Honderdvijftig miljoen dollar (of 136 miljoen euro), zoveel betaalt een - nu ja - doorsnee sterveling om een team in de Major League Soccer op te richten. Niet zo David Beckham. Toen de Engelsman begin 2007 besloot Real Madrid te verlaten voor Los Angeles Galaxy, kreeg hij van de MLS de garantie dat hij in de toekomst een ploeg zou kunnen opstarten voor 25 miljoen dollar (23 miljoen euro), een fikse korting.

In 2014, nadat hij enkele maanden voordien in Parijs een punt had gezet achter zijn spelerscarrière, besloot Beckham gebruik te maken van de optie in zijn contract. Na gesprekken met onder meer de burgemeester van de stad en de bonzen van de competitie viel de keuze op Miami, waar, Miami Fusion (1997-2001) buiten beschouwing gelaten, nog nooit eerder een MLS-team gevestigd was.

Stadionperikelen

Om te mogen toetreden tot de MLS moet een ploeg ook over een eigen stadion beschikken. De droomlocatie van Beckham: de haven van Miami. Becks zag de supporters al naar het stadion wandelen met zicht op de ondergaande zon, maar zijn romantische plannen vielen al snel in het water. De havenarbeiders zagen het niet zitten dat hun vrachtschepen plaats moesten ruimen voor een hypermoderne voetbaltempel en de provincie gaf dan ook geen toestemming.

Ook op de tweede locatie die Beckham in gedachten had, Little Havana, doken problemen op. Meerdere eigenaars weigerden hun stuk grond te verkopen. De Engelsman en zijn team kwamen meer en meer onder druk te staan, want de almaar populairder wordende MLS had ploegen in de rij staan die de plaats van de club, toen nog zonder naam, wilden innemen.

Plan C, Overtown, was verre van de favoriete locatie van Beckham en ook in de wijk zelf was niet iedereen fan. Heel wat inwoners van de eerder rustige buurt Spring Garden hadden geen zin in de drukte die een voetbalstadion met zich meebrengt. Tot op vandaag is een definitieve beslissing in het dossier nog altijd niet gevallen, maar in 2018 besloot MLS-commissaris Don Garber toch om Beckham officieel toe te laten tot de competitie, met dank aan de inmenging van de Amerikaanse mede-investeerders Jorge en Jose Mas.

In het levendige zuiden van Florida lijkt alles aanwezig om een florerende ploeg uit te bouwen, al zijn er nog enkele hordes te nemen.

In de zomer van 2019 dook nog een extra probleempje op: de bodem van het golfterrein waarop Beckham het stadion wil bouwen, was vervuild met arseen. De sanering heeft de kosten nog opgedreven. In oktober vorig jaar werden de plannen voor het Miami Freedom Park voorgesteld aan het grote publiek. Het complex, met naast een stadion voor 26.000 toeschouwers ook kantoren en een winkelcomplex, draagt een prijskaartje van 888 miljoen euro en moet klaar zijn tegen 2022.

In afwachting van het stadion zal het team zijn thuisdebuut in de MLS afwerken in Fort Lauderdale, waar ook Miami Fusion twintig jaar geleden zijn wedstrijden afhaspelde. Een tijdelijk stadion voor 18.000 toeschouwers werd er in een mum van tijd neergepoot. De site zal ook na de verhuis naar het Miami Freedom Park dienst blijven doen als trainingscomplex voor de senioren en de jeugdploegen, die in tegenstelling tot de grote jongens wel al heel wat wedstrijden speelden afgelopen jaar.

Tussen alle stadionperikelen door heeft het kind van Beckham ook een naam gekregen. De Engelsman koos voor Inter Miami CF en ook daarmee oogstte hij tegenkanting. Inter Milan diende een klacht in: de Italianen vinden dat de Amerikaanse club een inbreuk pleegt op hun merknaam. Net als het stadiondossier moet ook deze strijd nog naast het veld worden uitgevochten, maar in Florida maken ze zich niet al te veel zorgen.

Met het logo van het Amerikaanse Inter is de nodige symboliek gemoeid. Onderaan staat in Romeinse cijfers 2020, het jaar waarin de club zijn debuut maakt. Tussen de twee reigers, die samen de letter M vormen, prijkt een ondergaande zon die exact zeven stralen telt: een verwijzing naar het iconische rugnummer van de eigenaar.

Rond het zwart-wit-roze geheel staat de volledige naam van het team: Club Internacional de Fútbol Miami, een duidelijke verwijzing naar de Spaanssprekende gemeenschap in de stad. Zeventig procent van de inwoners van Miami heeft Latijns-Amerikaanse roots en op de officiële kanalen van de club wordt dan ook nooit over soccer, maar wel over fútbol gesproken.

Eerste belangrijke transfer

Geld, een stadion, een logo, wat heeft een ploeg nog meer nodig om fútbol te spelen? Juist, voetballers. Om het roster samen te stellen, plukten Beckham en zijn zakenpartners sportief directeur Paul McDonough al in de zomer van 2018 weg bij Atlanta United. De huidige ploeg van Frank de Boer won het seizoen voordien de titel en van de Amerikaan wordt dan ook verwacht dat hij Inter Miami zo snel mogelijk naar hetzelfde niveau stuwt.

Het Miami Freedom Park, dat klaar moet zijn tegen 2022, draagt een prijskaartje van 888 miljoen euro., GETTY
Het Miami Freedom Park, dat klaar moet zijn tegen 2022, draagt een prijskaartje van 888 miljoen euro. © GETTY

Toen bekend raakte dat Beckham een team in de MLS zou oprichten, schoot de geruchtenmolen al gauw in gang. Cristiano Ronaldo, Lionel Messi, Luis Suárez, allemaal passeerden ze de revue, maar vooralsnog streek geen enkele grote ster in Miami neer.

Daarmee lijkt McDonough de trend van de laatste jaren door te zetten, ook bij de meest recente kampioenen speelden weinig tot geen wereldtoppers. De selectie die hij samenstelde, is een mix van jonge talenten en mannen die al ervaring hebben in de Verenigde Staten. Opvallend, maar niet geheel verrassend: veel van de jongens die voor Inter Miami zullen fútbollen, zijn afkomstig uit Zuid-Amerika of hebben er op z'n minst hun roots liggen.

Het roster

Matías Pellegrini werd de eerste Designated Player in de geschiedenis van de club. Inter haalde de 19-jarige Argentijn weg bij Estudiantes de La Plata in zijn thuisland. De transfersom van iets meer dan 8 miljoen euro bewijst dat het geloof in hem groot is. In Europa is de jonge linkerflank, buiten bij de spelers van Football Manager, nagenoeg onbekend.

Hetzelfde geldt voor de tweede grote aankoop van de club: Rodolfo Pizarro. Anders dan bij zijn Argentijnse ploegmaat is de tweede Designated Player wél al een grote naam in Midden- en Zuid-Amerika. De Mexicaan werd opgeleid bij Pachuca en trok in 2017 voor bijna 15 miljoen euro naar Guadalajara, waar hij een jaar later voor evenveel geld werd opgepikt door Monterrey. Van die laatste ploeg kocht Inter Miami de spelmaker voor 11 miljoen euro. De overgang van Pizarro, die een van de sterkhouders bij de nationale ploeg is, had heel wat voeten in de aarde. Zo belde Beckham de Mexicaan persoonlijk op om hem te overtuigen naar Miami te komen, iets wat niet geheel naar de zin van de eigenaar van Monterrey was.

Bij zijn voorstelling op de sociale media stond het zinnetje: la pelota siempre al diez, de bal altijd naar de tien. Het mag duidelijk zijn dat Pizarro, die na de Engelse eigenaar himself over de grootste X-factor beschikt, de absolute ster van Inter Miami moet worden. Schrik trouwens niet als u hem om de paar weken met een nieuwe haarkleur op het veld ziet verschijnen. De kans is niet onbestaande dat Pizarro nog een grote naam voor, naast of achter zich krijgt, want in het roster is nog plaats voor één extra Designated Player.

Van de nog maar 21-jarige Robbie Robinson wordt veel verwacht., GETTY
Van de nog maar 21-jarige Robbie Robinson wordt veel verwacht. © GETTY

Nog iemand van wie veel wordt verwacht, is Robbie Robinson. Hij werd dan ook als eerste gekozen bij de SuperDraft, waarna ook hij een videotelefoontje kreeg van David Beckham. De jonge Amerikaan maakte deel uit van de Generation Adidas, een selectie van de meest getalenteerde spelers uit de universiteitscompetitie.

Met Christian Makoun loopt er bij Inter Miami ook iemand met een Belgisch paspoort rond. De 19-jarige middenvelder werd wel geboren in het Venezolaanse Valencia, maar zijn gelijknamige vader, die onder meer voor Cercle Brugge, KM Torhout en Dilbeek Sport speelde, is een halve Belg. Makoun junior lijkt wel meer talent te hebben dan senior, want enkele jaren geleden genoot hij interesse van onder meer Arsenal en Real Madrid. Uiteindelijk huurde Juventus hem van Zamora FC, maar de Italianen besloten de aankoopoptie in zijn contract niet te lichten. Eind 2018 kwam de toen 18-jarige Makoun in het nieuws omdat hij in Turijn met zijn Mercedes frontaal tegen een politiewagen was gebotst.

Recordcoach

De man die de eer te beurt viel zich de allereerste coach in de geschiedenis van Inter Miami te mogen noemen, is Diego Alonso (44). Als speler bouwde de Uruguayaan een respectabele carrière op in Spanje. Zo speelde hij als spits onder meer voor Valencia, Atlético Madrid en Málaga. Voor hij terugkeerde naar zijn geboorteland voetbalde hij ook nog een seizoen voor het Chinese Shanghai Shenhua.

In 2011 werd Alonso coach bij Bella Vista, de ploeg waar het voor hem ook als speler allemaal begon. Nadien ging het nog langs zijn Uruguayaanse ex-ploeg Peñarol, Guaraní en Olimpia in Paraguay en Pachuca en Monterrey in Mexico. Met die laatste twee ploegen won hij in 2017 en 2019 de CONCACAF Champions League. Hij is de enige coach die erin slaagde om het belangrijkste toernooi voor clubs uit Noord- en Midden-Amerika te winnen met twee verschillende teams.

Kritisch Miami

Nog voor het team één wedstrijd had gespeeld, waren al drie supportersclubs opgericht: The Siege, Vice City 1896 en Southern Legion. Die laatste ijvert al van voor Beckham met zijn idee op de proppen kwam voor een MLS-team in Miami.

In het levendige zuiden van Florida lijkt alles aanwezig om een florerende ploeg uit te bouwen, al zijn er ook nog enkele hordes te nemen. Miami Fusion moest al na vier jaar ophouden met bestaan door een gebrek aan toeschouwers. Inter Miami is nog jong en fris. De vraag is of het kritische publiek ook geboeid zal blijven als de sportieve resultaten niet meteen volgen. En dan zijn er nog de naamkwestie en de bouw van het stadion, op een veel minder aantrekkelijke locatie dan Beckham aanvankelijk in gedachten had. Als de voormalige vrijetrapspecialist wil scoren in Miami, zal hij nog enkele muurtjes moeten omzeilen.

Het logo van Inter Miami. De ondergaande zon tussen de twee reigers, heeft zeven stralen, een verwijzing naar het rugnummer van Beckham.
Honderdvijftig miljoen dollar (of 136 miljoen euro), zoveel betaalt een - nu ja - doorsnee sterveling om een team in de Major League Soccer op te richten. Niet zo David Beckham. Toen de Engelsman begin 2007 besloot Real Madrid te verlaten voor Los Angeles Galaxy, kreeg hij van de MLS de garantie dat hij in de toekomst een ploeg zou kunnen opstarten voor 25 miljoen dollar (23 miljoen euro), een fikse korting. In 2014, nadat hij enkele maanden voordien in Parijs een punt had gezet achter zijn spelerscarrière, besloot Beckham gebruik te maken van de optie in zijn contract. Na gesprekken met onder meer de burgemeester van de stad en de bonzen van de competitie viel de keuze op Miami, waar, Miami Fusion (1997-2001) buiten beschouwing gelaten, nog nooit eerder een MLS-team gevestigd was. Om te mogen toetreden tot de MLS moet een ploeg ook over een eigen stadion beschikken. De droomlocatie van Beckham: de haven van Miami. Becks zag de supporters al naar het stadion wandelen met zicht op de ondergaande zon, maar zijn romantische plannen vielen al snel in het water. De havenarbeiders zagen het niet zitten dat hun vrachtschepen plaats moesten ruimen voor een hypermoderne voetbaltempel en de provincie gaf dan ook geen toestemming. Ook op de tweede locatie die Beckham in gedachten had, Little Havana, doken problemen op. Meerdere eigenaars weigerden hun stuk grond te verkopen. De Engelsman en zijn team kwamen meer en meer onder druk te staan, want de almaar populairder wordende MLS had ploegen in de rij staan die de plaats van de club, toen nog zonder naam, wilden innemen. Plan C, Overtown, was verre van de favoriete locatie van Beckham en ook in de wijk zelf was niet iedereen fan. Heel wat inwoners van de eerder rustige buurt Spring Garden hadden geen zin in de drukte die een voetbalstadion met zich meebrengt. Tot op vandaag is een definitieve beslissing in het dossier nog altijd niet gevallen, maar in 2018 besloot MLS-commissaris Don Garber toch om Beckham officieel toe te laten tot de competitie, met dank aan de inmenging van de Amerikaanse mede-investeerders Jorge en Jose Mas. In de zomer van 2019 dook nog een extra probleempje op: de bodem van het golfterrein waarop Beckham het stadion wil bouwen, was vervuild met arseen. De sanering heeft de kosten nog opgedreven. In oktober vorig jaar werden de plannen voor het Miami Freedom Park voorgesteld aan het grote publiek. Het complex, met naast een stadion voor 26.000 toeschouwers ook kantoren en een winkelcomplex, draagt een prijskaartje van 888 miljoen euro en moet klaar zijn tegen 2022. In afwachting van het stadion zal het team zijn thuisdebuut in de MLS afwerken in Fort Lauderdale, waar ook Miami Fusion twintig jaar geleden zijn wedstrijden afhaspelde. Een tijdelijk stadion voor 18.000 toeschouwers werd er in een mum van tijd neergepoot. De site zal ook na de verhuis naar het Miami Freedom Park dienst blijven doen als trainingscomplex voor de senioren en de jeugdploegen, die in tegenstelling tot de grote jongens wel al heel wat wedstrijden speelden afgelopen jaar. Tussen alle stadionperikelen door heeft het kind van Beckham ook een naam gekregen. De Engelsman koos voor Inter Miami CF en ook daarmee oogstte hij tegenkanting. Inter Milan diende een klacht in: de Italianen vinden dat de Amerikaanse club een inbreuk pleegt op hun merknaam. Net als het stadiondossier moet ook deze strijd nog naast het veld worden uitgevochten, maar in Florida maken ze zich niet al te veel zorgen. Met het logo van het Amerikaanse Inter is de nodige symboliek gemoeid. Onderaan staat in Romeinse cijfers 2020, het jaar waarin de club zijn debuut maakt. Tussen de twee reigers, die samen de letter M vormen, prijkt een ondergaande zon die exact zeven stralen telt: een verwijzing naar het iconische rugnummer van de eigenaar. Rond het zwart-wit-roze geheel staat de volledige naam van het team: Club Internacional de Fútbol Miami, een duidelijke verwijzing naar de Spaanssprekende gemeenschap in de stad. Zeventig procent van de inwoners van Miami heeft Latijns-Amerikaanse roots en op de officiële kanalen van de club wordt dan ook nooit over soccer, maar wel over fútbol gesproken. Geld, een stadion, een logo, wat heeft een ploeg nog meer nodig om fútbol te spelen? Juist, voetballers. Om het roster samen te stellen, plukten Beckham en zijn zakenpartners sportief directeur Paul McDonough al in de zomer van 2018 weg bij Atlanta United. De huidige ploeg van Frank de Boer won het seizoen voordien de titel en van de Amerikaan wordt dan ook verwacht dat hij Inter Miami zo snel mogelijk naar hetzelfde niveau stuwt. Toen bekend raakte dat Beckham een team in de MLS zou oprichten, schoot de geruchtenmolen al gauw in gang. Cristiano Ronaldo, Lionel Messi, Luis Suárez, allemaal passeerden ze de revue, maar vooralsnog streek geen enkele grote ster in Miami neer. Daarmee lijkt McDonough de trend van de laatste jaren door te zetten, ook bij de meest recente kampioenen speelden weinig tot geen wereldtoppers. De selectie die hij samenstelde, is een mix van jonge talenten en mannen die al ervaring hebben in de Verenigde Staten. Opvallend, maar niet geheel verrassend: veel van de jongens die voor Inter Miami zullen fútbollen, zijn afkomstig uit Zuid-Amerika of hebben er op z'n minst hun roots liggen. Matías Pellegrini werd de eerste Designated Player in de geschiedenis van de club. Inter haalde de 19-jarige Argentijn weg bij Estudiantes de La Plata in zijn thuisland. De transfersom van iets meer dan 8 miljoen euro bewijst dat het geloof in hem groot is. In Europa is de jonge linkerflank, buiten bij de spelers van Football Manager, nagenoeg onbekend. Hetzelfde geldt voor de tweede grote aankoop van de club: Rodolfo Pizarro. Anders dan bij zijn Argentijnse ploegmaat is de tweede Designated Player wél al een grote naam in Midden- en Zuid-Amerika. De Mexicaan werd opgeleid bij Pachuca en trok in 2017 voor bijna 15 miljoen euro naar Guadalajara, waar hij een jaar later voor evenveel geld werd opgepikt door Monterrey. Van die laatste ploeg kocht Inter Miami de spelmaker voor 11 miljoen euro. De overgang van Pizarro, die een van de sterkhouders bij de nationale ploeg is, had heel wat voeten in de aarde. Zo belde Beckham de Mexicaan persoonlijk op om hem te overtuigen naar Miami te komen, iets wat niet geheel naar de zin van de eigenaar van Monterrey was. Bij zijn voorstelling op de sociale media stond het zinnetje: la pelota siempre al diez, de bal altijd naar de tien. Het mag duidelijk zijn dat Pizarro, die na de Engelse eigenaar himself over de grootste X-factor beschikt, de absolute ster van Inter Miami moet worden. Schrik trouwens niet als u hem om de paar weken met een nieuwe haarkleur op het veld ziet verschijnen. De kans is niet onbestaande dat Pizarro nog een grote naam voor, naast of achter zich krijgt, want in het roster is nog plaats voor één extra Designated Player. Nog iemand van wie veel wordt verwacht, is Robbie Robinson. Hij werd dan ook als eerste gekozen bij de SuperDraft, waarna ook hij een videotelefoontje kreeg van David Beckham. De jonge Amerikaan maakte deel uit van de Generation Adidas, een selectie van de meest getalenteerde spelers uit de universiteitscompetitie. Met Christian Makoun loopt er bij Inter Miami ook iemand met een Belgisch paspoort rond. De 19-jarige middenvelder werd wel geboren in het Venezolaanse Valencia, maar zijn gelijknamige vader, die onder meer voor Cercle Brugge, KM Torhout en Dilbeek Sport speelde, is een halve Belg. Makoun junior lijkt wel meer talent te hebben dan senior, want enkele jaren geleden genoot hij interesse van onder meer Arsenal en Real Madrid. Uiteindelijk huurde Juventus hem van Zamora FC, maar de Italianen besloten de aankoopoptie in zijn contract niet te lichten. Eind 2018 kwam de toen 18-jarige Makoun in het nieuws omdat hij in Turijn met zijn Mercedes frontaal tegen een politiewagen was gebotst. De man die de eer te beurt viel zich de allereerste coach in de geschiedenis van Inter Miami te mogen noemen, is Diego Alonso (44). Als speler bouwde de Uruguayaan een respectabele carrière op in Spanje. Zo speelde hij als spits onder meer voor Valencia, Atlético Madrid en Málaga. Voor hij terugkeerde naar zijn geboorteland voetbalde hij ook nog een seizoen voor het Chinese Shanghai Shenhua. In 2011 werd Alonso coach bij Bella Vista, de ploeg waar het voor hem ook als speler allemaal begon. Nadien ging het nog langs zijn Uruguayaanse ex-ploeg Peñarol, Guaraní en Olimpia in Paraguay en Pachuca en Monterrey in Mexico. Met die laatste twee ploegen won hij in 2017 en 2019 de CONCACAF Champions League. Hij is de enige coach die erin slaagde om het belangrijkste toernooi voor clubs uit Noord- en Midden-Amerika te winnen met twee verschillende teams. Nog voor het team één wedstrijd had gespeeld, waren al drie supportersclubs opgericht: The Siege, Vice City 1896 en Southern Legion. Die laatste ijvert al van voor Beckham met zijn idee op de proppen kwam voor een MLS-team in Miami. In het levendige zuiden van Florida lijkt alles aanwezig om een florerende ploeg uit te bouwen, al zijn er ook nog enkele hordes te nemen. Miami Fusion moest al na vier jaar ophouden met bestaan door een gebrek aan toeschouwers. Inter Miami is nog jong en fris. De vraag is of het kritische publiek ook geboeid zal blijven als de sportieve resultaten niet meteen volgen. En dan zijn er nog de naamkwestie en de bouw van het stadion, op een veel minder aantrekkelijke locatie dan Beckham aanvankelijk in gedachten had. Als de voormalige vrijetrapspecialist wil scoren in Miami, zal hij nog enkele muurtjes moeten omzeilen.