Het voorstel werd, vanzelfsprekend, in het Toscaanse dialect gedaan. Gastone Nencini, die net zilver had gepakt op het WK wielrennen voor amateurs in Lugano, vóór Rik Van Looy en alleen voorafgegaan door zijn landgenoot Riccardo Filippi, is klaar om de grote stap te zetten naar het profwielrennen. Hij wordt beschouwd als een van de grootste beloften van Italië en krijgt het privilege dat hij een gregario mag uitzoeken, een knecht. Zijn keuze valt op een zeker Amerigo Sarri, de schrik van de lokale koersen, die een jaar eerder prof is geworden. Maar de Toscaan wijst het voorstel af. Om zijn gezin zekerheid te bezorgen hangt hij zijn fiets aan de wilgen en gaat in het zuiden werken, in de buurt van Napels. Wanneer zijn vrouw bevalt van hun zoon Maurizio, in 1959, heeft Amerigo al kunnen zien hoe Nencini triomfeert in de Giro. En zijn zoon is nog geen jaar oud wanneer de grote Gastone de Alpen overtrekt om daar de gele trui te veroveren.
...

Het voorstel werd, vanzelfsprekend, in het Toscaanse dialect gedaan. Gastone Nencini, die net zilver had gepakt op het WK wielrennen voor amateurs in Lugano, vóór Rik Van Looy en alleen voorafgegaan door zijn landgenoot Riccardo Filippi, is klaar om de grote stap te zetten naar het profwielrennen. Hij wordt beschouwd als een van de grootste beloften van Italië en krijgt het privilege dat hij een gregario mag uitzoeken, een knecht. Zijn keuze valt op een zeker Amerigo Sarri, de schrik van de lokale koersen, die een jaar eerder prof is geworden. Maar de Toscaan wijst het voorstel af. Om zijn gezin zekerheid te bezorgen hangt hij zijn fiets aan de wilgen en gaat in het zuiden werken, in de buurt van Napels. Wanneer zijn vrouw bevalt van hun zoon Maurizio, in 1959, heeft Amerigo al kunnen zien hoe Nencini triomfeert in de Giro. En zijn zoon is nog geen jaar oud wanneer de grote Gastone de Alpen overtrekt om daar de gele trui te veroveren. Bijna vijftig jaar na de beslissing van zijn vader zou Maurizio Sarri zelf voor de sport kiezen, en de onzekerheid die erbij hoort, boven een lange en gezapige loopbaan bij Monte dei Paschi di Siena, de oudste bankinstelling van Italië. Ook al staat hij nog erg ver van de Serie A, toch verandert de bankier zijn parcours, om zich volledig te wijden aan de studie en het onderricht van het voetbal. Als speler was hij een bescheiden stopper, een fossiel uit de tijd dat Arrigo Sacchi Italië nog niet tot het voetbal in zone had bekeerd. Maar hij posteerde zich al snel aan de andere kant van de zijlijn. Met het bescheiden Sansovino, het vlaggenschip van een stadje van achtduizend zielen, klom hij van de zesde naar de vierde afdeling. Ook al verzaakte zijn vader aan het professionalisme, dat belet de jonge Sarri niet om een jeugd vol sport te hebben. Overdag kijkt hij met zijn vader naar de razende raids van Eddy Merckx, 's avonds slaapt hij in met de vernietigende hoekslagen van Muhammad Ali nog op het netvlies. Op voetbalvlak blijft Maurizio verknocht aan het azuur van Napoli, ook al keert het gezin terug naar Toscane wanneer zijn vader werk vindt dichter bij diens geboortestreek. Als twintiger gaat hij geregeld op bedevaart naar San Paolo om er te bewonderen hoe Diego Maradona voetballes geeft. Uiteindelijk verwelkomt Napoli hem in de zomer van 2015. Het welkom van de plaatselijke god is er evenwel een van scepticisme. 'Ik had Rafael Benítez gehouden. Met Sarri zullen we geen Napoli zien dat wint', laat Maradona koel optekenen. Sarri is dan al meer dan tien jaar bezig met een klim door het Italiaanse voetbal, van de veldjes in de provincie tot die van de Serie A. Daar kwam hij aan het hoofd van Empoli, een ploeg die met haar voetbal complimenten oogst van Samuel Eto'o en vervolgens Arrigo Sacchi en Pep Guardiola nieuwsgierig maakt. De voorzitter van de Partenopei, de illustere filmproducent Aurelio de Laurentiis, laat zijn oog vallen op de coach met bescheiden allures maar frisse ideeën, nadat hij vergeefs Unai Emery naar de voet van de Vesuvius had proberen te halen. 'In het begin dacht ik: wat is dat voor iemand?', vertelt Dries Mertens, wanneer hij terugdenkt aan de eerste momenten onder het gezag van de Mister. 'Te meer omdat hij veel rookt. Drie pakjes per dag. Op de bus, in de kleedkamer... Ik kon bijna geen adem meer halen.' Gelukkig laat het voetbal van Sarri al vlug een frisse wind waaien door de Napolitaanse kleedkamer. 'We spelen nu beter dan onder Benítez, die ons vroeg om lange ballen te versturen', analyseert aanvoerder Marek Hamsik al snel. De maestro legt eenvoudig uit: 'Als ik mijn ploeg zie verdedigen en op de counter spelen, dan heb ik na een halfuur zin om mijn werk bij de bank weer op te pikken. Want dan beleef ik er geen plezier aan.' Dat plezier klinkt ook in zijn woorden. Aan een journalist, die hem voor de voeten werpt dat hij bij Empoli de slechtst betaalde coach van de Serie A was, zegt hij, bijna beledigd: 'Ik word betaald voor iets dat ik ook gratis zou kunnen doen!' In Napels zijn de resultaten er, en het spektakel ook. Sarri aanvaardt de excuses van Maradona en de goals van Gonzalo Higuaín, die in de competitie 36 keer de weg naar de netten vindt en zo het record van Gunnar Nordahl (35 goals in 1950) van de tabellen veegt. Met het succes komen ook de vergelijkingen. Sommigen noemen Marcelo Bielsa, wegens zijn maniakaal voetbal en zijn allergie voor pak en das, dat nochtans de norm geworden is op de trainersbanken. Anderen spreken van Jean Reno, vanwege Sarri's gewoonte om zich in het zwart te kleden - een overblijfsel van een oud bijgeloof, dat hem ertoe aanzette om de schoenen van zijn spelers zwart te kleuren toen hij Pescara coachte. Maar er wordt vooral verwezen naar Arrigo Sacchi, de laatste revolutionair van het Italiaanse voetbal. 'Het is dankzij hem dat ik zo van dit spel hou', bekent Sarri. 'Maar die vergelijkingen zijn een belediging voor hem. Hij heeft titels gewonnen en het wereldvoetbal veranderd door zijn filosofie. Als ik er nu zou mee ophouden, zal niemand zich mij herinneren, want ik heb nog niks gewonnen.' Sacchi zal zich Sarri ongetwijfeld nog herinneren, wat er verder ook gebeurt. De woorden van de meester zijn altijd lovend: 'De ploegen van Sarri zijn harmonieus. Hij is een trainer die een bepaalde gevoeligheid heeft die alleen de grote coaches bezitten.' Of nog: 'Voetbal is voor hem, net zoals voor Guardiola, muziek. Een vorm van kunst.' De huidige coach van Manchester City is vanzelfsprekend gecharmeerd. Toen hij tegenover de Italiaan stond in de poulefase van de Champions League vorig seizoen, sprak hij van 'de beste ploeg waar ik ooit tegen gespeeld heb', van een elftal dat 'voetbal van een andere planeet' speelt en van een club waar 'elke match spektakel biedt'. De Sarrishow bestaat uit basisingrediënten. In de eerste plaats heeft men een bal nodig. Die doet men niet aan de tegenstander cadeau. In het laatste seizoen van Benítez zat Napoli aan een gemiddelde van 525 passes per wedstrijd. Met Sarri haalden de Partenopei afgelopen seizoen 726 passes per match. Die verhoging kwam tot stand met de alomtegenwoordigheid van Jorginho op het middenveld, de meest bedrijvige passeur van Europa (vóór Marco Verratti en Fernandinho) met een moyenne van 96,9 passes per wedstrijd. In een 4-3-3-opstelling, met Dries Mertens in de punt van een flexibel schema en met permanente beweging, weten de mannen van Sarri heel goed wat ze moeten doen. 'Ik draag hen op dat de bal nooit lang in dezelfde zone blijft', legt de maestro uit. 'Je moet het spel zo vaak mogelijk verticaal houden, ofwel een goeie pass achteruit geven. Ik wil zo min mogelijk breedtepasses zien.' Alles wordt minutieus voorbereid. De spelers kunnen verrassen, maar worden zelden zelf verrast. 'Het is echt een genie', zegt Kalidou Koulibaly enthousiast. 'Hij ziet dingen die anderen niet zien. Hij laat je begrijpen hoe het voetbal in elkaar zit en dat het niet onmogelijk te voorspellen is. Hij gaat op een schoolde manier te werk.' Mertens bevestigt dat: 'Werken met Sarri, dat is als goed voorbereid zijn op een examen: je voelt heel goed dat je vol zelfvertrouwen zit wanneer je op school aankomt.' De conclusie is voor Koulibaly: 'Voetbal lijkt bij hem op wiskunde.' Dat is vrij logisch gezien de man in bankkantoren heeft gewerkt met diploma's economie en statistiek op zak. Maurizio Sarri wordt dus de veertiende coach van Chelsea in het tijdperk van Roman Abramovitsj. Zijn naam circuleerde ook bij Real Madrid. 'Ik zou hem bij alle clubs ter wereld aanbevelen', verklaarde Pepe Reina, zijn doelman in Napels, tegenover de Spaanse pers. 'Vanwege zijn voetbalideeën en zijn nauwgezet werk.' De Toscaan is een man van het veld. Daarmee wordt een nieuwe trend in de Premier League bevestigd: steeds meer moeten de klassieke Engelse managers, die de veldtrainingen doorgaans aan hun assistenten overlieten, plaats ruimen voor buitenlandse trainers die zweren bij het oefenveld. Voor Sarri betekent training geven een grote greep krijgen op het spel en op de kleedkamer. Sarri's methode, die zich in alle afdelingen van het Italiaanse voetbal heeft bewezen, gaat nu dus de grens over. Naar Chelsea, een instituut dat te midden van de Europese reuzen gegroeid is met een totaal tegenovergestelde stijl. Bij de Blues werd het winnende voetbal belichaamd door José Mourinho, Carlo Ancelotti en Antonio Conte, trainers die eerder leken te denken aan een manier om te verdedigen dan een om aan te vallen. Sarri daarentegen trekt naar Londen met in zijn achterhoofd een beroemde zin van zijn mentor Arrigo Sacchi: 'Verdedigen, dat is de aanval van de tegenstander aanvallen.'