Portugal: de opvolgers van Cristiano Ronaldo
...

Portugal: de opvolgers van Cristiano RonaldoIs de opkomst van een uitzonderlijke generatie genoeg om de langzame uittocht van het grootste talent ooit van het land, en een van de productiefste spitsen uit de geschiedenis, op te vangen? Die vraag staat centraal voor een Portugal dat met een zekere angst naar de laatste jaren van Cristiano Ronaldo op hoog niveau kijkt. Op zijn 35e lijkt de vijfvoudige winnaar van de Gouden Bal nog wel wat reserves te hebben en zou hij weleens de X-factor kunnen zijn om de nieuwe gouden generatie nu al te doen schitteren.Hoewel het er niet in slaagde om zijn titel te verdedigen op de Nations League na een nederlaag in eigen huis tegen een indrukwekkend Frankrijk, blijft de selectie van Fernando Santos nog steeds een serieuze kandidaat om zichzelf op te volgen als Europees kampioen. Met dank aan de doorbraak van enkele talenten die naar alle hoeken van het continent trokken: terwijl Bruno Fernandes en Bernardo Silva hun magie tonen in Manchester, ontploft Diogo Jota bij Liverpool en doet João Félix Atlético Madrid dromen van een nieuwe Spaanse titel. Van City en United over Juventus tot Atlético Madrid, het cv van de Portugese titularissen nodigt uit om hen erg serieus te nemen. En de ruggengraat van het team werkt onder Nuno Espirito Santos bij de Wolves, een waardevol extraatje dat niet mag worden genegeerd. Frankrijk: een onuitputtelijke kampioenIs het de geur van grote wedstrijden die de Franse haan heeft wakker geschud? Het lijkt er alleszins op dat Les Bleus, die niet al te constant leken sinds hun wereldtitel in 2018, de laatste maanden hebben aangegrepen om vertrouwen op te doen met enkele grote overwinningen. In een bijna perfect verlopen Nations League met 16/18 - met enkel een teleurstellend gelijkspel tegen Portugal - leek Didier Deschamps te navigeren tussen oude certitudes en nieuwe gezichten. Bij die eerste categorie zitten Paul Pogba en Antoine Griezmann, die bij hun club momenteel niet veel te vieren hebben maar steeds aanwezig zijn bij de nationale ploegen en zich ook laten gelden op de beslissende momenten. Bij de tweede groep kon Deschamps rekenen op de doorbraak van enkele spelers zoals Clément Lenglet, Dayot Upamecano, Jules Koundé en het fenomeen Eduardo Camavinga. Ook al wordt het minimalistische spel van de wereldkampioen vaak op irritatie onthaald door het eigen publiek, is het bijna romantisch te noemen dat ook nog eens spelers als Kingsley Coman, Anthony Martial, Lucas Digne en de zelfs tijdelijk gebannen Adrien Rabiot hun weg naar de nationale ploeg terugvonden. Enkel Karim Benzema ontbreekt nog. Het lijkt wel een definitieve scheiding te worden die het land niet onberoerd laat, maar die Frankrijk er ook niet van weerhoudt naar EURO 2020 te stappen als topfavoriet.Duitsland : het dieptepunt werd bereiktManuel Neuer wist echt niet wat hem overkwam. De 34-jarige doelman van Bayern München, kreeg als aanvoerder van de Mannschaft in zijn jubileumtreffen (96 selecties) maar liefst zes doelpunten binnen in Sevilla. Wat een goede test moest worden om te zien hoe ver de Duitse nationale ploeg stond sinds de verjongingskuur werd ingezet in maart 2019 met de definitieve verwijdering van het trio Boateng-Hummels-Müller, draaide uit op een historische vernedering. Amper negen punten uit zes duels werden behaald in deze Nations League, zowaar afgesloten met een negatief doelsaldo (10-13). Nadat eerder Nederland de Mannschaft uit de Final Four hield, waren het nu de technisch vaardige en kwalitatief betere Spanjaarden die de Duitsers tot nederigheid dwongen. Defensief werd de geblesseerde Joshua Kimmich zwaar gemist, want het vijftal Ginter-Tah-Süle-Koch-Max beschikte niet over de wendbaarheid en klasse om het kat-en-muisspel te stoppen voor het doel van de hulpeloze Neuer. Bezinning dringt zich op. De hamvraag luidt daarbij: kan Löw, nog onder contract tot 2022 en aan de slag sinds juli 2006, zich handhaven? Een heroriëntering is mogelijk, want de volgende interlandperiode komt er pas aan in maart 2021. En er loopt nog individueel talent genoeg. Vooral dan offensief, met Leroy Sané, Timo Werner, Kai Havertz, Ilkay Gündogan en Serge Gnabry.Italië: hoe Mancini de Squadra Azzurra (weer) leerde voetballenTegen een door COVID gehavend Bosnië plaatste Italië, zonder spits Ciro Immobile en spelmaker Marco Verratti, zich makkelijk voor de Final Four van de Nations League. De 0-2-zege was meteen de 22e wedstrijd op rij voor de Azzurri zonder nederlaag. Absolute uitblinker was Napoli-buitenspeler Lorenzo Insigne die alomtegenwoordig was, maar ook het Sassuolo-duo Manuel Locatelli en Domenico Berardi liet zich, net als hun club in de Serie A, opmerken. Maar de verdienste van een indrukwekkend voetballend en speels Italië gaat naar de man die er in Sarajevo wegens COVID niet bij was: bondscoach Roberto Mancini. De ex-spits moest twee jaar geleden de Squadra die uitgeteld op de grond lag weer van op nul opbouwen en deed dat op een mooie manier. Hij gaf de ploeg weer een eigen identiteit. Gedaan met loeren op de fout van de tegenstander net voor de eigen zestien en dan kiezen voor de snelle omschakeling. Bij hem ligt de nadruk op techniek en kwaliteit, zonder compromissen. Als je speelt met sierlijke middenvelders als Jorginho en Verratti moeten de spelers rondom hen ook stuk voor stuk goeie voetballers zijn. Mancini gaat uit van balbezit, liefst op de helft van de tegenstander. Opvallend is ook dat hij vanaf het begin voor piepjong talent koos, dat toen zelfs nog geen basisplaats had in de Serie A. Vandaag zijn Nicolo Barella, Sandro Tonali en Nicolo Zaniolo - wanneer die fit is - gevestigde waarden, maar toen hij ze voor het eerst opriep als nobele onbekenden, werden de wenkbrauwen gefronst. Omdat Mancini exact het omgekeerde deed van wat in de Serie A gebeurde: daar zaten de jonge talenten op de bank, omdat ze een gebrek aan ervaring hadden. In de nationale ploeg kregen zij vertrouwen, vanuit het motto: op de bank sterf je, op het veld word je beter. De jonkies met Gianluigi Donnarumma in doel, Locatelli centraal en Federico Chiesa normaal voorin, doen het goed, andere spelers zoals Fransesco Bernardeschi presteren beter dan bij hun eigen club en spelers die in clubverband een moeilijk seizoen doormaken zoals aanvaller Andrea Bellotti krijgen dankzij de nationale ploeg weer vertrouwen. Kortom: Mancini heeft van deze Squadra 2.0 niet alleen een mooi voetballend maar ook weer een hecht en te duchten geheel gemaakt waar op het komende EK rekening zal moeten mee gehouden worden.Spanje: is de trein vertrokken?Euforie alom na de historische 6-0-overwinning in de Nations League, maar die eenmalige topprestatie mag niet verbloemen dat het team van bondscoach Luis Enrique nog met een paar problemen kampt. Na de wanprestatie op het WK 2018 (alleen gewonnen van Iran en uitgeschakeld door Rusland in de 1/8 finales) en de moeilijke periode waar Enrique door ging (verloor zijn dochtertje aan kanker) lijkt La Roja zich nu wel te herpakken. In tegenstelling tot eerdere jaren, toen de selectie voornamelijk uit spelers van FC Barcelona en Real Madrid bestond, is de kern een allegaartje van heel wat clubs. Het voetbal van Enrique is veeleisend: de tegenstander versmachten door hoog druk te zetten en, eens in balbezit, de bal snel rond laten gaan. Het team is een combinatie van ervaring en jong geweld. Met Sergio Ramos, Sergio Busquets en Jesús Navas lopen er nog een paar oude krijgers tussen de lijnen, maar de toekomst is aan de jeugd. De manier waarop de 24-jarige Rodri tegen Duitsland naar de plaats van Busquets (geblesseerd in de tribune) solliciteerde, was ronduit indrukwekkend. De twee grootste vraagtekens bij La Roja bevinden zich achteraan en vooraan. In doel lijkt Enrique nog niet beslist te hebben wie zijn absolute nummer één is. Tot voor kort was dat David de Gea, maar tijdens het afgelopen interlandluik stond Unai Simon (van Athletic Bilbao) tussen de palen. Kepa Arrizabalaga, uit de gratie gevallen bij Chelsea, kan voorlopig geen aanspraak meer maken op een basisplaats bij Spanje. In tegenstelling tot andere toplanden ligt de hiërarchie in doel bij La Roja dus nog niet vast.Een ander issue is de doelpuntenproductie: Spanje beschikt niet over een koele afwerker, een type Lukaku, Lewandowski of Cristiano Ronaldo. Kansen bijeen voetballen is geen probleem, maar ze afwerken is nog iets anders. Tekenend voor die situatie: van de huidige selectie is Sergio Ramos de topschutter met 23 goals.Nederland : het belang van de centrale asVoor aanvang van het laatste UEFA Nations Leagueduel bij Polen was bondscoach Frank de Boer duidelijk. Een aantal spelers kregen rust, maar hij wou vooral de centrale as blijven behouden, met daarrond wat jonger geweld. Het betekende dat Tim Krul in doel bleef staan, centraal achterin werd gekozen voor het duo Stefan de Vrij-Daley Blind, op het middenveld werd Frenkie de Jong bijgestaan door aanvoerder Georginio Wijnaldum en diep voorin mocht woelwater Memphis Depay zijn duivels ontbinden. Niet toevallig waren het Depay en Wijnaldum die in de slotfase Oranje naar een 1-2-zege konden leiden, pas de tweede zege op zes interlands voor de 50-jarige De Boer sinds hij op 23 september de vertrokken Ronald Koeman verving. Zijn eerste overwinning behaalde hij op 15 november in Amsterdam tegen het zwakke Bosnië-Herzegovina (3-1). De voormalige verdediger wil graag uitpakken met een offensieve veldbezetting, maar schippert nog wat tussen een 4-3-3-veldbezetting - zijn favoriete systeem en een overblijfsel van zijn Ajax- en Barcelonatijd - en een meer behouden 4-2-3-1-concept. De Boer is bijzonder tevreden over de wilskracht en mentaliteit in zijn spelersgroep, maar moet tegelijkertijd ook vaststellen dat er door zijn offensieve flankverdedigers (Dumfries of Hateboer op rechts, Wijndal of Van Aanholt) bij balverlies vaak veel ruimte wordt weggegeven, waardoor opzichtige ondertalsituaties ontstaan. Vandaar dat hij met Davy Klaassen (27) voor een extra controleur koos, om wat meer balans te verkrijgen.Engeland : The Three Lions brullen weerHet vierde land op de FIFA-ranking heeft in 90 minuten voetbal op het veld van Den Dreef de vele hoop en verwachtingen van de nationale ploeg en zijn grote talenten gerechtvaardigd. Want geen enkele andere ploeg wist de Rode Duivels zo onder druk te zetten als de Engelsen toen. Bondscoach Gareth Soutghate, die vaak bekritiseerd wordt voor zijn tactische keuzes, wist nog steeds niet dé oplossing te vinden op het Belgische spel, maar kon wel eindelijk de spotlights vestigen op de speler die misschien wel het grootste toekomstige wapen van de Engelsen kan worden : Jack Grealish. Met zijn lage kousen en looks van een bad boy, lijkt de Aston Villaspeler zo uit de jaren 1990 te komen. Niet erg voor de speler die gezien wordt als de nieuwe Paul Gascoigne. Net zoals zijn idool heeft Grealish goud in zijn voeten en de leiderskwaliteiten om deze generatie waar zo enorm veel van verwacht wordt op sleeptouw te nemen. En dat aangevuld met een Harry Kane, die nooit gelukkiger leek dan bij de nationale ploeg, is Engeland weer een te vrezen ploeg. Nog meer dan voor het WK in Rusland waar ze nochtans de halve finales bereikten. Het bewijs dat ze voor het komende EK wel eens echt serieus genomen moeten worden.En wat met de concurrenten in de groepsfase? Voor het WK 2018 trok een Deens t-shirt alle aandacht. Op de voorkant stond de tactiek van bondscoach Age Hareide op een eenvoudige manier uitgelegd. 'Aftrappen en meteen passen naar Christian Eriksen. Als hij scoort, opnieuw hetzelfde doen. Als hij niet scoort, opnieuw passen naar Eriksen.' Het is typerend voor de weinige mogelijkheden van de Deense ploeg op het WK. Twee jaar later is de aanpak drastisch veranderd, wat de Belgen maar al te goed begrijpen ondertussen. Sinds zijn komst bij nationale ploeg in augustus heeft de nieuwe bondscoach Kasper Hjulmand een nieuwe stijl ingevoerd die niet gericht is op één speler. Jammer genoeg voor hem heeft Hjulmand niet de luxe om te rekenen op een nieuwe gouden generatie die aan de deur klopt. De spelers zijn niet veranderd, maar de bondscoach wist ze wel te laten schitteren. Onder meer Martin Braithwaite, Yussuf Poulsen en Jonas Wind, een van de weinige jonge talenten, brengen de Deense ploeg naar een hoger niveau.Finland is dan weer in een hoogconjunctuur beland. Tijdens de eerste editie van de Nations League kon je al opmerken dat er een winnaarsmentaliteit begon te groeien binnen de Finse ploeg. Na een mooie campagne konden de Oehoes zich al snel verzekeren van promotie naar de tweede divisie.Een mooi succes, maar niets in vergelijking met wat er het jaar nadien volgde. Toen wisten de Finnen zich namelijk voor de eerste keer in maar liefst 80 jaar te plaatsen voor een groot toernooi. En de Finnen gingen gewoon door op hun eland, want het enkel Wales wist hen dit jaar van een nieuwe promotie in de Nations League te houden.Finland is met andere woorden niet langer een kneusje. Maar de grote sterren lopen er echter niet rond. Je hebt wel keeper Lukas Hravecky van Bayer Leverkusen en Teemu Pukki, de vader des vaderlands, van Norwich, maar moeten de Belgen daarvoor vrezen op het EK? Waarschijnlijk niet, maar Finland blinkt wel uit in de organisatie. Veel scoren ze niet, slechts 16 goals in 10 EK-kwalificatiematchen en 7 treffers in 6 Nations Leaguewedstrijden, maar veel tegendoelpunten krijgen ze ook niet verwerken (10 in de EK-kwalificaties, 5 in de Nations League). Een te duchten tegenstander dus.Rusland, ten slotte, is net als Denemarken geen onbekende voor de Rode Duivels. Bij de kwalificaties voor het EK speelden de troepen van Roberto Martínez de Russen nog weg met 3-1 en 4-1. Na die campagne ging het voor de Russen niet veel beter. In divisie B van de Nations League zat het in een groep met Hongarije, Turkije en Servië. Daar brak het niet meteen potten met 3 overwinningen, 3 nederlagen en 1 gelijkspel. Vooral de laatste wedstrijd tegen Servië zal niet snel vergeten worden, want de Russen verloren met 5-0 (bij de rust stond het al 4 treffers in het krijt). Rusland heeft dus nog wel het een en ander op punt te zetten om over zeven maanden weerstand te bieden aan de rest van de poule.