Geen gebrek aan buitenlanders in deze competitie. Maar wat bizar is: Duitsers komen hier amper voetballen. En als dat al eens gebeurt, dan is dat omdat ze het geluk dat ze in eigen land niet vonden, hier zoeken. Sommigen verdwenen snel, anderen werkten zich hier op tot smaakmakers.

Zoals Hans-Peter Lehnhoff, destijds bij Antwerp een turbo op de rechterflank, iemand die de kleuren van de oudste club van het land nog altijd in het hart draagt, ook al is hij sinds medio 2000 teammanager van Bayer Leverkusen. Of Heinz Schönberger bij Beveren, een middenvelder met een geniaal inzicht, die onder meer voor FC Tilleur en RC Mechelen speelde, alvorens hij op de Freethiel belandde. Niet toevallig bloeide Schönberger bij RC Mechelen onder zijn landgenoot Ernst Künnecke open, twee zachte karakters die het uitstekend met mekaar konden vinden. Een vedette was wel Lothar Emmerich toen hij van Borussia Dortmund naar Beerschot kwam en daar twee jaar lang een echte attractie was.

Bij Standard braken nogal wat Duitse voetballers door. Er was in het begin van de jaren zeventig Erwin Kostedde, die topschutter werd en als eerste niet-blanke voetballer in de Mannschaft zou debuteren. Later had je Harald Nickel, nog een spits, ooit bij Arminia Bielefeld bij het vuilnis gezet, dan naar Turnhout versast en later via Union, KV Kortrijk en Standard terug naar de Bundesliga, waar hij bij Borussia Mönchengladbach international werd. En er was de ouderwetse rechtsbuiten Heinz Gründel, die van Standard naar Hamburg zou trekken en ook al in de nationale ploeg zijn opwachting maakte.

Maar de meest besproken komst was ongetwijfeld die van Horst Hrubesch in 1983, die de omgekeerde weg van Gründel bewandelde: van Hamburg naar Standard. Zelden zo'n verstrooide voetballer meegemaakt als deze spits. Nadat hij voor Standard had getekend, gingen we hem opzoeken in Hamburg, maar Hrubesch was de afspraak vergeten en zat thuis in Hamm, 300 kilometer dichter bij de Belgische grens. Maar hij zei dat hij het goed zou maken en wilde zelf naar Luik komen. Alleen: hij had zijn rijbewijs in Hamburg laten liggen en durfde met zijn auto de grens niet over. Dus pikten we hem op in Aken.

De toenmalige Standardtrainer Raymond Goethals kreeg bijna een beroerte toen we met Hrubesch op Sclessin arriveerden. Snel een paar foto's laten maken en dan een lang interview in een wegrestaurant, iets voorbij Luik. 'Als ze me centers geven, zal ik ze wel binnenkoppen', declameerde Hrubesch toen. Zijn kopbalkracht was ongemeen. Das Ungeheuer werd hij genoemd, het monster.

Horst Hrubesch, die vorige maandag 66 jaar werd, zou zijn voorspelling waarmaken.

Jacques Sys, hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine en al ruim 40 jaar in de journalistiek, graaft iedere zaterdag in zijn archief.

Geen gebrek aan buitenlanders in deze competitie. Maar wat bizar is: Duitsers komen hier amper voetballen. En als dat al eens gebeurt, dan is dat omdat ze het geluk dat ze in eigen land niet vonden, hier zoeken. Sommigen verdwenen snel, anderen werkten zich hier op tot smaakmakers. Zoals Hans-Peter Lehnhoff, destijds bij Antwerp een turbo op de rechterflank, iemand die de kleuren van de oudste club van het land nog altijd in het hart draagt, ook al is hij sinds medio 2000 teammanager van Bayer Leverkusen. Of Heinz Schönberger bij Beveren, een middenvelder met een geniaal inzicht, die onder meer voor FC Tilleur en RC Mechelen speelde, alvorens hij op de Freethiel belandde. Niet toevallig bloeide Schönberger bij RC Mechelen onder zijn landgenoot Ernst Künnecke open, twee zachte karakters die het uitstekend met mekaar konden vinden. Een vedette was wel Lothar Emmerich toen hij van Borussia Dortmund naar Beerschot kwam en daar twee jaar lang een echte attractie was.Bij Standard braken nogal wat Duitse voetballers door. Er was in het begin van de jaren zeventig Erwin Kostedde, die topschutter werd en als eerste niet-blanke voetballer in de Mannschaft zou debuteren. Later had je Harald Nickel, nog een spits, ooit bij Arminia Bielefeld bij het vuilnis gezet, dan naar Turnhout versast en later via Union, KV Kortrijk en Standard terug naar de Bundesliga, waar hij bij Borussia Mönchengladbach international werd. En er was de ouderwetse rechtsbuiten Heinz Gründel, die van Standard naar Hamburg zou trekken en ook al in de nationale ploeg zijn opwachting maakte.Maar de meest besproken komst was ongetwijfeld die van Horst Hrubesch in 1983, die de omgekeerde weg van Gründel bewandelde: van Hamburg naar Standard. Zelden zo'n verstrooide voetballer meegemaakt als deze spits. Nadat hij voor Standard had getekend, gingen we hem opzoeken in Hamburg, maar Hrubesch was de afspraak vergeten en zat thuis in Hamm, 300 kilometer dichter bij de Belgische grens. Maar hij zei dat hij het goed zou maken en wilde zelf naar Luik komen. Alleen: hij had zijn rijbewijs in Hamburg laten liggen en durfde met zijn auto de grens niet over. Dus pikten we hem op in Aken. De toenmalige Standardtrainer Raymond Goethals kreeg bijna een beroerte toen we met Hrubesch op Sclessin arriveerden. Snel een paar foto's laten maken en dan een lang interview in een wegrestaurant, iets voorbij Luik. 'Als ze me centers geven, zal ik ze wel binnenkoppen', declameerde Hrubesch toen. Zijn kopbalkracht was ongemeen. Das Ungeheuer werd hij genoemd, het monster.Horst Hrubesch, die vorige maandag 66 jaar werd, zou zijn voorspelling waarmaken.