Dit artikel verscheen eerder in juni van dit jaar in Sport/Voetbalmagazine
...

Honderden kleine Birkirs, Gylfi's, Eidurs en Kolbeinns op één dag: het was zo'n mooi verhaal. Op dinsdag 28 maart jongstleden werd Europa wakker met een glimlach om de mond. De dag voordien was er een ware babyboom in IJsland. Het was Pétur Asgeir, verloskundige in een ziekenhuis in Reykjavik die het nieuws via Twitter wereldkundig maakte. 'Het recordaantal epidurales is dit weekend gebroken, negen maanden na de 2-1-overwinning tegen Engeland.' Een dag later was het nieuws uiteraard gespreksonderwerp nummer één aan de koffiemachine, maar het enthousiasme werd een beetje getemperd toen de Franse krant Le Parisien Asgeir contacteerde om de informatie te bevestigen. 'Je moet dat allemaal niet zo serieus nemen. Er zijn geen statistieken die het verhaal bevestigen.' Het kwaad was wel al geschied. En wie zou er trouwens de liefde van de IJslanders voor het voetbal in twijfel willen trekken terwijl de Vikings zo in de mode zijn sinds juni 2016? Jonathan Hendrickx alleszins niet. De Belgische verdediger, die in de hoogste IJslandse voetbalafdeling speelt bij FH Hafnarfjördur, maakte van dichtbij mee welke hartstocht het EK teweegbracht bij de lokale bevolking. '99 procent van de mensen keek naar de wedstrijden', vertelt de oud-speler van Standard. 'Omdat onze competitie nog volop bezig was, zaten de stadions daardoor bijna leeg. De voetbalbond heeft daar gelukkig rekening mee gehouden en schonk een deel van het geld dat ze ontving aan de jeugdopleiding van de clubs.' Het uitstekende EK van de IJslanders had nog een ander effect op de ontwikkeling van hun voetbal. De federatie maakte werk van de verdere professionalisering door fulltime trainers aan te werven voor de nationale U16, U17 en U19. Naast die praktische kant is er ook de grotere bekendheid. Elke week wordt de voetbalbond overspoeld met vragen van journalisten of van andere federaties die meer over het IJslandse voetbal willen weten of het succes ervan willen doorgronden. 'Het prachtige parcours dat onze nationale ploeg in Frankrijk aflegde, fascineert de mensen. Ze zien het als een sprookje waarin alles mogelijk is', beweert Dean Martin. De Brit is hoofd van de nationale voetbalcel die talenten moet ontdekken. Momenteel is het aantal verzoeken zo groot, dat de werknemers van de bond een beurtrol inlasten om alle vragen te beantwoorden. Thorlakur Arnason is een van die werknemers. De huidige trainer van de nationale U19 ontvangt ons in een vergaderzaal in het Laugardalsvöllur Stadion in Reykjavik. 'Het succes van IJsland op het EK was geweldige reclame voor alle goede voetballers in dit land. Als een club op het Europese vasteland twijfelt tussen een IJslandse of een Finse speler, dan zal het nu veel vaker voor die eerste gaan. Iedereen heeft kunnen vaststellen dat we over een fantastische mentaliteit beschikken en dat we hard gewerkt hebben om zo ver te geraken.' Met zijn bedrijf Total Football, gelegen in het hartje van de hoofdstad, ontfermt spelersmakelaar Bjarki Gunnlaugsson zich als een soort Mogi Bayat over de carrière van een groot deel van zijn voetballende landgenoten. Gunnlaugsson, zelf oud-profvoetballer bij onder meer Feyenoord en Nürnberg, bevestigt de groeiende Europese interesse voor IJslandse spelers, maar plaatst toch een kanttekening. 'Na het EK in Frankrijk konden alle spelers van de nationale selectie een stap vooruit zetten. De jongens die in de IJslandse competitie speelden en geen international waren, kregen alleen maar aanbiedingen uit Scandinavië. Dat is niet meer dan logisch, aangezien het niveau van de competitie niet hetzelfde was als dat van de nationale ploeg.' Het EK had invloed op de IJslandse bevolking en deed jongeren met meer geloof dromen om de volgende Gudjohnsen of Sigthórsson te worden, maar het aantal voetballertjes steeg verrassend genoeg niet spectaculair. 'Op een klas van 50 leerlingen, mag je er zeker van zijn dat er 20 al voetbalden vóór het EK', verzekert Thorlakur Arnason ons. 'Voetbal had handbal al verdrongen en dat is historisch gezien toch de nationale sport bij uitstek.' Een jaar geleden, toen de rest van Europa de IJslandse nationale ploeg leerde kennen tijdens het EK, koppelden velen het succes aan het project van de regering om alcohol- en druggebruik bij jongeren aan banden te leggen door de voetbalsport te promoten. Deels klopt dat ook, geeft Dean Martin aan. 'Wie tot minstens negentien jaar voetbalt, zal minder gemakkelijk een bepaalde lijn overschrijden. Die jongeren hebben discipline en vooral ook een plaats waar ze naartoe kunnen. Ze hangen niet zomaar wat rond.' Een andere factor die een even bepalende rol heeft gespeeld, is de massale investering van verscheidene steden. Om hun aanzien te verhogen, maakten ze veel geld vrij om jeugdopleiders aan te stellen en de nodige infrastructuur te voorzien. Anno 2017 kunnen de 23.571 voetballers (goed voor maar liefst zeven procent van de bevolking) aangesloten bij de 90 clubs op het eiland, hun sport niet alleen beoefenen op honderden grasvelden, ze kunnen ook terecht in een twintigtal indoor voetbalhallen, op 24 kunstgrasvelden en 144 miniterreintjes. Het IJslandse succesverhaal had echter nooit bestaan zonder de mentaliteit die zo eigen is aan de inwoners van deze voormalige Deense kolonie. 'Zelfs toen we het in 1986 opnamen tegen Brazilië, de beste voetbalploeg ter wereld, zeiden we niet dat we de schade wilden beperken. Nee, we gingen die mannen verslaan', herinnert Thorlakur Arnason zich, waarna hij uitlegt dat bondscoaches overal ter wereld hun spelers moeten aanporren om hard te werken, 'maar IJslanders moet je niet over agressiviteit spreken, want dat hebben ze al ruimschoots voldoende.' Je moet hen eerder kalmeren, voegt de rijzige coach met het dunne rosse haar eraan toe. Hij beëindigt vervolgens zijn uiteenzetting met een eigentijds voorbeeld. 'IJslandse voetballers zijn net zoals in de televisieserie Vikings. Ze denken niet na en zeggen gewoon: 'We gaan ertegenaan, we gaan wat mensen vermoorden en dan zien we wel.' Ze beseffen pas later de gevolgen van hun daden: 'Shit, we zijn niet slim geweest. Nu wil iedereen ons doden.' Dat is typisch voor de IJslandse mentaliteit. We zijn niet georganiseerd.' (lacht) Dat gebrek aan structuur werd gelukkig gecompenseerd door de aanwezigheid van Lars Lagerbäck aan het hoofd van de nationale ploeg van 2011 tot 2016. 'De spelers wisten dat hij al grote sterren als Zlatan Ibrahimovic en Fredrik Ljungberg getraind had', aldus Bjarki Gunnlaugsson. 'Plots durfde niemand nog buiten de lijntjes te kleuren.' De coach die beschouwd werd als de geknipte man voor de job, nam ook de tijd om zijn aandacht voor organisatie en discipline door te geven aan zijn assistent Heimir Hallgrímsson. Deze oud-tandarts is sinds juli bondscoach en stapte met goed gevolg in de voetsporen van zijn leermeester. 'De IJslandse internationals denken nu meer aan hun nationale ploeg dan aan hun club', zegt Thorlakur Arnason. 'Ze zijn soms geblesseerd als ze een wedstrijd moeten spelen voor hun club en enkele dagen later zijn ze wel beschikbaar voor hun land. Het probleem van voetballers die vooral geïnteresseerd zijn in hun bankrekening, kennen wij hier niet.' Nog een factor die het succes op het EK 2016 verklaart, is het talent van de huidige generatie IJslandse voetballers. Om niet in een zwart gat te vallen wanneer mannen als Sigurdsson, Sigthórsson en Bjarnason hun voetbalpensioen aankondigen, investeerde de bond in de jeugdopleiding. Dean Martin is sinds januari hoofd van de nationale voetbalcel die talenten moet ontdekken en sindsdien speurt hij het hele eiland af, op zoek naar de voetbalsterren van de toekomst. 'We hebben een klein bevolkingsaantal', weet Martin, die al meer dan twintig jaar op het eiland woont. 'We moeten dus nauwkeurig te werk gaan om geen spelers over het hoofd te zien. Dat zou ons duur te staan komen. Tijdens mijn eerste ronde in de winter selecteert elke club vijf spelers die ik allemaal individueel spreek gedurende een half uur. Ik bezorg hen een powerpoint waarin ik het belang aantoon van een goed mens te zijn. Het is belangrijk dat we jongens die later misschien ons land vertegenwoordigen veel vertrouwen schenken en hen laten zien dat ze iets kunnen bereiken als ze bereid zijn om hard te werken.' Tussen dat eerste contact en zijn tweede ronde in de zomer blijft Martin constant in contact met de clubs om niets te missen. 'Heeft een bepaalde speler aan kracht gewonnen, is er een andere vijf centimeter gegroeid, et cetera.' IJsland beschikt over een heel degelijke jeugdopleiding. Je vindt er niet het typische Vlaamse beeld van een ouder die zijn zoon staat te coachen. Om er als trainer aan de slag te gaan, moet je immers een diploma bezitten. 'We denken daarbij aan alle spelers', verklaart Thorlakur Arnason. 'We maken geen onderscheid tussen goede en minder goede voetballertjes. Iedereen krijgt dezelfde opleiding, waar veel landen alleen de beste spelers goed begeleiden. Wij geloven erin dat je meer slaagkansen hebt met onze aanpak omdat jonge spelers erin geloven en zich honderd procent geven om er te komen.' Jonathan Hendrickx, die nog training kreeg in het opleidingscentrum van Standard, heeft toch zijn twijfels bij de IJslandse methode. 'Hier kan iedereen zich aansluiten bij de club die hij wil, zolang hij maar betaalt. Het kan dus gebeuren dat een jongerenploeg van FH Hafnarfjördur, de grootste club van het land, helemaal onderin eindigt. Ik heb de indruk dat het gebrek aan hiërarchie en elitarisme de groei van het IJslandse voetbal net afremt.' Een ander verschil met de Belgische opleiding is het aantal trainingen. In IJsland trainen kinderen van vijf jaar wekelijks twee keer en wanneer ze zeven worden, trainen ze zelfs tot vijf keer per week. De jongeren beperken zich op training niet tot voetballen alleen. Om hun lichaam maximaal te ontwikkelen doen ze onder meer ook aan turnen, basketbal en badminton. 'Gezien onze mentaliteit, onze fysiek en de weersomstandigheden zullen we nooit voetballen zoals Barcelona', vertelt Dean Martin. 'We moeten ons dus een ander systeem eigen maken, waarbij collectiviteit, strijdlust en organisatie vooropstaan. En als er dan een ruwe diamant opduikt - wat zich gemiddeld om de 15 à 20 jaar voordoet - dan moeten we niet zeggen dat hij niet past in ons systeem. Wel integendeel, dan moeten we de ploeg rond die speler bouwen.' De Pepsideild, de hoogste voetbalafdeling in IJsland en genoemd naar sponsor Pepsi, bezet momenteel de 35e plaats op de UEFA-ranglijst voor clubcompetities. Het staat daarmee tussen de liga's van Moldavië en Finland. 'Er zijn enkele goede ploegen, maar de weg is nog lang om de Europese standaard te bereiken', vindt Martin. 'De basis is nog altijd semiprofessioneel en de jongeren blijven momenteel nog voorrang geven aan hun studies of werk. Van een echte kentering is er nog geen sprake.' Alle waarnemers zijn het erover eens: om nog een stap hogerop te zetten, moeten er resultaten behaald worden in de Europese competities. 'Na het EK dachten de clubs nochtans dat alles voor hen zou veranderen', analyseert Bjarki Gunnlaugsson. 'Ze zagen simpelweg het verschil niet tussen de nationale ploeg en de Pepsideild. Nu beginnen ze te beseffen dat ze zelf ook een mooi resultaat moeten neerzetten in Europa.' 'FH Hafnarfjördur was er vorige zomer dichtbij', zegt Thorlakur Arnason. De club van Jonathan Hendrickx bereikte inderdaad de tweede voorronde van de Champions League, waarin het werd uitgeschakeld door het Ierse Dundalk. 'Eens een ploeg erin slaagt om door te dringen tot de poulefase, zal het geld dat de UEFA daarvoor voorziet die club in staat stellen om progressie te maken. Dat zal dan weer de hele IJslandse competitie ten goede komen.' Tot het zover is, zullen IJslanders moeten uitwijken naar andere Europese competities om die droom te kunnen realiseren. Een andere mogelijkheid is uitwijken naar de andere kant van de Atlantische Oceaan, zoals Aron Jóhannsson, die jeugdinternational was in IJsland maar als prof koos voor de Amerikaanse nationaliteit. In 2013 debuteerde hij als international van de Verenigde Staten. Jóhannsson speelde achtereenvolgens voor FH Hafnarfjördur, het Deense Aarhus en het Nederlandse AZ alvorens in 2015 naar Werder Bremen te verkassen. 'Dat we het EK in 2016 bereikten, danken we ook aan het falen van Nederland en Turkije', besluit Thorlakur Arnason. 'Met alle respect voor onze nationale ploeg en voor de prestaties die ze leveren, maar we moeten ook hopen dat onze tegenstanders het laten afweten.' De Strákarnir okkar - de bijnaam van het IJslandse nationale voetbalelftal die zoveel betekent als 'onze jongens' - hebben een hoogtepunt bereikt. Het komt er nu op aan om aan die top te blijven. Hoe de ploeg dat zal doen? Jon Jonsson, rechtsachter van FH Hafnarfjördur en een heel bekend zanger in eigen land geeft het antwoord: 'Jongeren willen cool zijn omdat hun favoriete sportmensen dat ook zijn. Ze vergeten daarbij weleens welke inspanningen hun idolen moesten leveren om daar te staan. We moeten hen dus onze waarden - bescheidenheid en hard werken - blijven onderwijzen. Als ze dat oppikken, dan zullen we mooie momenten blijven beleven.' Door Emilien Hofmann in Reykjavik