Door Pierre Bergonzi (Gazzetta dello Sport)
...

Door Pierre Bergonzi (Gazzetta dello Sport)Jorge Mario Bergoglio werd 84 jaar geleden in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires geboren als zoon van Italiaanse immigranten uit Piemonte. Op 13 maart 2013 werd hij verkozen tot paus en nam de naam Franciscus I aan. Aan Gazzetta dello Sport gaf hij onlangs voor het eerst een uitgebreid interview over de band tussen religie en sport, waarden en kampioenen. Lang geleden deed de paus zelf ook aan sport, in zijn jeugd in Argentinië - zij het op een bescheiden niveau. Paus Franciscus I: 'Ik herinner me nog levendig hoe we met ons gezin naar het stadion gingen, El Gasometro, en hoe mijn San Lorenzo het kampioenschap van 1946 won. Het geluk van die dag, de uitgelatenheid bij iedereen die naar huis ging na die match en de adrenaline die we toen voelden... 'Ik herinner me ook nog onze bal gevuld met stro. Plastieken ballen had je toen nog niet, en een leren bal konden we ons niet permitteren. Maar wij waren gelukkig met die bal van stro, op het pleintje dicht bij ons huis. Ik voetbalde graag, maar er is geen groot talent aan mij verloren gegaan. In Argentinië noemen ze iemand zoals mij een pata dura, een hard been. Daarom zette men mij altijd in de goal. Keeper zijn was een goeie levensles. De keeper moet altijd klaar zijn om te reageren op gevaar dat op elk moment vanuit elke hoek kan komen. Ik baskette ook graag, mijn vader was een goeie basketter in het team van San Lorenzo. Ook rugby is een sport waar ik van houd: hard, maar nooit gewelddadig.' Is sport ook niet een soort liturgie, een ritueel, zoals het geloof? Franciscus I: 'Sport heeft veel gelijkenissen met religieuze belevenis: inzet, motivatie, het zich verenigen, het zich aanpassen aan regels. Goed beleefd is sport een soort misviering. Men komt samen, verheugt zich, men weent, voelt dat men deel uitmaakt van een team. Deel uitmaken van een team laat je voelen dat het minder mooi is om in je eentje iets te beleven dan samen te vieren.' Welke aan sport gerelateerde gebeurtenissen zijn in uw geheugen blijven hangen en welke sportverhalen interesseren u? Franciscus I: 'Alle sportverhalen die niet op zichzelf staan maar die proberen de wereld beter achter te laten. Toen ik in Jeruzalem bij het monument van Yad Vashem stond, vertelde men me daar het verhaal van Gino Bartali. De Italiaanse toprenner werd door kardinaal Elia Dalla Costa tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgekozen om, onder het mom van trainingen, van Firenze naar Assisi te rijden en verborgen documenten te brengen die nodig waren om ondergedoken Joden aan valse papieren te helpen waarmee ze konden ontsnappen. Dagelijks fietste hij meer dan honderd kilometer, wetende dat, als hij aangehouden zou worden, het zijn laatste dag zou zijn. Zo schonk hij hele families, die hij zelf soms ook verborg bij hem thuis, de kans op een nieuw leven; hij zou zo achthonderd Joden geholpen hebben te ontsnappen. Dat vond ik een prachtig voorbeeld van een sportman die de wereld een beetje beter heeft achtergelaten.' Zowel in de sport als in het leven win je soms, en verlies je ook. Franciscus I: 'Winnen en verliezen lijken tegengestelde begrippen. Iedereen wil winnen, niemand wil verliezen, maar ook een nederlaag heeft iets moois. Wie gewend is om vaak te winnen, is geneigd om zich onoverwinnelijk te voelen. Een zege kan iemand arrogant maken, je doen denken dat je er al bent. Een nederlaag zet aan tot meditatie, nadenken waarom je verloren hebt. Daarom groeien uit sommige nederlagen ook fantastische overwinningen. Ik zou het zo omschrijven: wie wint, weet niet wat hij verliest.' Achter elke grote kampioen staat een trainer. Is een trainer ook een beetje opvoeder? Franciscus I: 'In zekere mate wel. Wanneer een sportman wint, zie je haast nooit zijn trainer. Die komt niet mee op het podium. Toch groeit er nooit een kampioen uit een sportman zonder trainer. Hij heeft iemand nodig die zich om hem of haar bekommert, die hem of haar motiveert, en corrigeert zonder te vernederen. De ideale begeleider raakt het hart van wie als kampioen geboren is, maar zet discreet een stap opzij wanneer de wedstrijd begint, en treedt weer op het voorplan als die atleet verliest, om hem weer op te beuren.' Het hart staat centraal bij zowel de sportieve activiteiten als bij het geloof. Is het hart goed getraind houden het geheim om het talent niet verloren te laten gaan? Franciscus I: 'Het hart goed onderhouden is het geheim achter elke overwinning, niet alleen in de sport. Veel talent is verloren gegaan omdat het aan zijn lot overgelaten werd in plaats van goed begeleid. Een hart dat op orde is, is een gelukkig hart, klaar voor de uitdaging. Als je topsporters naar het ultieme geheim van hun succes vraagt, zullen de meesten je zeggen dat ze winnen omdat ze gelukkig zijn, zich goed in hun vel voelen. Geluk is het gevolg van een gezond hart. Dat geluk moet gedeeld worden, want als ik het enkel voor mezelf houd, blijft het een zaadje. Gedeeld wordt het een bloem.' Als Jezuïet bent u een spirituele zoon van Ignatius Van Loyola die geestelijke oefeningen voorschrijft, die je kunt vergelijken met trainingen. Of niet? Franciscus I: 'Toen Ignatius die spirituele oefeningen schreef, dacht hij terug aan zijn leven als soldaat, dat bestond uit trainingen. Hij voelde aan dat niet alleen het lichaam maar ook de geest getraind kon worden. Trainen vraagt discipline, en oefeningen zijn goede leermeesters. Guillaume de Saint-Thierry, een Belgische monnik uit de zeventiende eeuw stelde het zo: uit de wil volgt de praktijk, uit de praktijk de training en uit de training de nodige kracht voor om het even welke taak.'Training is de weg naar de perfectie, het vertrekpunt om zichzelf te overtreffen. Franciscus I: 'Geen enkele kampioen ontstaat in een laboratorium. Men heeft het al geprobeerd, en waarschijnlijk probeert men het nog, maar de tijd scheidt de echte talenten van de kunstmatige. Als kampioen word je geboren maar sterker word je door training. Sportdoping is niet alleen een schande, maar tast ook de waardigheid aan. Talent is een gave, maar volstaat niet. Je moet je de weg naar boven werken. Training is zorg dragen voor het talent. Ik denk dan aan honderdmeterlopers op de Olympische Spelen die voor die enkele seconden wedstrijd en roem jaren trainen. Ik lees over kampioenen die al lang voor de aanvang van de training aan de slag zijn, en ook als laatste vertrekken. Dat betekent dat de kracht van de eigen wil groter is dan enkel de gave op zich. Op dat vlak is het in de sport niet anders dan in andere domeinen van het leven. Schoonheid en resultaat zijn altijd het gevolg van een vlam die je aan moet zien te houden, dag na dag.' Heeft de oude olympische slogan, 'citius, altius, fortius', 'sneller, hoger, sterker' ook waarde in het dagelijkse leven? Franciscus I: 'Het is geen uitnodiging om je superieur te voelen tegenover je tegenstander, maar een aansporing aan atleten om aan zichzelf te werken om op een eerlijke en natuurlijke wijze hun grenzen te verleggen. Het is ook een levensles, niet aanvaarden dat iemand anders ons leven voor ons invult.' Welk type sportman bewondert u? Franciscus I: 'Ik heb bewondering voor wie zich bewust is van de verantwoordelijkheid die een talent met zich meebrengt. Een kampioen wordt altijd een inspiratiebron en een referentiepunt voor anderen. Daarom is het zo belangrijk dat kampioenen zich bewust zijn van de impact van hun woorden, van hun gedrag, die duizenden anderen kunnen aansteken. Ik denk bijvoorbeeld aan de Italiaanse internationals die elk jaar met de bondscoach op de afdeling oncologie van een Romeins ziekenhuis van bed naar bed gaan om met de zieke kinderen te praten. Wanneer een kampioen zijn functie van rolmodel en zijn impact vergeet, verliest hij de kans om wie naar hem of haar opkijkt te helpen en te inspireren om ook beter te worden.' Sport wordt op steeds meer professionele manieren uitgeoefend, er is een hele commercie rond ontstaan. Vreest u dat het geld de echte sport aantast? Franciscus I: 'Een atleet is een fascinerend mysterie. Een meesterwerk van gratie en hard werk. Rijkdom, het makkelijke geldgewin riskeren de passie die om het even welke jongeling in een talent heeft omgetoverd in slaap te wiegen. Ik meen dat een beetje honger in je buik het geheim is om je nooit voldaan te voelen, en de passie die iemand als kind ontwikkelde brandend te houden. Het is triestig als je kampioenen van hun sport ziet verworden tot gewone bureaucraten.' Heiligen zijn de kampioenen van het geloof. Maar evenmin als kampioen word je als heilige geboren. Je wordt het. Wat is uw geheim? Franciscus I: 'Mezelf in de strijd gooien. En wat doet een speler of een atleet wanneer hij opgeroepen is voor een belangrijke wedstrijd? Drie dingen: trainen, trainen en nog eens trainen. God heeft aan iedereen een terrein gegeven waarop die persoon zijn of haar leven mag leiden. Maar zonder training blijft dat een arm leven. Om mezelf te trainen vraag ik elke dag aan God wat hij wil dat ik doe. En als ik een fout maak, is dat niet erg, want aan de rand van het veld zit Hij die me na het vallen weer recht helpt. Het enige wat ik moet doen is niet bang zijn om die weg te gaan.' Michael Jordan, één van de beste basketters ooit, zei dat 'wie één keer opgeeft, moet opletten dat verliezen geen gewoonte wordt.' Zijn raad? 'Geef nooit op'. Hoe slaagt u er in om nooit op te geven? Franciscus I: 'Door te bidden. Ik moet elke keer weer voelen dat ik in een team speel waar de Kapitein het laatste woord heeft. Ik bid om beter de woorden te kunnen begrijpen die hij me toevertrouwt, en die ook te kunnen overdragen aan de mensen. En als de avond valt, denk ik aan de armen en daklozen die buiten in deze stad, in de buurt van het Vaticaan zelfs, een plek zoeken om de nacht door te komen. Als ik aan hen denk, voel ik me nooit alleen. Ik heb een rotsvast vertrouwen in God, omdat ik weet dat hij nooit moedeloos wordt, zelfs niet als hij ziet hoe zwak of breekbaar ik ben.' Een spreekwoord zegt: 'geeft nooit op. Het zou kunnen dat je opgeeft, een uur voor het mirakel jou overkomt.' Franciscus I: 'Jouw overgave is de droom van je tegenstander. Dan geef je hem de overwinning cadeau. Dat houdt altijd een risico in: wat als ik een seconde langer had doorgezet? Er zijn dagen waarop je beter doorzet, maar er zijn ook momenten waarop het wijs is je verlies te accepteren. Het leven lijkt op een oorlog. Je kunt een veldslag verliezen, maar daarom heb je de oorlog nog niet verloren. Een mens gaat niet dood door te verliezen, maar pas wanneer hij niet meer strijdt.' Wat wenst u ons nog toe? Franciscus I: 'Wat op een truitje staat dat ik cadeau heb gekregen: beter een correcte nederlaag dan een vuile overwinning. Dat is de beste manier om met opgeheven hoofd en een gelukkig hart door het leven te stappen.'