Sommige clichés zijn hardnekkig. Bijvoorbeeld dat Pep Guardiola een romantische trainer is. Sinds de Catalaan aan het hoofd kwam van Manchester City verfijnde hij de laatste onderdelen van een hemelsblauwe ploeg die steeds meer op een machine lijkt.

Tegenover tegenstanders die zich vaak noodgedwongen moeten beperken tot het verdedigen van hun rechthoek vooraleer ze zich zelf over de middellijn wagen, is het plan van de Citizens glashelder: volk verzamelen op de middenstrook van het veld en dan Raheem Sterling, Riyad Mahrez of, vooral, Leroy Sané afzonderen aan de zijkant in een één-tegen-éénsituatie op de rand van de backlijn.

De Bruyne tilt het systeem van Guardiola naar een hoger plan door zijn onverwachte geniale toets.

Dribbel, bal achteruit leggen, doelkans. De symfonie staat geen valse noot toe en de solisten op de vleugels moeten tevreden zijn met enkele tussenkomsten die goed getimed en precies dienen te zijn.

De manager van de Sky Blues verduidelijkt zijn idee in La Metamorfosis, een werk van Martí Perarnau dat aan hem is opgedragen: 'In mijn spelconcept is een winger iemand die veel tijd in zijn eentje doorbrengt op de flank, praktisch zonder te bewegen en zonder de bal te raken. Hij moet wachten. Zoals een doelman, die soms veertig minuten geen bal raakt en dan opeens een mirakelsave moet verrichten.'

De choreografie van het positiespel is nauwkeurig, en het enige verrassingselement in het spel van City is dan de aard van de dribbel waarmee de vleugelspeler van de Mancunians een tegenstander probeert te verschalken. Het recept werkt en het levert punten en overwinningen op, maar soms mist het iets spectaculairs of onvoorziens. Dus neen, Pep Guardiola is geen romanticus.

Gevaar van overal

Indertijd bij Barcelona rekende de coach op de invallen van Lionel Messi om uit moeilijke situaties te geraken. Guardiola beweert dat hij een betere trainer geworden is sinds hij niet meer op La Pulga kan rekenen om de problemen op te lossen die het spel hem soms stelt, maar zijn mechanisch voetbal mist soms dat tikkeltje genie om zich te bevrijden uit situaties waarbij zijn plan geneutraliseerd wordt door de kwaliteiten van de tegenstrever.

Tegen Chelsea begin december vonden de Citizens geen zwakke plek in de ideeën van Maurizio Sarri. Een jaar eerder, toen de Blues nauwgezet gepositioneerd werden door Antonio Conte, was er een buitengewone trap van Kevin De Bruyne nodig om de Londense netten te doen trillen. Dit keer bevond KDB zich nog op de flank, omdat hij in het begin van het seizoen werd afgeremd door een blessure.

De roodharige Duivel vormt inderdaad het verrassingselement in het voetbal van City onder Guardiola. Hij is de man die het vaste plan al eens verlaat om uit een pass door het midden, soms over een aanzienlijke afstand, een doelkans te creëren zonder daarvoor via de dribbels van de flankspelers te moeten passeren.

Vorig seizoen maakte hij slechts zeven van zijn twaalf goals van binnen de grote rechthoek, wat maakt dat hij ook een gevaar vormt van buiten de backlijn.

Dat is veel minder het geval voor David Silva, die niet zo met scherp schiet vanop afstand en die het dus vaker op de vleugel gaat zoeken om balbezit om te zetten in een kans.

De Bruyne is in staat om een bal panklaar te leggen vanop eender welke plaats op de helft van de tegenstander. Centraal vindt hij vaak Sané in de rug van de verdediging met heerlijk precieze passes, zoals hij er de Duitser enkele verstuurde toen hij inviel tegen Crystal Palace. Vanop links kunnen zijn hoge, insnijdende voorzetten een medemaat vinden in elke zone van de backlijn en een licht contact volstaat dan om het traject van de bal in doel te verlengen. En vanop rechts gaan zijn lage voorzetten langs parabolische banen om buiten het bereik te blijven van doelman en verdedigers en millimeterjuist in de voeten van de goalgetters van City te belanden. Net zoals de dribbels van Messi bij Barcelona tillen de voorzetten van De Bruyne het systeem van Guardiola naar een hoger plan door die onverwachte geniale toets.

De wolven en de haai

Stilaan krijgen de Citizens weer de Kevin De Bruyne te zien die ze kochten in Wolfsburg, waar hij een dol seizoen speelde voor de Wolven, afgesloten met 16 goals en 28 beslissende passes alle competities samen.

Toen hij naar het Etihad Stadium trok, vond Pep Guardiola nochtans een nieuwe Kevin De Bruyne uit: hij posteerde KDB lager op het veld, zodat de Sky Blues van zijn fenomenale pass konden profiteren in de omschakeling.

In de chaos van het Engels voetbal was De Bruyne dé troef van de Mancunians om over de middellijn te trekken, hetzij met de bal aan de voet, hetzij met een pass die door de vijandelijke linies sneed. Daar had de Rode Duivel minder last van zijn moeilijkheden om de bal aangespeeld te krijgen met de rug naar het doel aan de rand van de rechthoek, waar de balcontrole en de schijnbeweging veeleer het verschil maken.

De uitdaging voor Guardiola was om die nieuwe KDB te scheppen zonder de oude versie kwijt te raken. Die was te belangrijk wegens zijn capaciteit om gevaarlijke situaties te creëren met het spel vóór hem en met ruimte om te veroveren door een pass in de rug of een rush naar voren. De Kevin De Bruyne van de Duitse velden dook opnieuw op in Engeland: hij sloot het succesrijke vorige seizoen van de Citizens af met zestien assists in de Premier League op de teller. Als beste passeur van de competitie haalde hij een superieur gemiddelde van circa vijf potentiële kansen per wedstrijd: 2,9 sleutelpasses (alleen Mesut Özil deed beter) en 2,5 schoten (bij de middenvelders gingen alleen Paul Pogba en Christian Eriksen hem vooraf).

Zijn passingkwaliteiten en het kunnen grijpen van de momenten in een wedstrijd, boven op zijn buitengewone fysieke capaciteiten, maken van Kevin De Bruyne een geweldige middenvelder. Maar hij blijft evengoed een passeur met het instinct van een aanvaller, die vooral op zijn gemak is wanneer hij de ogen op het doel gericht houdt en zich afvraagt, in een fractie van een seconde, wat hij moet doen om enkele ogenblikken later het net te doen trillen. Want ook al wordt hij opgevoed volgens de precieze regels van het positiespel, een haai blijft altijd aangetrokken door de geur van bloed.

Sommige clichés zijn hardnekkig. Bijvoorbeeld dat Pep Guardiola een romantische trainer is. Sinds de Catalaan aan het hoofd kwam van Manchester City verfijnde hij de laatste onderdelen van een hemelsblauwe ploeg die steeds meer op een machine lijkt. Tegenover tegenstanders die zich vaak noodgedwongen moeten beperken tot het verdedigen van hun rechthoek vooraleer ze zich zelf over de middellijn wagen, is het plan van de Citizens glashelder: volk verzamelen op de middenstrook van het veld en dan Raheem Sterling, Riyad Mahrez of, vooral, Leroy Sané afzonderen aan de zijkant in een één-tegen-éénsituatie op de rand van de backlijn. Dribbel, bal achteruit leggen, doelkans. De symfonie staat geen valse noot toe en de solisten op de vleugels moeten tevreden zijn met enkele tussenkomsten die goed getimed en precies dienen te zijn. De manager van de Sky Blues verduidelijkt zijn idee in La Metamorfosis, een werk van Martí Perarnau dat aan hem is opgedragen: 'In mijn spelconcept is een winger iemand die veel tijd in zijn eentje doorbrengt op de flank, praktisch zonder te bewegen en zonder de bal te raken. Hij moet wachten. Zoals een doelman, die soms veertig minuten geen bal raakt en dan opeens een mirakelsave moet verrichten.' De choreografie van het positiespel is nauwkeurig, en het enige verrassingselement in het spel van City is dan de aard van de dribbel waarmee de vleugelspeler van de Mancunians een tegenstander probeert te verschalken. Het recept werkt en het levert punten en overwinningen op, maar soms mist het iets spectaculairs of onvoorziens. Dus neen, Pep Guardiola is geen romanticus. Indertijd bij Barcelona rekende de coach op de invallen van Lionel Messi om uit moeilijke situaties te geraken. Guardiola beweert dat hij een betere trainer geworden is sinds hij niet meer op La Pulga kan rekenen om de problemen op te lossen die het spel hem soms stelt, maar zijn mechanisch voetbal mist soms dat tikkeltje genie om zich te bevrijden uit situaties waarbij zijn plan geneutraliseerd wordt door de kwaliteiten van de tegenstrever. Tegen Chelsea begin december vonden de Citizens geen zwakke plek in de ideeën van Maurizio Sarri. Een jaar eerder, toen de Blues nauwgezet gepositioneerd werden door Antonio Conte, was er een buitengewone trap van Kevin De Bruyne nodig om de Londense netten te doen trillen. Dit keer bevond KDB zich nog op de flank, omdat hij in het begin van het seizoen werd afgeremd door een blessure. De roodharige Duivel vormt inderdaad het verrassingselement in het voetbal van City onder Guardiola. Hij is de man die het vaste plan al eens verlaat om uit een pass door het midden, soms over een aanzienlijke afstand, een doelkans te creëren zonder daarvoor via de dribbels van de flankspelers te moeten passeren. Vorig seizoen maakte hij slechts zeven van zijn twaalf goals van binnen de grote rechthoek, wat maakt dat hij ook een gevaar vormt van buiten de backlijn. Dat is veel minder het geval voor David Silva, die niet zo met scherp schiet vanop afstand en die het dus vaker op de vleugel gaat zoeken om balbezit om te zetten in een kans. De Bruyne is in staat om een bal panklaar te leggen vanop eender welke plaats op de helft van de tegenstander. Centraal vindt hij vaak Sané in de rug van de verdediging met heerlijk precieze passes, zoals hij er de Duitser enkele verstuurde toen hij inviel tegen Crystal Palace. Vanop links kunnen zijn hoge, insnijdende voorzetten een medemaat vinden in elke zone van de backlijn en een licht contact volstaat dan om het traject van de bal in doel te verlengen. En vanop rechts gaan zijn lage voorzetten langs parabolische banen om buiten het bereik te blijven van doelman en verdedigers en millimeterjuist in de voeten van de goalgetters van City te belanden. Net zoals de dribbels van Messi bij Barcelona tillen de voorzetten van De Bruyne het systeem van Guardiola naar een hoger plan door die onverwachte geniale toets. Stilaan krijgen de Citizens weer de Kevin De Bruyne te zien die ze kochten in Wolfsburg, waar hij een dol seizoen speelde voor de Wolven, afgesloten met 16 goals en 28 beslissende passes alle competities samen. Toen hij naar het Etihad Stadium trok, vond Pep Guardiola nochtans een nieuwe Kevin De Bruyne uit: hij posteerde KDB lager op het veld, zodat de Sky Blues van zijn fenomenale pass konden profiteren in de omschakeling. In de chaos van het Engels voetbal was De Bruyne dé troef van de Mancunians om over de middellijn te trekken, hetzij met de bal aan de voet, hetzij met een pass die door de vijandelijke linies sneed. Daar had de Rode Duivel minder last van zijn moeilijkheden om de bal aangespeeld te krijgen met de rug naar het doel aan de rand van de rechthoek, waar de balcontrole en de schijnbeweging veeleer het verschil maken. De uitdaging voor Guardiola was om die nieuwe KDB te scheppen zonder de oude versie kwijt te raken. Die was te belangrijk wegens zijn capaciteit om gevaarlijke situaties te creëren met het spel vóór hem en met ruimte om te veroveren door een pass in de rug of een rush naar voren. De Kevin De Bruyne van de Duitse velden dook opnieuw op in Engeland: hij sloot het succesrijke vorige seizoen van de Citizens af met zestien assists in de Premier League op de teller. Als beste passeur van de competitie haalde hij een superieur gemiddelde van circa vijf potentiële kansen per wedstrijd: 2,9 sleutelpasses (alleen Mesut Özil deed beter) en 2,5 schoten (bij de middenvelders gingen alleen Paul Pogba en Christian Eriksen hem vooraf). Zijn passingkwaliteiten en het kunnen grijpen van de momenten in een wedstrijd, boven op zijn buitengewone fysieke capaciteiten, maken van Kevin De Bruyne een geweldige middenvelder. Maar hij blijft evengoed een passeur met het instinct van een aanvaller, die vooral op zijn gemak is wanneer hij de ogen op het doel gericht houdt en zich afvraagt, in een fractie van een seconde, wat hij moet doen om enkele ogenblikken later het net te doen trillen. Want ook al wordt hij opgevoed volgens de precieze regels van het positiespel, een haai blijft altijd aangetrokken door de geur van bloed.