarom Chelsea dan toch verliest van PSG? We blijven ervan overtuigd: laat Chelsea tien keer tegen PSG spelen en ze winnen zeven of acht keer. Het is momenteel de enige Engelse club die klaar is voor Europa. Dat bewezen ze vorig seizoen door toen de halve finales van de CL te bereiken.Een laatste pijnpunt van de Engelse competitie is er een die de eilandbewoners al langer parten speelt: de povere kwaliteit van de trainingen en het gebrek aan discipline buiten de witte kalklijnen van het voetbalveld. Nog steeds vertellen Belgen in Engelse loondienst verhalen over grote tubes ketchup op tafel of het nogal liberale drinkgedrag van ploegmaats. Leuk voor de heren voetballers, maar tegen Duitse of Italiaanse afgetrainde machines haal je het daar niet meer mee. Hoe meer het voetbal evolueert, hoe meer het op details aankomt. Goed voetballen kan iedereen ondertussen.Door het drukke speelschema - er is niet eens tijd voor een winterstop- verzanden trainingssessies al snel in bezigheidstherapie of een manier om de basisspelers te laten recupereren. Dieter Hecking, trainer van Wolfsburg, wees er in HLN nog op: zowel Kevin De Bruyne vorig jaar als Andre Schürrle onlangs hadden wat tijd nodig om het trainingsvolume in de Bundesliga weer op te pikken, want de trainingen in de Premier League leverden hen een conditionele achterstand op. In Engeland lopen voornamelijk vleesgeworden bulldozers rond, mannen die heler dagen in het krachthonk zitten en daardoor wel als bodybuilders door het leven gaan, maar inzake wendbaarheid tekort komen. Zeker op het Europese toneel. Moeten we daarom nu het Engelse voetbal afbranden? Neen. Dit zijn momentopnames. Net daarom voor de Premier League wel een geschikt moment om even te bezinnen en na te denken over de uitbesteding van hun vetpotten.