Wat zal er door het hoofd spoken van Eden Hazard en Kevin De Bruyne wanneer ze op 13 juni de mat van het Krestovskistadion in Sint-Petersburg betreden? Beramen ze kwieke dribbels om de stugge Russische verdedigers in de luren te leggen? Of denken ze terug aan de fatale halve finale tegen de Fransen, die twee jaar eerder de Belgische WK-dromen in deze arena aan diggelen sloeg? Wat het ook is, wellicht denken ze niet aan hun eigen ecologische voetafdruk.
...

Wat zal er door het hoofd spoken van Eden Hazard en Kevin De Bruyne wanneer ze op 13 juni de mat van het Krestovskistadion in Sint-Petersburg betreden? Beramen ze kwieke dribbels om de stugge Russische verdedigers in de luren te leggen? Of denken ze terug aan de fatale halve finale tegen de Fransen, die twee jaar eerder de Belgische WK-dromen in deze arena aan diggelen sloeg? Wat het ook is, wellicht denken ze niet aan hun eigen ecologische voetafdruk.Nochtans is de bezorgdheid daarover in tijden van klimaatcrisis niet ongegrond. Vijf dagen na hun openingsmatch in Rusland stappen de Belgen de wei in tegen Denemarken, in Kopenhagen. Nog eens vier dagen later worden de Rode Duivels opnieuw in Rusland verwacht voor de match tegen Finland. Niet alleen de spelers, trainers, dokters, kinesisten, koks en andere staf- en bondsleden, maar ook een roedel fans en journalisten. Ter vergelijking: vier jaar geleden, bij het vorige EK, beperkten de verplaatsingen in de groepsfase zich tot het zuiden van Frankrijk (Lyon, Bordeaux en Nice). Eindigen de Belgen eerste in hun groep, dan mogen we naar Bilbao, vervolgens hopelijk naar Rome en uiteindelijk naar Londen voor de halve finale en finale. En dat is dan maar één van de 24 deelnemende landen. Greta Thunberg krijgt er spontaan een appelflauwte van.In 2012 opperde toenmalig UEFA-voorzitter Michel Platini de idee om eenmalig in twaalf Europese steden te spelen als een 'romantische' viering van 60 jaar EK. En niet, zoals heel wat criticasters fluisterden, om bonden over heel Europa zoet te houden. Net als het toegenomen aantal deelnemers (24 sinds 2016) zorgt de geografische spreiding van het toernooi voor meer en verdere verplaatsingen. En dus een toegenomen uitstoot van broeikasgassen. Dat beseft de UEFA zelf. Het becijferde dat dit EK 405.000 ton koolstofdioxide (CO2) de lucht in zal pompen. Ter compensatie plant de UEFA 60.000 bomen over heel het continent. Uit oprechte bezorgdheid? Of vanuit een poging tot groenwassen, je als organisatie groener voordoen dan je werkelijk bent? Veel klimaatpleiters vermoeden het tweede. Ze vinden dat de UEFA wel heel onbedachtzaam omspringt met de planeet. Die onvrede borrelde in 2019 op bij de finale van de Europa League tussen Arsenal en Chelsea. Twee Londense ploegen die twaalf kilometer van elkaar hokken en quasi perfect verbonden zijn door een metrolijn, moesten ruim 4000 kilometer vliegen naar Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan. Dat had de UEFA beter kunnen aanpakken, zo vond onder meer de Green Party UK. De uitbreiding van de Europese clubcompetities kan evenmin op weinig groen begrip rekenen. Ook Belgische clubs hebben schijnbaar geen last van vliegschaamte. Deze winter vertrok enkel KV Kortrijk niet met het vliegtuig op stage. 'We hebben wel een buitenlandse teambuilding, net over de grens in Frankrijk', gekscheerde trainer Yves Vanderhaeghe. De andere eersteklassers werkten aan de tweede seizoenshelft in de zon, in Qatar (Club Brugge en Eupen), Malta (Cercle) of Spanje (de rest). Ook voor de Champions League tegen PSG stapte Club Brugge op het vliegtuig. Kwestie van de spelers meer rust te geven. Nochtans koos Ajax voor de uitwedstrijd Tegen Lille OSC in Rijsel wél voor de trein. 'We leven in een klimaatbewuste tijd en willen graag een goed voorbeeld geven', verklaarde directeur Edwin van der Sar. Emissies uit vliegverkeer zijn verre van de enige kerven in de klimaatkerfstok. Het begint met de stadions. Vaak mastodonten die, zeker als ze al enkele decennia oud zijn, niet altijd voldoen aan de striktste duurzaamheidsstandaarden. Voor clubs is het vaak kiezen tussen pappen en nathouden - lees: geld storten in een bodemloze put - of wachten op een nieuwbouw. Dat laatste heeft een behoorlijk grote milieu-impact, maar biedt wel de kans om een en ander ecologisch aan te pakken. Of dat effectief gebeurt, hangt af van de financiële slagkracht van de club en de bereidheid van bestuur en bouwheer. In België pootte enkel AA Gent in de laatste decennia een volledig nieuw stadion neer. Dirk Piens, directeur Organisatie, Infrastructuur & Veiligheid, legt uit dat elke beslissing over de Ghelamco Arena een afweging was tussen ecologie en kostenplaatje. Ledverlichting, bijvoorbeeld, kostte bij de bouw in 2012 nog drie keer meer dan conventionele verlichting. 'Wij waren jammer genoeg net te vroeg', zucht Piens. 'Wel zijn we van plan gradueel kapotte lampen door ledlampen te vervangen.' Piens benadrukt dat het glas, waaruit de hele buitenkant van het stadion is opgetrokken, een hoge energiewaarde heeft. 'Mensen denken dat wij volle bak moeten stoken, maar dat is niet zo: glas heeft dezelfde energiewaarde als baksteen. In de winter isoleert het, in de zomer houdt het de zon buiten.' De Universiteit van Cardiff schatte dat de verzorging van een voetbalveld in de Premier League 20.000 liter water vergt. Per dag! Het scheelt als je daarvoor, zoals AA Gent, recuperatiewater gebruikt. 'Niet zo simpel als het lijkt', zegt Piens. 'In het begin leidde het recuperatiewater tot contaminatie van het veld. Sindsdien sturen we vóór het besproeien stalen naar het labo, om het water te controleren op pH en andere waarden.' AA Gent bekijkt de mogelijkheid om een water vasthoudend blok onder een oefenveld te installeren. 'Bij gewone irrigatie gaat het water los door de grond. Zo'n blok houdt het water vast. Zo creëren we een vast circuit: water uit de grond trekken en sproeien, zonder dat er iets verloren gaat.' Het prijskaartje van groene projecten lijkt voor Belgische clubs vaak de doorslag te geven. Zo kiezen ploegen voor zonnepanelen onder impuls van een sponsor uit de energiewereld. OH Leuven pakte in 2016 uit met plannen voor een duurzame Den Dreef, met zonnepanelen op het dak van het stadion. Partner destijds: Eneco, leverancier van groene stroom. Onze vraag of die zonnepanelen, na het afhaken van Eneco, effectief op Den Dreef beland zijn, bleef onbeantwoord. Bij Racing Genk kwamen de geplande zonnepanelen er niet. 'Omdat de investering niet in balans was met de efficiëntie', verklaart stadiondirecteur Kobe Schepers. Nochtans toeterde Genk in 2016, samen met partner Luminus, dat het tegen 2020 in een CO2-neutraal stadion zou spelen. Luminus plande onder meer zonnepanelen op het dak. 'Maar de belangrijkste fases realiseerden we wel', zegt Schepers, 'Verwarming en licht aangestuurd door sensoren, ledlampen, zuinige verwarmingsketels: daardoor konden we onze CO2-uitstoot sterk verminderen.' Het afgelopen jaar kwamen zowel Anderlecht, ook al met partner Eneco, als KV Oostende op de proppen met vergroeningsplannen. Zij willen zonnepanelen installeren, respectievelijk op het jeugdopleidingscentrum en op de Versluys Arena. Opvallend: beide clubs beroepen zich op hun supporters om de investering te helpen dragen. In ruil voor een rendement kunnen de fans aandelen kopen. Vanwege de krappe kas? 'Neen, we willen de mensen milieubewust maken en hen de de noodzaak van gezonde lucht bijbrengen', klinkt het bij Anderlecht. Ook AA Gent tast de mogelijkheden af op drie sites: de Ghelamco Arena, het oefencomplex van de jeugd en dat van de A-kern in Oostakker. 'Die worden klaargemaakt voor zonnepanelen', zegt Piens. 'Al mogen we, gezien hetgeen er met het stadion van AZ gebeurde, niet over één nacht ijs gaan. Daarom voeren we eerst stabiliteitsstudies uit. Die zien er op het eerste gezicht goed uit.' Pikant toeval: diezelfde avond blies storm Ciara enkele dakpanelen van de Ghelamco Arena weg. Een voetbalclub is meer dan een verzameling bakstenen. Elke match in eerste klasse brengt duizenden fans op de been. In het beste geval komen die te voet, met de fiets, met een supportersbus of met het openbaar vervoer naar het stadion, maar minstens even vaak doen ze dat met de auto. Zeker de grote clubs trekken volk vanuit het hele land. Op het vlak van mobiliteit is KAA Gent een lichtend voorbeeld. Eén op de zes Buffalo's fietsen naar de thuismatchen. Uniek in de wereld, maakt Piens zich sterk. 'Zelfs in China, waar enorm veel mensen fietsen, halen ze zulke percentages niet.' Gent zorgde voor 3500 fietsenstallingen, waarvan een deel mobiel. De stad, die zich sowieso op de borst slaat wegens haar ecologisch bestuur, verbeterde de fietspaden naar het stadion. Maar ook hier geldt: die kwamen er eerder vanuit praktische dan ideologische overwegingen. 'In het begin kenden we veel mobiliteitsproblemen rond de Ghelamco Arena', geeft Piens toe. 'We zaten daar nu eenmaal in een doodlopende straat. Daarom maakten we van de nood een deugd door fans aan te moedigen om met de fiets te komen. Op onze carpoolparkings sporen medewerkers hen aan om hun auto zoveel mogelijk te vullen.' Om dezelfde reden is KAA Gent, naast het Sportpaleis, een van de twee proefprojecten van een nieuwe app. Die wil mensen met extra plaats in de auto verbinden met supporters die vervoer zoeken. Gent draait het project proef tijdens twee matchen in de play-offs. Eenmaal ze op de match zijn, steken de supporters een pak frieten of een hamburger achter de kiezen. Ze smeren hun kelen met enkele pinten, vaak uit bekers van wegwerpplastic. Ze genereren, met andere woorden, afval. Hoeveel afval? Voor de Belgische competitie zijn er geen cijfers bekend, maar de Universiteit van Cardiff zocht uit dat een FA Cup Final in het Millennium Stadium 59 ton afval opleverde. Het helpt niet dat er vaak een festivalsfeertje hangt rond stadions, het idee dat de troep achteraf sowieso wordt schoongeveegd. De discipline om te sorteren is daardoor een pak kleiner dan in het dagelijks leven. 'Daarom zetten we een heus ECO-team in dat de supporters daarin begeleidt', zegt Peter Morren, woordvoerder van Racing Genk. 'We starten ook een proefproject waarbij we het sorteren van pmd en plastic koppelen aan een spelelement.' Het cateringaanbod in België staat nog ver van dat van Forest Green Rovers, de Engelse club die enkel veganistische snacks aanbiedt. Geen vraag naar, klinkt het bij KAA Gent. 'We hebben weleens vers fruit opgenomen in het aanbod, maar dat verkocht amper', zegt Piens. Nochtans droomt deze vegetariër al vijftien jaar van een veggieburger na het laatste fluitsignaal. Vanaf volgend seizoen wil Gent wel bier serveren in een herbruikbare beker. Uit een vergadering met andere clubs leidt Piens af dat zijn club eerder een uitzondering zal zijn. 'De kost is niet miniem. We moeten 100.000 herbruikbare bekers kopen, een fameuze investering. Die bekers wassen kost tot 10 cent per stuk. Dat telt door. Maar duurzaamheid zit in het DNA van deze club, gemeenschap en stad, dus soms moet je er iets voor over hebben.' Of het nu vanuit oprechte overwegingen gebeurt, dan wel om gehoor te geven aan de steeds luidere proteststem, het ecologisch bewustzijn lijkt in het voetbal hoe dan ook te groeien. Zo tekende, naast onder meer UEFA, de KBVB een overeenkomst met Life Tackle. Die Italiaanse organisatie tracht Europese stadions groener te maken. Door gerecycleerd plastic te gebruiken voor de zitjes, maar ook door herbruikbare bekers, afvalsortering en beter openbaar vervoer naar de stadions te propageren. 'Sport heeft een groot potentieel om onderdeel te zijn van de oplossing', meent Niclas Svenningsen, hoofd duurzaamheid van de VN. De clubs kunnen niet alleen een duit in het zakje doen door te snoeien in hun eigen emissies, maar vooral door hun fans te sensibiliseren. Steeds meer clubs begrijpen dat. Over Forest Green Rovers las u vorige week al op deze pagina's. In Duitsland is Mainz al tien jaar CO2-neutraal. Fans kunnen bij elke thuismatch hun fiets laten controleren en de club beloont supporters die op hun tweewieler aankomen soms met viptickets. Ook Ajax lijkt het menens. Onder meer de 4200 zonnepanelen zorgen ervoor dat de Johan Cruijff ArenA klimaatneutraal is. De zitjes zijn gemaakt van suikerriet, water uit de nabije Oudekerkerplas koelt de kleedkamers af en zelfs de roltrappen wekken energie op. In Engeland wint Manchester City prijzen voor zijn aanpak. Zo transformeerde de club een vervallen industriepark tot een trainingscentrum waarin plaats is voor weides met wilde bloemen. Op het stuk land, niet zo lang geleden nog giftig, huizen nu motten, vlinders en vleermuizen. Real Betis mikt eveneens op klimaatneutraliteit. 'In Spanje kent iedereen onze clubkleuren, dus we moeten wel een groen team zijn', zei manager Antonio Ortega. De spelers van Betis droegen eenmalig een shirt gemaakt van zwerfplastic dat rond het stadion was verzameld. De club wil nu de hele outfit duurzaam maken. De meeste voetbaltruitjes zijn gemaakt van polyester, een synthetische stof op basis van petroleum die amper vergaat. 'Voetbal heeft zo'n enorme invloed op de wereld', aldus Ortega. 'Het is onze verantwoordelijkheid om mensen te overtuigen om toegewijd met het klimaat om te gaan.'