De oorsprong van de Afrika Cup is onlosmakelijk verbonden met de (post)koloniale geschiedenis van Afrika. Op 8 februari 1957 kwamen vertegenwoordigers van Soedan, Egypte, Ethiopië en Zuid-Afrika bijeen in Khartoem om een continentale voetbalfederatie, de Confédération Africaine de Football (CAF) op te richten.

Tegelijkertijd vond ook de eerste Afrika Cup plaats, weliswaar zonder de nationale ploeg van Zuid-Afrika die door de overige drie oprichtende landen werd uitgesloten omdat de blanke Zuid-Afrikaanse voetbalbobo's, in navolging van het Apartheidsregime, weigerden om zwarte spelers op te stellen. Door de verdere dekolonisatie in de jaren 1960 groeide het ledenaantal van de CAF gestaag en moesten er voor de Afrika Cup van 1962 al kwalificatieronden geïntroduceerd worden.

Ondanks de moeilijke start groeide de CAF en de Afrika Cup uit tot een belangrijk (politiek) vehikel voor de gedekoloniseerde landen om zich als natie te tonen op het internationale toneel en voor het uitdragen van het panafrikanisme (beweging die pleitte voor Afrikaanse eenheid) onder aansporing van de Ghanese president Kwame Nkrumah. Er bleef echter wel steeds een spanning bestaan tussen internationalistische en nationalistische idealen, zoals bijvoorbeeld nu ook met de Olympische Winterspelen. In Afrika wordt dat echter nog versterkt door het koloniale verleden en de daaropvolgende dekolonisatie.

Ook bij de huidige editie zijn enkele postkoloniale kanttekeningen te maken. Kameroen zou normaal in 2019 het tornooi faciliteren maar werd zeven maanden voor de openingswedstrijd van dat recht ontnomen door de CAF. De belangrijkste reden was het onveilige politieke klimaat veroorzaakt door de anglophone crisis. Deze taalkwestie die uitgroeide tot een bron van aanslagen en politiek geweld heeft zijn wortels in de (post)koloniale periode. De voormalig Duitse kolonie Kamerun werd na de Eerste Wereldoorlog opgesplitst in Frans-Kameroen en Brits-Kameroen. Nadat het land in 1960 zijn onafhankelijkheid verwierf, besloot een referendum in Brits-Kameroen over de hereniging. De tweetaligheid die de koloniale opdeling had veroorzaakt, resulteerde van meet af aan voor spanningen.

In 2016 verklaarde Paul Biya - de president - de oorlog aan de verscheidene separatistische bewegingen. Na de geannuleerde editie van 2019, mocht Kameroen het opnieuw proberen in 2021, maar daar stak een virus een stokje voor. De derde poging in 2022 was wel raak, al zorgden de taalkwestie en corona voor beroering in de bestuurskamers van Europese clubs en mediahuizen. Biya daarentegen kaderde het tornooi als een vehikel om de taalkwestie te overstijgen. De drie gemiste penalty's van afgelopen donderdag zullen waarschijnlijk nog nazinderen ten huize Biya.

Naast het feit dat de Afrika Cup door veel Europeanen als een minderwaardig tornooi wordt beschouwd, is er ook nog een andere mogelijke reden voor de geringe belangstelling in de klassieke media. Ook hiervoor moeten we teruggaan naar het (post)koloniale verleden van Afrika. Terwijl de rest van de voetbalwereld in de jaren 1980 op de kar van de professionalisering, commercialisering en mediatisering van het voetbal sprong, stond de toenmalige CAF-president Yidnekatchew Tessema hier zeer weigerachtig tegenover. Tessema (1921-1987) was immers opgeleid in een Anglicaanse eliteschool in Addis Abeba (Ethiopië) en bleef gedurende zijn ambtstermijn bij de CAF de Britse (koloniale) sportidealen en -ethiek van het amateurisme uitdragen die hij daar geleerd had.

Het scepticisme van Tessema bezorgde het Afrikaanse voetbal een achterstand, die men nu probeert in te halen. De fundamenten zijn gelegd maar er is nog een hele weg af te leggen om een constructieve stroom aan voetbalverkeer -en informatie tussen Afrika en Europa tot stand te brengen. De Afrika Cup is nog maar enkele decennia - mits de juiste tv-abonnementen - te volgen in de Europese huiskamers, desondanks produceerde het landentornooi enkele ongelooflijke voetbalsprookjes en -drama's die vaak sterk verbonden zijn met de Afrikaanse politiek. Een historisch begrip van de Afrika Cup en diens verwevenheid met de (post)koloniale geschiedenis kan volgens ons bijdragen aan een grotere waardering van het tornooi in Europa.

Lees hier het volledige stuk van Enrico Castro Montes & Manuel Herrera Crespo op de website van KU Leuven.

De oorsprong van de Afrika Cup is onlosmakelijk verbonden met de (post)koloniale geschiedenis van Afrika. Op 8 februari 1957 kwamen vertegenwoordigers van Soedan, Egypte, Ethiopië en Zuid-Afrika bijeen in Khartoem om een continentale voetbalfederatie, de Confédération Africaine de Football (CAF) op te richten. Tegelijkertijd vond ook de eerste Afrika Cup plaats, weliswaar zonder de nationale ploeg van Zuid-Afrika die door de overige drie oprichtende landen werd uitgesloten omdat de blanke Zuid-Afrikaanse voetbalbobo's, in navolging van het Apartheidsregime, weigerden om zwarte spelers op te stellen. Door de verdere dekolonisatie in de jaren 1960 groeide het ledenaantal van de CAF gestaag en moesten er voor de Afrika Cup van 1962 al kwalificatieronden geïntroduceerd worden. Ondanks de moeilijke start groeide de CAF en de Afrika Cup uit tot een belangrijk (politiek) vehikel voor de gedekoloniseerde landen om zich als natie te tonen op het internationale toneel en voor het uitdragen van het panafrikanisme (beweging die pleitte voor Afrikaanse eenheid) onder aansporing van de Ghanese president Kwame Nkrumah. Er bleef echter wel steeds een spanning bestaan tussen internationalistische en nationalistische idealen, zoals bijvoorbeeld nu ook met de Olympische Winterspelen. In Afrika wordt dat echter nog versterkt door het koloniale verleden en de daaropvolgende dekolonisatie.Ook bij de huidige editie zijn enkele postkoloniale kanttekeningen te maken. Kameroen zou normaal in 2019 het tornooi faciliteren maar werd zeven maanden voor de openingswedstrijd van dat recht ontnomen door de CAF. De belangrijkste reden was het onveilige politieke klimaat veroorzaakt door de anglophone crisis. Deze taalkwestie die uitgroeide tot een bron van aanslagen en politiek geweld heeft zijn wortels in de (post)koloniale periode. De voormalig Duitse kolonie Kamerun werd na de Eerste Wereldoorlog opgesplitst in Frans-Kameroen en Brits-Kameroen. Nadat het land in 1960 zijn onafhankelijkheid verwierf, besloot een referendum in Brits-Kameroen over de hereniging. De tweetaligheid die de koloniale opdeling had veroorzaakt, resulteerde van meet af aan voor spanningen. In 2016 verklaarde Paul Biya - de president - de oorlog aan de verscheidene separatistische bewegingen. Na de geannuleerde editie van 2019, mocht Kameroen het opnieuw proberen in 2021, maar daar stak een virus een stokje voor. De derde poging in 2022 was wel raak, al zorgden de taalkwestie en corona voor beroering in de bestuurskamers van Europese clubs en mediahuizen. Biya daarentegen kaderde het tornooi als een vehikel om de taalkwestie te overstijgen. De drie gemiste penalty's van afgelopen donderdag zullen waarschijnlijk nog nazinderen ten huize Biya. Naast het feit dat de Afrika Cup door veel Europeanen als een minderwaardig tornooi wordt beschouwd, is er ook nog een andere mogelijke reden voor de geringe belangstelling in de klassieke media. Ook hiervoor moeten we teruggaan naar het (post)koloniale verleden van Afrika. Terwijl de rest van de voetbalwereld in de jaren 1980 op de kar van de professionalisering, commercialisering en mediatisering van het voetbal sprong, stond de toenmalige CAF-president Yidnekatchew Tessema hier zeer weigerachtig tegenover. Tessema (1921-1987) was immers opgeleid in een Anglicaanse eliteschool in Addis Abeba (Ethiopië) en bleef gedurende zijn ambtstermijn bij de CAF de Britse (koloniale) sportidealen en -ethiek van het amateurisme uitdragen die hij daar geleerd had. Het scepticisme van Tessema bezorgde het Afrikaanse voetbal een achterstand, die men nu probeert in te halen. De fundamenten zijn gelegd maar er is nog een hele weg af te leggen om een constructieve stroom aan voetbalverkeer -en informatie tussen Afrika en Europa tot stand te brengen. De Afrika Cup is nog maar enkele decennia - mits de juiste tv-abonnementen - te volgen in de Europese huiskamers, desondanks produceerde het landentornooi enkele ongelooflijke voetbalsprookjes en -drama's die vaak sterk verbonden zijn met de Afrikaanse politiek. Een historisch begrip van de Afrika Cup en diens verwevenheid met de (post)koloniale geschiedenis kan volgens ons bijdragen aan een grotere waardering van het tornooi in Europa.Lees hier het volledige stuk van Enrico Castro Montes & Manuel Herrera Crespo op de website van KU Leuven.